Brief regering : Reactie op ‘Naar een eerlijke economie binnen planetaire grenzen’ van de Fair Resource Foundation
32 852 Grondstoffenvoorzieningszekerheid
28 089
Gezondheid en milieu
Nr. 409
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 juni 2026
Op verzoek van de vaste Kamercommissie voor Economische Zaken van 14 januari geef
ik, mede namens de Minister van Klimaat en Groene Groei, in deze brief mijn reactie
op de notitie van de Fair Resource Foundation «Naar een eerlijke economie binnen planetaire
grenzen».
De notitie stelt dat Nederland een grote kans heeft om de economie duurzamer en onafhankelijker
te maken. Door minder grondstoffen te gebruiken en meer circulair te ondernemen kan
Nederland beter omgaan met schaarste en wereldwijde onzekerheid. Daartoe worden drie
adviezen aangedragen: (1) Laat de vervuiler betalen en circulaire ondernemers profiteren,
(2) Verleng de levensduur van producten en (3) Steun een waardengedreven economie
binnen planetaire grenzen. In deze brief geef ik per aanbeveling een reactie.
Laat de vervuiler betalen en circulaire ondernemers profiteren
De vervuiler betaalt is een belangrijk uitgangspunt van Nederlands en Europees beleid.
In het Klimaatplan 2025–2035 is het principe van de vervuiler betaalt opgenomen als
speerpunt voor rechtvaardig klimaatbeleid1 en ook in het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) komt het nadrukkelijk
terug als uitgangspunt voor de doorontwikkeling van het circulaire beleid.2
Om de businesscase van circulaire ondernemers te verbeteren onderzoekt het kabinet
onder andere de voorstellen van de Plastictafel. Zie hiervoor de Kamerbrief over de
stand van zaken van de voorstellen van de Plastictafel (19 december 2025)3. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat onderzoekt in samenwerking met RVO
en het Ministerie van Financiën de mogelijkheid van een circulaire hefboom. Daarmee
wordt gedoeld op een afdracht op het aandeel fossiele plastics in een product dat
door een binnen-of buitenlands bedrijf op de Nederlandse markt wordt gezet en de opbrengsten
vloeien naar een transitiefonds ten behoeve van de circulaire materialentransitie.
Hiervoor wordt gekeken welke wetgeving aangepast zou moeten worden, hoe de uitvoering
eruit kan zien en wat de verwachte ecologische en economische effecten en de uitvoeringsaspecten
van de circulaire hefboom zijn. De Kamer wordt voor het zomerreces van 2026 geïnformeerd
over het onderzoek.
Verleng de levensduur van producten
In de inbreng van Nederland voor de Europese wetgeving voor circulaire economie (Non-paper
Circular Economy Act)4 heeft Nederland aangedrongen op Europese eisen aan productontwerp en het versterken
van de huidige wetgeving gericht op het verbeteren van de repareerbaarheid van producten.
Bijvoorbeeld voor elektrische en elektronische apparaten gelden er al voor bepaalde
productgroepen eisen aan repareerbaarheid en beschikbaarheid van reparatie-informatie.
Het kabinet zet erop in dat zulke eisen er voor steeds meer elektrische en elektronische
apparaten komen. Dit is in lijn met de ambitie van de Europese Commissie voor de komende
jaren, zoals weergegeven in het Ecodesign werkplan 2025–20305.
Het kabinet onderschrijft het belang van het instrument «uitgebreide producentenverantwoordelijkheid»
om de circulariteit van productgroepen te verbeteren6.
Steun een waardengendreven economie binnen planetaire grenzen
Het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023–2030 heeft de ambitie op het terrein
van circulaire economie nadrukkelijk gekoppeld aan brede welvaart en planetaire grenzen.
In het regeerakkoord is aangegeven dat we het nationale programma gaan versterken
en concrete doelen stellen in aanvulling op de concretisering uit 20257. Deze (sectorale) doelen stimuleren marktontwikkeling en innovatie en dragen bij
aan de strategische autonomie van de Nederlandse en Europese economie.
De oproep voor een waardengedreven economie binnen planetaire grenzen sluit nauw aan
bij het concept brede welvaart. Brede welvaart kijkt immers niet alleen naar economische
groei in het hier en nu, maar ook naar de gevolgen van ons handelen voor mensen elders
en voor toekomstige generaties. Onder meer het Centraal Bureau voor de Statistiek
(CBS) biedt inzicht in de effecten op andere landen en onze latere welvaart via indicatoren
zoals onze ecologische voetafdrukken in de Monitor Brede Welvaart en SDGs.8 Het kabinet heeft als doel om de brede welvaart te stimuleren, waarbij het de effecten
op de verschillende bredewelvaartsdimensies afweegt om maatschappelijke uitdagingen
aan te pakken. Op dit moment zet het kabinet bijvoorbeeld via het Herziene Actieplan
Beleidscoherentie voor Ontwikkeling in op het verkleinen van de Nederlandse klimaat-,
land- en watervoetafdruk.9
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert
Indieners
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat