Brief regering : Zbo-evaluaties AFM en DNB 2021-2025
32 545 Wet- en regelgeving financiële markten
Nr. 230
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 juni 2026
Elke vijf jaar wordt de doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van
een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) geëvalueerd door de verantwoordelijke Minister(s).1 Ik heb KWINK-groep (Kwink) de opdracht gegeven de Autoriteit Financiële Markten (AFM)
en de Nederlandsche Bank (DNB) te evalueren over de periode van 1 januari 2021 tot
en met 31 december 2025.
Ik vind het van belang dat de toezichthouders doelmatig- en doeltreffend functioneren
en dat er goed wordt gestuurd op de kosten. De onder toezicht staande instellingen
in de financiële- en de pensioensector betalen immers de kosten van beide toezichthouders.
Daarom heb ik de onderzoekers voor deze evaluatie gevraagd meer aandacht te geven
aan het thema doelmatigheid en aan de mogelijkheden om doelmatigheid te stimuleren.
Daarmee geef ik ook deels invulling aan de motie-De Vries over het beperken van de
stijging van de toezichtkosten van AFM en DNB.2 Daarnaast zijn de aandachtspunten uit de evaluaties van de AFM en DNB over de periode
2016–2020 onderzocht, alsook de wenselijkheid van het behouden van de zbo-status en
het verbreden van het toezichtmandaat zoals toegezegd aan uw Kamer.3
Met deze brief informeer ik u, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
over de bevindingen uit deze evaluaties.4 In de bijlage bij deze brief geef ik mijn uitgebreide appreciatie van de evaluatierapporten.
Daarnaast ontvangt u de evaluatierapporten en de bestuurlijke reacties van de AFM
en DNB.
Conclusies en aanbevelingen
De onderzoekers concluderen in algemene zin dat de AFM en DNB in de evaluatieperiode
hun zbo-taken overwegend doelmatig en doeltreffend hebben uitgeoefend. Zo wordt geconstateerd
dat de doeltreffendheid in de evaluatieperiode is versterkt en er duidelijk en intensief
gestuurd wordt op de doelmatigheid. Dit is een positieve uitkomst en ik herken en
deel dit beeld. De evaluaties laten daarnaast zien dat er verbeteringen mogelijk zijn.
Ik vind het in dit licht waardevol dat de evaluatierapporten hiertoe concrete handreikingen
bevatten. Drie aspecten van mijn appreciatie licht ik hieronder graag uit.
Risicogebaseerd toezicht
De onderzoekers zien mogelijkheden om het risicogebaseerd toezicht verder te verbeteren.
Effectieve risicosturing vraagt om een voortdurende en systematische analyse van risico’s
in het gehele toezichtdomein, waarbij risico’s onderling worden vergeleken. Ik vraag
de AFM en DNB om hun methodologieën te blijven ontwikkelen en aanscherpen en van elkaars
ervaringen te leren. Daarbij sta ik open voor een actief en gestructureerd gesprek
over deze risico’s om in gezamenlijkheid keuzes te bespreken, met inachtneming van
de onafhankelijke taakuitvoering door de toezichthouders.
Loonanalyse
De onderzoekers hebben de loongebouwen van de toezichthouders vergeleken met relevante
concurrerende sectoren, zoals de financiële sector, de universiteiten en de rijksoverheid.
Ik steun de aanbeveling voor DNB om het loongebouw te versoberen, en ik waardeer de
eerste stappen die DNB zet in het verlagen van de personeelskosten. Ik onderschrijf
de aanbeveling aan de AFM en DNB om de lonen te blijven benchmarken.
Concurrentie en innovatie
Uit het onderzoek blijkt dat uitbreiding van het toezichtmandaat van de AFM en DNB
richting concurrentie en innovatie niet opportuun is. Ik herken en begrijp wel de
zorgen van de financiële sector over hun concurrentievermogen, en roep de toezichthouders
op om hier binnen hun wettelijke taak aandacht voor te houden en het gesprek over
te blijven voeren. Ik blijf inzetten op noodzakelijke, doeltreffende en uitvoerbare
regelgeving en roep de toezichthouders op om daar op adequate en doelmatige wijze
toezicht op te houden.
Reacties AFM en DNB
Uit de bestuurlijke reacties van de AFM en DNB komt naar voren dat zij de uitkomsten
van de evaluaties herkennen. Zij lichten daarin toe hoe ze aan de slag gaan met de
aanbevelingen. Met de opvolging van de aanbevelingen uit de evaluaties verwachten
de toezichthouders een volgende verbeterslag te kunnen maken in het doelmatig en doeltreffend
uitvoeren van de zbo-taken. Ik waardeer deze inzet van de toezichthouders.
Tot slot
In mijn brief over de toekomst van de bekostiging van het financieel toezicht5 schreef ik dat kosten van het toezicht zijn de afgelopen jaren zijn gestegen. Dit
komt onder meer door nieuw of intensiever toezicht op diverse terreinen, waaronder
de cryptomarkten, de cyberweerbaarheid van financiële instellingen en de duurzaamheidsregels.
Ook zijn de taken van DNB en de AFM op het gebied van pensioentoezicht uitgebreid
door de pensioentransitie. Dat vraagt veel van de toezichthouders en de sector. De
uitkomsten en aanbevelingen uit de evaluaties versterken het lerend vermogen en helpen
om oog te houden voor deze ontwikkelingen en om continu aandacht te houden waar verbeteringen
mogelijk zijn. Ik heb er vertrouwen in dat de AFM en DNB serieus en voortvarend aan
de slag gaan met de aanbevelingen en aandachtspunten uit de rapporten. Ik blijf met
hen in gesprek over de opvolging.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Indieners
E. Heinen, minister van Financiën