Brief regering : Aanpak netcongestie
29 023 Voorzienings- en leveringszekerheid energie
Nr. 713
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 juni 2026
In deze brief informeer ik uw Kamer over enkele belangrijke ontwikkelingen en resultaten
in de aanpak van netcongestie. Er zijn belangrijke stappen gezet in de gezamenlijke
aanpak van alle betrokken partijen. In specifieke gebieden is het gelukt extra ruimte
op het stroomnet te creëren of te vinden die ten goede komt aan partijen op de wachtrij.
Desondanks ligt er de komende tijd nog een forse gezamenlijke opgave om netcongestie
het hoofd te bieden. In een aantal gebieden, zoals delen van Noord-Brabant, is de
situatie kritiek en wordt met een gezamenlijke aanpak een maatregelenpakket ontwikkeld,
gebruikmakend van de lessen die in de FGU-regio zijn geleerd.
In een separate brief informeer ik u over de voortgang van energie-infrastructuurprojecten
ten behoeve van de energietransitie over de volle breedte van alle energie-modaliteiten.
Vernieuwing aanpak netcongestie
De groeiende urgentie van de netcongestieproblematiek maakt het noodzakelijk om een
aantal zaken anders aan te pakken dan tot nu toe. De afgelopen jaren zijn bij de aanpak
van netcongestie uiteenlopende mogelijkheden en kansen geïdentificeerd en gecreëerd.
Daarmee breekt een nieuwe fase aan van opschaling en bredere uitrol van oplossingen.
Daarbij wordt geput uit de ervaringen die het kabinet en de betrokken partijen hebben
opgedaan in het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN)1, de aanpak versnelde uitbreiding elektriciteitsnet2, het Aansluitoffensief3 en de crisis-aanpak in de regio Flevopolder-Gelderland-Utrecht (FGU)4.
Visie op het toekomstige energiesysteem
De situatie op het stroomnet is fundamenteel veranderd ten opzichte van het verleden.
Ondanks omvangrijke uitbreiding van het elektriciteitsnet door de netbeheerders, keren
we niet volledig terug naar de situatie waarin transportcapaciteit voor elektriciteit
praktisch gezien altijd en overal oneindig beschikbaar was. Dit vraagt om een nieuwe
balans tussen de maatschappelijke waarden betaalbaarheid, betrouwbaarheid en beschikbaarheid
van elektriciteit. Daarom hebben het Rijk, netbeheerders, de toezichthouder en marktpartijen
een gezamenlijke visie op gebruik van het elektriciteitssysteem vastgesteld (bijlage)5. Deze visie gaat uit van grootschalige realisatie van flexibiliteit, flexibiliteit
als een vanzelfsprekend onderdeel van het energiesysteem, en het bewust accepteren
van meer risico om de betaalbaarheid en beschikbaarheid van elektriciteit te verbeteren.
Ik beschouw het als een belangrijke stap voorwaarts dat alle betrokken partijen zich
hier aan committeren, inclusief het aanvaarden van de gevolgen van soms moeilijke
keuzes die we gezamenlijk moeten maken.
Nieuwe structuur Landelijk Actieprogramma Netcongestie
Vanwege de toegenomen problematiek rond netcongestie en het aanbreken van een nieuwe
fase in de aanpak wordt de organisatie van het Landelijk Actieprogramma Netcongestie
(LAN) vernieuwd om sneller en effectiever te kunnen handelen. De samenwerking tussen
regionale en landelijke partijen wordt versterkt, zodat knelpunten sneller kunnen
worden opgeschaald en landelijke maatregelen sneller in de praktijk worden gebracht.
Via de Energyboards creëren we een sterke link tussen nationaal en regionaal schaalniveau.
Alle partijen die een rol spelen in de aanpak van netcongestie hebben een plek in
de gekozen aansturing, inclusief het bedrijfsleven.
Aansluitoffensief Netcongestie
Uw Kamer is bij brief van 4 februari geïnformeerd over het Aansluitoffensief. De acht
geselecteerde doorbraken zijn inmiddels geoperationaliseerd en waar mogelijk geïmplementeerd.
De aanpak wordt vervolgd binnen het LAN waarbij ook nieuwe doorbraken worden geïnventariseerd.
Onder meer worden de congestieonderzoeken komend halfjaar herijkt met het nieuwe scenario
met aangescherpte prognoses wat vrijwel zeker tot meer ruimte zal leiden. Een herijking
in Zeeland heeft, in combinatie met meer flexibel gebruik, reeds ruimte opgeleverd
waarmee minimaal 173 grootverbruik-klanten van de wachtrij zijn geholpen. In Oostzaan
is na diepgaande analyse 180MW aan capaciteit gevonden waarmee de gehele plaatselijke
wachtrij van 271 partijen kan worden aangesloten. Dit laatste voorbeeld illustreert
overigens het locatie-specifieke karakter van netcongestie: in de rest van de provincie
Noord-Holland moet nog veel werk worden verzet voordat de wachtrijen serieus kunnen
worden teruggedrongen.
Verder werken de netbeheerders samen om gestandaardiseerd meer flextenders uit te
schrijven. Hierop vooruitlopend is Liander al een aanbesteding gestart voor in totaal
maximaal 750 MW aan flexibel vermogen. Met de markt en de netbeheerders zijn verder
de voorwaarden van het capaciteitssturingscontract (CSC) herzien om deze aantrekkelijker
te maken. Dat de netbeheerders meer financiële ruimte voelen bij het contracteren
van flexibiliteit vanwege de doorbraak rondom de financiële grens is hierbij behulpzaam
en is recent bij de aanpak in FGU reeds succesvol toegepast. Inmiddels zijn in Zuid-Holland
en Brabant flexcontracten met grote batterijen gesloten die daarmee congestieverzachtend
werken, waardoor binnenkort capaciteit aan partijen op de wachtrij kan worden verleend.
Sneller Bouwen
In de fysieke uitbreiding van het elektriciteitsnet worden ondertussen concrete resultaten
bereikt. Zo is eind mei een nieuw hoogspanningsstation in de Zuidplaspolder (Zuid-Holland)
in gebruik genomen, een gezamenlijk project van TenneT, Liander en Stedin. Hiermee
is in deze regio, één van de eerste waar netcongestie de kop op stak, ruimte gecreëerd
voor de realisatie van nieuwbouwprojecten en kan de wachtrij voor grootverbruikers
stapsgewijs worden afgebouwd. De doorlooptijd van dit traject heeft ruim 10 jaar in
beslag genomen. Dit moet en kan sneller voor lopende en toekomstige projecten.
Wetgevingsprogramma Stroomlijnen energieprojecten
In het Coalitieakkoord is een crisiswet netcongestie aangekondigd om doorlooptijden
van elektriciteitsprojecten te verkorten. Ik geef hier invulling aan met het wetgevingsprogramma
Stroomlijnen energieprojecten, waarmee de aanleg van energie-infrastructuur wordt
versneld. Binnen dit programma pas ik, in nauwe samenwerking met de Minister van Volkshuisvesting
en Ruimtelijke Ordening, wet- en regelgeving in tranches aan om de realisatie van
energieprojecten te stroomlijnen en te versnellen. De internetconsultatie van de Vereenvoudigingswet,
die Rijk en provincies een wettelijke basis biedt om leges te heffen waarmee ambtelijke
kosten van de projectprocedure kunnen worden vergoed, is afgerond. Het wetsvoorstel
zal in de zomer voor advies bij de Raad van State voorgelegd worden, en kan naar verwachting
in het najaar aan de Kamer worden aangeboden. Verder start na de zomer de internetconsultatie
van de tweede tranche wettelijke versnellingsmaatregelen.
Zoals toegezegd in mijn brief van 2 april jl.6 heb ik onderzocht of projectspecifieke (wettelijke) maatregelen de meest cruciale
projecten extra kunnen versnellen. Het resultaat is een extra set mogelijke maatregelen
voor projectgerichte aanvullende versnelling. De maatregelen die in beeld zijn gaan
onder meer over meer rijksregie op besluitvorming en inpassing van projecten, en vereenvoudiging
van regels en versnelling van doorlooptijden van (vergunning)procedures. Daarnaast
wordt ingezet op een betere toepassing van bestaande instrumenten. De verkenning onderstreept
dat er specifieke projecten kunnen worden aangewezen die door hun centrale functie
in het elektriciteitsnet van groot belang zijn voor het vrijspelen van capaciteit
ten behoeve van de aansluiting van huishoudens en bedrijven. De komende tijd worden
deze maatregelen verder uitgewerkt. Ik houd uw Kamer op de hoogte van de voortgang
en verdere uitwerking.
In lijn met de motie-Klos-Müller7 informeer ik uw Kamer aan het eind van de zomer uitgebreid over de inhoud en planning
van het wetgevingsprogramma.
Versnellingsaanpak regionale stroomnetten
Om netcongestie het hoofd te bieden is ook versnelling van de uitbreiding van de midden-
en laagspanningsnetten noodzakelijk. Het Rijk, regionale netbeheerders, provincies
en gemeenten zijn een nieuwe «versnellingsaanpak regionale stroomnetten» overeengekomen
(bijlage). Alle betrokken partijen hebben hun commitment uitgesproken voor deze versnellingsaanpak,
die aansluit bij de eerder ingezette maatregelen voor hoogspanningsinfrastructuur8. De aanpak bestaat uit vier pijlers die zijn gericht op het oplossen van belangrijkste
knelpunten9. Drie richten zich op het uitvoeringsproces: 1.) plannen, reserveren en locatiekeuze,
2.) grondverwerving en 3. procedures en vergunningen. De vierde pijler betreft samenwerking
en een gezamenlijke werkwijze die de andere pijlers ondersteunt.
Concrete voorbeelden van maatregelen zijn landelijke afspraken over terugkerende vergunning-
en inpassingsvraagstukken, het tijdig reserveren van ruimte voor elektriciteitsinfrastructuur
in ruimtelijke plannen, het stroomlijnen van het grondverwervingsproces en het opstellen
en implementeren van een landelijk samenwerkingskader midden- en laagspanning voor
overheden en regionale netbeheerders. Ook wordt ingezet op het organiseren van uitvoeringscapaciteit,
bijvoorbeeld door de inzet van de Expertpool Energie-infrastructuur (Vliegende Brigade).10 De komende periode wordt deze aanpak verder uitgewerkt binnen het LAN. In het najaar
worden bestuurlijke afspraken gemaakt over de uitvoering.
Beter Benutten – Kleinverbruik
Tijdsafhankelijke nettarieven kleine aansluitingen
Netbeheer Nederland heeft 1 mei een codewijzigingsvoorstel aan de ACM gestuurd met
een nieuw tariefstelsel met tijds- en volumeafhankelijke nettarieven voor kleine aansluitingen.
De ACM is gestart met de behandeling van het voorstel en zal een ontwerpbesluit publiceren
ter consultatie. De ACM verwacht eind dit jaar een definitief besluit te nemen.
Het differentiëren van de nettarieven naar tijd voor kleinverbruikers is noodzakelijk
om kleinverbruikers een financiële prikkel te geven om hun elektriciteitsverbruik
te verschuiven naar momenten buiten de piek. Daarmee wordt netcongestie verminderd
zodat uitbreiding van het elektriciteitsnet wordt beperkt en maatschappelijke kosten
bespaard. Door differentiatie naar volume verdeelt het tariefstelsel bovendien de
kosten eerlijker over huishoudens. Op dit moment betalen alle huishoudens een vast
bedrag voor het elektriciteitsnet. Dit is nadelig voor mensen die weinig stroom verbruiken,
zoals een appartement op een warmtenet, en voordelig voor huishoudens met een hoog
stroomverbruik.
Uw Kamer heeft met de motie-Müller c.s.11 verzocht u te informeren over de mogelijke gevolgen van dit nieuwe tariefmodel voor
de energierekening van (verduurzaamde) huishoudens, in het bijzonder die met een warmtepomp,
zodat de Kamer zich hierover voorafgaand aan definitieve besluitvorming door de ACM
kan uitspreken. De terugverdientijd en businesscase voor warmtepompen is afhankelijk
van meerdere factoren, daarom beziet het kabinet dit vraagstuk in de bredere context
van de volledige energierekening. Momenteel voert Berenschot in opdracht van het Ministerie
van Economische Zaken en Klimaat een onderzoek uit naar de financiële effecten van
de tijdsafhankelijke nettarieven op verschillende typen huishoudens, waaronder huishoudens
met een warmtepomp. De onderzoeksresultaten worden naar verwachting dit najaar met
uw Kamer gedeeld.
De ACM heeft uw Kamer op 10 juni jl. per brief12 geïnformeerd over het codewijzigingsvoorstel en de vervolgstappen die de ACM in dit
traject zal nemen. De ACM zal bij de beoordeling van het codewijzigingsvoorstel alle
ontwerpkeuzes van het tariefstelsel betrekken, waaronder de lengte van de tijdsblokken
en het effect daarvan op het handelingsperspectief van huishoudens met een warmtepomp.
Afbouw reserveringen kleinverbruikers
De Kamer is op 2 april 2026 geïnformeerd over de overgang naar een nieuwe werkwijze
voor het aanvragen van netcapaciteit voor kleinverbruikers, waaronder woningbouw13. De bestaande praktijk van reserveren wordt stapsgewijs afgebouwd, waardoor gereserveerde
ruimte zoveel mogelijk wordt vrijgegeven. Voor projecten die binnen drie jaar starten
met bouw en bekend zijn bij de netbeheerder krijgen voor 1 juli capaciteit toegewezen
(onderhanden werk).
Daarnaast wordt het vanaf 1 oktober voor gemeenten mogelijk om voor geplande woningbouw
en onderwijsinstellingen eerder netcapaciteit aan te vragen (tot 10 jaar voor oplevering).
Hierdoor kan al vroeg in het woningbouwproces netcapaciteit worden aangevraagd, ook
als er nog geen ontwikkelaar is gekozen. Onder regie van EZK is tussen netbeheerders,
BZK, IPO, VNG en de ACM overeenstemming bereikt over een zorgvuldige overgang naar
deze nieuwe werkwijze. Een belangrijk element hierbij is de coördinatie bij de start
van het eerder aanvragen. Dit is nodig om aanvragen voor woningbouwprojecten in een
logische volgorde te zetten, zodat projecten die eerder netcapaciteit nodig hebben
deze ook eerder toegewezen krijgen14. BZK, IPO en VNG hebben afgesproken dat aanvragen per 1 oktober gefaseerd, op basis
van het jaar waarin de bouw start, door gemeenten worden ingediend. Netbeheerders
faciliteren deze aanpak in het online aanvraagportaal. Deze gecoördineerde manier
van aanvragen zal enkele weken gelden als onderdeel van de overgangsperiode. Daarna
kunnen gemeenten capaciteit aanvragen volgens de vanaf dan geldende werkwijze van
eerder aanvragen.
Ook hebben partijen afgesproken dat netbeheerders beoordelen of zij een geschikt aanbetalingsregime
kunnen invoeren voor deze nieuwe manier van aanvragen door gemeenten, dat past binnen
het algemene aanbetalingsbeleid. Deze verkenning zal begin juli gereed zijn.Gemeenten
worden, via een ledenbrief van de VNG, spoedig geïnformeerd over de details van het
gecoördineerd aanvragen en op welke data welke projecten kunnen worden ingediend.
Gemeenten worden opgeroepen om deze aanvragen nu al voor te bereiden door bestaande
woningbouwplannen en de daarvoor benodigde capaciteit in kaart brengen. Met de gemaakte
afspraken is uitvoering gegeven aan het verzoek in de motie-Vermeer15 m.b.t. vroeg aanvragen van netcapaciteit voor woningbouwprojecten16.
Verduurzaming binnen bestaande aansluiting
Aanvragen voor verzwaring van een aansluiting kunnen niet overal meer direct worden
gehonoreerd. Dit brengt bovendien extra kosten met zich mee en vergroot de druk op
het elektriciteitsnet. Dat geldt zowel voor grootverbruikers als voor kleinverbruikers
zoals huishoudens. Verduurzaming vereist gelukkig lang niet in alle gevallen een zwaardere
aansluiting. Onderzoek van Stroomversnelling (bijlage) laat zien dat veel huishoudens
ook zonder verzwaring volledig kunnen elektrificeren. Stroomversnelling concludeert
dat een zogenoemde 1-faseaansluiting in veel gevallen voldoende is voor elektrisch
koken en een elektrische warmtepomp, aanvullend op regulier stroomverbruik van huishoudelijke
apparaten. Voor het laden van een elektrische auto aan huis is een standaard 1-faseaansluiting
doorgaans ook voldoende voor dagelijks gebruik, zij het met een lagere laadsnelheid.
Om verduurzaming mogelijk te maken en onnodige verzwaringen te voorkomen adviseert
het kabinet huishoudens, bedrijven en maatschappelijke instellingen om bij verduurzamingsplannen
eerst met een erkende installateur te bespreken wat er mogelijk is binnen de bestaande
aansluiting. Het Ministerie van EZK werkt samen met Techniek Nederland om huishoudens
en bedrijven te voorzien van goede informatie over de mogelijkheden die het inregelen
van de warmtepomp, load balancing van de laadpaal of een home energy management systeem
(HEMS) bieden.
Flexibiliteit bij kleinverbruikers
Flexibel elektriciteitsverbruik door kleinverbruikers – huishoudens, kleine bedrijven
en maatschappelijke instellingen – is noodzakelijk om het elektriciteitssysteem op
piekmomenten te ontlasten. Zoals toegezegd aan het lid Grinwis (CU)17 geef ik hierbij een appreciatie van het rapport «Zoveel kan met lokale flex!» van
CE Delft18. Het rapport concludeert dat flexibiliteit op het laagspanningsnet significant kan
bijdragen aan het verhelpen van netcongestie, het verlagen van energiekosten en het
voorkomen van curtailment (tijdelijk afschakelen) van hernieuwbare elektriciteit.
Het rapport laat zien dat een aanzienlijk deel van het potentieel van lokale flexibiliteit
pas wordt gerealiseerd als consumenten en mkb-bedrijven worden ontzorgd in hun handelingsperspectief,
slimme apparaten eenvoudig kunnen deelnemen aan flexibiliteitsdiensten en de financiële
prikkels aantrekkelijk genoeg zijn. Dit sluit volledig aan bij de reeds ingezette
aanpak in het spoor «beter benutten kleinverbruikers» binnen het LAN19. Onderdeel hiervan zijn de normen die het Nederlands Normalisatie Instituut NEN ontwikkelt
voor slimme apparaten die eenvoudige toepassing van tijdsgebonden nettarieven en deelname
aan flexibiliteitsdiensten mogelijk maken. Zo kunnen kleinverbruikers eenvoudiger
bijdragen aan een stabieler elektriciteitsnet en beter sturen op elektriciteitskosten
om meer grip te krijgen op hun energierekening.
Daarnaast adviseert CE Delft om versneld congestiediensten voor kleinverbruikers te
ontwikkelen. Ook dit is reeds onderdeel van de aanpak. Huishoudens in de provincies
Gelderland en Utrecht en delen van de Flevopolder en Noord-Brabant kunnen een financiële
vergoeding krijgen, oplopend tot honderden euro’s per jaar, voor het ontlasten van
het elektriciteitsnet door slimme aansturing van laadpalen, thuisbatterijen en hybride
warmtepompen. De verwachting is dat in de komende winter een aanzienlijk deel van
de flexibiliteitsvraag in de FGU-regio op deze manier kan worden vervuld. Thuisbatterijen
kunnen met de juiste randvoorwaarden congestieverzachtend werken. Het kabinet steunt
deze ontwikkeling. In de Beleidsagenda integrale opslag die na de zomer uitkomt werkt
het kabinet samen met netbeheerders en de opslagsector verder aan de prikkels en randvoorwaarden
die borgen dat thuisbatterijen netondersteunend kunnen functioneren.
Beter Benutten – Grootverbruik
Het aantal afgesloten contracten voor flexibiliteit en congestiemanagement neemt toe.
Zo heeft het Rijk onlangs een Groepstransportovereenkomst (GTO) afgesloten voor gebouwen
van de Ministeries van VWS en SZW, en de ACM, waardoor hier binnen de bestaande capaciteit
verdere verduurzaming mogelijk is gemaakt.
Flexibiliteit en congestiemanagement
Het ontsluiten van voldoende flexibiliteit bij bedrijven en instellingen blijft echter
uitdagend. BlueTerra en Trinomics hebben in kaart gebracht welke motivaties en barrières
bedrijven en netbeheerders ervaren en doen aanbevelingen gedaan om belemmeringen te
adresseren. Het rapport gaat als bijlage bij deze brief.
Het onderzoek laat zien dat zowel bedrijven als netbeheerders de urgentie van het
probleem erkennen. Bedrijven staan open voor het gesprek met de netbeheerder over
het bieden van flexibiliteit. Bedrijven blijken echter een grotere mate van transparantie
en een hoger tempo te verwachten dan de netbeheerders kunnen bieden. Er is gelijktijdig
behoefte aan maatwerk en aan standaardisatie om te kunnen versnellen en opschalen.
De balans tussen kosten en baten is voor bedrijven op dit moment vaak ongunstig. Netbeheerders
werken daarentegen binnen regulatoire kaders over bijvoorbeeld non-discriminatie en
doelmatigheid, waardoor zij terughoudendheid zijn in het geven van advies of meedenken
over individuele oplossingen.
De aanbevelingen gaan over het proces en de focus, bijvoorbeeld het minder richten
op flexibiliteit uit het primaire bedrijfsproces en meer uit secundaire assets zoals
batterijen en warmteinstallaties. Het is eenvoudiger hier flexibiliteit te ontsluiten
omdat dit minder aanpassingen in de bedrijfsvoering vereist. Daarnaast worden aanbevelingen
gedaan over de communicatie vanuit de netbeheerders. Dit betreft met name het bieden
van meer inzicht in de flexverwachting en aanpassing van contracten en vergoedingen.
In het Aansluitoffensief zijn al stappen gezet, specifiek voor het capaciteitssturingscontract
waarvan nu een vernieuwde versie wordt aangeboden. De komende tijd zal het kabinet
samen met netbeheerders en marktpartijen de aanbevelingen verder operationaliseren.
Verbeterplannen netbeheerders
In het voorjaar van 2025 heeft de ACM aan de netbeheerders een informatieverzoek gedaan
naar aanleiding van achterblijvende implementatie van in de systeemcode opgenomen
alternatieve transportrechten en congestiemanagementproducten. Dit heeft geresulteerd
in een verbeteropdracht waar recent bindende afspraken tussen de ACM en de individuele
netbeheerders over zijn gemaakt. Op 2 juni jl. heeft de ACM hierover publiekelijk
gecommuniceerd20. Deze afspraken hebben enerzijds betrekking op het verkrijgen van inzicht in belasting
en mogelijkheden tot betere benutting van de elektriciteitsnetten, en anderzijds op
de wijze en de termijn waarop de netbeheerders de in het kader van netcongestie ontwikkelde
nieuwe contractvormen implementeren. Ieder kwartaal zal de ACM over de voortgang communiceren.
Het hebben van actueel en real time inzicht in de benutting van de netten is cruciaal
voor het kunnen aanbieden van flexibele contracten. Ik ben blij dat de netbeheerders
erkennen dat verbeteringen nodig zijn en de bereidheid tonen om hier stappen in te
zetten. Ik steun de gezamenlijke aanpak van de ACM en de netbeheerders en reken op
een succesvolle implementatie van de verbeterplannen.
Prioriteringskader – Defensie
Vanaf 1 juli 2026 wordt de beschikbare ruimte op het net conform het prioriteringskader
van de ACM uitgegeven. Dit heeft geen effect op de beschikbare ruimte, maar wel op
de volgorde waarin deze ruimte wordt verdeeld. Na de categorie congestieverzachters
heeft de categorie veiligheid de hoogste prioriteit. Hieronder valt onder andere Defensie.
De komende jaren heeft Defensie aanvullende netcapaciteit nodig om haar taken te kunnen
uitvoeren en groei mogelijk te maken. Defensie zet hierbij in op energiezekerheid
en -onafhankelijkheid voor haar locaties om de weerbaarheid te vergroten en om groei
en elektrificatie binnen de kaders van de beperkte energiecapaciteit te kunnen faciliteren.
Het uitgangspunt is om de netbelasting te beperken door nieuwe en bestaande locaties
standaard netbewust te ontwikkelen en, waar mogelijk, als congestieverzachter op te
treden. Capaciteit die hierdoor mogelijk vrijvalt, kan worden toegewezen aan andere
prioriteiten.
Tot slot
Zoals hierboven uiteengezet zet het kabinet zich, in constructieve samenwerking met
vele partners, in om netcongestie zo veel mogelijk tegen te gaan. De knelpunten als
gevolg van netcongestie raken burgers en bedrijven. Tegelijkertijd is de vereiste
betere benutting van het elektriciteitsnet alleen te realiseren in goed overleg met,
en met medewerking van huishoudens, bedrijven en maatschappelijke instellingen. Uiteraard
houd ik uw Kamer op de hoogte van de ontwikkelingen, en kansen en dilemma’s die we
op deze weg nog tegenkomen.
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,
J. de Bat
Indieners
J. de Bat, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat