Brief regering : Kabinetsreactie op IOB evaluatie Prospects partnerschap
36 180 Doen waar Nederland goed in is – Strategie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Nr. 228
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 juli 2026
De Directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) van het Ministerie
van Buitenlandse Zaken heeft een evaluatie afgerond van het Prospects Partnerschap
over de periode 2019–2024. Met deze brief bied ik u de beleidsreactie van het kabinet
op deze evaluatie aan.
Prospects is een van de belangrijkste programma’s voor migratie en opvang in de regio,
belangrijke thema’s in het Nederlandse buitenland- en ontwikkelingsbeleid. Met Prospects
biedt Nederland bescherming en perspectief aan vluchtelingen, juist in regio’s waar
spanningen hoog zijn, waar grote aantallen vluchtelingen verblijven, en waar instabiliteit
en gebrek aan perspectief kunnen leiden tot verdere migratie en onveiligheid.
Prospects is een meerjarig partnerschap tussen Nederland en vijf multilaterale kernpartners
(UNHCR, ILO, UNICEF, de Wereldbank en de International Finance Cooperation – IFC)
dat tot doel heeft de levensomstandigheden van vluchtelingen en hun gastgemeenschappen
op een duurzame manier te verbeteren. Het programma wordt uitgevoerd in acht landen
die voor Nederland van geopolitiek én migratiepolitiek belang zijn in de MENA-regio
en de Hoorn van Afrika: Irak, Libanon, Jordanië, Egypte, Ethiopië, Soedan, Oeganda
en Kenia. In deze landen draagt het bij aan onderwijs, werk en bescherming voor miljoenen
vluchtelingen en hun gastgemeenschappen en ondersteunt het tegelijk de voorwaarden
voor duurzame oplossingen, zoals het opnemen van vluchtelingen in het nationale onderwijssysteem,
of het mogelijk maken van legaal werk. Hierbij hoort ook het bevorderen van vrijwillige
terugkeer waar dat veilig en waardig kan.
De inzet van Prospects is gericht op zichtbaar resultaat: meer kinderen naar school,
meer vluchtelingen en leden van gastgemeenschappen met een inkomen, sterkere nationale
systemen voor registratie en bescherming, en meer wet- en regelgeving in opvanglanden
gericht op het opnemen van vluchtelingen in nationale systemen (inclusie). Daarmee
levert Prospects niet alleen een bijdrage aan de leefbaarheid in de regio, maar ook
aan Nederlandse belangen op het gebied van stabiliteit en beheersbare migratie. Dit
geschiedt langs drie pijlers: Onderwijs en leren, werk en bestaanszekerheid, en bescherming
en (sociale) inclusie. Hier is in fase 2 (vanaf 2024) een vierde pijler, kritieke
infrastructuur, aan toegevoegd, mede gericht op het herstel van door het conflict
beschadigde en vernietigde infrastructuur, waaronder water- en sanitaire voorzieningen
in scholen.
De IOB-evaluatie, getiteld «Beyond forced displacement – Evaluating the Prospects partnership 2019–2024», onderzoekt welke resultaten Prospects heeft opgeleverd voor vluchtelingen en gastgemeenschappen
en in hoeverre het partnerschapsmodel en de gekozen humanitair-ontwikkelings-nexus,
waarbij noodhulp en langetermijnontwikkelingssamenwerking bewust met elkaar worden
verbonden, hebben bijgedragen aan (kosten)effectiviteit en duurzaamheid. De evaluatie
beschrijft de resultaten op elk van de pijlers, en gaat in op de samenwerking met
de vijf multilaterale partners.
Prospects in het Nederlandse beleid
Prospects is sinds 2019 het kerninstrument van Nederland voor opvang van en perspectief
voor vluchtelingen in de regio. Het programma bouwt voort op de inzet van het kabinet
om in langdurige vluchtelingensituaties humanitaire hulp te combineren met structurele
ontwikkelingsinzet («nexusbenadering»), zoals verankerd in onder meer de beleidsnota
Investeren in globale vooruitgang en in begrotingsartikel 4.2 (Opvang in de regio en migratiepartnerschappen). Met
Prospects heeft Nederland, in nauwe samenwerking met de vijf partners, de ambitie
om:
– duurzame verbeteringen in levensomstandigheden van vluchtelingen en gastgemeenschappen
in regio’s dichtbij het land van herkomst te realiseren via toegang tot onderwijs,
werk en bescherming;
– opname van vluchtelingen in nationale systemen te bevorderen (inclusie);
– via een innovatief partnerschapsmodel een samenwerking tussen VN-organisaties-, internationale
financiële instellingen en Nederland middels de nexusbenadering in de praktijk te
brengen.
Het kabinet is IOB erkentelijk voor de grondige evaluatie, die zowel de resultaten
als de beperkingen en spanningen rond «opvang in de regio» scherp analyseert, en waardevolle
lessen biedt voor de resterende jaren van fase 2 (2024–2027) en eventuele opvolgende
programma’s.
Algemene reactie op bevindingen
IOB concludeert dat Prospects in een moeilijke en snel veranderende context een aanzienlijk
aantal vluchtelingen en gastgemeenschappen heeft bereikt. In genoemde periode zijn
rond de acht miljoen mensen bereikt in acht landen, met name via onderwijs en bescherming,
maar ook via ondersteuning op het gebied van werk of bestaanszekerheid (ruim 500.000
mensen). Prospects heeft daarnaast bijgedragen aan meer inclusieve regelgeving en
beleid in diverse landen.
Tegelijkertijd blijven de geboekte verbeteringen in zelfredzaamheid en veerkracht
van vluchtelingen en gastgemeenschappen volgens IOB partieel en kwetsbaar, en zijn
grootschalige private investeringen in vluchtelingensituaties achtergebleven bij de
oorspronkelijke ambitie. Het partnerschapsmodel heeft volgens IOB aantoonbare meerwaarde
opgeleverd in termen van betere afstemming en gezamenlijke programmering, maar ging
aanvankelijk gepaard met hoge transactiekosten en beperkte duidelijkheid over rollen
en verwachtingen.
Het kabinet herkent zich grotendeels in dit beeld. Prospects heeft, mede dankzij de
meerjarige Nederlandse inzet en de intensieve samenwerking met multilaterale partners,
miljoenen vluchtelingen en gastgemeenschappen in staat gesteld op den duur hun zelfredzaam
te vergroten. Prospects heeft daarmee geholpen om de nexus-benadering in langdurende
vluchtelingensituaties te operationaliseren. De evaluatie laat tegelijkertijd zien
dat structurele resultaten rond werk en zelfredzaamheid meer tijd, een gunstige beleidscontext
en realistische ambities vergen. Dat de resultaten op het gebied van werkgelegenheid
en beleidsbeïnvloeding in kwantitatieve zin achterblijven op terreinen als onderwijs
en bescherming, acht het kabinet deels verklaarbaar door het intrinsieke verschil
tussen het verlenen van diensten zoals onderwijs enerzijds en een transformatieve
interventie in een economie. Hierbij is vaak sprake van een grote informele sector
en beleid dat formele werkgelegenheid voor vluchtelingen beperkt, wat het creëren
van werkgelegenheid bemoeilijkt. Een andere factor is dat vluchtelingen meestal worden
opgevangen in perifere gebieden die worden gekenmerkt door slechte infrastructuur
en beperkte dienstverlening vanuit de overheid.
Het kabinet is het voorts met IOB eens dat Nederland, mede dankzij Prospects, internationaal
wordt gezien als een belangrijke, betrouwbare en inhoudelijk sterke partner in de
opvang van vluchtelingen in de regio en de operationalisering van de nexus-benadering.
Het Prospects Partnership wordt internationaal breed gezien als een succesvol innovatief
nexus programma, waarin veel ideeën die zijn getest en in de praktijk gebracht. Dit
versterkt de Nederlandse positie in multilaterale fora en in de dialoog met opvang-
en herkomstlanden.
Aanbevelingen
IOB doet onder meer de volgende aanbevelingen (volledig overzicht in hoofdstuk 6.2
van de evaluatie):
– Versterk de pijler werk en bestaanszekerheid, door succesvolle interventies op te
schalen, nadrukkelijker in te zetten op verbetering van het ondernemings- en arbeidsklimaat
voor vluchtelingen, en beter te sturen op de overgang van leren naar verdienen.
– Contextualiseer de programmatische inzet verder per land, onder meer door landenprogramma’s
flexibel te houden en het Opportunity Fund gericht in te zetten voor innovatieve, contextspecifieke en gezamenlijke interventies.
– Houd balans tussen steun aan vluchtelingen en gastgemeenschappen en verbeter de communicatie
hierover, om gevoelens van achterstelling te verminderen en sociale cohesie te versterken.
– Veranker aandacht voor vrouwen, jongeren, mensen met een beperking en andere kwetsbare
groepen systematischer in ontwerp, uitvoering en monitoring, met expliciete doelen
en indicatoren.
– Operationaliseer de humanitair-ontwikkelings-nexus verder door de koppeling tussen
humanitaire vangnetten en ontwikkelingsinterventies te verdiepen, en parallelle systemen
alleen te hanteren waar inclusie in nationale systemen (nog) niet mogelijk is.
– Maak de inzet op private-sectorbetrokkenheid realistischer, door contextspecifiek
te werken, instrumenten als blended finance en garanties selectief op te schalen en nauwer samen te werken met lokale financiële
instellingen.
– Versterk lokalisering door multilaterale partners te stimuleren meerjarige, voorspelbare
financiering door te zetten naar lokale uitvoerende organisaties, waaronder vluchteling-geleide
organisaties.
– Daarnaast zijn er aanbevelingen op het gebied van het partnerschapsmodel, interne
coherentie, de beleidstheorie, de verbreding van de financieringsbasis en aanbevelingen
op het gebied van monitoring en evaluatie.
Voor deze kabinetsreactie ga ik in op de belangrijkste resultaten, conclusies en aanbevelingen,
die ik langs vier hoofdlijnen heb geclusterd:
1. Bereik en resultaten voor vluchtelingen en gastgemeenschappen (onderwijs, werk, bescherming,
zelfredzaamheid en veerkracht);
2. Contextualisering, balans tussen doelgroepen en aandacht voor kwetsbare groepen;
3. Nexus-benadering, private sector en (kosten)effectiviteit;
4. Partnerschapsmodel, governance en doorwerking naar breder beleid.
1. Bereik en resultaten: onderwijs, werk, bescherming, zelfredzaamheid en veerkracht
IOB -bevinding
IOB constateert dat Prospects ruim acht miljoen mensen heeft bereikt, vooral via onderwijs
en bescherming, maar dat bereik en resultaten sterk verschillen per land en pijler.
De werk- en bestaanszekerheidspijler blijft in vergelijking hiermee wat betreft schaal
en impact achter. Prospects heeft bijgedragen aan meer inclusieve wet- en regelgeving
en systeemversterking, maar deze resultaten zijn fragiel en afhankelijk van politieke
wil en capaciteit van opvanglanden, die zelf als laag- of middeninkomensland grote
uitdagingen hebben op het gebied van armoedebestrijding en werkgelegenheid. Zelfredzaamheid
en veerkracht zijn volgens IOB verbeterd, maar slechts ten dele en met een blijvende
afhankelijkheid van externe steun, vooral onder vluchtelingen.
Kabinetsreactie
Het kabinet onderschrijft de analyse dat Prospects, ondanks de complexiteit van de
context, substantieel heeft bijgedragen aan beter onderwijs, meer bescherming en –
in beperktere mate – betere economische perspectieven. De door IOB geschetste verschillen
per land en pijler zijn herkenbaar en hangen samen met nationale beleidskaders, veiligheidssituaties
en arbeidsmarktomstandigheden. Zo kampt Ethiopië met interne conflicten, is er hoge
werkloosheid en zorgen geopolitieke spanningen ervoor dat vluchtelingenopvang door
een veiligheidslens wordt bezien. In Egypte is er na de opvang van vluchtelingen uit
Syrië minder draagvlak voor de recentere, veel grotere groep vluchtelingen uit Sudan.
Het kabinet benadrukt dat de selectie van landen is ingegeven door de noden onder
vluchtelingen en de migratierelevantie voor Europa en Nederland. Hierdoor opereert
Prospects ook in landen waarin de beleidsomgeving minder gunstig is voor opvang en
inclusie in nationale systemen. Desalniettemin is blijvende aandacht nodig voor de
kwaliteit en duurzaamheid van inclusieve beleidsaanpassingen. Het kabinet onderschrijft
het belang van gerichte versterking van de werk- en bestaanszekerheidscomponent, met
realistische verwachtingen over wat in fragiele contexten haalbaar is.
In lijn met de aanbevelingen neemt het kabinet zich voor om in de resterende jaren
van fase 2, en in een eventueel vervolg op Prospects:
– sterker te focussen op opschaling van bewezen interventies op het terrein van werk
en bestaanszekerheid (bijvoorbeeld digitale vaardigheden, mkb-ondersteuning en erkenning
van eerder verworven competenties);
– de beleidsdialoog met gastlanden verder te versterken, en deze te benutten voor het
verbeteren van het ondernemings- en arbeidsklimaat voor vluchtelingen en gastgemeenschappen,
met nadruk op het recht op werk en bescherming tegen uitbuiting;
– de koppeling tussen onderwijs, vaardigheden en toegang tot de arbeidsmarkt verder
te versterken («learning to earning»).
2. Contextualisering, balans tussen doelgroepen en kwetsbare groepen
IOB-bevinding
IOB concludeert dat de oorspronkelijke ambities en de generieke verandertheorie (Theory
of Change) niet altijd goed aansloten op de realiteit in alle acht landen. Gedurende
de looptijd zijn programma’s beter gecontextualiseerd via meerjarige landenplannen
(Multi-Annual Country Plans, MACP’s) en is de flexibiliteit van een instrument als
het Prospects Opportunity Fund benut om in te spelen op veranderende omstandigheden
(bijvoorbeeld in Soedan en na de val van het Syrische regime). Het Opportunity Fund
is een onderdeel van Prospects bedoeld om om effectiever en sneller transformatie
te realiseren, door in te spelen op kansen en uitdagingen die zich tijdens de uitvoering
voordoen. Over het geheel genomen bleek het Opportunity Fund sub-loket van Prospects
een nuttig mechanisme voor aanvullende financiering, waarmee gezamenlijke interventies
konden worden gefinancierd om opkomende uitdagingen aan te pakken en in te spelen
op contextuele ontwikkelingen. Prospects past een gebalanceerde benadering toe voor
vluchtelingen en gastgemeenschappen, maar gevoelens van achterstelling bij gastgemeenschappen
blijven bestaan. IOB stelt verder vast dat de genderbalans in bereik redelijk is,
maar dat de aanpak voor vrouwen en mensen met een beperking nog niet structureel en
systematisch genoeg is.
Kabinetsreactie
Het kabinet deelt de constatering dat de oorspronkelijke ambitie van Prospects op
onderdelen te hoog was, met name rond private sector-betrokkenheid en inclusie in
contexten waar de politieke bereidheid beperkt is. De keuze om vervolgens ruimte te
geven voor contextspecifieke invulling per land en het inzetten van het Opportunity
Fund voor innovatieve en responsieve interventies wordt door IOB terecht als positief
beoordeeld. Hierbij merkt het kabinet op dat Prospects, zeker vanaf Fase 2, juist
zeer responsief aan landenspecifieke programmering heeft gewerkt. Zo richtte Prospects
in Sudan zich bijvoorbeeld op het opvangen van vluchtelingen uit Ethiopië en Eritrea,
met lokale autoriteiten waar het op nationaal niveau niet mogelijk was, en tegelijkertijd
op terugkerende Sudanese ontheemden in andere delen van het land.
Het Kabinet constateert dat in de Theory of Change van Prospects Fase 2 (2023) nadrukkelijk
is ingezet op inclusie van vluchtelingen in nationale systemen, en op zelfredzaamheid
van vluchtelingen en hun gastgemeenschappen. Dit beleid is uiteindelijk in 2025 door
UNHCR opgenomen als belangrijke uitgangspunten van het Sustainable Responses beleid.
Het kabinet acht de balans tussen steun aan vluchtelingen en gastgemeenschappen van
groot belang, zowel uit rechtvaardigheidsoogpunt als om sociale spanningen te beperken
en draagvlak in gastlanden voor de opvang van vluchtelingen te behouden. Prospects
draagt hieraan bij door waar mogelijk gecombineerde dienstverlening aan te bieden,
bijvoorbeeld gemengde scholen, jeugdcentra, gemeenschapscentra en waterpunten. Daarnaast
werkt Prospects aan systemische versterking van nationale voorzieningen (onderwijs,
kinderbescherming, sociale bescherming) waar zowel vluchtelingen als gastgemeenschappen
van profiteren.
Tegelijkertijd herkent het kabinet de observatie dat steun voor gastgemeenschappen
minder zichtbaar kan zijn dan hulp verstrekt aan vluchtelingen, met name als deze
in kampen verblijven. In de dialoog met partners en gastlanden zal het kabinet daarom
sterker sturen op communicatie over de voordelen van Prospects voor beide groepen.
Het kabinet wil daarbij lokale overheden en gemeenschappen beter betrekken bij de
programmering. Ook moedigt het kabinet opvanglanden aan om de interactie tussen vluchtelingenkampen
of settlements en lokale gemeenschappen te bevorderen, aangezien een scheiding tussen de groepen
zowel de zelfredzaamheid als de inclusie ondermijnt. Daarbij geldt dat er door het
wegvallen van onder meer financiering uit de VS structureel minder humanitaire hulp
beschikbaar is, en hulp via nationale systemen over het algemeen kostenefficiënter
is.
Met betrekking tot kwetsbare groepen onderschrijft het kabinet dat gendergelijkheid
en inclusie van mensen met een beperking systematischer verankerd kunnen worden, met
concrete doelen en indicatoren, waarbij gekeken wordt hoe barrières voor deelname
van vrouwen (zoals zorglast, mobiliteitsbeperkingen en sociale normen) aan programma’s
kunnen worden geadresseerd.
Het kabinet zal daarom in de verdere uitvoering van fase 2:
– de partners vragen hun gender- en inclusiestrategieën binnen Prospects aan te scherpen,
inclusief het vertalen van cross-cutting thema’s in concrete keuzes, indicatoren en rapportage;
– in de jaarlijkse Monitoring, Evaluation and Learning-sessies expliciet te laten reflecteren op de bereikte resultaten en resterende knelpunten
voor vrouwen en mensen met een beperking.
3. Nexus-benadering, private sector en (kosten)effectiviteit
IOB-bevinding
IOB stelt vast dat Prospects erin is geslaagd de humanitair-ontwikkelings-nexus in
de praktijk te brengen door onderwijs, werk en bescherming in één programma te integreren
en nauwer samen te werken tussen humanitaire en ontwikkelingsactoren. Dit heeft volgens
IOB geleid tot meer samenhangende en completere ondersteuning voor vluchtelingen en
gastgemeenschappen. Tegelijkertijd blijft humanitaire steun in de meeste contexten
noodzakelijk en is de overgang naar ontwikkelingsgericht werken niet lineair. De pogingen
om via IFC en de Wereldbank grootschalige private investeringen in vluchtelingensituaties
te mobiliseren hebben tot nu toe vooral in Kenia duidelijke resultaten opgeleverd;
elders is de impact bescheiden gebleven. IOB kan door gebrek aan gedetailleerde kosten-
en effectgegevens en de precieze verdeling van uitgaven per type interventie (bijv.
systeemversterking vs. directe dienstverlening), geen kwantitatieve uitspraak doen
over de (kosten)effectiviteit van Prospects als geheel.
Kabinetsreactie
Het kabinet verwelkomt de bevinding dat Prospects concrete meerwaarde heeft gehad
voor de operationalisering van de nexus-benadering in langdurende vluchtelingensituaties.
De combinatie van humanitaire en ontwikkelingsinterventies in één programmatisch kader,
en de integratie van mental health and psychosocial support (MHPSS), sociale cohesie en systeemversterking, sluiten aan bij de Nederlandse beleidsprioriteit
om noodhulp en structurele verbeteringen te verbinden. Nederland neemt daarmee in
de donorgemeenschap een koppositie in op concrete implementatie van de nexus; Ook
de landen waarin Prospects wordt geïmplementeerd zien de meerwaarde van het programma
en het belang van het samenbrengen van de partners.
Het kabinet onderstreept dat humanitaire vangnetten in veel contexten onmisbaar blijven
en ontwikkelingsinterventies daar niet voor in de plaats kunnen komen, maar deze moeten
aanvullen; Tegelijkertijd dient de programmering zoveel mogelijk open te staan voor
kansen om parallelle systemen af te bouwen en vluchtelingen in nationale systemen
te includeren.
Ten aanzien van private sector-betrokkenheid in vluchtelingensituaties deelt het kabinet
de conclusie dat de oorspronkelijke verwachtingen over schaal en tempo te hoog waren,
gezien de risicoprofielen, nationale regelgeving en de hierboven geschetste context.
Instrumenten als blended finance, garanties en mkb-ondersteuning op kleinere schaal laten echter wel degelijk succes
zien in Kenia maar ook in de MENA-regio en Egypte, die verdere opschaling behoeven.
De rol van IFC en Wereldbank in de samenwerking is cruciaal, onder meer vanwege analyses
en beleidsdialoog en vanwege de samenwerking met overheden. Daarbij kan voor directe
impact in vluchtelingengemeenschappen nauwer worden samengewerkt met andere partijen,
zoals lokale microfinancieringsinstellingen. De mogelijkheden hiervoor worden in de
fase 2 verder onderzocht.
In lijn met de IOB-aanbevelingen zal het kabinet in de verdere uitvoering:
– de nadruk leggen op meer realistische, contextspecifieke vormen van private sector-betrokkenheid,
waarbij groeipotentie en risico’s beter worden afgewogen;
– partners verder aanmoedigen om, waar nodig, lokale microfinancieringsinstellingen
en andere financiële actoren sterker te betrekken om de toegang tot financiering voor
vluchtelingen en gastgemeenschappen te vergroten;
– bij toekomstige keuzes rond partnerselectie en instrumentmix expliciet toetsen of
en hoe private investeringen kunnen worden gemobiliseerd in de betreffende context,
zonder dat dit ten koste gaat van bescherming en inclusie van de meest kwetsbaren.
4. Partnerschapsmodel, governance en doorwerking naar breder beleid
IOB-bevinding
IOB concludeert dat het gekozen partnerschapsmodel – één Nederlands programma met
vijf multilaterale partners – innovatief is en in grote lijnen passend is bij de doelstellingen
om geïntegreerde steun op onderwijs, werk en bescherming aan te bieden, naast structurele
versterking van systemen en beleid in opvanglanden. Ook stelt IOB dat de samenwerking
in de loop van de tijd duidelijk is verbeterd. Tegelijkertijd waren de aanvankelijke
ambities voor gezamenlijke programmering en governance te hoog en de structuur te zwaar, wat leidde tot hoge transactiekosten en onduidelijkheden
over rollen. IOB constateert dat de samenwerking in fase 2 beter is ingebed via gezamenlijke
Monitoring, Evaluation and Learning (MEL)-sessies en meer realistische verwachtingen. IOB benadrukt verder dat Prospects
heeft bijgedragen aan institutioneel leren bij de partners en aan de internationale
discussie over opvang in de regio en de nexus-benadering.
IOB constateert tevens dat Prospects nog stappen kan maken t.a.v. de lokaliseringsambitie
van Buitenlandse Zaken. Zo wordt de flexibele, meerjarige en voorspelbare financiering
die Buitenlandse Zaken aan de Prospects-partners geeft, vaak niet op dezelfde manier
doorgezet naar uitvoerende partners. Dit zou juist helpen om activiteiten verder te
lokaliseren en duurzamer te maken.
Kabinetsreactie
Het kabinet herkent de door IOB geschetste ontwikkeling van Prospects als een «lerend
partnerschap». De metafoor van «het vliegtuig bouwen terwijl het al vloog» is herkenbaar:
in 2018 werd het bestaande programma snel opgeschaald in reactie op de Syrische crisis
en de politieke wens om opvang in de regio te versterken, terwijl governance en resultatenkader nog in ontwikkeling waren.
Tegelijkertijd is het kabinet van mening dat het partnerschapsmodel met grote multilaterale
organisaties de juiste keuze was om in relatief korte tijd substantieel en gecoördineerd
te kunnen opereren in complexe contexten. De herzieningen in governance – waaronder
het aanscherpen van het resultatenkader vanaf fase 2, de rol van landenteams, gezamenlijke
Country Vision Notes en MACPs, en de introductie van jaarlijkse MEL-sessies – zijn belangrijke verbeteringen,
die echter ook een beslag leggen op de capaciteit, maar die wel degelijk hebben geleid
tot betere afstemming, minder overlap en meer gezamenlijke programmering. De actieve
rol van Nederlandse ambassades in de landenteams, daar waar capaciteit dit toeliet,
heeft substantieel bijgedragen aan politieke inbedding, beleidsdialoog en praktische
coördinatie. Deze rol blijft cruciaal en onmisbaar voor het slagen van onze inspanning
nu en in de toekomst.
Het kabinet erkent dat de lokaliseringsambitie (meer macht, middelen en zeggenschap
dichter bij de mensen om wie het gaat) in het huidige Prospects -partnerschap niet
goed tot uiting komt. Hiervoor heeft het kabinet een apart subsidiekader opgezet,
gericht op het versterken van lokaal en door vluchtelingen geleide organisaties. Bij
toekomstige programmering zal het kabinet meer sturen op effectieve implementatie
van de lokaliseringstrategie van Buitenlandse Zaken.
Het kabinet zal in lijn met de aanbevelingen van IOB:
– ook bij toekomstige programma’s het ontwerp van het partnerschapsmodel, inclusief
rolverdeling tussen Haagse diensten, ambassades en multilaterale partners, uitwerken;
– posten en relevante thematische en regiodirecties structureel en vroegtijdig betrekken
bij de keuze van landen, partners en opzet;
– interne kennisdeling en afstemming tussen programma’s op het terrein van migratie,
opvang in de regio en humanitaire hulp versterken, zodat lessen uit Prospects (en
soortgelijke programma’s) beter doorwerken in de beleidsvorming.
Vervolgstappen
Samenvattend ziet het kabinet de IOB-evaluatie van Prospects als ondersteunend aan
het gevoerde beleid. In een tijd van toenemende migratiedruk, spanningen in onze buurlanden
en teruglopende internationale hulp laat deze evaluatie zien dat Nederland met Prospects
niet toekijkt, maar gericht investeert in stabiliteit, perspectief en bescherming
in de regio. Prospects is daarmee een visitekaartje van het Nederlandse buitenland-
en ontwikkelingsbeleid: we helpen opvanglanden concreet bij het dragen van een grote
vluchtelingenlast, we versterken hun systemen en we werken aan duurzame oplossingen
in de Syrië-regio en de Hoorn van Afrika, in het belang van de mensen daar én in het
belang van Nederland.
De hoofdpunten uit deze beleidsreactie zijn:
– Het kabinet bevestigt nadrukkelijk de keuze voor een geïntegreerde aanpak van onderwijs,
werk en bescherming in langdurige vluchtelingensituaties. Door noodhulp te verbinden
met structurele investeringen in kansen en rechtsbescherming draagt Nederland bij
aan stabiliteit in landen die voor ons veiligheids- en migratiebelang cruciaal zijn.
Immers, door het bieden van perspectief in de regio dichtbij het land van herkomst
wordt de noodzaak tot doorreis verkleind.
– Het kabinet wil de pijler werk en bestaanszekerheid in de resterende jaren van fase
2 zichtbaar versterken. Meer mensen aan het werk en meer eigen inkomen voor vluchtelingen
en gastgemeenschappen zijn cruciaal om hulpafhankelijkheid te doorbreken en irreguliere
migratie minder aantrekkelijk te maken. Daarom blijft het kabinet hierop inzetten,
ook al realiseert het zich dat verwachtingen, gezien de vaak lastige contexten, soms
bijgesteld moeten worden. Dat vraagt om opschaling van bewezen interventies, een realistische
rol voor de private sector en nauwe aansluiting op nationale beleidskaders.
– Waar context en rechtsstatelijke randvoorwaarden dat toelaten, zet het kabinet stevig
in op inclusie van vluchtelingen in nationale stelsels van opvanglanden, zoals onderwijs,
sociale bescherming en arbeidsmarkt. Prospects wordt daarbij expliciet ingezet als
instrument in de integrale landendialoog met regeringen in de regio, zoals verwoord
in de beleidsbrief die uw Kamer d.d. 24 april 2026 ontving.
– Het kabinet wil dat de Nederlandse inzet aantoonbaar verschil maakt voor degenen die
het meest kwetsbaar zijn. Aandacht voor vrouwen, jongeren, mensen met een beperking
en andere kwetsbare groepen wordt daarom verder verankerd in ontwerp, uitvoering en
monitoring. Dit is niet alleen een mensenrechtenkwestie, maar ook essentieel voor
sociale stabiliteit in opvanglanden.
Het kabinet zal de aanbevelingen van IOB benutten bij de verdere uitvoering van fase
2 en bij de voorbereiding van toekomstige beleidskeuzes op het terrein van opvang
in de regio, migratiepartnerschappen en humanitaire hulp. De inzet daarbij is dat
Nederland, ook na 2027, zichtbaar en effectief bijdraagt aan opvang en perspectief
in de regio, en daarmee aan beheersbare migratiestromen en internationale stabiliteit.
Hierover zal uw Kamer in de loop van 2027 worden geïnformeerd.
De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
S.W. Sjoerdsma
Ondertekenaars
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking