Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de Geannoteerde Agenda van de Raad Algemene Zaken van 14 juli 2026 (Kamerstuk 21501-02-3453)
2026D35761 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal fracties de behoefte
vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de Minister van Buitenlandse
Zaken d.d. 30 juni 2026 inzake de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken van
14 juli 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3453) en de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 22 juni 2026 inzake het
verslag van de Raad Algemene Zaken van 16 juni 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3449).
De voorzitter van de commissie,
Van Meetelen
Adjunct-griffier van de commissie,
Moonen
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
II
Reactie van de Minister van Buitenlandse Zaken
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda ter voorbereiding op de Raad Algemene Zaken van 14 juli 2026. Naar aanleiding
van deze agenda hebben de leden nog enkele vragen.
De leden van de VVD-fractie constateren dat het tijdens bovenstaande Raad onder andere
zal gaan over de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Deze
leden ondersteunen hierbij het uitgangspunt van de Minister dat de uitkomst van de
onderhandelingen belangrijker is dan de snelheid. Hoe kijkt de Minister in dit kader
naar het recente voorstel van Duitsland om de omvang van het Commissievoorstel met
€ 400 miljard te verlagen? En hoe beoordeelt de Minister de reactie van Eurocommissaris
Piotr Serafin, die waarschuwt dat een verlaging van de omvang van het MFK vooral ten
koste zal gaan van het moderniseren van de Europese begroting? Het Europees Parlement
heeft ook verschillende opties geopperd voor meer eigen middelen, waaronder een Europese
digitale heffing, bijdragen vanuit de cryptosector, heffingen op online kansspelen
en aanpassingen aan bestaande klimaat- en luchtvaartheffingen. Daarnaast moet het
Iers voorzitterschap aan de slag met een voorstel op dit terrein in opdracht van de
Raad. Wat is de verwachting van de Minister waar dit voorstel op uit zal komen? Kan
de Minister een overzicht verstrekken van alle opties die zijn geopperd en wat Nederland
hiervan vindt? Hoe staat de Minister in de discussie over de omvang van de groene
uitgaven? In het huidige onderhandelingskader is de voorgestelde doelstelling dat
35% van de MFK-uitgaven moet bijdragen aan klimaat- en milieudoelstellingen nog niet
politiek vastgelegd. Wat is hier de verwachting van de Minister? En hoe voorkomt de
Minister dat een dergelijke doelstelling ten koste gaat van andere doelstellingen
zoals het versterken van het concurrentievermogen in de EU? Hoe beoordeelt de Minister
het bereikte compromis over het do-no-significant-harm-beginsel (DNSH)?
De leden van de VVD-fractie merken voorts op dat er gesproken zal worden over de prioriteiten
van het Iers voorzitterschap van de Europese Raad. Defensie is hierbij één van de
prioriteiten. Terecht, aldus deze leden. Welke impact verwacht de Minister dat het
feit dat Ierland als voorzitter een lange geschiedenis kent van neutraliteit, en het
feit dat Ierland relatief weinig (0.2% van het BNP in 2023) uitgeeft aan defensie-uitgaven,
heeft op het materialiseren van deze prioriteit? Verwacht de Minister daarnaast dat
het belang van de agrarische sector in Ierland impact zal hebben op de onderhandelingen
voor het MFK, met name op de onderhandelingen rond het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid?
De leden van de VVD-fractie constateren dat er ook stil zal worden gestaan bij de
vereenvoudigingsagenda van de Europese Commissie. Deze vereenvoudigingsagenda is voor
deze leden een cruciaal onderdeel van het versterken van het Europees concurrentievermogen
van zowel grote bedrijven als het MKB. De Minister geeft hierbij aan dat het belangrijk
blijft om bij vereenvoudigingen ook een effectbeoordeling uit te voeren. Deze leden
ondersteunen dit uitgangspunt, waarbij het wel belangrijk blijft dat dit niet of niet
onredelijk ten koste gaat van voortvarendheid tijdens het wetgevingsproces. Hoe kijkt
de Minister aan tegen de spanning tussen het uitvoeren van een effectbeoordeling en
de behoefte aan snelheid en voortvarendheid?
De leden van de VVD-fractie constateren tot slot dat er zal worden stilgestaan bij
het EU-toetredingsproces, met name van Montenegro en Albanië. Deze leden zijn hierbij
verheugd met het feit dat zowel Montenegro als Albanië voortgang lijken te boeken.
Hoe wordt hierbij voorkomen dat beide landen na het sluiten van de respectievelijke
hoofdstukken terug zullen vallen? Welke consequenties is de Minister voornemens te
verbinden aan eventuele terugval? In de geannoteerde agenda valt te lezen dat Montenegro
vooralsnog lijkt te voldoen aan de regels voor douaneautoriteiten. Hoe beoordeelt
de Minister in dit kader het risico dat deze leden identificeren waarbij het op papier
lijkt dat het land voldoet aan de vereisten om grenscontroles op goederen te houden,
maar waarbij dit na eventuele toetreding in de praktijk toch niet zo blijkt te zijn?
Meent de Minister dat de Europese Commissie bij de beoordeling over de voortgang voldoende
rekening houdt met deze spanning tussen theorie en praktijk? Denkt de Minister daarnaast
dat Montenegro ook nog recht behoudt op assistentie bij de uitvoering van grenscontroles
nadat het land lid van de EU is geworden, en is dit volgens de Minister wenselijk?
Heeft de Minister daarnaast zich op de landen waarmee Montenegro samenwerkt bij het
uitvoeren van grenscontroles? Wordt er hierbij gebruik gemaakt van hard- en software
van niet-Europese bedrijven? Kan Nederland hierin inzicht vragen? Hoe kan hierbij
volgens de Minister worden voorkomen dat landen als Rusland en China invloed krijgen
op hoe Europese landen hun grenscontroles en de controle van goederen inrichten? Verwacht
de Minister daarnaast dat Nederlandse bedrijven, en met name het MKB en toeristen
in het kader van hoofdstuk 8 van het EU-uitbreidingsproces eerlijk geholpen kunnen
worden bij juridische conflicten waarbij Montenegrijns recht (gedeeltelijk) van toepassing
zal zijn?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Raad Algemene Zaken van 14 juli 2026 en hebben over het Meerjarig Financieel Kader
en de Europese begroting nog enkele vragen.
De leden van de PVV-fractie constateren dat de Minister in de geannoteerde agenda
schrijft zich in te zetten op beperking van de stijging van de EU-afdrachten en modernisering
van het MFK. Tegelijkertijd stelt de Minister in de brief over het Commissievoorstel
voor de EU-begroting 2027 (2026D34177) dat de prioriteiten uit dat voorstel grotendeels overeenkomen met de Nederlandse
beleidsdoelstellingen. Kan de Minister toelichten welke onderdelen van de EU-begroting
2027 het inhoudelijk steunt, en welke onderdelen hij juist wil terugdringen of vergroten?
De leden van de PVV-fractie constateren dat de Minister-President tijdens het debat
over de Europese Top van 18 en 19 juni 2026 heeft aangegeven dat het Cypriotische
voorstel «niet goed genoeg» is en dat Nederland met andere landen optrekt voor een
moderne begroting met een acceptabele omvang. Wat betekent «niet goed genoeg» concreet
in bedragen, afdrachten en inhoudelijke prioriteiten?
De leden van de PVV-fractie constateren daarnaast dat de Minister-President tijdens
hetzelfde debat heeft aangegeven dat de kritiek van de PVV op de verhoudingen in de
begroting terecht was, onder meer omdat cohesie vele malen groter is dan veiligheid,
defensie, migratie en grensmanagement. Tegelijkertijd schrijft de Minister van Financiën
in de kabinetsbrief over de EU-begroting 2027 dat de prioriteiten uit het Commissievoorstel
grotendeels overeenkomen met de Nederlandse beleidsdoelstellingen en prioriteiten.
Kan de Minister toelichten hoe deze twee uitlatingen zich tot elkaar verhouden?
De leden van de PVV-fractie lezen in de geannoteerde agenda dat voor het kabinet de
inhoud belangrijker is dan de snelheid van de onderhandelingen, terwijl het Ierse
voorzitterschap streeft naar overeenstemming over het MFK voor het einde van 2026.
Deze leden verzoeken de Minister aan te geven welke inhoudelijke verbeteringen minimaal
nodig zijn voordat Nederland kan spreken van een aanvaardbaar onderhandelingsresultaat.
Ook verzoeken zij de Minister toe te lichten of hij bereid is de onderhandelingen
te laten vertragen wanneer het einde van 2026 nadert.
De leden van de PVV-fractie constateren dat de Minister-President tijdens het debat
over de Europese Top heeft aangegeven dat het kabinet openstaat voor nieuwe eigen
middelen. Deze leden verzoeken de Minister per mogelijk nieuw eigen middel aan te
geven wat de verwachte gevolgen zijn voor Nederlandse burgers en bedrijven, en of
deze lasten uiteindelijk kunnen doorwerken in hogere prijzen voor huishoudens.
De leden van de PVV-fractie lezen in de brief over de EU-begroting 2027 dat cohesie,
veerkracht en waarden veruit de grootste begrotingscategorie blijft, terwijl veiligheid
en defensie en migratie en grensmanagement veel kleiner zijn. Deze leden verzoeken
de Minister toe te lichten hoe dit zich verhoudt tot de kabinetsinzet voor een modern
MFK. Is de Minister bereid expliciet te pleiten voor minder geld naar cohesie en Brusselse
waardenprogramma’s, en meer Europese inzet op grensbewaking en migratiestop/-beperking,
veiligheid en defensie?
De leden van de PVV-fractie verzoeken de Minister een overzicht te geven van begrotingsposten
binnen de EU-begroting van 2027 en het toekomstige MFK die wat Nederland betreft geen
prioriteit zouden moeten hebben. Deze leden verzoeken of de Minister daarbij expliciet
kan ingaan op programma’s rond Europese waarden, cultuur, gendergelijkheid, klimaat,
externe geldstromen en cohesiebeleid.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Raad Algemene Zaken van 14 juli 2026. Deze leden hebben daarover enkele vragen en
opmerkingen.
De leden van de CDA-fractie lezen dat het Ierse voorzitterschap de Raad zal informeren
over de voortgang van het Meerjarig Financieel Kader 2028–2034. Ook lezen deze leden
dat de Minister inzet op beperking van de stijging van de Nederlandse EU-afdrachten
en op modernisering van het MFK. Deze leden lezen dat de Minister de inhoud belangrijker
vindt dan de snelheid van de onderhandelingen. Dat steunen zij. Kan de Minister toezeggen
dat het kabinet zich niet laat vastzetten door de ambitie om voor het einde van dit
jaar al overeenstemming te bereiken? Welke waarborgen zijn er dat snelheid niet ten
koste gaat van degelijke parlementaire controle?
De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast of het klopt dat Duitsland inmiddels
heeft geëist dat het voorstel van de Europese Commissie met 400 miljard verminderd
wordt. Zo ja, wat is het standpunt van Nederland hierin?
De leden van de CDA-fractie lezen dat Ierland tijdens het voorzitterschap inzet op
concurrentievermogen, waarden en veiligheid en defensie. Deze leden kunnen deze prioriteiten
steunen. Wel vragen zij of de Minister bereid is bij het Ierse voorzitterschap te
pleiten om ook voortvarend in te blijven zetten op het reguleren van digitale diensten,
ondanks dat veel van deze bedrijven in Ierland gevestigd zijn. Zo nee, waarom niet?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Minister vindt dat impactvolle voorstellen
een effectbeoordeling nodig hebben en dat de Commissie aangeeft ervoor te willen zorgen
dat deze voortaan in meer gevallen worden uitgevoerd. Kan de Minister toezeggen dat
Nederland in beginsel geen steun geeft aan Omnibusvoorstellen met grote gevolgen als
een goede effectbeoordeling ontbreekt? Deze leden vragen daarnaast hoe de Minister
voorkomt dat vereenvoudiging leidt tot afzwakking van belangrijke doelen, zoals verantwoord
ondernemen, consumentenbescherming, milieubescherming en eerlijke concurrentie.
De leden van de CDA-fractie vragen of de Minister een overzicht kan geven van welke
hoofdstukken in de toetredingsonderhandelingen van enerzijds Albanië en anderzijds
Montenegro nog niet gesloten zijn, en of hier een inschatting van een tijdsplanning
aan te koppelen is.
II. Reactie van de Minister van Buitenlandse Zaken
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.F. van Meetelen, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken -
Mede ondertekenaar
J.H.R. Moonen, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.