Brief regering : IOB Evaluatie van de Nederlandse bilaterale migratiepartnerschappen (2022-2025)
30 573 Migratiebeleid
Nr. 241
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 juni 2026
De directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) onderzocht het beleid
omtrent migratiepartnerschappen, op basis van de aangegeven wenselijkheid daarvan
in de Memorie van Toelichting bij de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
voor 2024. Het evaluatierapport deel ik hierbij met uw Kamer, mede namens de Minister
van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de Minister van Asiel en Migratie.
Ik dank de IOB voor het onderzoek naar een deel van het beleid omtrent migratiepartnerschappen.
De inzichten en aanbevelingen op basis van het beleid uit de periode 2022–2025 zal
het kabinet met veel interesse bestuderen. Een uitgebreide appreciatie zult u uiterlijk
29 augustus ontvangen, gecombineerd met een kabinetsreactie op het op 22 juni gepresenteerde
advies van de Adviesraad Migratie (AM) en de Adviesraad Internationale Vraagstukken
(AIV) «Migratie in Partnerschap: Sturen op Recht en Resultaat».
Het kabinet spant zich in voor het beheersen van internationale migratiestromen door
terugkeer te bevorderen, migranten te beschermen en irreguliere migratie tegen te
gaan, en zo het businessmodel van mensensmokkelaars te breken. Het kabinet streeft
deze doelen onder andere na middels brede, strategische partnerschappen met derde
landen, waar migratie een onderdeel van is. Daarbij ligt het bilaterale en het Europese
in elkaars verlengde. Het kabinet operationaliseert deze opdracht via de interdepartementale
taskforce internationale migratie, die sinds 1 januari 2025 actief is. Hiermee worden
mensen en middelen gebundeld, om zo daadwerkelijk te komen tot wederzijds voordelige
partnerschappen.
Migratiesamenwerking vindt plaats in een context van hoge complexiteit en onzekerheid,
waarin causale verbanden moeilijk eenduidig zijn vast te stellen. Partnerschappen
kenmerken zich door een non-lineair, adaptief en langetermijn-karakter. Dit vraagt
om zorgvuldigheid bij het duiden van resultaten en het trekken van overkoepelende
conclusies over effectiviteit en impact.
Het partnerschapsbeleid is één instrument binnen een bredere beleidsmix gericht op
het behalen van de Nederlandse migratiedoelstellingen. Daaronder valt bijvoorbeeld
ook de Nederlandse inzet in het Europese migratiebeleid, eigenstandige programmering,
de aanpak van mensensmokkel en het terugkeerbeleid, of sanctie-instrumenten en innovatieve
oplossingen. Deze evaluatie richt zich op het partnerschapsaspect, en in het bijzonder
de inzet in vier specifieke landen. Het kabinet denkt dat in die periode, ook in deze
landen, waardevolle voortgang gemaakt is waarop nu kan worden voortgebouwd.
Sinds het aantreden van het kabinet is een stevig fundament gelegd voor het realiseren
van de visie van het kabinet om te komen tot een effectief, humaan en toekomstgericht
asiel- en migratiemodel, waaronder het uiteindelijk kunnen afhandelen van asielverzoeken
buiten de EU. Nederland speelt een aanjagende rol in Europees verband in het werken
aan operationaliseren van innovatieve oplossingen, en is er substantiële voortgang
gemaakt in de bilaterale migratiesamenwerking met enkele prioritaire landen.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.