Brief regering : Reactie op verzoek commissie over over de mogelijke misdiagnose tussen posttraumatische stressstoornis (PTSS) en psychotische stoornissen
25 424 Geestelijke gezondheidszorg
Nr. 803
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 juni 2026
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft het kabinet
verzocht te reageren op de brief van de heer W. van 11 mei 2026 over de mogelijke
misdiagnose tussen posttraumatische stressstoornis (PTSS) en psychotische stoornissen.
Allereerst dankt het kabinet de heer W. voor het delen van zijn ervaringen en zorgen.
Het is van groot belang dat signalen van burgers, patiënten en naasten serieus worden
genomen en dat de geestelijke gezondheidszorg voortdurend aandacht houdt voor de kwaliteit
van diagnostiek en behandeling.
De heer W. stelt dat binnen de ggz sprake zou zijn van een structurele misdiagnose
tussen psychotische symptomen en de verschijningsvormen van complexe PTSS die leidt
tot ineffectieve en verkeerde behandeling en hoge zorgkosten. De heer W. verzoekt
om onderzoek naar de omvang hiervan, een analyse van de kostenbesparing door de inzet
van trauma-specifieke interventies en de implementatie van verplichte traumascreening
bij de intake van de psychosezorg.
Allereerst benadrukt het kabinet het belangrijk te vinden dat patiënten passende zorg
ontvangen als zij daarop zijn aangewezen. Het is daarom belangrijk dat in de diagnostiek
en behandeling van psychische aandoeningen aandacht is voor trauma. Tegelijkertijd
kan het kabinet de door de briefschrijver genoemde cijfers over de omvang van mogelijke
misdiagnostiek niet bevestigen.
Het is aan professionals om op basis van geldende professionele standaarden en richtlijnen
tot een zorgvuldige diagnose te komen. In de multidisciplinaire richtlijnen en zorgstandaarden
wordt benadrukt dat diagnostiek breed moet plaatsvinden en dat eventuele traumatische
ervaringen onderdeel kunnen zijn van het diagnostisch proces. De kwaliteit van diagnostiek
en behandeling is primair de verantwoordelijkheid van zorgprofessionals en zorgaanbieders.
Beroepsgroepen ontwikkelen hiervoor richtlijnen en kwaliteitsstandaarden, die regelmatig
worden geactualiseerd op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten. Wanneer er
aanwijzingen zijn dat aanvullende kennisontwikkeling of verbetering van de praktijk
nodig is, kunnen beroepsgroepen en kennisinstituten hieraan invulling geven. Het kabinet
werkt intussen door aan verdere implementatie en daarvoor benodigde wetswijzigingen.
Gelet hierop en met oog voor de verdeling van verantwoordelijkheden zal het kabinet
de specifieke verzoeken zoals genoemd in de brief niet uitvoeren. Gezien deze verantwoordelijkheidsverdeling
ziet het kabinet geen aanleiding om vanuit het Rijk in te gaan op de verzoeken van
de heer W. Wel zal het kabinet deze signalen doorgeleiden naar de relevante beroepsgroepen
zodat zij dit desgewenst kunnen betrekken bij de ontwikkeling en actualisatie van
richtlijnen en kwaliteitsstandaarden.
Het kabinet vertrouwt erop de commissie voor VWS hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans
Indieners
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport