Brief regering : Jaarrapportage van het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) van 2025
27 863 Betalingsverkeer
Nr. 146
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 juni 2026
Bijgevoegd ontvangt u de jaarrapportage van het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer
(MOB) van 2025. Het MOB is een samenwerkingsverband dat als doel heeft om het betalingsverkeer
in Nederland efficiënt, veilig, betrouwbaar en toegankelijk te houden, en wordt voorgezeten
door De Nederlandsche Bank (DNB). In het MOB zijn zowel aanbieders als gebruikers
van het betalingsverkeer vertegenwoordigd.1 De MOB-jaarrapportage beschrijft wat het MOB in 2025 heeft ondernomen en noemt een
aantal speerpunten voor 2026. In deze brief geef ik een overzicht van de belangrijkste
resultaten van het MOB in 2025. Ook doe ik een aantal toezeggingen aan en moties van
uw Kamer af.
Veilig en weerbaar betalingsverkeer
De jaarrapportage van het MOB benadrukt het belang van een weerbaar en veilig betalingsverkeer
voor het behoud van publiek vertrouwen in het betalingsverkeer. Ik onderschrijf dit
belang. In een wereld waarin de geopolitieke spanningen zijn toegenomen is uitval
en verstoring echter nooit uit te sluiten. De jaarrapportage bespreekt daarom de mogelijkheid
tot uitgestelde pinbetaling als mogelijke noodvoorziening bij grote pinstoringen.
De invoering van uitgestelde pinbetalingen vergt aanpassingen door meerdere partijen
in de pinketen. Het MOB vervult een belangrijke functie door deze partijen dichterbij
elkaar te brengen en deze gezamenlijke noodvoorziening in samenwerking met de juiste
partijen in de toekomst mogelijk te maken. Dit is een ontwikkeling die ik aanmoedig.
Een weerbare samenleving maken we samen. Daarbij is het belangrijk dat we zijn voorbereid
op eventuele uitval of verstoringen in het betalingsverkeer. Het MOB publiceerde op
20 mei 2025 adviezen aan consumenten en toonbankinstellingen over hoe zij zich kunnen
voorbereiden op een noodsituatie waarbij het 72 uur (gedeeltelijk) niet mogelijk is
om elektronisch te betalen.2 Zo is geadviseerd om 70 euro per volwassene aan te houden en 30 euro per kind. Toonbankinstellingen
wordt geadviseerd om voor een alternatief voor pinbetalingen te zorgen en voldoende
wisselgeld aan te houden. Het advies is meegenomen in de Rijkscampagne Denk vooruit3 en in het informatieboekje Bereid je voor op een noodsituatie, dat eind 2025/begin 2026 bij alle huishoudens in Nederland werd bezorgd. Uit DNB-onderzoek
blijkt dat begin 2026 71% van de ruim 1.700 geraadpleegde consumenten bekend was met
het advies en 58% van de consumenten heeft dit bedrag ook daadwerkelijk in huis.4 Van de consumenten die minder contant geld hebben dan geadviseerd, zegt een op de
drie dat zij er nog niet aan toe zijn gekomen om het advies op te volgen.
Met de Aanpak vitaal versterkt het kabinet de weerbaarheid van de vitale infrastructuur
en beschermt deze tegen bestaande en nieuwe bedreigingen en risico’s.5 Onderdeel hiervan is de beleidscyclus vitaal die inzichtelijk maakt welke processen
en diensten dusdanig essentieel zijn voor de Nederlandse samenleving, dat uitval,
verstoring of manipulatie daarvan kan leiden tot ernstige maatschappelijke ontwrichting,
ernstige economische schade of, in het uiterste geval, een bedreiging van de nationale
veiligheid. Op 14 november 2025 informeerde ik u over de afronding van de eerste fase
van de beleidscyclus vitaal waarin voor de financiële sector is bepaald welke processen
en instellingen vitaal zijn.6 Ik informeer u na de zomer in een separate brief over de afronding van de beleidscyclus
vitaal.
In 2025 was er een stijging te zien in de schadecijfers door (online) fraude in het
betalingsverkeer. Zo is de schade door bankhelpdeskfraude gestegen van 22,7 miljoen
euro in 2024 naar 25,8 miljoen euro in 2025. In 2025 is in 45% van de gevallen van
bankhelpdeskfraude de schade onder het coulancebeleid van de banken vergoed.7 Dit percentage is gedaald ten opzichte van 2024 (48%), vooral door herhaald slachtofferschap,
doordat zakelijke rekeninghouders slachtoffer werden en doordat de crimineel zich
had voorgedaan als iemand van een andere organisatie dan van de bank van het slachtoffer.
Online fraude blijft een belangrijk maatschappelijk probleem. Sinds 2021 werkt mijn
ministerie daarom samen met de Ministeries van Justitie en Veiligheid en van Economische
Zaken en Klimaat, de NVB en een groot aantal private partners aan de integrale aanpak
van online fraude. De integrale aanpak is erop gericht om, naast hetgeen de individuele
partijen al doen, gezamenlijk aanvullende acties te ondernemen om fraude te bestrijden.
De Minister van Justitie en Veiligheid zal u voor het zomerreces informeren over de
gezette stappen in 2025 en zal ook het actieplan voor 2026 met u delen.
De afgelopen jaren nam het aantal plofkraken in Nederland fors af. In 2025 werden
in Nederland drie plofkraken op geldautomaten gepleegd. Vanaf het begin van 2026 tot
nu is het aantal echter sterk toegenomen: er vonden al achttien plofkraken plaats.
Criminelen richtten zich daarbij aanvankelijk vooral op sealbagautomaten van Geldmaat,
maar ook op geldautomaten van zogeheten independent ATM deployers (IAD's) vinden vaker plofkraken plaats. Geldmaat heeft in overleg met de politie
tijdelijke maatregelen getroffen. Ik vind het belangrijk dat de beschikbaarheid en
bereikbaarheid van contant geld gewaarborgd wordt. Samen met de politie, de banken,
DNB en het Ministerie van Justitie en Veiligheid blijf ik in gesprek over passende
veiligheidsmaatregelen zodat de beschikbaarheid en toegankelijkheid van contant geld
zo min mogelijk onder druk wordt gezet.
Toegankelijk betalingsverkeer
De digitalisering van het betalingsverkeer – en onze steeds verdergaande digitaliserende
samenleving – biedt voor de meesten van ons veel betaalgemak en -mogelijkheden, maar
leidt ook tot uitdagingen voor mensen die bijvoorbeeld minder digitaal vaardig zijn.
Het verbeteren van de toegankelijkheid van betaaldiensten voor consumenten in kwetsbare
posities was in 2025, net als in voorgaande jaren, een belangrijk thema in het MOB.
Mede naar aanleiding van het DNB-onderzoek8 dat aantoonde dat ruim 1 op de 6 volwassen Nederlanders hun bank- en betaaldiensten
niet geheel zelfstandig uitvoert, hebben de banken de afgelopen jaren in samenwerking
met consumentenorganisaties, met name die mensen in een meer kwetsbare positie vertegenwoordigen,
via het programma «Toegankelijk bankieren»9 initiatieven ontplooid om de toegankelijkheid van betaaldiensten te verbeteren. Het
MOB monitort de toegankelijkheid van het betalingsverkeer nauwgezet. Uit de Toegankelijkheidsmonitor
Consumenten en Ondernemers 202410 en de Monitor Toegankelijk Bankieren11, bleek dat deze initiatieven (nog) onvoldoende effect hadden en dat de problematiek
complexer is dan verwacht. In mei 2025 is het gezamenlijke «Plan van aanpak Intensivering
Toegankelijk Bankieren 2025 en verder» gepresenteerd in het MOB12, waarin deze nieuwe inzichten zijn meegenomen. Ook zijn de toegankelijkheidsdoelstellingen
uit 2023 verfijnd, zodat deze beter aansluiten bij de praktijk en meer de nadruk leggen
op passende hulp, zelfstandigheid en tevredenheid per aandachtsgroep, zonder de vergelijkbaarheid
met eerdere metingen te verliezen. Net als het MOB waardeer ik de individuele en gezamenlijke
inspanningen van de banken om de toegankelijkheid van betaaldiensten te verbeteren
en hoop ik dat het effect hiervan ook terug te zien is in de resultaten van de Toegankelijkheidsmonitor
Consumenten 2026. Deze wordt in het derde kwartaal van 2026 uitgevoerd; de resultaten
verschijnen in het voorjaar van 2027. Zoals ik ook eerder heb toegezegd zal ik op
basis van de resultaten bezien of de acties toereikend zijn en of er andere maatregelen
nodig zijn om de toegankelijkheid te waarborgen.
Ook wordt er in de MOB-jaarrapportage stilgestaan bij het onderzoek dat in mei 2024
is aangeboden aan uw Kamer, waaruit blijkt dat één op de tien klanten discriminatie
ervaart in de interactie met banken en betaalinstellingen. Daarna hebben de Nederlandse
Vereniging van Banken (NVB), DNB en het Ministerie van Financiën elk acties aangekondigd
om ervaren discriminatie aan te pakken. Zo werkt de NVB aan een standaard die banken
moet helpen om ervoor te zorgen dat als mogelijk discriminerende gepercipieerde vragen
niet of zo min mogelijk worden gesteld. Verder monitort het Ministerie van Financiën
tot en met 2027 jaarlijks in hoeverre burgers discriminatie ervaren in hun interactie
met banken en betaalinstellingen. In september 2025 stuurde ik u een voortgangsbrief
over de stand van zaken van de acties.13 De Kamer wordt hierover in het najaar opnieuw geïnformeerd.
Risicogebaseerde standaarden en toegang tot een zakelijke betaalrekening
Het MOB stond in 2025 ook regelmatig stil bij de voortgang om tot een meer gerichte
en meer risicogebaseerde antiwitwasaanpak te komen. Een belangrijke stap hierin zijn
de standaarden die worden opgesteld door de NVB, in overleg met DNB.14 Deze standaarden helpen banken in hun klantonderzoek. Dit verbetert de toegang tot
een betaalrekening voor zakelijke klanten en klanten krijgen minder vaak last van
onnodige vragen. Ik vind het belangrijk dat banken samen met de NVB werken aan deze
standaarden en dat deze voldoende worden geïmplementeerd. Uiteindelijk gaan de banken
zelf over de risicogebaseerde invulling van hun Wwft-verplichtingen. De afgelopen
jaren zijn hier al concrete stappen op gezet, maar ik zie nog ruimte voor verbetering.
DNB houdt toezicht op de naleving van de Wwft en heeft daarbij aandacht voor de risicogebaseerde
benadering. Mijn ministerie blijft maandelijks in gesprek met de sector – waaronder
banken, DNB en FIU-Nederland – over de risicogebaseerde aanpak en de implementatie
van de standaarden.
Het afgelopen jaar heb ik ingezet op verschillende sporen om de toegang tot een betaalrekening
voor zakelijke klanten te verbeteren.15 De toegang tot een betaalrekening is onmisbaar voor consumenten en zakelijke klanten
om deel te kunnen nemen aan de maatschappij. Het is onacceptabel als sommige bonafide
ondernemers, stichtingen en verenigingen met de grootste moeite een zakelijke betaalrekening
kunnen openen of behouden. Er zijn verschillende stappen gezet. In december 2025 hebben
de NVB en VNO-NCW en MKB-Nederland, samen met andere betrokken sectorpartijen, zoals
Goede Doelen Nederland en Vrijwilligerswerk NL, convenantafspraken gemaakt om de toegang
tot een basisbetaalrekening voor zakelijke klanten te verbeteren.16 Het doel is om de toegang tot betaalrekeningen voor zakelijke klanten te verbeteren
door (1) de transparantie over de aanvraagprocedure en, indien van toepassing, de
afwijzingsgrond te verbeteren; (2) aanvragers bewust te maken van het belang om tijdig
informatie aan te leveren; (3) door het oprichten van een hulppunt. Het convenant
bevat ook een inspanningsverplichting voor de betrokken aanbieders van een zakelijke
betaalrekening om bonafide zakelijke klanten welwillend te helpen met het verkrijgen
van een betaalrekening. In het convenant is opgenomen dat eventuele knelpunten in
de beschikbaarheid van betaalrekeningen voor de doelgroep aan de hand van opgedane
inzichten kunnen worden geagendeerd en geadresseerd in het MOB of andere relevante
gremia.17
Daarnaast is op 19 mei 2026 de Wet chartaal betalingsverkeer aangenomen, inclusief
het amendement Toegang zakelijke betaalrekening. Met deze wet, die naar verwachting
op 1 januari 2027 in werking treedt, is het wettelijk recht op een (basis)betaalrekening
voor zakelijke klanten geborgd.18 Met de aanstaande wetgeving wordt tegemoet gekomen aan een aantal moties vanuit uw
Kamer over het garanderen van een betaalrekening voor zakelijke klanten en het «ja-tenzij»
principe te hanteren.19 Ook wordt deels het tweede onderdeel afgedaan van de motie Idsinga c.s. om banken
op korte termijn te bewegen om (i) achterblijvende spaarrentes te verhogen, (ii) zowel
consumenten als genoemde instellingen een basisbetaalrekening te garanderen, (iii)
en geen of fors lagere kosten te berekenen voor bankrekeningen.20 De overige onderdelen waren afgedaan in de Kamerbrief over de opvolging van de ACM-aanbevelingen
uit december 2025. Hiermee doe ik ook mijn eerdere toezegging af waarbij ik de Kamer
voor de zomer zou informeren over de eerste resultaten van het convenant en het overwegen
van wetgeving op dit onderwerp.21
De aanstaande wetgeving heeft met het amendement overlap met het convenant dat eerder
werd gesloten tussen de betrokken sectorpartijen. Momenteel zijn de sectorpartijen
in overleg over de eventuele voortzetting van het convenant gezien de samenhang met
de aanstaande wetgeving. Ik blijf inzetten op de verbeterde toegang tot een betaalrekening
voor zakelijke klanten en ik zal de voortgang hiervan blijven monitoren.
Contant geld
De MOB-jaarrapportage geeft een weergave van diverse onderzoeken die zijn gedaan op
het gebied van contant geld. De afgelopen tien jaar was er sprake van een sterke daling
in het aantal contante betalingen aan de kassa. Uit onderzoek van DNB en Betaalvereniging
Nederland22 blijkt dat het gebruik van contant geld aan de kassa in 2025 op 17% lag, twee procentpunt
lager dan in 2024 (19%). De acceptatie van contant geld door toonbankinstellingen
in 2025 is nog steeds hoog. Uit onderzoek23 blijkt dat 4% van de winkels en andere fysieke verkooppunten eind 2025 aangaf geen
contant geld te accepteren. In 2024 was dit 5%. Daarnaast heeft het MOB in 2025 de
naleving van de afspraken uit het Convenant Contant Geld gemonitord.24 In 2025 is voldaan aan zo goed als alle convenantnormen over de aantallen, spreiding
en beschikbaarheid van Geldmaatautomaten.
Ik vind het belangrijk dat contant geld goed kan blijven functioneren als betaalmiddel.
Om ervoor te zorgen dat contant geld bereikbaar, beschikbaar en betaalbaar blijft
heb ik eind maart 2025 de Wet chartaal betalingsverkeer ingediend bij uw Kamer25. Deze wet is op 19 mei 2026 aangenomen door de Eerste Kamer. Momenteel werk ik aan
een onderliggend besluit waarin de eisen die aan de chartale infrastructuur worden
gesteld nader worden uitgewerkt. Ik stuur het ontwerpbesluit na de zomer naar uw Kamer
voor de voorhangprocedure. Ik streef ernaar de wet op 1 januari 2027 in werking te
laten treden. Totdat deze wet in werking treedt, gelden de afspraken uit het Convenant
Contant Geld. Daarnaast werk ik aan het besluit met uitzonderingen op de acceptatieplicht
voor contant geld, waarbij ik rekening houd met de ruimte die de Europese acceptatieplicht
gaat bieden voor dergelijke nationale uitzonderingen. Zodra de Europese eindteksten
vaststaan, zal ik verdergaan met de voorhang bij uw Kamer en de verdere processtappen
van het Besluit uitzonderingen verplichte acceptatie contant geld.
Maatschappelijk efficiënt betalingsverkeer
Naast dat het betalingsverkeer veilig, betrouwbaar en toegankelijk moet zijn, vindt
het MOB het ook belangrijk dat het efficiënt functioneert en de kosten van betaaldiensten
niet onnodig hoog zijn. Een van de onderwerpen die in dit kader wordt genoemd in de
jaarrapportage is de Overstapservice. Eén van de aanbevelingen uit het ACM-rapport
was om ook een overstapdienst voor spaarrekeningen in te richten. Het MOB gaf echter
aan de toegevoegde waarde van een dergelijke overstapservice beperkt te vinden en
hier daarom geen behoefte aan te hebben. Hier heb ik uw Kamer eind 2025 over geïnformeerd.26 Andere onderwerpen die in dit kader aan bod kwamen, waren de migratie van iDEAL naar
Wero, zorgen over Buy Now, Pay Later (BNPL) en schuldgewenning en -stapeling, aanpakken
van IBAN-discriminatie en het gebruik van AI-toepassingen.
Europese ontwikkelingen in betalingsverkeer
Binnen het MOB is ook gesproken over Europese ontwikkelingen in het betalingsverkeer.
Zo komen onder andere aan bod de Instant Payments Verordening en een voorstel voor
een verordening voor het delen van financiële klantdata, het Financial Data Access
Framework (FiDA).
Het MOB werd ook regelmatig geïnformeerd over de voortgang in de onderhandelingen
over de totstandkoming van een digitale euro, waarover in een taskforce van het MOB
steeds uitvoeriger wordt gesproken. Thema’s als weerbaarheid, toegankelijkheid en
strategische autonomie kwamen hierbij onder meer aan bod. In het MOB, en in de MOB-taskforce
voor de digitale euro, werd stilgestaan bij de voorbereidingen die het Eurosysteem
treft voor de introductie van een digitale euro. Het Eurosysteem zal in de tweede
helft van 2027 starten met een pilot van twaalf maanden. Deze pilot is bedoeld om
de technische en operationele gereedheid van de digitale euro te valideren en om praktijkervaring
op te doen. Het Eurosysteem verwacht in 2029 technisch gereed te zijn voor de uitrol
van de digitale euro. Het Eurosysteem zal pas overgaan tot invoering als er overeenstemming
is bereikt over het wettelijk kader en dit in werking is getreden. Het Europees Parlement
is momenteel nog in onderhandeling, waarna de triloogonderhandelingen van start zullen
gaan. De Tweede Kamer wordt periodiek via de verslagen van de Eurogroep en Ecofinraad
geïnformeerd over de voortgang.
Op 28 juni 2023 publiceerde de Europese Commissie een voorstel voor een herziene richtlijn
betaaldiensten (PSD3) en een verordening betaaldiensten (PSR). Met PSD3 en PSR wordt
beoogd om de tekortkomingen in het huidig regelgevend kader voor betaaldiensten (PSD2)
aan te pakken en wordt een aantal verplichtingen geïntroduceerd met als doel om consumenten
beter te beschermen tegen fraude. Sinds de publicatie van het commissievoorstel is
er door de Raad onderhandeld over de tekst. Op 27 november 2025 bereikten het Europees
Parlement en de Raad een politiek akkoord. Hierover heb ik uw Kamer eind 2025 geïnformeerd.27
Tot slot
De jaarrapportage 2025 van het MOB laat zien dat het Nederlandse betalingsverkeer
zich blijft ontwikkelen in een dynamische nationale en Europese context. Daarbij blijft
het van groot belang dat iedereen in Nederland toegang houdt tot veilige, betrouwbare
en toegankelijke betaalmogelijkheden, zowel giraal als chartaal. De speerpunten van
het MOB voor 2026 zijn dan ook het weerbaar en veilig maken van het betalingsverkeer,
het verbeteren van de toegankelijkheid van het betalingsverkeer, het goed functioneren
van contant geld als betaalmiddel, een efficiënt betalingsverkeer en het bijdragen
aan het betalingsverkeer van de toekomst. Ik spreek mijn waardering uit voor de inzet
van alle betrokkenen en zie uit naar de verdere voortgang en resultaten van het MOB,
die ik met belangstelling zal blijven volgen.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Indieners
E. Heinen, minister van Financiën