Brief regering : Verkenning complexiteit en vereenvoudiging internationale dienstverlening SVB
29 362 Modernisering van de overheid
26 448
Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
Nr. 407
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID EN VAN WERK EN PARTICIPATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 juli 2026
De SVB voert als nationale en internationale dienstverlener ten behoeve van ruim 5,6
miljoen mensen onder andere de Nederlandse volksverzekeringen uit: de Algemene Ouderdomswet
(AOW), de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en de Algemene nabestaandenwet (Anw). Bij
ongeveer 14% van deze mensen is sprake van een internationale situatie in hun aanvraag
en/of wijziging. Meestal gaat het om personen die in een ander land wonen of werken
of dat in het verleden hebben gedaan. Van een internationale situatie is echter ook
sprake als een persoon niet zelf de grens is overgegaan, maar voor een internationale
organisatie werkt of een (ex-)partner heeft die buiten Nederland woont of werkt, al
dan niet met kinderen. De internationale uitvoering vraagt de nodige (gespecialiseerde)
capaciteit van de SVB. Bij de SVB werkte in 2025 ca. 4.200 fte. In zijn totaliteit
is in 2025 2.553 fte direct toe te wijzen aan de dienstverlening in het SV-domein,
zowel handmatig als geautomatiseerd. Hiervan kan 1.537 fte (60%) toegerekend worden
aan de nationale dienstverlening en 1.016 fte (40%) aan dienstverlening met een internationale
component.
De arbeids- en studiemigratie als gevolg van vrije verkeer van personen in de Europese
Unie neemt toe. Ook zijn er als gevolg van digitalisering en mogelijkheden tot mobiel
werken, steeds meer mensen die niet in een vast dienstverband, voor slechts één werkgever
en/of in één land werken. Daarnaast is er sprake van frequentere verplaatsingen van
werknemers tussen verschillende woonplaatsen (bijvoorbeeld na echtscheiding of bij
het vormen van nieuw samengestelde gezinnen).1 Samen met de vergrijzing, groeit hierdoor de druk op de internationale dienstverlening
van de SVB.
Een zekere mate van complexiteit is inherent aan de internationale gevalsbehandeling
en zal dat altijd zijn. Landen hebben zelf de bevoegdheid over hun socialezekerheidsstelsels
en verschillen tussen de stelsels worden gerespecteerd. Hierdoor kan grensoverschrijdend
wonen en werken leiden tot dubbele premieheffing, verzekeringshiaten, verlies van
uitkeringen en ongewenste wisselingen van toepasselijke wetgeving.
Om deze gevolgen te mitigeren en coördinatie tussen stelsels mogelijk te maken, zijn
de Europese verordeningen 883/2004 en 987/2009 tot stand gebracht en heeft Nederland
zich gecommitteerd aan internationale en bilaterale verdragen. Deze vormen belangrijke
juridische kaders waarbinnen de uitvoering van de nationale wet- en regelgeving plaatsvindt
in grensoverschrijdende situaties. Dat betekent dat sommige ideeën om tot vereenvoudiging
te komen op het eerste gezicht aantrekkelijk lijken, maar bij nader inzien op juridische
belemmeringen stuiten.
Het is niettemin van belang om kritisch te (blijven) kijken hoe de druk op de internationale
dienstverlening van de SVB kan worden verlicht. Dat begint met het bezien van wat
er in nationale wet- en regelgeving eenvoudiger kan. Het kabinet onderschrijft dan
ook de breedgedragen wens in de Kamer, zoals neergelegd in de motie-Van Ark om te
komen tot harmonisering van het aantal leefvormen in de AOW2. Hiervoor werkt het kabinet het objectief partnerbegrip AOW uit. Daarnaast werkt
het kabinet aan het vraagstuk hoe de kinderbijslag en het kindgebonden budget met
elk een ander wettelijk kader kunnen worden samengevoegd tot één nieuwe kindregeling
met één wettelijk kader die meer zekerheid en eenvoud biedt aan gezinnen met kinderen.
Bij het uitwerken van genoemde trajecten, zullen de internationale uitvoeringsaspecten
nadrukkelijk worden meegewogen.
Het kabinet staat voor eenvoud en uitvoerbaarheid, zowel vanuit het oogpunt van begrijpelijkheid
van burgers als toekomstbestendigheid voor de uitvoering. Het Ministerie van SZW en
de SVB hebben samen verkend welke knelpunten bijdragen aan de complexiteit van de
internationale uitvoering door de SVB en welke mogelijke handelingsperspectieven er
zijn die bijdragen aan vermindering van de complexiteit van de internationale dienstverlening.
Tijdens de verkenning lag de focus op vijf thema’s: 1.) nationale wet- en regelgeving;
2.) toepasselijke wetgeving en vaststellen verzekeringsstatus volksverzekeringen;
3.) internationale gegevensuitwisseling; 4.) internationale handhaving en dienstverlening
5.) internationaal uitvoeringperspectief met betrekking tot Europese afspraken en
verdragsonderhandelingen.
Zoals toegezegd tijdens het commissiedebat Uitvoering sociale zekerheid van 17 december
2025 (Kamerstuk 26 448, nr. 864), doe ik u bijgaand deze verkenning toekomen. Uit de verkenning wordt duidelijk dat
vereenvoudiging van AOW en de kindregelingen de meeste impact zouden maken op de internationale
dienstverlening van de SVB. Winst is er ook te behalen door optimalisatie van interne
processen bij de SVB, bijvoorbeeld als het gaat om vaststellen van toepasselijke wetgeving
en internationale gegevensuitwisseling. Daarnaast liggen er kansen voor SVB en SZW
om zich gezamenlijk op Europees niveau in te zetten voor vereenvoudigingen. Als het
gaat om internationale dienstverlening en handhaving, ligt onder andere de keuze voor
om meer bewijslast bij de uitkeringsgerechtigde in het buitenland te leggen en meer
in te zetten op gerichte, risico-gestuurde controles. Tot slot is het zaak om het
internationale uitvoeringsperspectief zo vroeg mogelijk te (blijven) betrekken in
beleidsvorming. Of het nu gaat om nationale of Europese beleidsontwikkeling of bij
aanpassing van of het sluiten van bilaterale verdragen.
Hoewel uit de bijgevoegde gezamenlijke verkenning blijkt dat er niet één oplossing
bestaat voor vereenvoudiging van de internationale dienstverlening, kan de optelsom
van meerdere aanpassingen daar wel aan bijdragen.
Hierover gaan we graag met uw Kamer in gesprek. Wij zullen uw Kamer periodiek blijven
informeren over de internationale dienstverlening van de SVB, door middel van de Standen
van de uitvoering. Daarnaast blijven we uw Kamer informeren over vereenvoudiging van
wet- en regelgeving via de Routekaart Hervormingsagenda inkomensondersteuning. Tot
slot bieden wij u desgewenst een technische briefing over internationale dienstverlening
van de SVB aan.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen
Indieners
-
Indiener
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Medeindiener
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie