Brief regering : Reactie op de gewijzigde motie van het lid Flach c.s. over bezien wat nationaal op korte termijn gedaan kan worden om onnodige CBAM-kosten te vermijden (t.v.v. Kamerstuk 36800-XXIII-43) (Kamerstuk 36800-XXIII-55)
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
32 813
Kabinetsaanpak Klimaatbeleid
Nr. 4397
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 juni 2026
Met deze brief reageert het kabinet op de op 3 maart jl. aangenomen motie van het
lid Flach c.s. Deze motie verzoekt het kabinet te overleggen met betrokken sectoren
en de Europese Commissie over knelpunten met betrekking tot het verifiëren van werkelijke
emissiewaarden binnen het CBAM en te bezien wat nationaal op korte termijn gedaan
kan worden om onnodige CBAM-kosten te vermijden.1
Het kabinet heeft de afgelopen maanden contact gehad met vertegenwoordigers van betrokken
sectoren, onder andere in de metaal- en metaalverwerkingsindustrie. Als productie-installaties
er niet in slagen hun emissieverslag te laten verifiëren moeten importeurs gebruik
maken van standaardwaarden. Importeurs maken zich zorgen omdat standaardwaarden vaak
aanzienlijk hoger liggen dan geverifieerde werkelijke gegevens. Dit creëert bij importeurs
onzekerheid over welke prijs zij moeten doorrekenen aan hun klanten.
Het kabinet deelt de zorgen over de onduidelijkheid rondom de verificatiecapaciteit
en de daarmee gepaard gaande onzekerheid over de hoogte van de CBAM-verplichtingen
voor importeurs. Het kabinet ziet de mogelijkheid om aangifte te doen op basis van
werkelijke waarden als een cruciaal onderdeel van het CBAM en ziet daarom het belang
van voldoende accreditatie- en verificatiecapaciteit.
Het CBAM is een klimaatinstrument van de Europese Unie (EU) en is volledig in werking
sinds 1 januari 2026. Het CBAM-mechanisme houdt in dat importeurs die CBAM-goederen
invoeren naar de EU betalen voor de CO2-uitstoot die is vrijgekomen bij de productie van die goederen. Het CBAM geldt voor
producten in de sectoren staal, aluminium, elektriciteit, kunstmest, waterstof en
cement. Het CBAM voorkomt koolstoflekkage: het verplaatsen van productie van binnen
de EU naar derde landen waar bedrijven minder betalen over hun CO2-uitstoot. Het kabinet is voorstander van een sterk en goed werkend CBAM. Door het
CBAM ontstaat een gelijk speelveld voor producten in Europa geproduceerd worden en
geïmporteerde producten. Dit is goed voor het concurrentievermogen van de in Nederland
gevestigde industrie.
Importeurs betalen voor de CO2-uitstoot door aangifte te doen van de emissies die vrijgekomen zijn bij de productie
en CBAM-certificaten te kopen en in te leveren. De eerste deadline voor de aangifte
is eind september 2027. Importeurs kunnen op twee manieren aangifte doen van de emissies:
op basis van de werkelijke gegevens of op basis van de standaardwaarden. Bij een aangifte
op basis van werkelijke gegevens is een geverifieerd emissieverslag van de productie-installatie
nodig. Het emissieverslag moet zijn geverifieerd door een geaccrediteerde CBAM-verificateur.
Bij gebruik van standaardwaarden is geen verificatie vereist. Het tempo van accreditatie
en verificatie wordt bepaald door nationale accreditatie-instanties in de EU en potentieel
geïnteresseerde (commerciële) verificateurs. In Nederland is de Raad voor Accreditatie
(RvA) bevoegd om verificateurs te accrediteren. De verificatie van emissieverslagen
is niet iets nieuws. Onder het EU ETS, bijvoorbeeld, verifiëren geaccrediteerde verificateurs
jaarlijks de emissieverslagen van Europese installaties. Verificatie en accreditatie
specifiek in het kader van het CBAM is wel nieuw.
Het is op dit moment nog niet goed mogelijk om te voorzien of er tijdig voldoende
geaccrediteerde CBAM-verificateurs beschikbaar zullen zijn om in de verificatiebehoefte
van productie-installaties te voldoen. Hoeveel verificatiecapaciteit er uiteindelijk
wereldwijd beschikbaar zal zijn, hangt af van het totaal aantal aanvragen in de EU-lidstaten,
en of deze aanvragen voor het eind van het jaar leiden tot het verlenen van accreditatie.
Op dit moment zijn van de 24 nationale accreditatie-instanties die toegezegd hebben
CBAM-verificateurs te gaan accrediteren, zeven gereed om accreditatie-aanvragen te
ontvangen. Zeven nationale accreditatie-instanties gaan ook verificateurs van buiten
de EU accrediteren, hiervan zijn er drie gereed om aanvragen te ontvangen.
Het kabinet zet zich zowel op nationaal als op Europees niveau in voor de beschikbaarheid
van voldoende geaccrediteerde verificateurs. Nationaal wordt, in contact met de Nederlandse
Emissieautoriteit (NEa) en de RvA, actief gevolgd hoe de accreditatie van verificateurs
verloopt. Op dit moment staat het accreditatieproces in de beginfase. De RvA heeft
aangegeven dat negen instellingen een aanvraag hebben ingediend om te worden geaccrediteerd
als CBAM-verificateur. De inzet is erop gericht het accreditatieproces van deze instellingen
voor het einde van dit jaar te doorlopen, waarna deze instellingen vervolgens verificaties
over emissieverslagen kunnen uitvoeren. Daarnaast heeft de RvA contact met circa dertig
andere instellingen uit binnen- en buitenland die eveneens interesse hebben. Deze
instellingen worden later dit jaar in de gelegenheid gesteld om een aanvraag voor
accreditatie in te dienen.
Naast de nationale inspanningen heeft het kabinet in Europees verband meermaals mondeling
als ook schriftelijk haar zorgen geuit bij de Europese Commissie (Commissie). De Commissie
werkt op dit moment samen met de koepelorganisatie van nationale accreditatie-instanties
(European Accreditation) aan een gezamenlijke aanpak binnen de EU. Het kabinet heeft er bij de Commissie
op aangedrongen om snel met meer duidelijkheid te komen over het tempo van accreditatie
en verificatie, en wat importeurs kunnen verwachten. Marktpartijen moeten voldoende
tijd hebben om aan CBAM-verplichtingen te kunnen voldoen.
In de herziening van de CBAM-verordening2 wordt een deel van het probleem geadresseerd. In de Raadspositie die bereikt is tijdens
de Ecofin van 12 juni is de verplichting voor importeurs om voldoende CBAM-certificaten
aan te houden verlicht. Het voorstel is dat importeurs in de eerste helft van 2027
het aantal CBAM-certificaten kunnen baseren op werkelijke emissiewaarden, ook als
die nog niet geverifieerd zijn. Bedrijven die wel al werkelijke emissiewaarden in
beeld hebben, maar waarbij het verificatieproces nog niet is afgerond hoeven hierdoor
niet onnodig veel CBAM-certificaten aan te houden. Dit voorkomt een onnodig liquiditeitsbeslag
bij deze bedrijven. Het kabinet steunt dit voorstel.
Ondertussen kijkt het kabinet ook naar oplossingen voor de langere termijn.
Zoals ik u al eerder informeerde, heeft het kabinet via een non paper gepleit voor het gebruik van mondiale standaardwaarden voor specifieke downstreamgoederen.3 Dit moet het gebruik van standaardwaarden een reële optie maken voor deze downstreamgoederen.
Dit vermindert de werklast van het aantonen, verifiëren en door de uitvoering controleren
van werkelijke gegevens. Hierdoor wordt de extra vraag naar verificatiecapaciteit
als gevolg van de voorgestelde CBAM-uitbreiding gedempt. Het voorstel is inmiddels
opgenomen in de Raadspositie die bereikt is tijdens de Ecofin van 12 juni. Deze wijziging
zou pas vanaf 1 januari 2028 van toepassing zijn.
Daarnaast staat in het herzieningsvoorstel dat accreditatieinstellingen in landen
buiten de EU kunnen accrediteren. Nederland steunt deze mogelijkheid. Dit zou echter
op zijn vroegst pas eind 2027 tot extra verificateurs leiden.
Het kabinet blijft zich in de toekomst Europees en nationaal inzetten zodat zo veel
mogelijk importeurs gebruik kunnen maken van werkelijke gegevens ten behoeve van de
aangifte in 2027.
De Staatssecretaris van Financiën,
E. Eerenberg
Ondertekenaars
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën