Brief regering : Verzamelbrief vuurwerk en jaarwisseling
28 684 Naar een veiliger samenleving
Nr. 864
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR
EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 juli 2026
In deze brief wordt u geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de inwerkingtreding
van de Wet veilige jaarwisseling (per 1 augustus 2026) en de uitvoering van het geactualiseerde
handhavingsplan, de internationale aanpak van illegale handel en misbruik van vuurwerk
en de opvolging van verscheidene moties en toezeggingen, die daarmee worden afgedaan.
1. Inwerkingtreding Wet veilige jaarwisseling
In 2025 hebben de Eerste en Tweede Kamer de Wet veilige jaarwisseling aangenomen.
Voordat de Wet in werking kan treden, moet aan drie voorwaarden voldaan zijn, te weten
1) een effectief handhavingsplan, 2) een algemene maatregel van bestuur (AMvB) waarin
de ontheffingsmogelijkheid van de burgemeester is uitgewerkt, en 3) een nette en eerlijke
nadeelcompensatieregeling voor de vuurwerkbranche. De drie voorwaarden zijn door het
kabinet uitgewerkt en op 8 mei jl. is het Inwerkingtredingsbesluit in het kader van
de voorhang aan de Eerste en Tweede Kamer aangeboden. De Eerste Kamer heeft op 2 juni
jl. besloten in te stemmen met de uitwerking van de voorwaarden en daarmee met de
inwerkingtreding van de Wet op 1 augustus 2026. Ook in de voorhangprocedure van de
Tweede Kamer is geen bezwaar gekomen tegen de inwerkingtreding van de wet.
Op dit moment worden de uitgangspunten voor een nadeelcompensatieregeling verder uitgewerkt
in een convenant voor de importeurs en een beleidsregel voor de detailhandelaren.
Over de concepten worden gesprekken gevoerd met de betrokken partijen waarna het getekende
convenant en de vastgestelde beleidsregel door de Staatssecretaris van Infrastructuur
en Waterstaat gedeeld worden met de Kamer.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een advies uitgebracht over het
ontwerpbesluit veilige jaarwisseling. Dit advies had betrekking op veiligheidsafstanden,
lokale binding, toezicht en handhaving, kennis en vaardigheden van de supervisor en
de ontbranders en de bevoegdheidsverdeling tussen de burgemeester en de gemeenteraad.
Zoals is toegezegd in het Tweeminutendebat ontwerpbesluit houdende vaststelling van
het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling van 3 juni jl.
is overleg gevoerd met de VNG en het Ministerie van Binnenlandse Zaken over dit advies.1 Mede op basis van dit overleg is in het nader rapport vermeld op welke wijze tegemoet
wordt gekomen aan het advies van de Raad van State. Dit betekent dat minimale veiligheidsafstanden
worden opgenomen die nu ook al gelden voor professionele toepassers als zij consumentenvuurwerk
gebruiken in hun show. Daarnaast is aan de ontheffingsbevoegdheid van de burgemeester
de voorwaarde gekoppeld dat verenigingen en stichtingen een lokale binding moeten
hebben met de gemeente waar de ontheffing wordt aangevraagd en is een artikel ingevoegd
om de rol van de burgemeester te verduidelijken voor het toekennen en afwijzen van
ontheffingen. In de toelichting is nader ingegaan op de bevoegdheidsverdeling tussen
de burgemeester en de gemeenteraad. Met het opnemen van lokale binding wordt invulling
gegeven aan de motie Zwinkels c.s.2 De VNG heeft aangegeven dat deze wijzigingen de uitvoerbaarheid verbetert. Het nader
rapport en het Besluit veilige jaarwisseling zijn op 1 juli 2026 gepubliceerd in het
Staatsblad. Het besluit zal op 1 augustus in werking treden.
In aanloop naar de jaarwisseling 2026/2027 wordt nog een aantal acties uitgevoerd
om het landelijk vuurwerkverbod goed te kunnen invoeren en diverse partijen hierbij
te ondersteunen. Zoals toegezegd door de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
in het Tweeminutendebat van 3 juni jl. informeren wij u over de acties en de planning.3
Actie
Oplevering
Start landelijke communicatie
Juli/augustus 2026
Handreiking ontheffingsmogelijkheid
Medio juli 2026
Voorlichtingspakket supervisors en ontbranders
Medio juli 2026
Start communicatie inleverdagen
Augustus 2026
Inleverdagen consumentenvuurwerk
September/oktober 2026
Monitoring Wet veilige jaarwisseling
December/januari 2027
In de zomer wordt gestart met een landelijke communicatie campagne en worden hulpmiddelen
voor onder meer gemeenten en ontheffinghouders beschikbaar gesteld. Deze brief zet
verder uiteen welke acties worden uitgevoerd.
Al jaren monitort VeiligheidNL letsel en schade veroorzaakt door vuurwerk. Onlangs
heeft VeiligheidNL het jaarlijkse vervolgonderzoek naar het vuurwerkletsel en type
vuurwerk en het onderzoek naar vuurwerk aankoop en -gebruik (zie bijlagen) afgerond.
In deze rapporten geeft VeiligheidNL een nadere analyse op de letselcijfers die eerder
met de Kamer zijn gedeeld.4,
5 Met de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling en bovenstaande instrumenten
wordt een goede stap gezet richting een veiligere viering van oud en nieuw. Net als
voorgaande jaren zal de jaarwisseling wederom gemonitord worden. Deze keer betreft
dat ook de Wet veilige jaarwisseling en de ontheffingsmogelijkheid. In de komende
periode wordt nader uitgewerkt hoe hier invulling aan wordt gegeven en zal de Kamer
hierover worden geïnformeerd.
2. Uitvoering handhavingsplan
Een eerdere versie van het handhavingsplan is in november 2025 met uw Kamer gedeeld.6 In maart 2026 is het handhavingsplan naar aanleiding van het Ontwerpbesluit veilige
jaarwisseling inzake de ontheffingsmogelijkheid, evenals op basis van de ervaringen
tijdens afgelopen jaarwisseling, geactualiseerd en waar mogelijk aangescherpt, en
opnieuw met uw Kamer gedeeld.7
Handhaving vuurwerkverbod
Met betrekking tot de handhaving op het vuurwerkverbod zijn er gesprekken gevoerd
met de politie, het Openbaar Ministerie en de VNG. Door inwerkingtreding van de Wet
veilige jaarwisseling is de politie automatisch bevoegd voor opsporing en handhaving
van het bezit en gebruik van categorieën F2 en F3 vuurwerk. Voor de opsporing en handhaving
door boa’s is een wijziging van de Regeling Domeinlijsten Buitengewoon Opsporingsambtenaren
noodzakelijk. Deze wijziging zal op de datum van inwerkingtreding van de Wet veilige
jaarwisseling, of kort daarna, doorgevoerd worden. Hiermee zijn boa’s ook na de wetswijziging
bevoegd om onder de nieuwe wetgeving op bezit en gebruik op te sporen en te handhaven.
De gemeentelijke boa richt zich in aanloop naar de jaarwisseling op de strafrechtelijke
handhaving van kleinschalig bezit en het gebruik van vuurwerk. Uiteraard blijft de
politie verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde, ook tijdens de jaarwisseling.
Bij de strafrechtelijke handhaving van de Wet en het Besluit veilige jaarwisseling
spelen zowel de politie als boa’s een rol. De inzet en prioritering van zowel de politie
als boa’s is aan het bevoegd gezag (de Officier van Justitie en de burgemeester).
Zij bepalen wanneer en hoe deze opsporingsambtenaren de Wet veilige jaarwisseling
handhaven en strafbare feiten opsporen. Daarbij ligt de nadruk voor de politie op
het opsporen van illegale productie, handel, illegaal transport en illegaal grootschalig
bezit van categorie F2, F3 en F4 vuurwerk voorafgaand aan de jaarwisseling.
Ten aanzien van de ontheffingsmogelijkheid en de handhaving hierop is het aan het
bevoegd gezag om aanvragen voor ontheffingen te verlenen en te bekijken hoe de naleving
van de verleende ontheffingen en de openbare orde tijdens de jaarwisseling worden
ingericht. Daarbij ligt het in de rede dat aangevraagde ontheffingen vergelijkbaar
worden behandeld als evenementen en dat bij de beoordeling rekening wordt gehouden
met de risico’s ten aanzien van de veiligheid voor burgers, de gevaarzetting voor
opsporingsambtenaren en het risico op openbare ordeverstoringen. Om gemeenten te ondersteunen
in dit proces, wordt door de VNG een handreiking opgesteld. In de handreiking worden
praktische handvatten voor de inrichting van het proces rondom de ontheffingsmogelijkheid
aangeboden. De ontheffing is een bestuursrechtelijk besluit en gemeenten kunnen voor
de bestuursrechtelijke naleving van de verleende ontheffing en de daarbij horende
voorwaarden toezichthouders aanwijzen. Voor dit toezicht is geen opsporingsbevoegdheid
nodig.
Ondersteuning gemeenten
De VNG heeft in samenwerking met IenW, JenV en de politie afgelopen maanden meerdere
webinars, zowel op bestuurlijk als ambtelijk niveau, georganiseerd. Hierin is kennis gedeeld
over de inhoud van de ontheffingsbevoegdheid van de burgemeester in het kader van
de AMvB veilige jaarwisseling. Daarnaast zijn er ervaringen en best practices gedeeld met betrekking tot eerdere lokale verboden, toen er geen landelijk vuurwerkverbod
gold.
De handreiking van de VNG bevat verder een afwegingskader dat gemeenten ondersteunt
bij het maken van de afweging om al dan niet ontheffingen te verlenen. De handhaafbaarheid
is hier nadrukkelijk onderdeel van. Dit is in lijn met de motie van het lid Mathlouti,
die de regering verzoekt om bij de verdere uitwerking van het ontheffingsstelsel handhaafbaarheid
nadrukkelijk mee te wegen en hierover in overleg te blijven met gemeenten en burgemeesters.8 Hiermee kan deze motie dan ook als afgedaan worden beschouwd. De handreiking reikt
gemeenten daarnaast (juridische) instrumenten aan om invulling te geven aan de beleidsregel
voor de burgemeester en de behandeling van ontheffingsaanvragen, inclusief een tijdlijn.
De handreiking wordt medio juli verwacht. Omdat de periode tussen de inwerkingtreding
van de wet op 1 augustus 2026 en de jaarwisseling relatief kort is, blijft de VNG
in gezamenlijkheid met JenV en IenW gemeenten ook na publicatie van de handreiking
ondersteunen, onder meer via webinars.
Voor grensgemeenten is in samenwerking met de VNG, gemeente Heerlen, de politie, het
Belgisch-Nederlands GrensOverleg (BENEGO) en JenV een aparte bestuurlijke bijeenkomst
georganiseerd gezien de specifieke problematiek waarmee zij te maken hebben. Centraal
stonden het uitwisselen van ervaringen en best practices, zodat grensgemeenten zich tijdig kunnen voorbereiden en passende maatregelen kunnen
treffen. Daarnaast werd ingegaan op de mogelijkheden voor samenwerking met buurgemeenten
over de grens.
Inleverdagen
De overgang van toegestaan naar verboden bezit van vuurwerk brengt mee dat particulieren
nog vuurwerk in het bezit kunnen hebben en daarmee in overtreding worden. Uit het
eerdere onderzoek van VeiligheidNL naar het vuurwerkletsel en type vuurwerk komt naar
voren dat een kwart van de respondenten gekocht vuurwerk niet heeft afgestoken en
nog bewaard heeft. Vanwege het rechtszekerheidsbeginsel en het beginsel van bestuurlijke
zorgvuldigheid is het belangrijk om burgers de mogelijkheid te bieden om op een legale
wijze afstand van dit vuurwerk te doen, straffeloos en zonder justitiële aantekening.
Inleverdagen kunnen zo bijdragen aan het verminderen van de handhavingsdruk in aanloop
naar en tijdens de jaarwisseling door te voorkomen dat verboden vuurwerk wordt afgestoken,
bewaard of doorverkocht. Ook biedt het organiseren van inleverdagen een extra communicatiemoment
om het aankomende vuurwerkverbod bij burgers onder de aandacht brengen.
In september 2026 zullen door heel Nederland inleverdagen worden georganiseerd. Gedurende
een aantal aaneengesloten dagen wordt een ronde door het land gedaan waarbij in 30
verschillende gemeenten een tijdelijk inleverpunt wordt gerealiseerd. Met de selectie
van gemeenten wordt er rekening mee gehouden dat iedereen binnen 45 minuten rijafstand
een inleverpunt kan bezoeken en wordt een goede spreiding van grote en kleine gemeenten
en stedelijke en rurale gemeenten geborgd. De gemeenten worden door de inleverdagen
op deze wijze te organiseren zo veel mogelijk ontzien.
Communicatie
Voor de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling is, door het Ministerie
van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerie van Justitie en Veiligheid, in
samenwerking met gemeenten, de VNG, het Openbaar Ministier en de politie, een communicatie-aanpak
opgesteld die de samenleving meeneemt in de overgang naar een jaarwisseling zonder
consumentenvuurwerk. De aanpak is ontwikkeld mede op basis van een gedragsanalyse.
Het doel is eenduidige, feitelijke en toegankelijke informatie te bieden, handelingsperspectief
te geven en partners te ondersteunen bij hun lokale communicatie.
De aanpak richt zich op twee hoofddoelgroepen: het brede publiek (met extra aandacht
voor jongeren en ouders) en partners, zoals gemeenten, de Vereniging Nederlandse Gemeenten
(VNG) en politie. Met de communicatieaanpak waarborgen we consistentie in communicatie
en ondersteunen we de lokale invulling hiervan. Dit gebeurt langs drie lijnen. 1)
informeren van algemeen publiek en partners: helder en proactief uitleggen wat het
verbod inhoudt, waarom het is ingevoerd en wat dit voor mensen en organisaties betekent,
inclusief nuances rond F1-vuurwerk en gemeentelijke ontheffingen. 2) stimuleren van
algemeen publiek: mensen helpen gewenst gedrag te vertonen, bijvoorbeeld door het
faciliteren en onder de aandacht brengen van inleverdagen voor nog aanwezig. Hier
ligt zowel landelijk als lokaal een taak, afhankelijk van de boodschap. Zo zal er
landelijk gecommuniceerd worden over inleverdagen, maar is het aan de gemeenten om
de communiceren over eventuele alternatieve vieringen. 3) mobiliseren: partners in
hun rol met een eenduidige boodschap, handvatten en middelen, zodat lokale communicatie
aansluit op de landelijke.
Voorlichtingspakket supervisors en ontbranders
Voor het overbrengen van kennis over het veilig afsteken, transporteren en tijdelijk
neerleggen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling ontwikkelt VeiligheidNL
een voorlichtingspakket. Het uitgangspunt is dat de voorlichting niet alleen kennis
overdraagt, maar vooral ondersteunt tot veilig gedrag in de praktijk. Het doel van
dit voorlichtingspakket is drieledig:
– het vergroten van kennis over veilig omgaan met vuurwerk;
– het ondersteunen van veilig gedrag vóór, tijdens en na het afsteken van vuurwerk;
– het verkleinen van risico’s op letsel en schade voor betrokkenen, publiek en omgeving.
3. Internationale aanpak illegale handel en misbruik van vuurwerk
Europese aanpak
Het kabinet zet zich, in nauwe samenwerking met Frankrijk en met steun van Zweden,
al geruime tijd op Europees niveau in om de illegale handel in en het misbruik van
vuurwerk tegen te gaan en de productconformiteit van vuurwerk te verbeteren. Ook dit
jaar komt uit het eerdergenoemde vervolgonderzoek van VeiligheidNL naar voren dat
de oorzaken voor letsel divers zijn, maar de ongevallen zijn relatief vaak het gevolg
van productfalen.
In 2025 voerde de Europese Commissie de evaluatie van de Pyrorichtlijn uit9 en deed zij een haalbaarheidsstudie naar het tegengaan van veiligheidsrisico’s door
crimineel misbruik van pyrotechnische artikelen.10 Nederland droeg hier actief aan bij. Naar aanleiding hiervan hebben Nederland, Frankrijk
en Zweden in een gezamenlijke brief aan Eurocommissarissen Brunner (Binnenlandse Zaken
en Migratie) en Séjourné (Interne Markt en Diensten) nogmaals het belang om de Pyrorichtlijn
te herzien wegens tekortkomingen op het gebied van veiligheid en handhaafbaarheid,
benadrukt. Zoals uw Kamer onlangs is geïnformeerd, heeft onze gezamenlijke inzet,
ook via het Offensief Tegen Explosies onder voorzitterschap van burgemeester Carola
Schouten, geleid tot een mooi resultaat.11 De Europese Commissie heeft recent aangegeven de geuite zorgen en de urgentie van
de problematiek te delen en heeft aangekondigd voornemens te zijn de Pyrorichtlijn
te herzien, conform de oproep van Nederland, Frankrijk en Zweden. In de komende periode
werkt de Europese Commissie aan een impact assessment op basis waarvan naar verwachting
in 2027 een voorstel voor de herziening van de Pyrorichtlijn zal worden gepresenteerd.
Hiermee is tevens invulling gegeven aan de aanbevelingen van de Onderzoeksraad van
Veiligheid.12
NL Voorzitterschap Raad van Europa 2027
Ook buiten de EU worden landen geconfronteerd met misbruik en illegale handel in pyrotechnische
artikelen. In afstemming met de EU verkent het kabinet hoe deze problematiek ook binnen
de Raad van Europa onder de aandacht te brengen, om de bredere samenwerking met RvE-lidstaten
te versterken. Het kabinet beziet de mogelijkheden daartoe in het kader van het aanstaande
voorzitterschap van het Comité van Ministers van de Raad van Europa in 2027.
4. Afdoening moties
Ouderbetrokkenheid
De motie van het lid Bikker verzoekt om meer aandacht en zo nodig dwingende invulling
te geven aan de betrokkenheid van ouders indien minderjarigen structureel overlast
veroorzaken en hiervoor in het najaar een strategie te presenteren.13 De afdoening van deze motie ligt in lijn met de afdoening van een vergelijkbare motie
van het voormalige lid Dral in de voortgangsbrief Justitiële jeugd uit januari 2026
om te verkennen welke effectieve dwangmiddelen jegens ouders mogelijk zijn en bij
welke instanties deze bevoegdheid moet worden belegd.14 In deze brief is een overzicht gegeven van de wijze waarop ouders momenteel betrokken
worden als hun kinderen met justitie te maken krijgen, en wordt aangegeven dat er
geen aanvullende mogelijkheden worden gezien vanuit het strafrecht om ouders met dwang
te betrekken. Verder is aangegeven dat er wel mogelijkheden voor de burgemeester zijn
om, zij het soms indirect, in bepaalde gevallen dwang uit te oefenen op ouders, door
middel van bestuurlijke handhaving op lokale verbodsbepalingen met betrekking tot
de openbare orde en veiligheid. Ten aanzien van ouders of gezagsdragers van kinderen
onder de 12 jaar heeft de burgemeester daarnaast de bevoegdheid om rechtstreeks aan
ouders het bevel te geven ervoor te zorgen dat kun kind zich niet onbegeleid op bepaalde
plaatsen bevindt of ’s nachts op straat rondhangt.15 De burgemeester kan in geval van overtreding van de APV een last onder dwangsom opleggen
ter voorkoming van herhaalde overtreding. Hoewel de last onder dwangsom wordt opgelegd
aan de overtreder, zal dit in geval van minderjarigheid van de overtreder naar verwachting
ook voor de ouders als dwangmaatregel ervaren worden, aangezien zij een eventuele
dwangsom in praktijk vermoedelijk voor hun rekening zullen nemen.
De toenmalig Minister voor Rechtsbescherming heeft in reactie op een voorstel daartoe
uit de initiatiefnota van het lid Verkuijlen «Opvoeden die handel», in 2024 een handreiking
voor gemeenten beschikbaar gesteld met afwegingskaders voor prudent gebruik van de
last onder dwangsom.16 Gelet op bovenstaande kan deze motie als afgedaan worden beschouwd.
Ervaringen last onder dwangsom
De motie van het lid Bikker c.s. vraagt om de goede ervaringen met het opleggen van
een last onder dwangsom bij sommige gemeenten breder uit te werken, zodat relschoppers
en hooligans in alle gemeenten hiermee geconfronteerd zullen worden. In die motie
is daarbij genoemd dat de gemeenten Urk en Deventer, maar ook andere gemeenten, goede
ervaringen met dit instrument hebben.17
De burgemeester is belast met de opdracht de openbare orde te handhaven en beschikt
daartoe over verschillende bevoegdheden. De Gemeentewet en de Algemene plaatselijke
verordening bevatten verschillende instrumenten, zoals het aansturen van de politie
en het (laten) geven van de nodige bevelen en de bevoegdheid tot het opleggen van
gebiedsverboden en groepsverboden. Ook zijn bepaalde gedragingen in de openbare ruimte
strafbaar gesteld. Wanneer overtreding van deze strafbare feiten plaatsvindt, kan
naast of in plaats van strafrechtelijke afdoening daarvan ook voor een bestuurlijke
maatregel worden gekozen. De burgemeester is op grond van art. 125 Gemeentewet bevoegd
tot het opleggen van een last onder dwangsom terzake de regels die hij uitvoert. Het
is aan de burgemeester om in situaties die zich daarvoor lenen toepassing te geven
aan het hem ter beschikking staande handhavingsinstrumentarium, waarbij hij overigens
is gehouden een afweging te maken rondom de proportionaliteit en de subsidiariteit
van zijn maatregelen. Ook zal hij afwegen of en op welke wijze afdoening van een verstoring
van de openbare orde reeds strafrechtelijk plaatsvindt.
Naar aanleiding van deze motie is contact geweest met de betreffende gemeenten en
gevraagd op welke wijze hun ervaringen het beste gedeeld kunnen worden. Zij gaven
aan dat zij in hun regionale samenwerkingsverbanden hun ervaringen hebben toegelicht.
Daarnaast heeft het CCV, dat op verschillende wijzen informatie aan gemeenten verstrekt
over onder meer de toepassing van openbare ordebevoegdheden, op zijn website en tijdens
online bijeenkomsten ook aan de hand van specifiek deze voorbeelden aandacht gegeven
aan de toepassing van bestuurlijke bevoegdheden en de last onder dwangsom. Hiermee
kan de motie als afgedaan worden beschouwd.
Nieuwe normstelling
De motie van het lid Kostić c.s. verzoekt de regering om in gesprek te gaan met onder
andere gedragswetenschappers, politie en de VNG over welke maatregelen genomen kunnen
worden om de nieuwe norm, een oud en nieuw zonder vuurwerk, goed te laten landen.18 Het is belangrijk dat het vuurwerkverbod zo goed mogelijk landt in de samenleving.
Voor het opstellen van het handhavingsplan is daarom ook nauw samengewerkt met veel
partijen, waaronder de VNG, de politie en gedragswetenschappers, en is input opgehaald
bij onder andere het jongerenpanel van HALT en de politie, en de online community
«Nederland denkt mee» van de dienst publiek en communicatie van het Ministerie van
Algemene Zaken. De samenwerking met deze partners wordt in de uitvoering van de acties
van het handhavingsplan voortgezet, bijvoorbeeld bij het organiseren van inleveracties
voor vuurwerk en in de uitvoering van een communicatie-aanpak. Deze motie wordt daarmee
beschouwd als afgedaan.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram
Indieners
-
Indiener
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Medeindiener
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat