Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad van 9 en 10 juli 2026 (o.a. Kamerstuk 21501-07-2198)
2026D34856 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Financiën heeft op 2 juli 2026 vragen en opmerkingen aan de
Minister van Financiën voorgelegd over de brieven van 29 juni 2026 (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2198 en 2199), waarmee de Minister de geannoteerde agenda van de vergaderingen van de
Eurogroep en de Ecofinraad 9 en 10 juli 2026 respectievelijk het verslag van de vergaderingen
van de Eurogroep en de Ecofinraad van 11 en 12 juni 2026 heeft aangeboden, alsmede
over de brief van 11 juni 2026 (Kamerstuk 21 501-03, nr. 203), waarin de Minister op verzoek van de commissie een toelichting heeft gegeven op
het Budgettair Structureel Plan.
De voorzitter van de commissie,
C. Jansen
De griffier van de commissie,
Weeber
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de stukken
ten behoeve van de vergaderingen van de Eurogroep en Ecofinraad van 9 en 10 juli 2026.
Zij hebben daarover nog enkele vragen.
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel van Frankrijk voor
nieuwe eigen EU-middelen om ten behoeve van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028–2034.
Deze leden ondersteunen in principe het vergroten van de eigen middelen, omdat dit
kan bijdragen aan het versterken van de grensoverschrijdende Europese investeringen
zonder dat de nationale afdracht verder wordt verhoogd. De leden van de D66-fractie
vragen hoe de Minister naar het Franse voorstel kijkt. Welke soorten belastingen zijn
volgens de Minister eventueel geschikt om op Europees niveau te heffen?
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel van de Commissie
voor een vereenvoudigingspakket op belastingen. De leden van de D66-fractie vragen
hoe het kabinet kijkt naar het voorstel en de impact op het Nederlandse belastingstelsel.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Eurogroep/Ecofinraad van 9 en 10 mei. Ook hebben zij kennisgenomen van het verslag
van de afgelopen Eurogroep/Ecofinraad. Deze leden hebben hierover de volgende vragen.
De leden van de VVD-fractie constateren dat de European Fiscal Board (EFB), ten aanzien
van de fiscal stance, zorgen heeft uitgesproken over het gebruik van de Nationale
Escape Clause. De leden van de VVD-fractie delen die zorgen, want dit vergroot het
risico op onnodige en weinig gerichte overheidssteun van uitgaven, die ook nog consumptief
van aard kunnen zijn. Als er al gebruik van mag worden gemaakt, dan in ieder geval
tijdelijk, concreet en te allen tijde moet de schuld houdbaar blijven. De leden van
de VVD-fractie vragen de Minister of hij zich hierin kan vinden en steunen het kabinet
bij het benadrukken van begrotingsdiscipline.
De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat toegang tot betaalbare en stabiele
financiering cruciaal is voor het Nederlandse en Europese bedrijfsleven. In het jongste
Financial Stability Report waarschuwt de ECB voor hoge private en publieke schulden.
Zo verloor Oostenrijk in juni de triple A-status, en ook Duitsland gaat mogelijk die
kant op. Gecombineerd met lage economische groei en hoge inflatie, kan dit ervoor
zorgen dat de rentes op niet alleen staatsleningen, maar ook op bedrijfsleningen in
de eurozone stijgen. De leden van de VVD-fractie maken zich zorgen over deze ontwikkelingen
en vragen zich af of de Minister deze zorgen voor de eurozone, inclusief Nederland,
deelt. Ook vragen deze leden zich af of en welke maatregelen er in Europees verband
genomen kunnen worden om deze ontwikkelingen tegen te gaan.
De leden van de VVD-fractie maken zich ook zorgen over het gebrek aan omgang met AI.
Aan de ene kant vinden zij dat AI-ruimte moet krijgen en dat Europa een aantrekkelijk
vestigingsklimaat voor AI moet hebben, zodat de kansen die AI biedt, in Europa en
Nederland benut kunnen worden. Bovendien moet Europa een vruchtbaar continent zijn
voor de ontwikkeling van een eigen AI-landschap, waar alle vijf lagen van de «AI stack»
kunnen bloeien. Niet alleen versterkt dat ons verdienvermogen, het maakt ons ook minder
afhankelijk van andere grootmachten. De leden van de VVD-fractie vragen de Minister
of er voldoende wordt gedaan aan het creëren van die kansen.
Aan de andere kant moeten de ogen niet gesloten worden voor de steeds groter wordende
risico’s op financiële stabiliteit. Om die risico’s beter te beheersen moeten die
risico’s helder en duidelijk in kaart worden gebracht, gemonitord worden en moeten
risicobeheersingsinstrumenten worden ontwikkeld. Ook moeten crisisstructuren en back-ups
worden ontwikkeld, mocht zich een AI-crisis voordoen. De leden van de VVD-fractie
vragen de Minister om een analyse van de risico’s en hoe deze risico’s, ook in Europees
verband, beheerst gaan worden.
De leden van de VVD-fractie constateren dat Nederland nu met vijf andere grote EU-economieën
een kopgroep vormt om de kapitaalmarktunie te voltooien. Deze leden willen weten hoe
het met de voortgang staat. Ziet de Minister andere lidstaten zich hierbij aansluiten?
En waar zitten de eventuele knelpunten die voortgang verhinderen?
De leden van de VVD-fractie zijn tevreden dat, ten aanzien van het Herstel- en Veerkrachtplan
(HVP), de door Nederland voorgestelde aanpassingen volgens de Europese Commissie voldoen
aan de eisen. Wat betreft de aanpassingen door Hongarije kunnen deze leden zich vinden
in het voornemen van het kabinet om, op basis van het commitment van Hongarije aan
de rechtsstaathervormingen en het positieve oordeel van de Europese Commissie daarover,
in te stemmen met de door Hongarije voorgestelde aanpassingen. Het is daarbij goed
dat dit niet automatisch betekent dat de gelden ook direct uitbetaald gaan worden.
Eerst moeten de mijlpalen in het plan aantoonbaar gerealiseerd worden, voordat er
uitbetaald gaat worden. De fouten die met de snelle «ontdooiing» van de Poolse gelden
gemaakt zijn moeten voorkomen worden. De leden van de VVD-fractie zien dit als een
harde eis en benadrukken dat het een harde eis moet blijven. Hoe ziet de Minister
het voornemen van Hongarije en wat is zijn verwachting omtrent het halen door Hongarije
van de mijlpalen?
Nederland heeft, als gevolg van het aantreden van een nieuw kabinet, een budgettair-structureel
plan ingediend voor de middellange termijn, met daarin het voorgenomen begrotingsbeleid,
de hervormingen en de investeringen. De leden van de VVD-fractie zijn tevreden met
het oordeel van de Europese Commissie dat Nederland voldoet aan de vereisten.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de achterliggende stukken met
betrekking tot de Eurogroep en de Ecofinraad van 9 en 10 juli 2026. Naar aanleiding
hiervan hebben de leden van de PVV-fractie nog enkele vragen.
NextGenerationEU
Allereerst lezen de leden van de PVV-fractie in een artikel in het FD («Italië besteedde
EU-miljarden vooral aan een opknapbeurt, en niet aan grondige verbouwing van economie»)
dat Italië de miljarden uit het Europese herstelfonds, NextGenerationEU, vooral heeft
besteed aan het opknappen van steden en dus niet aan het verbeteren van de economie.
Denk hierbij aan nieuwe bussen in Rome, meer kinderopvangplekken in het zuiden en
nieuwe websites voor overheidsinstellingen. Dit terwijl Italië in totaal 195 miljard
euro uit het Europese herstelfonds heeft ontvangen, zoals blijkt uit het recovery and resilience-scoreboard van de Europese Commissie. Tevens hebben de leden van de PVV-fractie in een nieuwsbericht
van BNR van 15 mei jl. («Spaanse regering onder vuur: tot 10 miljard euro aan coronasubsidie
naar pensioengat») gelezen dat Spanje 10 miljard euro uit het Europese herstelfonds
heeft gebruikt voor het dichten van een gat in het pensioenstelsel. Spanje kreeg 102
miljard euro uit het fonds.
De leden van de PVV-fractie willen weten hoe dit heeft kunnen gebeuren, waarom hier
niet op geanticipeerd is en of hier consequenties aan vastkleven. Is de Minister het
met de leden van de PVV-fractie eens dat Italië en Spanje alle miljarden uit het Europese
herstelfonds die ondoelmatig en/of onrechtmatig zijn uitgegeven moet terugbetalen?
Zo nee, waarom niet?
Voorts willen de leden van de PVV-fractie weten of landen zoals Polen, Frankrijk en
Griekenland, net als Italië, miljarden uit het Europese herstelfonds hebben «verspild».
Polen kreeg 60 miljard, Frankrijk 40 miljard en Griekenland 34 miljard. Kunnen we
zicht krijgen op hoe deze lidstaten het geld uit het herstelfonds hebben besteed?
Verder merken de leden van de PVV-fractie op dat er ook gesproken wordt over het doorschuiven
van de gezamenlijke EU-schuld, waardoor er 7 tot 8 miljard euro extra begrotingsruimte
ontstaat per jaar. Dit kan dan worden ingezet voor defensie, innovatie en concurrentievermogen.
De leden van de PVV-fractie willen weten hoe de Minister hier tegenover staat en of
hij hier afstand van wil nemen.
Digitale euro
Vervolgens merken de leden van de PVV-fractie op dat de digitale euro steeds dichterbij
komt. De leden van de PVV-fractie merken dat de commissie van Economische en Monetaire
Zaken (ECON) van het Europees Parlement op 23 juni jl. heeft ingestemd met het ontwerpverslag
over de verordening tot invoering van de digitale euro. Hiermee wordt een positief
signaal afgegeven over de mogelijke uitgifte van de digitale euro.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister een update te geven hierover. Wat is
de stand van zaken en klopt het dat de digitale euro naar verwachting in 2029 wordt
ingevoerd?
Wat is het voordeel voor burgers van de digitale euro ten opzichte van het geld dat
mensen al op de bankrekening hebben staan? Waarom wordt er 18 miljard euro in iets
gestopt waar niemand op zit te wachten?
De leden van de PVV-fractie merken op dat de voorganger van deze Minister op 2 februari
2023 stelde dat Nederland alleen akkoord zal gaan met de digitale euro als er voldaan
is aan de volgende vijf randvoorwaarden: (1) duidelijke voordelen voor consumenten,
bedrijven en brede economie; (2) waarborging van privacy; (3) overeenstemming met
het anti-witwasraamwerk; (4) waarborgen voor de financiële stabiliteit en (5) een
niet-programmeerbare digitale euro.
Zijn dit nog steeds harde voorwaarden voor dit kabinet voor de invoering van de digitale
euro?
Is hieraan voldaan volgens deze Minister en staat hij nog steeds achter het standpunt
dat er voldaan moet zijn aan deze vijf randvoorwaarden om de digitale euro in te voeren?
Voorstel voor een Omnibus voor belastingen
Verder lezen de leden van de PVV-fractie dat Eurocommissaris Wopke Hoekstra het nieuwe
box 3-stelsel in gevaar brengt met een conceptvoorstel voor een ruimere vrijstelling
van dividendstromen tussen ondernemingen.
Hierdoor kan particulier beleggen zwaarder worden belast dan beleggen in een bv en
komt de verhouding tussen box 2 en box 3 onder druk te staan. Dit kan een mogelijke
miljardentegenvaller zijn voor de schatkist.
De leden van de PVV-fractie willen weten hoe hoog het kabinet de miljardentegenvaller
inschat als dit voorstel doorgaat. Hoe staat het kabinet tegenover dit voorstel? Kan
het kabinet hier meer zicht op geven?
Pakketjes uit China
Ten slotte lezen de leden van de PVV-fractie, onder meer in een nieuwsbericht van
2 juli 2026 op ww.nu.nl («Van een hoger minimumloon tot duurdere pakketjes: dit verandert
er vanaf 1 juli»), dat pakketjes uit China sinds 1 juli jl. duurder zijn geworden.
Voor pakketjes tot 150 euro van buiten de EU geldt namelijk een nieuwe invoerheffing
van 3 euro per productcategorie.
De leden van de PVV-fractie hebben hierover enkele vragen. Stel: je bestelt voor 30
euro aan spullen op Temu uit drie verschillende productcategorieën. De 21 procent
btw wordt berekend over het bedrag van de aankoop samen met de nieuwe heffing. Het
pakket kost dus geen 30 euro meer, maar 47 euro (incl. heffing en btw), een verhoging
van 56 procent dus. Vindt het kabinet dit niet veel te ver gaan? Klopt het dat de
75 procent van de opbrengsten hiervan naar de EU vloeien en dat Nederland slechts
25 procent mag houden? Zo ja, wat vindt het kabinet hiervan?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de agenda van de Eurogroep en
de Ecofinraad van 9 en 10 juli. Daarbij hebben zij nog enkele vragen.
Nationale escape clausule
De leden van de CDA-fractie lezen dat de European Fiscal Board (EFB) kritisch is op
de mededeling van de Europese Commissie dat lidstaten de bestaande National Escape
Clause (NEC) binnen het Stabiliteits- en Groeipact ook zouden kunnen benutten voor
maatregelen gericht op het vergroten van de energie-onafhankelijkheid. De EFB benadrukt
dat de flexibiliteit onder de NEC beperkt zou moeten blijven tot defensie-uitgaven.
Daarnaast waarschuwt de EFB dat een verruiming van de toepassing de geloofwaardigheid
van het hervormde Europese begrotingsraamwerk kan ondermijnen. Ook wijst de EFB op
de lessen uit de energiecrisis van 2022 en 2023, waarbij generieke steunmaatregelen
de inflatie aanwakkerden en onvoldoende waren gericht, terwijl juist structurele investeringen
in energie-onafhankelijkheid noodzakelijk zijn.
De leden van de CDA-fractie vragen de Minister wat de huidige status is van deze mededeling
van de Europese Commissie. Kunnen lidstaten op basis hiervan reeds gebruikmaken van
deze verruimde toepassing van de National Escape Clause, of zijn daarvoor nog nadere
besluiten nodig? Indien dit reeds mogelijk is, acht de Minister de reikwijdte van
deze toepassing voldoende duidelijk afgebakend?
De leden van de CDA-fractie vragen de Minister tevens of Nederland heeft ingestemd
met deze interpretatie van de Europese Commissie, dan wel daartegen bezwaren heeft
geuit. Kan de Minister toelichten welke positie Nederland in de Europese besprekingen
heeft ingenomen?
De leden van de CDA-fractie vragen de Minister voorts of hij de analyse van de EFB
deelt dat de lessen uit de energiecrisis van 2022 en 2023 aanleiding geven om terughoudend
te zijn met een verruimde toepassing van de National Escape Clause. Hoe voorkomt het
kabinet dat de Europese Unie opnieuw terugvalt op brede, generieke steunmaatregelen
in plaats van gerichte investeringen die de energie-onafhankelijkheid en de weerbaarheid
van de Europese economie duurzaam versterken? Is de Minister bereid zich er in de
Eurogroep voor in te zetten dat toepassing van de uitzonderingsclausule strikt tijdelijk
en uitzonderlijk blijft en niet leidt tot precedentwerking die de geloofwaardigheid
van het Stabiliteits- en Groeipact op langere termijn ondermijnt?
Digitale financiën
De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet kansen ziet om het Europese financieel
systeem efficiënter, concurrerender en soevereiner te maken via digitale financiën.
Deze leden onderschrijven het belang van een weerbaar Europees betalingsverkeer, zeker
in het licht van de huidige geopolitieke ontwikkelingen.
De leden van de CDA-fractie constateren dat De Nederlandsche Bank (DNB) in haar Visie
op Betalen 2026–2028 stelt dat de afhankelijkheid van niet-Europese spelers op kritieke
onderdelen van de betaalketen moet worden verkleind. DNB noemt daarbij als ambitie
dat consumenten en ondernemers kunnen kiezen voor digitale betaalmiddelen van Europese
bodem en dat meer keuze de weerbaarheid tegen geopolitieke spanningen en cyberdreigingen
vergroot.
De leden van de CDA-fractie vragen de Minister hoe hij deze analyse van DNB beziet.
Welke concrete stappen zet Nederland in Europees verband om de afhankelijkheid van
niet-Europese betaalnetwerken en betaalinfrastructuur te verkleinen? Welke rol ziet
de Minister daarbij voor private Europese betaalinitiatieven, zoals Wero, naast de
ontwikkeling van de digitale euro? Acht de Minister de huidige Europese inzet voldoende
om de strategische autonomie en de weerbaarheid van het Europese betalingsverkeer
daadwerkelijk te versterken?
HVP Hongarije
De leden van de CDA-fractie constateren dat Hongarije het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan
op 10 juni 2026 heeft ingediend, terwijl lidstaten uiterlijk eind augustus 2026 aan
de daarin opgenomen mijlpalen en doelstellingen moeten voldoen. Deze leden merken
op dat het daarbij onder meer gaat om 24 supermijlpalen op het terrein van de rechtsstaat.
De leden van de CDA-fractie vragen de Minister hoe hij deze planning beoordeelt. Acht
het kabinet het realistisch dat deze omvangrijke rechtsstatelijke hervormingen niet
alleen formeel worden vastgesteld, maar ook daadwerkelijk en duurzaam worden geïmplementeerd
binnen deze korte termijn? Op basis waarvan heeft de Europese Commissie geconcludeerd
dat deze planning uitvoerbaar is?
De leden van de CDA-fractie wijzen erop dat de Kamer eerder, via de motie Van Lanschot
c.s. (Kamerstukken 21 501-02, nr. 3383), de regering heeft verzocht zich ervoor in te zetten dat Hongarije de noodzakelijke
rechtsstatelijke hervormingen doorvoert om te voldoen aan de voorwaarden voor Europese
financiering. Kan de Minister toelichten op welke wijze het kabinet uitvoering geeft
aan deze motie? Op welke wijze ondersteunt Nederland Hongarije bij het daadwerkelijk
realiseren van deze hervormingen, zonder afbreuk te doen aan de strikte voorwaarden
voor uitbetaling van Europese middelen?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
C.A. (Chris) Jansen, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
A.H.M. Weeber, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.