Brief regering : Afronding en evaluatie subsidieregeling Incidentele Middelen Leerlingendaling vo (IML)
31 289 Voortgezet Onderwijs
Nr. 611
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 juni 2026
Leerlingendaling treft niet alle regio’s in gelijke mate. De demografische verschillen
tussen regio’s zijn groot: de ene regio heeft al jaren te maken met structurele krimp,
terwijl in andere regio’s het aantal schoolgaande kinderen juist groeit. Bij krimp
kunnen de beschikbaarheid en bereikbaarheid van het onderwijsaanbod onder druk komen
te staan. Het is dan ook essentieel dat bestuurders in een regio gezamenlijk nadenken
over en werken aan hoe goed onderwijs beschikbaar en bereikbaar blijft, vanuit hun
gedeelde verantwoordelijkheid voor alle leerlingen in de regio.
Om scholen en besturen te ondersteunen bij het regionaal en gezamenlijk oppakken van
deze uitdaging, is via de subsidieregeling Incidentele Middelen Leerlingendaling voortgezet
onderwijs (vo) (hierna: IML) voor de periode 2021–2025 in totaal € 22,7 miljoen beschikbaar
gesteld voor veertig regio’s. Onderzoeksbureaus Oberon en KBA hebben de uitvoering
van de subsidieregeling doorgaand gemonitord en op 12 mei 2026 hun eindrapportage
opgeleverd: Klaar voor de toekomst? Onderzoek naar de subsidieregeling Incidentele Middelen Leerlingendaling. Zoals toegezegd bied ik uw Kamer hierbij het onderzoek aan en geef ik een reactie
op de aanbevelingen. Ook schets ik hoe de verdere inzet vanuit mijn ministerie op
het onderwerp leerlingendaling vo eruitziet.
Stimuleren goed onderwijsaanbod
De rapportage beschrijft vier categorieën maatregelen die regio’s hebben ingezet:
governance en samenwerking (waaronder fusies en juridische samenvoeging), onderwijsinhoudelijke
samenwerking (zoals gedeelde keuzevakken en doorlopende leerroutes), personeel en
organisatie (zoals het samenvoegen van ondersteunende diensten) en huisvesting en
bereikbaarheid (veelal in samenwerking met gemeenten). Het belangrijkste resultaat
van de diverse maatregelen is het kunnen blijven ondersteunen van toegankelijk, bereikbaar
en kwalitatief goed onderwijs. Concrete opbrengsten daarbij zijn minder versnippering
van leerlingen en opleidingen, behoud van kwetsbare vakken en profielen, stabiele
leerlingenstromen en het voorkomen van een neerwaartse spiraal van krimp. Oberon en
KBA stellen dat de krimp zonder de IML-middelen in veel regio’s waarschijnlijk had
geleid tot ongecoördineerde verschraling. De subsidie bood de regio’s tijd, procesbegeleiding
en een veilige ruimte om de krimp proactief en regionaal op te vangen. Ik ben blij
dat we met deze subsidie hebben kunnen stimuleren dat samenwerking leidt tot behoud
van goed onderwijsaanbod, ondanks afname van leerlingaantallen.
Om het krimpvraagstuk in de subsidieregio’s ook in de toekomst het hoofd te kunnen
bieden is duurzame borging essentieel. Sommige regio’s hebben deze borging stevig
verankerd via formele fusies, terwijl het elders projectmatig of persoonsafhankelijk
blijft. Uit het rapport blijkt dat de kwaliteit van samenwerking en bestuurlijk leiderschap
de mate van duurzame borging beïnvloeden en dat deze verschillen per regio. Succesfactoren
zijn bestuurlijke stabiliteit, onderling vertrouwen, inhoudelijke focus en professionele
procesregie. Ook een coöperatieve gemeente en het benadrukken van het gezamenlijke
belang voor personeel, ouders en omgeving spelen een rol.
De rapportage concludeert dat de einddoelen die met de subsidie beoogd werden ten
dele gerealiseerd zijn. Een neerwaartse spiraal is voorkomen. Tegelijkertijd vergt
de borging aandacht. Stevige keuzes zijn vastgelegd in fusiebesluiten, integrale huisvestingsplannen
en bestuursakkoorden, maar volledige implementatie vergt volgens de onderzoekers een
langere tijdshorizon waarin deze ingezette bestuurlijke trajecten worden geformaliseerd.
Ook op het gebied van vernieuwingen in het onderwijsaanbod is weinig voortgang geboekt.
De rapportage doet aanbevelingen aan mijn ministerie, onder andere over het explicieter
investeren in samenwerking als voorwaarde bij nieuwe regelingen, het beter zichtbaar
maken van samenhang tussen gelijklopende regelingen en het expliciet meenemen van
borging in de opzet van toekomstige regelingen. Ik zal deze betrekken bij de vormgeving
van toekomstige regelingen waarbij samenwerking centraal staat.
De komende jaren zal demografische krimp in sommige regio’s leiden tot verdere leerlingendaling.
Een actueel, transparant en toekomstig beeld van de demografische ontwikkelingen per
regio is inmiddels te vinden in het Dynamisch Rapport leerlingenaantallen vo.1 Dit dashboard, dat was aangekondigd in de vorige brief rondom leerlingendaling2, helpt bij het inzichtelijk maken van regionale opgaven en is zo een belangrijk hulpmiddel
voor besturen en lokale overheden. Ook is er een dashboard voor het primair onderwijs3 (po) ontwikkeld dat de bredere beleidsvorming rond dunbevolktheid en behoud van goed
onderwijsaanbod ondersteunt.
Regionale samenwerking tussen schoolbestuurders blijft essentieel. Het eindrapport
bij de regeling IML stelt dat vervolgbeleid en continuering van regionale regie noodzakelijk
is. Daarom blijven de regiocoördinatoren Funderend Onderwijs, die namens mijn ministerie
in heel Nederland actief zijn, zich onverminderd inzetten voor toegankelijk, bereikbaar
en kwalitatief goed onderwijs. Zij worden daarbij ondersteund door een extern adviesbureau
dat procesbegeleiding biedt daar waar complexe problematiek zich voordoet. Voor deze
procesbegeleiding zijn tussen 2023 en 2027 middelen gereserveerd op de OCW-begroting.
Daarnaast ondersteunt de Realisatie-Eenheid van het ministerie de onderwijsregio’s
waarin schoolbesturen, opleiders en de beroepsgroep samenwerken aan goed en voldoende
opgeleid onderwijspersoneel voor alle scholen in alle regio’s van Nederland.
Behoud vmbo-aanbod
Binnen de brede opgave en inzet rondom leerlingendaling vraagt het vmbo specifieke
aandacht, omdat krimp en leerlingendaling in de beroepsgerichte leerwegen van het
vmbo tot groeiende verschraling van het profielenaanbod leiden.4 Daarom neem ik, in het kader van de verkenning naar een toekomstbestendige profielenstructuur
voor het vmbo, verschillende maatregelen, zoals de verschillende experimenten rondom
het combineren van beroepsgerichte profielen, het schrappen van de opheffingsnorm
voor vbo-licenties en de verkenning naar de structurele, regionale verankering van
het technisch profielenaanbod in Sterk techniekonderwijs (STO). Deze maatregelen dragen
bij aan een duurzaam en bereikbaar vmbo-aanbod in alle regio’s. Uw Kamer wordt eind
2027 geïnformeerd over deze maatregelen.
Het Ministerie van OCW is verder structureel betrokken bij onder andere de RegioDeals
en het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR). Het doel van deze programma’s is
om regio’s een bredere impuls te geven met betrekking tot de brede welvaart, waarin
beschikbaar en bereikbaar onderwijs een belangrijke pijler is.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J.Z.C.M. Tielen
Indieners
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap