Brief regering : Voortgang Samen tegen mensenhandel
28 638 Mensenhandel
Nr. 263
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juli 2026
Mensenhandel is een ernstige schending van mensenrechten en één van de meest ontwrichtende
vormen van criminaliteit. Slachtoffers krijgen te maken met seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting,
criminele uitbuiting en andere vormen van uitbuiting, met ingrijpende gevolgen voor
hun veiligheid, gezondheid en toekomstperspectief.
De aanpak van mensenhandel vraagt om een brede en gezamenlijke inzet van overheidspartijen,
maatschappelijke organisaties en ervaringsdeskundigen.
Daarom zetten we met het Actieplan programma Samen tegen mensenhandel (hierna: Actieplan)
in op het voorkomen van mensenhandel, het beter signaleren en ondersteunen van slachtoffers
en het versterken van de aanpak van daders. In deze brief informeer ik uw Kamer, mede
namens de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, de Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid, de Minister van Asiel en Migratie, de Minister van Buitenlandse
Zaken en de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, over de
belangrijkste ontwikkelingen in de voortgang van de uitvoering van het Actieplan.
In bijlage 1 is ook een monitoringsoverzicht opgenomen met de stand van zaken van
alle lopende en afgeronde acties uit het Actieplan. Tot slot informeer ik u over de
stand van zaken van moties en toezeggingen en de internationale ontwikkelingen in
de aanpak van mensenhandel.
Voortgang uitvoering Actieplan Samen tegen mensenhandel
Creëren van brede bewustwording (actielijn 1)
Op 20 november 2025 is een koepelcampagne gelanceerd onder de noemer «Sluit Mensenhandel
uit».1 Deze campagne is een samenwerkingsverband tussen een groot aantal partijen die samen
optrekken om mensenhandel in Nederland tegen te gaan.2 De komende periode wordt de campagne voortgezet onder coördinatie van het Landelijk
coördinatiecentrum tegen mensenhandel (hierna: Comensha).
Daarnaast is in september 2025 het Field Lab over klanten van slachtoffers van mensenhandel
gestart. Ik heb uw Kamer hierover geïnformeerd in mijn brief van december 2025.3 Begin dit jaar heeft een afsluitende bijeenkomst plaatsgevonden en inmiddels is het
afsluitende rapport gedeeld. Ik verken of en in welke mate er opvolging aan de gedane
Field Labs kan worden gegeven. Waar mogelijk zullen verbindingen worden gelegd met
lopende trajecten binnen en buiten het programma.
In januari 2026 heeft, in samenwerking met de politie en partners uit het Fieldlab
Klantaanpak een landelijke actiedag plaatsgevonden. Het doel was om klanten af te
schrikken, vooral preventief. Op diverse online platforms zijn, na inzet van lokprofielen,
honderden chats gevoerd met potentiële klanten. In 65 gevallen is een «rode kaart»-banner
verstuurd aan potentiële klanten die ondanks signalen uit de chat een betaalde seksafspraak
met een minderjarige wilden doorzetten. In 23 gevallen is een «groene kaart»-banner
verstuurd naar klanten die na diezelfde signalen afzagen van de afspraak. Momenteel
wordt bekeken of het haalbaar is om later in 2026 opnieuw een landelijke actiedag
te organiseren.
Vergroten van de meldingsbereidheid (actielijn 2)
Momenteel wordt gewerkt aan de doorontwikkeling van het nationaal verwijzingsmechanisme
(NVM) waar het centraal online informatiepunt onderdeel van is. Een nationaal verwijzingsmechanisme
is de systematiek waarmee een lidstaat zorgt voor detectie en identificatie van slachtoffers
van mensenhandel, en hen naar passende zorg en opvang verwijst en begeleidt. De herziene
Europese richtlijn mensenhandel vraagt om het instellen van één of meerdere verwijzingsmechanismen.4 De herziene richtlijn schrijft voor dat een verwijzingsmechanisme een «transparant,
toegankelijk en geharmoniseerd kader» is. «In een dergelijk kader moeten deelnemende
bevoegde autoriteiten, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden worden
aangewezen, en moeten hun respectievelijke taken worden vastgesteld». Het mechanisme
waarborgt dat (mogelijke) slachtoffers op een gestructureerde wijze worden doorverwezen
naar passende opvang, ondersteuning en hulpverlening, met als doel hun rechten te
beschermen en te voorkomen dat zij tussen verschillende instanties in de keten van
zorg en handhaving buiten beeld raken.
De implementatiedeadline van de herziene richtlijn is 15 juli 2026. De behandeling
door uw Kamer van het implementatievoorstel staat nu gepland op 14 september 2026.
Samen met Comensha wordt verkend welke onderdelen van het NVM op 15 juli 2026 gereed
moeten zijn en waar een hoger ambitieniveau is en meer tijd nodig is. Verschillende
trajecten binnen actielijn 3 van het Actieplan dragen bij aan de verdere inhoudelijke
invulling van het NVM. Het gaat daarbij om de actie omtrent het opvanglandschap en
de actie omtrent de loskoppeling van de identificatie van slachtoffers en het strafproces.
Een belangrijk onderdeel in de ontwikkeling van het NVM is het Centraal Informatiepunt.
De website van het Centraal online informatiepunt is op 18 juni 2026 gelanceerd.5 De website is ontwikkeld als informatie- en handelingsplatform voor slachtoffers,
burgers en professionals, waarbij op basis van gebruikersonderzoek is gewerkt aan
toegankelijke structuur, navigatie, B1-teksten en meertaligheid. Input van professionals,
de spiegelgroep ervaringsdeskundigen van Comensha en organisaties betrokken bij de
actielijn rond minderjarigen zijn meegenomen.
De website wordt doorlopend verder ontwikkeld en aangepast aan nieuwe behoeften en
ontwikkelingen; ook wordt deze in meerdere talen beschikbaar gesteld.
Investeren in en werken aan een betere vaststelling van slachtofferschap en bescherming
(actielijn 3)
Binnen actielijn 3 wordt op meerdere manieren gewerkt aan het investeren in, en werken
aan een betere vaststelling van slachtofferschap en bescherming. Ik ga daarop hieronder
in.
Verkenning naar mogelijkheden van loskoppelen van identificatie slachtoffers en strafproces
Binnen actielijn 3 wordt in een brede werkgroep gewerkt aan een betere vaststelling
van slachtofferschap en bescherming van slachtoffers. Momenteel wordt verkend of er
een vierde partij kan worden aangewezen vanuit het zorgdomein die – naast de politie,
de NLA en de KMar – ook de «geringste aanwijzing» van mensenhandel kan vaststellen
en de bedenktijd kan aanbieden. Binnen de bedenktijd heeft een slachtoffer drie maanden6 de tijd waarin zijn of haar vertrekplicht uit Nederland wordt opgeschort en waarin
het slachtoffer zich kan beraden over het wel of niet doen van aangifte, eerste stappen
richting herstel kan zetten en tot rust kan komen. Wanneer aangifte wordt gedaan,
kan een slachtoffer daarna in aanmerking komen voor een tijdelijke verblijfsvergunning.
Daarnaast wordt verkend onder welke voorwaarden er een onafhankelijke en multidisciplinaire
commissie voor de formele vaststelling van slachtofferschap kan worden ingesteld buiten
het strafproces om. Dit kan slachtoffers ondersteunen en erkenning geven in hun herstelproces,
ook wanneer een aangifte tot te weinig opsporingsindicaties leidt om een dader te
kunnen vervolgen. Ook kan een oordeel van een onafhankelijke commissie behulpzaam
zijn bij (meer) mogelijkheden voor hulp en ondersteuning. Voor slachtoffers zonder
verblijfsrecht kan formele identificatie van slachtofferschap door een multidisciplinaire
commissie behulpzaam zijn bij een aanvraag om rechtmatig verblijf en de daaraan gekoppelde
hulp en opvang te krijgen, onafhankelijk van het opsporingsonderzoek.
Verbeteren opvanglandschap
Binnen actielijn 3 wordt onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Langdurige
Zorg, Jeugd en Sport gewerkt aan de verbetering van het opvanglandschap voor slachtoffers
van mensenhandel. Ieder slachtoffer van mensenhandel, ongeacht problematiek of uitbuitingsvorm,
moet terecht kunnen in deze opvang. In de opvang wordt begeleiding en ondersteuning
geboden en bezien of en welke vervolghulp passend is. De inrichting van een nieuw
opvanglandschap vraagt zorgvuldige afstemming en uitwerking.
Om te komen tot een nieuw ontwerp voor een toekomstbestendig opvanglandschap voor
slachtoffers van mensenhandel, loopt momenteel een ontwikkeltraject. Gemeenten en
de rijksoverheid werken hierin nauw samen met Comensha, opvanginstellingen, zorgcoördinatoren
en ervaringsdeskundigen. Het ontwerp is gericht op de opvang voor meerderjarige slachtoffers,
waarbij geen instroomcriteria worden toegepast. In dit ontwerp wordt onder andere
de inrichting, organisatie, capaciteit en schaalgrootte van deze opvangvoorzieningen
uitgewerkt. Daarnaast is er oog voor randvoorwaarden zoals de governance en financieringsstromen.
Dit traject bouwt voort op de eerder uitgevoerde onderzoeken naar het huidige opvanglandschap.
Op dit moment worden verschillende onderdelen van het ontwerp nog verder uitgewerkt.
Dit heeft bijvoorbeeld betrekking op het schaalniveau waarop opvang en ondersteuning
het best kunnen worden georganiseerd, de wijze waarop ondersteuning voor verschillende
slachtoffergroepen moet worden vormgegeven en de verschillende woonvormen binnen de
opvang die daarvoor nodig zijn. Zaken als de (centrale) toeleiding naar opvang en
inzicht in de beschikbaarheid van opvangplekken zijn tevens onderdeel van het nationaal
verwijzingsmechanisme uit de herziene Europese richtlijn mensenhandel.
Daarnaast wordt doorlopend actief ingezet op het realiseren van bestuurlijk draagvlak
en commitment voor de ontwikkelrichting. Dit is noodzakelijk om de beoogde wijzigingen
verder vorm te kunnen geven. Voor het einde van dit jaar wordt door de Minister van
Langdurige Zorg, Jeugd en Sport een inhoudelijk ontwerp voor het opvanglandschap met
de Kamer gedeeld.7 Na afronding van het ontwerp zal in 2027 een plan voor (gefaseerde) implementatie
van het ontwerp worden opgesteld. Momenteel wordt de opvolging van het houdbaarheidsonderzoek
van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) vormgegeven. De opvolging en implementatie
van verbeteringen in het opvanglandschap zullen hierin worden meegenomen.
Spiegelgroep ervaringsdeskundigen
Leden van de Spiegelgroep Ervaringsdeskundigen zijn de afgelopen periode betrokken
bij de uitvoering van acties over het opzetten van barrièremodellen, verbetering van
de informatiedeling en gegevensverwerking, de verkenning naar mogelijkheden van het
loskoppelen van de identificatie van slachtoffers en het strafproces, en bij de pilot
voor de preventie van het ronselen van slachtoffers mensenhandel bij beschermd en
begeleid wonen. Daarnaast sluit de Spiegelgroep aan bij het kwartaaloverleg en de
regiegroep waarin de algemene voortgang van het Actieplan wordt besproken. De Spiegelgroep
zal zich de komende tijd richten op de ontwikkeling van een poule van ervaringsdeskundigen.
Vanuit deze poule kunnen ervaringsdeskundigen worden ingezet bij verschillende acties
en projecten, ook buiten het Actieplan.
Verbeteren van de (boven)regionale samenwerking (actielijn 4)
Actielijn 4 richt zich op het verbeteren van de (bovenregionale en regionale) samenwerking.
Een effectieve aanpak van mensenhandel vraagt om goede afstemming tussen gemeenten,
zorgpartijen, veiligheidspartners en andere betrokken organisaties. Om de effectiviteit
van de acties binnen deze actielijn te vergroten, zijn verschillende acties samengevoegd.
Door deze in samenhang uit te voeren, wordt gerichter gewerkt aan het versterken van
de samenwerking binnen de lokale en (boven)regionale aanpak.
De afgelopen periode is ingezet op een verdere versterking van de positionering van
sleutelfiguren binnen de aanpak van mensenhandel. Voor regionale ketenregisseurs (of
regiehouders/ketencoördinatoren), regionale zorgcoördinatoren en lokale aandachtsfunctionarissen
zijn bouwstenen ontwikkeld voor samenwerking en voor monitoring en evaluatie. Deze
bouwstenen bieden concrete handvatten voor onder meer de inrichting van signalering,
slachtofferzorg en de coördinatie van bestuurlijke en strafrechtelijke maatregelen.
De bouwstenen maken inzichtelijk welke taken onmisbaar zijn om slachtoffers te bereiken
en te ondersteunen, ongeacht waar deze taken zijn belegd, en dragen bij aan een meer
eenduidige werkwijze. Voorwaarde hierbij is dat er voldoende middelen en medewerkers
beschikbaar zijn om deze taken uit te voeren. De bouwstenen sluiten aan bij het eerder
ontwikkelde Kader en Kompas Mensenhandel van de VNG en zijn in lijn met de herziene
Europese Richtlijn mensenhandel.
Tot slot zijn onder leiding van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid
(hierna: CCV) barrièremodellen (door)ontwikkeld voor criminele-, arbeids- en seksuele
uitbuiting. Het doel is om de prioritering binnen de aanpak van mensenhandel op strafrechtelijk
én bestuurlijk vlak te versterken. Deze modellen geven inzicht in de signalen, gelegenheden
en facilitators om op basis daarvan barrières op te werpen. Tevens zijn deze modellen
verrijkt met input van ervaringsdeskundigen om vanuit slachtofferperspectief te toetsen
of de modellen geschikt zijn om toe te passen. De modellen worden eind juni 2026 afgerond
en zijn te vinden op de website van het CCV. Binnen het Actieplan wordt met betrokken
actoren gewerkt aan de implementatie van barrières die goed scoren op impact en haalbaarheid.
Verbetering van de informatiedeling en gegevensverwerking (actielijn 5)
In het kader van actielijn 5 is een werkgroep Informatiedeling en gegevensverwerking
ingesteld, die wordt begeleid door het Kennis- en Expertisenetwerk voor vraagstukken
op het gebied van privacy en gegevensverwerking bij samenwerking in het sociaal, zorg-
en veiligheidsdomein (KEN!), onderdeel van het Platform Sociaal Domein van de VNG.
In 2025 zijn werkwijzen uit de praktijk opgehaald en vertaald naar een werkproces.
Dit werkproces vormt de basis voor de uitwerking van de noodzakelijke gegevensverwerking
en juridische grondslagen daarvoor voor de betrokken partijen. Het werkproces is uitgewerkt
tot een concepthandreiking, die is getoetst bij de praktijk, de werkgroep en ervaringsdeskundigen
uit de spiegelgroep van Samen tegen mensenhandel en is positief ontvangen. Daarnaast
wordt door actiehouders van actielijn 6 meegekeken op het perspectief van minderjarigen
in de concepthandreiking. Op basis van deze concepthandreiking wordt een juridische
analyse uitgevoerd. Deze analyse is gestart in het eerste kwartaal van 2026 en wordt
naar verwachting afgerond in de zomer van 2026. De uitkomsten kunnen aanleiding geven
tot aanpassingen van het werkproces en tot aanscherping van de daaraan verbonden voorwaarden.
De definitieve handreiking zal op basis hiervan worden vastgesteld en bevat een beschrijving
van de juridische grondslagen waarop professionals het delen van gegevens bij de aanpak
van mensenhandel kunnen baseren. Indien nodig worden daarnaast aanbevelingen gedaan
voor aanpassing van wet- en regelgeving. De komende periode wordt gestart met het
delen van de resultaten van de analyse en de handreiking met uitvoerende professionals
en beleidsmedewerkers op het terrein van mensenhandel en privacy gedeeld.
Versterken van de positie van minderjarige slachtoffers (actielijn 6)
Voor minderjarige slachtoffers van mensenhandel richt actielijn 6 zich op het verbeteren
van de signalering, bescherming en ondersteuning van deze groep. Defence for Children-ECPAT,
Rode Kruis en FIER werken binnen deze actielijn samen aan concrete handvatten voor
verbeteracties in de praktijk.
Om die handvatten te bieden is eerst in kaart gebracht welke organisaties zich bezighouden
met het beschermen van minderjarige slachtoffers zodat de samenwerking kan worden
verbeterd. Daarnaast zijn opgehaalde verbeterpunten in de signalering, het aangifteproces
en de hulpverlening getoetst bij ervaringsdeskundigen, slachtoffers en experts en
wordt onderzocht hoe hulp voor slachtoffers beter kan aansluiten bij hun rechten en
behoeften. Omdat jeugdige slachtoffers de consequenties van bijvoorbeeld het doen
van aangifte niet helemaal overzien of schaamte ten opzichte van ouders sterker speelt,
is voor deze groep bij uitstek vertrouwen in de hulpverlening en goede samenwerking
cruciaal. De verzamelde inzichten worden in Q3 en Q4 2026 gebundeld in concrete handreikingen
voor de praktijk van professionals en organisaties.
De campagne Jongeren zijn #GeenBuit motiveert professionals tot het volgen van de
gratis e-learning op www.buitvoorprofessionals.nl en heeft tot nu toe ruim 1 miljoen personen bereikt. De gratis e-learning BUIT voor
professionals is tot op heden door ruim 5.900 mensen gevolgd. De meeste deelnemers
zijn werkzaam in de jeugdzorg/jeugdbescherming, bij gemeenten, in de migratieketen,
het onderwijs en het welzijnswerk. De uitgebreide verdiepende training over mensenhandel
onder minderjarigen is tot nu toe door ruim 1.500 professionals gevolgd, onder andere
door medewerkers van gemeenten, jeugdzorg, jeugdbescherming, Veilig Thuis, COA en
NIDOS. Er blijkt een grote behoefte aan deskundigheidsbevordering rond mensenhandel
te zijn onder medewerkers uit deze sectoren.
Beleidsreactie NRM-advies versterking governance mensenhandel en WODC-onderzoek Landelijke
aansturing en coördinatie aanpak mensenhandel
De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (hierna: de
Nationaal Rapporteur) heeft op 7 oktober 2024 een advies aan de Minister van JenV
aangeboden over de governance-structuur van de aanpak van mensenhandel (hierna: het
governance-advies).8 Daarnaast heeft het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (hierna: WODC) naar
aanleiding van de motie Mutluer9 een onderzoek laten uitvoeren door RAND Europe naar de huidige organisatie en de
landelijke aansturing van de aanpak van mensenhandel (hierna: het WODC-rapport).10 Het WODC-rapport is op 13 april 2026 gepubliceerd.
Zowel in het governance-advies als in het WODC-onderzoek wordt geconcludeerd dat de
aanpak mensenhandel te versnipperd is en te lokaal wordt ingestoken, waardoor onvoldoende
samenhang ontstaat. In beide rapporten is de conclusie dat rollen en verantwoordelijkheden
onduidelijk zijn, er gebrek is aan strategische aansturing, en heldere besluitvormingsprocedures
en procesafspraken. Ook wordt in het WODC-rapport geconstateerd dat er op regionaal
niveau grote verschillen zijn in de mate van samenwerking, wat vooral bij regio-overstijgende
mensenhandel tot problemen leidt.
In zowel het governance-advies als het WODC-rapport wordt aanbevolen om een Nationaal
Coördinator aan te stellen, waarbij de Nationaal Rapporteur aanbeveelt om de rol van
de Minister van Justitie en Veiligheid op dit punt te formaliseren en zo te versterken.
In het WODC-onderzoek is overeenkomstig de motie Mutluer11 onderzocht in hoeverre een Nationaal Coördinator Mensenhandel de geschetste knelpunten
kan verlichten of oplossen binnen de huidige bestuurlijke inrichting. In het WODC-onderzoek
wordt geconstateerd dat de aard van de problematiek deels verband houdt met het Nederlandse
bestuurlijke systeem, wat met zich brengt dat een Nationaal Coördinator niet kan worden
gezien als een oplossing voor alle genoemde knelpunten die binnen de huidige organisatiestructuur
en met bestaande initiatieven nog niet verlicht kunnen worden. Er is behoefte aan
doorzettingsmacht om bestuurlijke impasses te doorbreken en gemeenten en regio’s aan
te spreken op hun verantwoordelijkheden, maar dat wringt met het Nederlandse decentrale
stelsel, waarin gemeentelijke autonomie centraal staat. Toch concludeert het WODC-onderzoek
dat een Nationaal Coördinator van toegevoegde waarde kan zijn als deze optreedt als
verbinder tussen landelijke, regionale en lokale partijen en zorgt dat iedereen vanuit
dezelfde uitgangspunten werkt. Het governance-advies bevat daarnaast aanbevelingen
tot het instellen van een Commissie aanpak Mensenhandel en een Nationaal Verwijzingsmechanisme,
binnen een heldere overkoepelende samenwerkingsstructuur waarin bestaande overleg-
en samenwerkingsverbanden duurzaam worden ingebed.
Beleidsreactie governance-advies en WODC-onderzoek
Allereerst wil ik het WODC en de Nationaal Rapporteur bedanken voor het uitgevoerde
onderzoek, advies en de aanbevelingen die hieruit zijn voortgekomen. Samenwerking
is cruciaal in het beschermen van slachtoffers, aanpakken van daders en de aanpak
van mensenhandel in het algemeen. Er is gewacht met het geven van een reactie op het
governance-advies tot de resultaten van het WODC-onderzoek gereed waren, zodat ik
een integrale reactie op beide adviezen kan geven. Deze treft u hieronder aan.
Uitgangspunt voor de nieuwe governance is het Huis van Thorbecke: we respecteren de
bestaande interbestuurlijke verhoudingen. De aanpak van mensenhandel is ketenbreed
en raakt vele partijen binnen en buiten de overheid op lokaal, regionaal en rijksniveau.
Het Rijk draagt stelselverantwoordelijkheid: het stelt wettelijke kaders en landelijke
beleidsdoelen vast en borgt de financiële randvoorwaarden. Binnen die kaders hebben
gemeenten autonome en medebewindstaken, met ruimte om uitvoering en prioritering lokaal
vorm te geven onder decentrale bestuurlijke verantwoordelijkheid. Het Rijk beschikt
niet over een algemene bevoegdheid om gemeenten rechtstreeks aan te sturen op de wijze
waarop zij hun taken uitvoeren. Het is binnen het huidige bestel voor het Rijk bijvoorbeeld
niet mogelijk om individuele gemeenten aan te spreken op de wijze waarop zij prostitutiecontroles
uitoefenen of om gemeenten voor te schrijven op welke wijze zij moeten zorgen voor
duurzame inbedding van de ketenregisseur of zorgcoördinator. Wel kan het Rijk best
practises op al deze vlakken stimuleren en actief uitdragen, veelbelovende pilots
financieren, bouwstenen aandragen en in gesprek met gemeenten werken aan oplossingen
voor knelpunten.
a. Nationaal Coördinator Mensenhandel: formaliseren rol MJenV
In de herziene EU-richtlijn Mensenhandel staat dat een Nationaal Coördinator of een
soortgelijk mechanisme moet worden aangesteld voor de bestrijding van mensenhandel.12 Conform het advies van de Nationaal Rapporteur wordt de rol van de Minister van JenV
als Nationaal Coördinator Mensenhandel nader geëxpliciteerd en formeel vastgelegd
in een brief aan de Tweede en Eerste Kamer, waarbij het mandaat met bijbehorende verantwoordelijkheden
en bevoegdheden expliciet zal worden vastgelegd. Dit zal ook worden gedaan voor de
taken en verantwoordelijkheden van andere betrokken bewindspersonen van SZW, VWS,
AenM en BZ.
Dit werkt naar verwachting positief uit op het verankeren van mensenhandel als thema
binnen de betrokken departementen, kan de al bestaande centrale coördinatie verder
versterken en tilt de aandacht daarvoor op een hoger, strategisch niveau. Taak van
de Nationaal Coördinator zal worden om alle betrokken partijen te committeren aan
gezamenlijke doelstellingen, met behoud van ieders verantwoordelijkheid, en partijen
aan te spreken als deze niet worden verwezenlijkt door te monitoren en te controleren
op de voortgang. De Nationaal Coördinator is daarnaast degene die zorgt voor de interdepartementale
afstemming tussen de betrokken ministeries en die optreedt namens de regering als
eerste vertegenwoordiger van de aanpak. Tot slot, coördineert de Nationaal Coördinator
de totstandkoming en uitvoering van een Actieplan aanpak mensenhandel.
Er wordt niet gekozen voor het benoemen van een externe Nationaal Coördinator. Gelet
op de gewenste regierol bij het oplossen van de knelpunten in combinatie met de bestaande
interbestuurlijke verhoudingen en het reeds bestaan van de onafhankelijk gepositioneerde
Nationaal Rapporteur lijkt de Minister van JenV de meest aangewezen persoon om deze
rol te vervullen. De Nationaal Rapporteur adviseert dit ook.
b. Regieraad Aanpak Mensenhandel
Overeenkomstig het governance-advies van de Nationaal Rapporteur wordt er verder voor
gekozen de Task Force Mensenhandel en de Regiegroep van het actieplan Samen tegen
Mensenhandel grotendeels te integreren tot de «Regieraad Aanpak Mensenhandel». De
Regieraad zal starten bij aanvang van het nieuwe Actieplan Samen tegen mensenhandel.
Het succes van deze Regieraad hangt mede af van het mandaat en de inzet van de leden
van de Regieraad; daarom wordt gekozen voor een vertegenwoordiging op hoog bestuurlijk
niveau. De Regieraad bestaat in ieder geval uit hoog bestuurlijke vertegenwoordigers
van het Openbaar Ministerie, Politie, Nederlandse Arbeidsinspectie, Comensha, VNG
en de portefeuillehouder Mensenhandel bij de VNG, en wordt voorgezeten door de Nationaal
Coördinator Mensenhandel, de Minister van JenV. De Ministers van SZW, VWS, BZ en AenM
zullen als agendalid worden betrokken bij de Regieraad en zullen deelnemen als de
agenda daar aanleiding toe geeft. Ook de Nationaal Rapporteur zal deelnemen aan de
Regieraad. Gelet op haar kennis van het thema kan zij onderwerpen in de Regieraad
agenderen en daarmee een waardevolle bijdrage leveren. Gelet op haar onafhankelijke
positie en de mogelijk vertrouwelijke onderwerpen die besproken worden in de Regieraad,
zal bij de uitwerking aandacht worden besteed aan de wijze waarop zij participeert
in de Regieraad. De Regieraad zal twee keer per jaar bij elkaar komen en zal ambtelijk
worden ondersteund door JenV.
De Regieraad bespreekt strategische vraagstukken en zal in ieder geval ook het Actieplan
strategisch aansturen en monitoren. Daarnaast zal er ruimte zijn om andere relevante
strategische onderwerpen te bespreken op basis van de behoefte van de betrokken deelnemers.
Daarmee is de Regieraad in lijn met de in het governance-advies door de Nationaal
Rapporteur voorgestelde Commissie aanpak Mensenhandel.
Voor wat betreft de opsporing en vervolging geldt dat de politie en het OM deelnemen
aan de Regieraad om toe te lichten op en het gesprek te voeren over ontwikkelingen
binnen de opsporing en vervolging van mensenhandel. De Regieraad zal niet kunnen sturen
op en/of treden in het gezag van het OM over de opsporing en vervolging. Hiervoor
zijn de geëigende verhoudingen met de Minister van JenV leidend. Resultaatsafspraken
worden gemaakt in de Veiligheidsagenda, waarbij ook in de komende Veiligheidsagenda
een aparte paragraaf zal worden opgenomen over het thema mensenhandel.
c. Werkgroep onder Regieraad
Onder deze Regieraad wordt een brede werkgroep samengesteld, bestaand uit een vertegenwoordiging
van organisaties op MT-niveau. Het betreft in ieder geval de organisaties die zitting
hebben in de Regieraad. De werkgroep zal verder worden aangevuld met belangrijke stakeholders
die medebepalend zijn voor de aanpak. In de werkgroep wordt besluitvorming in de Regieraad
voorbereid en kan op meer tactisch niveau over de aanpak van mensenhandel worden gesproken.
d. Overige aanbevelingen uit het governance-advies & WODC-rapport
In het governance-advies en het WODC-rapport zijn ook aanbevelingen gedaan ten aanzien
van het instellen van een Nationaal Verwijzingsmechanisme, de structuur voor zorg-
en veiligheidshuizen, de (toegang tot) opvang van slachtoffers mensenhandel, de loskoppeling
tussen het vaststellen van het slachtofferschap en het strafproces, de wijze van financieren
en de uitdagingen bij gegevensdeling. Dit zijn belangrijke aspecten waarop er nog
werk aan de winkel is. Sinds het uitkomen van het governance-advies in 2024 en de
kennistafels die de input hebben geleverd voor het WODC-onderzoek is er, zoals hiervoor
in deze brief reeds beschreven, op al deze punten al veel werk verzet. Graag neem
ik de aanbevelingen daarin mee. Het werk op deze punten is nog niet af en graag willen
de betrokken stakeholders op deze punten de ingezette lijn vasthouden en verder ontwikkelen.
In de Regieraad en het nieuwe Actieplan kan worden bezien of de ingezette werkwijze
ten aanzien van deze punten het gewenste resultaat oplevert.
Internationale ontwikkelingen en initiatieven
In eerdere voortgangsbrieven Samen tegen mensenhandel hebben mijn voorgangers aandacht
besteed aan internationale ontwikkelingen met betrekking tot de aanpak van mensenhandel.
Ook in deze brief sta ik stil bij de verbinding tussen nationale trends en ontwikkelingen
en de internationale inzet. Ook licht ik een aantal internationale initiatieven toe
die bijdragen aan het tegengaan van mensenhandel.
COMPASS
Het Cooperation on Migration and Partnerships to Achieve Sustainable Solutions (COMPASS)
programma is een programmatische samenwerking tussen Nederland en de Internationale
Organisatie voor Migratie (IOM) op het gebied van migratie in veertien landen, waaronder
Nigeria en Irak. In Nigeria, waar nog steeds een groot aantal slachtoffers van mensenhandel
in Nederland vandaan komt, richt dit programma zich onder andere op bescherming en
herintegratie van slachtoffers van mensenhandel en het tegengaan van mensenhandel.
Eind 2025 is de COMPASS-steun aan Nigeria uitgebreid met vijf miljoen euro voor 2026–2027.
Deze extra middelen worden onder andere ingezet voor een samenwerking met de Koninklijke
Nederlandse Voetbalbond (KNVB) om mensenhandel in Nigeriaanse gemeenschappen te voorkomen
en voor het verbeteren van grensoverschrijdende samenwerking tussen Niger en Nigeria
bij het tegengaan van mensenhandel.
Ook in Irak draagt Nederland via COMPASS bij aan de bescherming van (potentiële) slachtoffers
van mensenhandel. Zo wordt ingezet op bewustwording binnen relevante gemeenschappen
en training van professionals, bijvoorbeeld op het gebied van slachtofferidentificatie.
Daarnaast zet IOM in op directe ondersteuning aan slachtoffers en op het verbeteren
van data over migratie en beschermingsrisico’s.
EMPACT
Het European Multidisciplinary Platform Against Criminal Threats (EMPACT) is een EU-mechanisme
dat tot doel heeft ernstige en georganiseerde criminaliteit te bestrijden door middel
van grensoverschrijdende operationele acties. De nieuwe cyclus van EMPACT voor de
periode 2026–2029 is van start gegaan. Nederland blijft leiding geven aan de EMPACT-groep
die over mensenhandel gaat. Nederland leidt twee van de vijftien operationele acties:
«Financieel rechercheren» onder leiding van de politie en de nieuwe actie «Justitiële
samenwerking» onder leiding van het Openbaar Ministerie. Verder is Nederland medeleider
bij zes andere operationele acties, waardoor Nederland de leiding behoudt over de
samenwerking met China in het kader van het bestrijden van mensenhandel en de EMPACT
mensenhandel Hackaton. Hierbij komen tijdens een actieweek professionals uit verschillende
landen samen om online mogelijke signalen, slachtoffers en daders van mensenhandel
op te sporen.
Verdrag Raad van Europa tegen de handel in menselijke organen
Nederland is gestart met de goedkeuringsprocedure voor het Verdrag van de Raad van
Europa tegen de handel in menselijke organen.13 Door de goedkeuring van het Verdrag kan internationale samenwerking worden versterkt
en wordt Nederland in staat gesteld om van best practices van andere landen te leren.
EU4FAST
Het EU Support to Strengthen the Fight against Migrant Smuggling and Trafficking in
Human Beings in the Westerns Balkans (EU4FAST-project) richt zich op het versterken
van de strafrechtelijke keten rond mensensmokkel en mensenhandel in de Westelijke
Balkan en de EU. Er wordt ingezet op een benadering waarbij het slachtoffer centraal
staat, met in het bijzonder aandacht voor minderjarigen, vrouwen en andere kwetsbare
groepen.
Internationale samenwerking politie
Internationaal wordt door de politie geïnvesteerd in de samenwerking met belangrijke
herkomstlanden van slachtoffers van mensenhandel in Nederland, zoals Roemenië, Colombia
en transitland Spanje. Dat gaat enerzijds om het draaien van gezamenlijke opsporingsonderzoeken
en actieweken en anderzijds om capaciteitsversterking en preventie. Zo zijn Roemeense
politiecollega’s getraind in online opsporing om mensenhandel beter op te kunnen sporen
en wordt een mobiele escaperoom in samenwerking met Stichting Reshape ingezet in Oost-Europa
om voorlichting te geven over mensenhandel in de specifieke gemeenten waar we buitenlandse
slachtoffers in Nederland vandaan zien komen.
Overige moties en toezeggingen
Motie Ceder en Bikker – jaarlijkse monitoring over de toepassing van het non-punishmentbeginsel14
In de motie wordt gevraagd om de toepassing van non-punishment jaarlijks te monitoren
in de wetenschap dat het non-punishment beginsel niet in de wet komt. Inmiddels is
het non-punishment beginsel toegevoegd aan de modernisering van art. 273f Sr. Ter
uitvoering van deze motie zal ik, na inwerkingtreding van art. 273f Sr met de relevante
partijen in gesprek gaan over hoe de toepassing jaarlijks kan worden gemonitord. Ik
informeer uw Kamer wanneer dit gesprek heeft plaatsgevonden.
Motie Boomsma (NSC) en Ceder (CU) – instellen van een coördinatiecommissie voor een
eenduidige landelijke aanpak van mensenhandel15
In deze brief ben ik, mede op basis van het governance-advies van de Nationaal Rapporteur
Mensenhandel, reeds ingegaan op de uitwerking van de governance in het mensenhandelveld.
Daarmee is uitvoering gegeven aan de motie. Ik beschouw de motie hiermee als afgedaan.
Motie Boomsma (NSC) c.s. – preventie, signalering en consulaire en juridische ondersteuning
van slachtoffers van huwelijkse uitbuiting verbeteren16
In de voortgangsbrief van december 2025 heeft mijn voorganger deze motie al afgedaan.
Ik wil uw Kamer nog informeren over de online campagne van het Ministerie van Buitenlandse
Zaken over huwelijksdwang en achterlating, die ook in de zomer van 2026 wordt voortgezet.
Tevens organiseert het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dit jaar een
postercampagne op Schiphol tijdens de zomervakantie, die zich richt op (potentiële)
slachtoffers van huwelijksdwang, achterlating, vrouwelijke genitale verminking en
mensenhandel. Het verbeteren van het signaleren van slachtoffers is ook van belang
bij Nederlandse diplomatieke vertegenwoordigingen. In het opleidingsaanbod voor consulaire
medewerkers die werkzaam zijn bij deze diplomatieke vertegenwoordigingen zit een module
specifiek over huwelijksdwang en achterlating. Consulaire bijstand richt zich op het
bieden van consulair-maatschappelijke ondersteuning aan Nederlanders, het faciliteren
van terugkeer naar Nederland en het, waar mogelijk, in contact brengen van slachtoffers
met lokale hulpverleningsorganisaties en familierechtadvocaten.
Tot slot
De aanpak van mensenhandel vraagt om blijvende inzet, samenwerking en betrokkenheid.
Ook het afgelopen jaar hebben actiehouders, betrokken organisaties en ervaringsdeskundigen
zich hier met grote toewijding voor ingezet. Dankzij hun inspanningen zijn opnieuw
belangrijke stappen gezet in de uitvoering van de gezamenlijke aanpak. Waardering
gaat uit naar iedereen die zich dagelijks inzet om mensenhandel te voorkomen, signaleren
en bestrijden. De geboekte resultaten laten zien dat we alleen door samen te werken
verschil kunnen maken voor slachtoffers en kunnen bijdragen aan de aanpak van mensenhandel.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid