Brief regering : Geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad van 9 en 10 juli 2026
21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken
Nr. 2198
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 juni 2026
Hierbij zend ik u de geannoteerde agenda van de vergaderingen van de Eurogroep en
Ecofinraad van 9 en 10 juli a.s. Ik ben voornemens deel te nemen aan deze vergaderingen.
De agenda’s van de Eurogroep en Ecofinraad worden bepaald op basis van het Eurogroep-werkprogramma
en een vooruitblik van het voorzitterschap van de Raad. De agenda’s worden kort voor
de start van de Eurogroep en Ecofinraad vastgesteld. Op 11 juni hebben we de laatste
indicatie van de agenda’s ontvangen en op basis daarvan is deze geannoteerde agenda
samengesteld. Het is mogelijk dat nog punten worden toegevoegd aan de agenda of dat
bepaalde onderwerpen worden afgevoerd of worden uitgesteld tot de volgende vergadering.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad 9 en 10 juli 2026
Eurogroep
Agendaonderwerp: Begrotingsbeleid in de eurozone
Document: N.v.t.
Aard bespreking: Gedachtewisseling en (mogelijk) aanname verklaring
Besluitvormingsprocedure: Consensus
Toelichting:
De Eurogroep zal spreken over de macro-economische ontwikkelingen en het geaggregeerde
begrotingsbeleid, de zogenaamde fiscal stance, in de eurozone. De gedachtewisseling zal onder andere gebaseerd zijn op het jaarlijkse
rapport van de European Fiscal Board (EFB) over het geaggregeerde begrotingsbeleid
in de eurozone.
In 2026 en 2027 staat het begrotingsbeleid in de eurozone volgens de EFB in het teken
van aanzienlijke economische onzekerheid, vooral veroorzaakt door het conflict in
het Midden-Oosten en de impact hiervan op energieprijzen, inflatie en economische
groei. In 2026 is het begrotingsbeleid licht restrictief, in de zin dat de begrotingspositie
licht verbetert ten opzichte van 2025, mede door terughoudend beleid in een context
van hoge overheidsschulden en oplopende rente-uitgaven. In 2027 verwacht de EFB een
omslag naar een vrijwel neutrale tot licht expansieve begrotingskoers op eurozonenniveau.
De EFB uit in zijn rapport enige kritiek op de mededeling van de Commissie dat lidstaten
de bestaande nationale ontsnappingsclausule (National Escape Clause; NEC) binnen het
SGP zouden kunnen benutten voor maatregelen en investeringen gericht op het vergroten
van de energie-onafhankelijkheid. Volgens de EFB vergroot dit het risico op onnodige
en weinig gerichte overheidssteun, juist nu het steunpeil al hoog is en de inflatie
stijgt. Uitzonderingen op de begrotingsregels moeten daarom tot een minimum beperkt
blijven. Daarnaast merkt de EFB op dat veel lidstaten tijdelijke energiesteun geven
die eind 2026 afloopt, maar dat deze steun vaak generiek is en niet gericht op kwetsbare
groepen. De EFB adviseert dan ook om steunmaatregelen tijdelijk, gericht en begrotingsneutraal
vorm te geven, en benadrukt dat structurele investeringen, zoals in energie-onafhankelijkheid,
niet in het gedrang mogen komen door korte-termijn steunmaatregelen. Het kabinet acht
het van belang dat toepassing van de NEC tijdelijk, gericht en verenigbaar met schuldhoudbaarheid
blijft.
Mogelijk zal de Eurogroep, net als vorig jaar, een gezamenlijke verklaring aannemen
over de oriëntatie van het begrotingsbeleid voor het komende jaar. Voor het kabinet
staat voorop dat deze verklaring consistent moet zijn met de herziene Europese begrotingsregels.
Daarnaast zal het kabinet indien opportuun het belang van prudent begrotingsbeleid
en financiële buffers benadrukken.
Agendaonderwerp: Internationale rol van de euro
Document: https://www.ecb.Europa.eu/pub/pdf/ire/ecb.ire202606.en.pdf
Aard bespreking: Gedachtewisseling
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
De Eurogroep zal van gedachten wisselen over het jaarlijkse ECB-rapport over de internationale
rol van de euro. De ECB heeft het rapport hierover op 11 juni jl. gepubliceerd. In
dat rapport komt naar voren dat de internationale rol van de euro in 2025 beperkt
is toegenomen en volgens verschillende indicatoren voor internationaal valutagebruik
uitkomt op circa 20%.
Vergroting van de internationale rol van de euro kan volgens het kabinet voordelen
opleveren in termen van grotere monetaire autonomie, lagere transactie-, risicomanagement-
en financieringskosten, en een lagere gevoeligheid voor buitenlandse wisselkoersschokken.
Een grotere internationale rol van de euro kan ook bijdragen aan het reduceren van
afhankelijkheden in de financiële sector, en in het bijzonder de sterke afhankelijkheid
van de dollar.
Voor een grotere internationale rol van de euro is het volgens het kabinet van belang
dat de EU een aantrekkelijke plek is om te investeren en ziet hiervoor verschillende
aanknopingspunten. Dat kan door het concurrentievermogen van de EU te versterken en
de groeivoet te verhogen, bijvoorbeeld door het wegnemen van barrières op de interne
markt, de verdere integratie van financiële markten via de kapitaalmarktunie en de
bankenunie. Ook het verdiepen van handelsrelaties met derde landen kan bijdragen aan
het vergroten van de internationale rol van de euro, waarbij gedacht kan worden aan
nieuwe of verbeterde handelsakkoorden en het bevorderen van het gebruik van de euro
bijvoorbeeld in internationale grondstoffenmarkten. De betrouwbare Europese instituties,
de solide rechtstaat en onafhankelijke instellingen bieden een goede basis om de euro
als internationale munt te positioneren. Ook voldoende aanbod van in euro gedenomineerde
veilige activa kan bijdragen aan een grotere internationale rol van de euro. Het kabinet
vindt dat dit aanbod het best vergroot kan worden door houdbare overheidsschulden
en prudent begrotingsbeleid in de eurolanden.
Agendaonderwerp: Eurogroep werkprogramma t/m juni 2027
Document: N.v.t.
Aard bespreking: Gedachtewisseling
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
De voorzitter van de Eurogroep zal een toelichting geven bij het voorgestelde werkprogramma
tot en met juni 2027. Onderwerpen die naar verwachting op de agenda komen zijn macro-economische
ontwikkelingen, defensiefinanciering, de economische aspecten van technologische soevereiniteit
en kunstmatige intelligentie, de woningmarkt, energie en concurrentievermogen van
de eurozone. Naar verwachting zal er daarnaast aansluiting gehouden worden bij discussies
en wetgevingstrajecten in de Ecofinraad, waaronder over de Spaar- en Investeringsunie.
In inclusive format
Agendaonderwerp: Digitale financiën
Document: Nog niet beschikbaar
Aard bespreking: afsluitende bijeenkomst digital finance
Besluitvormingsprocedure: n.v.t.
Toelichting:
Naar aanleiding van besprekingen over stablecoins is besloten een werkstroom digitale
financiën op te zetten om een gezamenlijke Europese positie te bepalen. De sessie
op 9 juli vormt de afsluitende bespreking in de Eurogroep, waarin de eerdere besprekingen
over onder meer de kansen en risico’s worden samengebracht en een verklaring door
de Eurogroep wordt opgesteld. Het statement stelt naar verwachting dat digitale financiën
kansen biedt voor een efficiënter, concurrerender en soevereiner Europees financieel
systeem. Tegelijk moet innovatie plaatsvinden binnen duidelijke kaders, met aandacht
voor financiële stabiliteit, interoperabiliteit, toezicht en risico’s zoals stablecoin
multi-issuance.
De overkoepelende inzet van Nederland ten aanzien van digitale financiën is gericht
op het blijven inzetten op zowel het ontwikkelen van een publiek digitaal betaalmiddel
(de digitale euro) als het faciliteren van de ontwikkeling van private digitale betaalmiddelen
(stablecoins en getokeniseerde deposito’s). Voor private betaalmiddelen bewaakt de
overheid dat het betalingsverkeer toegankelijk is, consumenten beschermd worden en
integriteits-, financiële stabiliteits- en operationele risico’s gemitigeerd worden.
Ook in gedigitaliseerde financiële markten is het van belang dat betaalmiddelen gekoppeld
zijn aan het publieke anker van de centrale bank zodat de transmissie van het monetaire
beleid niet in het geding komt. Omdat de betrouwbaarheid van betaalmiddelen van groot
belang is, biedt solide regulering de beste basis voor innovatie met (nieuwe) digitale
betaalmiddelen. Concurrentie moet plaatsvinden op de gebruiksmogelijkheden van nieuwe
betaalmiddelen, niet op basis van regelgevingsarbitrage. Waar mogelijk worden kansen
benut om de Europese strategische autonomie en de internationale rol van de euro te
versterken door middel van digitale financiën. Het kabinet is kritisch ten aanzien
van zogeheten multi-issuance stablecoins vanwege de risico’s voor de financiële stabiliteit.
De kabinetsinzet is om risicobeperkende maatregelen te verkennen.
Agendaonderwerp: AI en financiële stabiliteit
Document: N.v.t.
Aard bespreking: Gedachtewisseling
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
In de Eurogroep zal worden gesproken over gevolgen van kunstmatige intelligentie (artificial intelligence, AI) voor de financiële stabiliteit.
Mede naar aanleiding van de ontwikkelingen van het AI-model Mythos van Anthropic,
is meer aandacht ontstaan voor de risico’s van geavanceerde AI-modellen. Het kabinet
vindt het belangrijk dat de risico’s van AI voor de financiële stabiliteit zorgvuldig
worden gemonitord. Gezien de snelle ontwikkelingen is het essentieel dat er adequate
crisisstructuren zijn ingericht, zodat informatie met elkaar gedeeld kan worden en
er snel kan worden ingegrepen bij een AI-gerelateerde crisis. Het kabinet zal tijdens
de Eurogroep het belang hiervan onderstrepen en een oproep doen om hier gezamenlijk
stappen in te zetten.
Tegelijkertijd zal het kabinet benadrukken dat er ook aandacht moet zijn voor de kansen
die AI biedt voor de financiële sector. AI biedt bijvoorbeeld mogelijkheden voor verbeterd
toezicht, effectievere handhaving, en een betere inschatting en beheersing van risico’s.
Ook kan cyberweerbaarheid worden versterkt met behulp van AI. Ook in bredere zin is
het belangrijk dat Europa voldoende oog heeft voor de kansen en het belang van een
aantrekkelijk vestigingsklimaat voor AI in Europa. Dit draagt bij aan het concurrentievermogen
van Europa en verkleint de afhankelijkheid van niet-Europese AI-bedrijven.
Tijdens de Eurogroep zal het kabinet daarnaast benadrukken dat het belangrijk is dat
Europese instellingen gelijke toegang krijgen tot AI-modellen, zoals Mythos, net als
Amerikaanse instellingen, zodat zij over dezelfde mogelijkheden beschikken om hun
cyberweerbaarheid te versterken. Tegelijkertijd is het van belang dat (financiële)
instellingen gebruikmaken van de bestaande mogelijkheden om hun digitale veiligheid
te waarborgen.
Verwant aan de discussie in de Eurogroep is de publicatie van het Commissievoorstel
het Europese Techsoevereiniteitspakket op 3 juni 2026. Dit voorstel bestaat uit een
strategische routekaart voor digitalisering en AI in energie, communicatie over Europese
technologische soevereiniteit inclusief een strategie op Open Source, wet op cloud-
en AI-ontwikkeling en de Chipswet 2. Hierover zal worden gesproken in de Raad voor
Concurrentievermogen, en Energieraad door de Minister van Economische Zaken en Klimaat
en in de Telecomraad door de Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit.
De Kamer ontvangt zoals gebruikelijk BNC-fiches met de Nederlandse appreciatie van
deze voorstellen.
Ecofin
Agendaonderwerp: Kapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisatiepakket
Document: N.v.t.
Aard bespreking: Gedachtewisseling
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
De Raad zal spreken over het kapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisatiepakket
dat op 4 december jl. door de Europese Commissie is gepubliceerd. Het kabinet verwelkomt
dit pakket en is uitgesproken voorstander van voorstellen die barrières op de interne
markt wegnemen om de spaar- en investeringsunie te ontwikkelen, alsook het centraliseren
van toezicht op handelsplatformen, centrale tegenpartijen, centrale effectenbewaarinstellingen
en cryptoactivadienstverleners bij ESMA. Daarbij vindt het kabinet het van groot belang
dat er voortgang gemaakt wordt op alle elementen van dit pakket, omdat alleen dan
de door de Commissie geschetste baten worden gerealiseerd. Hiertoe is Nederland, samen
met Frankrijk, Italië, Duitsland, Spanje en Polen (de E6) een gezamenlijke inbreng
overeengekomen, om de onderhandelingen binnen de Raad te faciliteren. Tijdens de Ecofinraad
van 12 juni is er gesproken over belangrijke aspecten van het pakket, waaronder over
de voorgestelde reikwijdte van het toezicht door ESMA en de voorgestelde herziene
bestuursstructuur van ESMA. Tijdens de Ecofinraad zal sturing worden gegeven op belangrijke
aspecten van het pakket. Het kabinet zet erop in dat er voortvarend een ambitieus
Raadsakkoord bereikt wordt.
Agendaonderwerp: Voorzitterschap werkprogramma
Document: N.v.t.
Aard bespreking: Gedachtewisseling
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
Het inkomende Ierse voorzitterschap zal haar prioriteiten voor de Ecofinraad presenteren.
Deze liggen naar verwachting bij de Spaar- en Investeringsunie (waaronder de onderhandelingen
voor het Kapitaalmarktintegratie- en Toezichtscentralisatiepakket), securitisatie,
de digitale euro en behandeling van het aanstaande rapport van de Europese Commissie
over het concurrentievermogen van de Europese bankensector. Daarnaast zal Ierland
naar verwachting de beëindiging van de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF) en de
financiering van Oekraïne in de Ecofinraad agenderen.
Agendaonderwerp: Economische en financiële impact van de Russische agressie tegen Oekraïne
Document: N.v.t.
Aard bespreking: Gedachtewisseling
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
De Ecofinraad zal spreken over de economische en financiële impact van de Russische
agressie tegen Oekraïne en over Europese steunmaatregelen. Dit is een regulier terugkerend
agendaonderwerp op de Ecofinraad. Er vindt geen besluitvorming plaats.
Oekraïne ontvangt sinds februari 2024 steun uit de Oekraïne-faciliteit ten behoeve
van herstel, wederopbouw en modernisering met een totale omvang van EUR 50 mld. voor
de periode 2024–2027. Voor steun vanuit de Oekraïne-faciliteit geldt dat uitbetaling
voorwaardelijk is aan het doorvoeren van hervormingsstappen uit de bestaande hervormingsagenda
voor 2024–2027 uit het Oekraïneplan. Op 8 juni jl. heeft de gedeeltelijke uitbetaling
van tranche zeven (EUR 2,8 mld.) plaatsgevonden, waarmee tot op heden in totaal EUR
29,5 mld. uit de Oekraïne faciliteit is uitbetaald.
Tijdens de Europese Raad op 18 december jl. is een akkoord bereikt om Oekraïne in
de komende twee jaar te ondersteunen met EUR 90 mld. aan leningen (Ukraine Support Loan, USL). De steun uit de USL voor 2026 is vastgesteld op EUR 45 mld., waarvan EUR 16,7
mld. voor begrotingssteun en 28,3 mld. voor steun aan defensie industriële capaciteiten.
De begrotingssteun, die via de Oekraïne faciliteit en macro-financiële bijstand (MFB)
wordt verstrekt, is gekoppeld aan beleidshervormingen waar Oekraïne aan moet voldoen.
Naar verwachting wordt de eerste -uitbetaling uit de USL ter hoogte van EUR 3,2 mld.
op korte termijn aan Oekraïne uitbetaald. Daarnaast moet het Oekraïneplan worden bijgewerkt
om rekening te houden met de helft van de begrotingssteun uit de USL die via de Oekraïne
faciliteit wordt gekanaliseerd. Naar verwachting besluit de Raad hier deze zomer over.
Daarnaast heeft Oekraïne sinds maart 2023 een programma bij het IMF, dat in februari
2026 is hernieuwd. Op 12 juni jl. werd een akkoord bereikt op stafniveau over de eerste
review onder dit vierjarige steunprogramma van USD 8,1 mld. Na goedkeuring van de
Board zal Oekraïne USD 690 mln. ontvangen, waarmee de totale uitbetalingen onder het
programma uitkomen op USD 2,2 mld. Oekraïne heeft alle kwantitatieve economische doelstellingen
tot eind maart gehaald. Wel liepen enkele afgesproken hervormingen vertraging op:
twee mijlpalen werden later dan gepland uitgevoerd en één werd niet gehaald. Daarom
hebben het IMF en Oekraïne nieuwe afspraken gemaakt over een aangepaste hervormingskalender,
corrigerende maatregelen en aanvullende beleidsverplichtingen om het steunprogramma
op koers te houden. Hervormingen op het gebied van belastinginning, bestrijding van
de informele economie, corruptiebestrijding en goed bestuur zijn prioriteiten in het
vervolg van het programma.
De Ukraine Support Loan van EUR 90 mld. dekt volgens de Europese Commissie twee derde van de macro-financiële
en militaire noden van Oekraïne voor de komende twee jaar, uitgaande van de situatie
in september 2025. Het resterende tekort dient volgens de Commissie gedekt te worden
door andere internationale donoren. De noodzaak van extra aanvullende steun is afhankelijk
van het verloop van de oorlog. Naar verwachting volgt na de zomer een nieuw beeld
van de macro-financiële en militaire noden van Oekraïne voor 2027. De herstel- en
wederopbouwnoden van Oekraïne zijn nog niet in dit tekort meegenomen en worden in
de meest recente Recovery and Reconstruction Needs Assessment (RDNA5) van de Wereldbank geschat op USD 588 mld. (EUR 500 mld.) in de komende tien
jaar.
Agendaonderwerp Uitvoeringsbesluit van de Raad onder de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF)
Document:
https://eur-lex.Europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=COM%3A2026%3A316%3A…
Aard bespreking: Aanname uitvoeringsbesluit van de Raad
Besluitvormingsprocedure: Gekwalificeerde meerderheid
Toelichting:
Tijdens de Ecofinraad zal worden stilgestaan bij de stand van zaken ten aanzien van
de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF). Daarnaast zal de Raad uitvoeringsbesluiten
aannemen waarmee wijzigingen van de herstel- en veerkrachtplannen (HVP) die lidstaten
hebben opgesteld in het kader van de HVF, formeel worden goedgekeurd. Lidstaten kunnen,
op basis van artikel 21 van de HVF-verordening, gebruik maken van de mogelijkheid
om hun HVP aan te passen op grond van objectieve omstandigheden die relevant zijn
voor de eerder overeengekomen mijlpalen en doelstellingen of wanneer daar een beter
alternatief voor wordt voorgesteld waarbij het oorspronkelijke ambitieniveau van de
maatregel onveranderd blijft. De Commissie beoordeelt of de redenen die lidstaten
aandragen een wijziging van de herstelplannen rechtvaardigen en of de herstelplannen
na deze aanpassingen nog steeds voldoen aan alle eisen van de HVF-verordening.
Op het moment van schrijven is bekend dat de wijzigingen van het HVP van Litouwen,
Letland, Slovenië, Cyprus, Finland, Luxemburg, Duitsland, Nederland en Hongarije voorliggen
in de Ecofinraad. De Commissie oordeelt dat de redenen die deze lidstaten aandragen,
een aanpassing van het HVP rechtvaardigen en dat de plannen ook na deze aanpassingen
voldoen aan de eisen van de HVF-verordening. Het kabinet kan zich vinden in het oordeel
van de Commissie. Het kabinet is daarom voornemens om in te stemmen met de voorstellen
tot aanpassing van de uitvoeringsbesluiten van de Raad. De planwijziging van Hongarije
en de kabinetsappreciatie wordt onderstaand toegelicht.
Voor het Nederlandse HVP stelt Nederland in samenspraak met de Europese Commissie
voor om mijlpalen en doelstellingen in het HVP op grond van artikel 21 van de HVF-verordening
te wijzigen. Het kabinet hecht groot belang aan deze wijziging om ervoor te zorgen
dat Nederland de volledige enveloppe aan voor Nederland gereserveerde middelen op
kan halen. Naar verwachting zal de Raad unaniem instemmen met de wijziging van het
Nederlandse plan, zoals gebruikelijk bij door de Commissie aangenomen wijzigingen.
HVP Hongarije
Het oorspronkelijke HVP van Hongarije werd op 15 december 2022 goedgekeurd en met
instemming van de Raad op 8 december 2023 aangepast.1
In het oorspronkelijke HVP van Hongarije zijn supermijlpalen overeengekomen op het
gebied van de rechtsstaat. Hierdoor kon Hongarije pas aanspraak maken op middelen
uit de HVF als deze mijlpalen zouden zijn gerealiseerd. De supermijlpalen uit het
originele Hongaarse HVP zijn nader toegelicht in de Kamerbrief van 22 november 2022.2 Door het uitblijven van implementatie van de benodigde rechtsstaathervormingen heeft
Hongarije tot op heden nog geen middelen uit de HVF-ontvangen, met uitzondering van
voorfinanciering (EUR 920 miljoen van in totaal EUR 10,4 miljard).
Hongarije heeft op 10 juni jl. een verzoek ingediend voor een wijziging van het HVP.
Hongarije doet het verzoek tot aanpassing in overeenstemming met artikel 21 van de
HVF-verordening, op basis van objectieve omstandigheden. Hongarije heeft aangegeven
dat het HVP – een combinatie van hervormingen en investeringen – in zijn geheel niet
langer haalbaar is door toegenomen kosten door energieprijsvolatiliteit, onverwachte
verschuivingen in de geopolitieke context, onvoorziene uitdagingen in de implementatie,
vertragingen, en andere juridische en regelgevende ontwikkelingen. Daarom heeft Hongarije
een nieuw HVP ingediend. In reactie hierop heeft de Commissie haar beoordeling van
het nieuwe HVP gepubliceerd in een Commissievoorstel voor een uitvoeringsbesluit van
de Raad. In dit voorstel beschrijft de Commissie de toetsing van het nieuwe Hongaarse
HVP aan de vaste HVP-voorwaarden met een uitgebreide annex die de hervormingen en
investeringen met bijbehorende mijlpalen en doelen, streefdata en de daaraan gekoppelde
uitbetalingen vastlegt. In reactie op het nieuwe Hongaarse HVP heeft de Commissie
daarnaast ook een werkdocument opgesteld, waarin de beoordeling van het Hongaarse
HVP nader wordt toegelicht. Al deze documenten zijn online te raadplegen.3
Aan het opstellen van het nieuwe HVP van Hongarije ging een intensieve dialoog vooraf
tussen Hongarije en de Commissie. De Commissie oordeelt dat de redenen die Hongarije
aandraagt een aanpassing van het plan rechtvaardigen op grond van artikel 21 van de
HVF-verordening en dat het nieuwe HVP van Hongarije voldoet aan de criteria uit de
HVF-verordening. Ook oordeelt de Commissie dat het HVP van Hongarije voldoet aan de
eis dat het plan alle, of een significant deel van de landspecifieke aanbevelingen
(LSA’s) uit het Europees Semester moet adresseren. In het bijzonder noemt de Commissie
in haar beoordeling het voldoende implementeren van de LSA’s op het gebied van de
groene en digitale transitie, onderwijs, innovatie, arbeidsmarkt, sociaal beleid,
gezondheidszorg, anti-corruptie, rechterlijke onafhankelijkheid, competitie in openbare
aanbestedingen, de kwaliteit en transparantie van openbaar bestuur, economische beleidscoördinatie,
belastingen en het begrotingsraamwerk.
Ten slotte heeft de Commissie beoordeeld of het HVP voldoende maatregelen bevat om
toe te zien op de bescherming van de financiële belangen van de Unie, met in het bijzonder
maatregelen ter preventie, opsporing en rechtzetten van corruptie, fraude, rechtsstatelijkheid
en belangenverstrengeling. In dit kader worden in het nieuwe Hongaarse HVP 24 supermijlpalen
vastgesteld waar Hongarije aan moet voldoen voordat kan worden overgegaan tot uitbetaling
uit het HVF. Deze supermijlpalen komen overeen met de supermijlpalen uit het originele
Hongaarse HVP. Deze betreffen o.a. het opzetten van een anti-corruptie task force, het versterken van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechterlijke instanties
(waaronder de Kúria, het hooggerechtshof), de oprichting van een Directoraat Interne
Audit en Integriteit en het opzetten van een juridisch raamwerk voor de samenwerking
met OLAF. Voor een volledig overzicht van de vereiste supermijlpalen verwijs ik u
naar de bovengenoemde annex.
Kabinetsappreciatie
Ten tijde van de goedkeuring van het oorspronkelijke HVP van Hongarije, en de wijziging
daarvan in december 2023, heeft Nederland zich beide keren onthouden van stemming,
omdat het plan zich moeilijk verhield met de brede kabinetsinzet inzake rechtsstatelijkheid.
Een uitgebreide toelichting van de kabinetsinzet destijds is opgenomen in de Kamerbrief
van 22 november 2022.4
Voor de kabinetsappreciatie van het voorliggende Commissievoorstel voor het uitvoeringsbesluit
van de Raad is de vraag leidend of de Commissie de criteria uit de HVF-verordening
zoals hierboven weergegeven goed heeft getoetst. Het kabinet onderschrijft het positieve
oordeel van de Commissie dat het Hongaarse herstelplan voldoet aan de HVF-verordening,
waaronder het adresseren van een substantieel deel van de LSA’s. Het kabinet constateert
dat de supermijlpalen op het gebied van rechtsstaat in het voorliggende uitvoeringsbesluit
van de Raad inhoudelijk overeenkomen met de supermijlpalen in het oorspronkelijke
Hongaarse HVP. Het kabinet vindt het positief dat Hongarije zich middels het HVP committeert
aan rechtsstaathervormingen. Het is tevens positief dat er in het HVF uitvoeringsbesluit
expliciet is opgenomen dat de 24 supermijlpalen moeten zijn gerealiseerd voordat er
kan worden overgegaan tot uitbetaling uit de HVF. De Commissie zal zorgvuldig toetsen
of Hongarije daadwerkelijk controleerbare stappen heeft gezet richting het verbeteren
van de rechtsstaat en het tegengaan van fraude, alvorens Hongarije aanspraak kan maken
op middelen uit de HVF. Daarnaast kan de Commissie, in gevallen van ernstige onregelmatigheden,
reeds uitbetaalde HVF-middelen terugvorderen. Conform de motie Van Lanschot c.s.5 zet het kabinet zich er bij de Commissie voor in dat Hongarije de hervormingen doorvoert
om te voldoen aan de voorwaarden voor Europese financiering.
Gegeven het bovenstaande is het kabinet voornemens om in te stemmen met het voorstel
voor een uitvoeringsbesluit ter goedkeuring van het Hongaarse HVP. Conform de motie
Krul/Dassen6 moedigt het kabinet Hongarije aan om aan de met de Commissie gemaakte afspraken te
voldoen, en ondersteunt het kabinet Hongarije hier bij waar nodig.
Goedkeuring van het nieuwe HVP van Hongarije leidt niet automatisch tot uitbetaling
van HVF-middelen aan Hongarije. Conform de werkwijze van de faciliteit moet Hongarije
betaalverzoeken indienen, waarin bewijs wordt aangeleverd dat mijlpalen en doelstellingen,
met inbegrip van de supermijlpalen, uit het HVP zijn gehaald. Hongarije heeft, net
als alle andere lidstaten, tot en met eind augustus 2026 om mijlpalen en doelstellingen
uit het HVP te behalen. De Commissie beoordeelt na een verzoek tot uitbetaling van
een lidstaat of de daaraan gekoppelde set van mijlpalen en doelstellingen bevredigend
is verwezenlijkt.
Agendaonderwerp: Europees Semester 2026
Document: De voorliggende Raadsconclusies en (gewijzigde) landspecifieke aanbevelingen zijn
voorafgaand aan de vergadering beschikbaar op Delegates Portgal. De voorstellen van
de Europese Commissie voor de landspecifieke aanbevelingen van de Raad aan de lidstaten,
landenrapporten en diepteonderzoeken in het kader van de macro-economische onevenwichtighedenprocedure
zijn beschikbaar op: https://reforms-investments.ec.Europa.eu/publications-0/2026-european-s…
Aard bespreking: Goedkeuring Raadsconclusies macro-economische onevenwichtighedenprocedure en aanname
landspecifieke aanbevelingen van de Raad.
Besluitvormingsprocedure: Consensus voor Raadsconclusies en gekwalificeerde meerderheid voor landspecifieke
aanbevelingen.
Toelichting:
Op 3 juni jl. heeft de Europese Commissie (de Commissie) het lentepakket in het kader
van het Europees Semester gepubliceerd.7 Onderdeel van dit pakket zijn de resultaten van de diepte-onderzoeken in het kader
van de macro-economische onevenwichtighedenprocedure (MEOP) en de landspecifieke aanbevelingen
van de Raad aan de lidstaten. De Kamer ontving middels de nazending op de geannoteerde
agenda voor de Eurogroep en Ecofinraad van juni een kabinetsappreciatie van deze onderdelen
van het lentepakket.8
Raadsconclusies macro-economische onevenwichtighedenprocedure
Tijdens de Ecofinraad liggen er Raadsconclusies ter besluitvorming voor over de resultaten
van de diepteonderzoeken in het kader van de MEOP. In het Alert Mechanism Report (AMR)
2026 stelde de Commissie vast dat ze voor Nederland, Griekenland, Italië, Hongarije,
Roemenië, Slowakije en Zweden diepteonderzoeken zou gaan uitvoeren naar mogelijke
macro-economische onevenwichtigheden. Hierover is de Kamer op 12 januari jl. geïnformeerd.9
In het lentepakket heeft de Commissie, op basis van deze diepteonderzoeken voor drie
lidstaten (Hongarije, Italië en Slowakije) macro-economische onevenwichtigheden vastgesteld.
Roemenië ondervindt, net als vorig jaar, buitensporige macro-economische onevenwichtigheden.
Voor Nederland, Zweden en Griekenland zijn naar aanleiding van de dieptenonderzoeken
geen macro-economische onevenwichtigheden vastgesteld. Hierover is de Kamer op 8 juni
jl. geïnformeerd.10
In de Raadsconclusies wordt doorgaans bevestigd dat de macro-economische onevenwichtighedenprocedure
een belangrijk onderdeel is van het Europees Semester om eventuele nieuwe macro-economische
risico’s te signaleren, voorkomen en corrigeren. Er wordt naar verwachting in de Raadsconclusies
kennisgenomen van het bestaan van onevenwichtigheden in voornoemde lidstaten. Daarnaast
wordt naar verwachting kennisgenomen van het bestaan van buitensporige onevenwichtigheden
in Roemenië. Het kabinet kan zich naar verwachting vinden in de Raadsconclusies en
is in dat geval voornemens ermee in te stemmen in de Ecofinraad.
Landspecifieke aanbevelingen van de Raad aan de lidstaten
Ook ligt in de Ecofinraad de aanname van de landspecifieke aanbevelingen (LSA’s) van
de Raad aan de lidstaten voor. De Kamer is middels de nazending van de geannoteerde
agenda voor de Eurogroep en Ecofinraad van juni geïnformeerd over de Commissievoorstellen
voor LSA’s van de Raad, inclusief een appreciatie van de voorgestelde LSA’s voor Nederland.11 De aanname van de LSA’s van de Raad aan de lidstaten volgt op de goedkeuring van
een horizontale notitie over deze LSA’s tijdens de Raad Algemene Zaken van 16 juni
en behandeling van deze notitie tijdens de Europese Raad van 18 en 19 juni.
Ten tijde van schrijven van deze geannoteerde agenda worden deze voorstellen van de
Commissie nog besproken in de voorbereidende comités van de Raad. Op basis hiervan
zouden nog wijzigingen kunnen optreden. Doorgaans verandert de kern van de aanbevelingen
daarbij niet. Het kabinet verwacht daarom in te kunnen stemmen met de aanname van
de aanbevelingen van de Raad aan de lidstaten. Met de aanname van de LSA’s wordt de
Semestercyclus van 2026 afgerond.
Agendaonderwerp: Implementatie Stabiliteits-en Groeipact – Raadsaanbeveling herziene budgettair-structureel
plan van Nederland
Document: Het document wordt voorafgaand aan de vergadering op het Delegates Portal geplaatst
onder de titel «MTFSPs recommendations».
Aard bespreking: Besluitvorming Raadsaanbeveling
Besluitvormingsprocedure: Gekwalificeerde meerderheid
Toelichting:
In het kader van het herziene Europese begrotingsraamwerk hebben lidstaten budgettair-structurele
plannen voor de middellange termijn (hierna: plan) ingediend, met daarin hun voorgenomen
begrotingsbeleid, hervormingen en investeringen. Alle lidstaten hebben hun plan ingediend.
Nederland heeft inmiddels een herzien plan ingediend wegens het aantreden van een
nieuw kabinet.
De Commissie heeft het herziene plan van Nederland beoordeeld op basis van Verordening
2024/1263 en oordeelt dat het uitgavenpad zoals voorgesteld door Nederland voldoet
aan de vereisten. De nadere beoordeling van de Commissie is opgenomen in de nazending
geannoteerde agenda van de Eurogroep/Ecofinraad van juni. Op basis van deze beoordeling
doet de Commissie een aanbeveling aan de Raad voor vaststelling van het uitgavenpad.
De Ecofinraad op 10 juli 2026 besluit op basis van gekwalificeerde meerderheid over
de Raadsaanbevelingen voor Nederland. Het kabinet kan zich vinden in de beoordeling
van de Commissie en is voornemens in te stemmen met de Raadsaanbeveling.
Agendaonderwerp: Implementatie Stabiliteits-en Groeipact – Raadsbesluit en aanbeveling voor een buitensporigtekortprocedure
Document: Het 126.3-rapport van de Commissie12 en het Raadsbesluit om een buitensporig tekort vast te stellen voor Bulgarije zijn
publiekelijk beschikbaar.
Aard bespreking: Besluitvorming
Besluitvormingsprocedure: Gekwalificeerde meerderheid
Toelichting:
De Commissie beoordeelt jaarlijks op grond van artikel 126, lid 3, VWEU of er sprake
is van buitensporige tekorten in lidstaten. Deze beoordeling vindt plaats wanneer
de overheidsschuld boven de referentiewaarde van 60% bbp ligt en onvoldoende snel
daalt (schuldcriterium), of wanneer het begrotingstekort de referentiewaarde van 3%
bbp overschrijdt (tekortcriterium). Uit het onderzoek van de Commissie blijkt dat
Bulgarije niet voldoet aan het tekortcriterium. Daarom stelt de Commissie voor om
voor Bulgarije een buitensporig tekort vast te stellen en heeft zij een aanbeveling
gedaan aan de Raad om voor dit land een buitensporig tekort vast te stellen. De Raad
besluit hierover op 10 juli. Nadere informatie over het onderzoek van de Commissie
is opgenomen in de nazending van de geannoteerde agenda van juni 2026.
Agendaonderwerp: Convergentierapporten van de Commissie en de Europese Centrale Bank
Document: Convergentierapporten Europese Commissie13 en Europese Centrale Bank14
Aard bespreking: Presentatie
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
Op 24 juni jl. publiceerden de Commissie en de Europese Centrale Bank (ECB) hun convergentierapporten.
Deze rapporten worden op basis van artikel 140 van het Verdrag betreffende de werking
van de Europese Unie (VWEU) ten minste eens in de twee jaar gepubliceerd. Daarin beoordelen
de Commissie en de ECB in hoeverre EU-lidstaten die de euro nog niet hebben ingevoerd,
voldoen aan de voorwaarden voor eurozonetoetreding. Het gaat daarbij om de convergentiecriteria
op het gebied van prijsstabiliteit, wisselkoersstabiliteit, overheidsfinanciën en
langetermijnrente, en om de verenigbaarheid van nationale wetgeving met de onafhankelijkheid
van de centrale bank en de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en
de ECB. Momenteel maken zes EU-lidstaten geen deel uit van de eurozone: Tsjechië,
Denemarken, Hongarije, Polen, Roemenië en Zweden.
Naast het voldoen aan de convergentiecriteria is een voorwaarde voor eurotoetreding
dat een land minstens twee jaar heeft deelgenomen aan het wisselkoersmechanisme ERM-II.
Van de genoemde zes landen neemt alleen Denemarken deel aan ERM-II. Denemarken heeft
echter een opt-out en is daarom niet verplicht de euro in te voeren, en heeft ook
niet kenbaar gemaakt voornemens te zijn dat op korte termijn te willen doen.
Agendaonderwerp: Voorbereiding van de G20-bijeenkomset voor Ministers van Financiën en centralebankpresidenten
Document: De concept EU G20 Terms of Reference zijn gedeeld met lidstaten voor commentaar
Aard bespreking: Aanname EU-inzet
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
De Ecofinraad zal van gedachten wisselen over de inzet van de Unie tijdens de G20-bijeenkomst
voor Ministers van Financiën en presidenten van centrale bank (FMCBG) die op 31 augustus
en 1 september plaatsvindt in Asheville, de Verenigde Staten.
De G20 FMCBG is de tweede ministeriële bijeenkomst van het Finance Track dit jaar
onder Amerikaans voorzitterschap. De G20 FMCBG zal naar verwachting stilstaan bij
de mondiale economische ontwikkelingen en handelsonevenwichtigheden. Ook schuldenproblematiek
zal op de agenda staan, waarbij de VS (net als de EU) wil bespreken hoe eventuele
schuldherstructureringsprocessen voor middeninkomenslanden waar nodig verbeterd kunnen
worden. De EU-inzet zal zich richten op de economische impact van het conflict in
het Midden Oosten en Rusland’s oorlog tegen Oekraïne, alsook andere financieel-economische
risico’s voor de wereldeconomie. De inzet zal tevens de EU-plannen voor het ontsluiten
van economische groei benadrukken. De Raad zal de EU-inzet voor deze G20-bijeenkomst
vaststellen. De Kamer zal geïnformeerd worden over de EU-inzet middels het verslag
van de Eurogroep en Ecofinraad van juli.
Indieners
E. Heinen, minister van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.