Brief regering : Kabinetsreactie op aanbevelingen Textieltafel
32 852 Grondstoffenvoorzieningszekerheid
Nr. 408
BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 juni 2026
De afgelopen maanden hebben partijen uit de textielketen onder leiding van de Speciaal
Regeringsvertegenwoordiger Circulair Economie, Steven van Eijck, gewerkt aan gezamenlijke
afspraken en oplossingen voor de inzameling- sortering- en recycling van textiel.
De Textieltafel heeft haar adviesrapport «Samen verder in Circulair Textiel» met aanbevelingen
aangeboden aan de Tweede Kamer en het kabinet. Met deze brief reageert het kabinet
op de inhoud en de aanbevelingen van dit rapport. Hiermee wordt invulling gegeven
aan de motie van lid Buijsse (VVD) en lid Gabriëls (GroenLinks) om een Textieltafel
in te stellen en de Kamer te informeren over de uitkomsten.1 Het kabinet wil via deze weg ook alle betrokken partijen bedanken voor de tijd die
afgelopen maanden gestoken is in de totstandkoming van het rapport.
Sinds 2020 voert Nederland actief beleid voor circulair textiel in samenwerking met
partijen in de keten. In het beleidsprogramma circulair textiel 2025–2030 staat de
visie, doelstellingen en het beleid om te komen tot een circulaire textielketen. De
visie van de Textieltafel voor 2040 is een goede aanvulling hierop met een sterke
focus op de positie die Nederland kan innemen als strategische schakel in de circulaire
textielketen. De inzameling-, sortering- en recyclingsector speelt een belangrijke
rol in deze keten. Het is daarom van groot belang dat we de bestaande kennis en infrastructuur
in Nederland behouden en versterken.
Het rapport geeft duidelijk aan waar de knelpunten zitten in de verschillende schakels
van de verwerkingsketen die we met elkaar moeten oplossen. Kleding wordt steeds korter
gebruikt en sneller afgedankt, de kwaliteit neemt af, de productie en consumptie neemt
toe mede door de groei van ultra-fast fashion, en er wordt nog nauwelijks textiel gerecycled tot nieuwe materialen. Het aandeel
tweedehands is toegenomen maar tegelijkertijd staat deze markt onder druk vanwege
toenemende volumes en kosten en afnemende kwaliteit en opbrengsten. Datzelfde geldt
voor het inzamelingssysteem, waarbij de kosten nog onvoldoende gedekt worden vanuit
de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV). Het opschalen van recycling
vraagt om automatisering, capaciteitsuitbreiding en het stimuleren van de vraag naar
recyclaat. Ook concludeert te tafel dat er behoefte is aan een gezamenlijke visie,
regie, duidelijke verantwoordelijkheid en ketensamenwerking. Met deze brief reageert
het kabinet op de aanbevelingen en volgt hierin de lijn van de vijf thema’s die in
het rapport zijn opgenomen: het stimuleren van de vraag naar circulair textiel, financiering,
ketensamenwerking, UPV als transitie-instrument en aanvullende beleidsinstrumenten
en regelgeving.
Samenvattend neemt het kabinet de aanbevelingen over om de vraag naar circulair textiel
te stimuleren via haar eigen inkoop en met het bepleiten van een Europese verplichting
voor recyclaat. Voor de mogelijkheden van het verplichten van recyclaat afkomstig
van Europees textielafval gaat het kabinet in gesprek met de Europese Commissie. Op
verzoek van de Tafel start het kabinet met een onderzoek naar het verdienvermogen
van de sorteer- en recyclingindustrie in Nederland en bekijkt ze de mogelijkheden
voor een overbruggingsregeling en garantiefonds. Het instrument UPV en specifiek de
UPV textiel worden de komende tijd verbeterd en geëvalueerd en het kabinet zal hierin
de suggesties van de Textieltafel meenemen. In samenwerking met Europese lidstaten
werkt het kabinet aan een definitie en een gezamenlijke Europese aanpak voor ultra-fast
fashion. Nationaal wordt er gewerkt aan het versterken van de controles aan de grens
op e-commerce stromen. De voorgestelde vragen van de Tafel voor het onderzoek naar
de circulaire hefboom neemt het kabinet mee in de verdere verkenning. Ook wordt de
sector actief betrokken bij de Nederlandse inbreng voor de Europese einde-afval criteria.
Tot slot zet het kabinet graag de samenwerking met betrokken partijen en de opvolging
van de aanbevelingen voort onder de bestaande ketentafel textiel. Om dit goed te borgen
stelt het kabinet voor om een onafhankelijk voorzitter aan te stellen.
Het stimuleren van de vraag naar circulair textiel
De Tafel doet drie aanbevelingen om de vraag naar circulair textiel te stimuleren:
het verplichten van recyclaat van Europese origine in de uitwerking van de Europese
Ecodesign voor Duurzame Producten Verordening (ESPR) voor textiel, het vervullen van
de rol als launching customer door het Rijk en medeoverheden en het maken van sectorale afspraken.
Op dit moment wordt nog nauwelijks vezel-tot-vezel recyclaat toegepast in nieuw textiel.
Het kabinet is dan ook positief over het initiatief van de sector om sectorale afspraken
te maken over de toepassing van post-consumerrecyclaat en daarin bestaande initiatieven en voorbeelden mee te nemen.
Het Rijk werkt aan maatregelen om de vraag naar recyclaat te stimuleren via aankomende
Europese wetgeving als via de eigen inkoop. Voor textiel wordt op dit moment in Europa
gewerkt aan informatie- en prestatie-eisen voor textiel onder de ESPR, zoals een verplicht
percentage recyclaat. Nederland pleit er bij de invoering van de ESPR-eisen voor om
een zo hoog mogelijk verplicht aandeel post-consumer recyclaat op te nemen. Het kabinet is geen voorstander van een te brede invulling
van de recyclaatverplichting. Daarmee blijft er namelijk ruimte voor andere stromen
zoals PET-flessen. Om de textielafvalberg te verkleinen, geeft het kabinet prioriteit
aan het recyclen van textielafval tot nieuwe materialen. Het recyclen van PET-flessen
in nieuw textiel is een laagwaardigere toepassing en draagt er niet aan bij dat textielafval
binnen de eigen keten hoogwaardig toegepast wordt tot nieuwe materialen.
Daarnaast vindt het kabinet het, net als de Textieltafel, belangrijk dat de recyclaatverplichting
zoveel mogelijk afkomstig moet zijn van Europees textielafval. Dit is zoals de Tafel
ook aangeeft een belangrijke maatregelen om de recyclingsector in Europa te behouden
en op te schalen en te voorkomen dat Europees textielafval zich verder opstapelt.
Het kabinet is in gesprek met de Europese Commissie over de mogelijkheden hiervoor
binnen de kaders van de wereldwijde handelsregels. Ook verkent het kabinet de mogelijkheid
om EU-recyclaat mee te nemen als informatie-eis in het digitale productpaspoort. Deze
informatie zou dan gebruikt kunnen worden bij het differentiëren van tarieven die
producenten betalen aan de uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
(UPV) textiel. Voor de recyclaatverplichting houdt het kabinet rekening met de aanbeveling
van de Textieltafel om te zorgen voor een gefaseerde invoering.
De Textieltafel suggereert dat overheden en de bedrijfskledingsector moeten samenwerken
om de rol van launching customerte verwezenlijken. In de tweede helft van 2026 wordt de Agenda en Uitvoeringsprogramma
Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) 2026–2030 naar de Kamer
gestuurd. Hierin worden alle inkopende partijen gestimuleerd en ondersteund om MVOI
toe te passen. In deze actualisatie van het Nationaal plan MVI 2021–2025 richt de
overheid als launching customer zich op een selectie van prioritaire productketens, waaronder bedrijfstextiel. Waar
van toepassing, verbreden we de doelgroep naar semi-publieke en private inkopende
partijen om de inkoopkracht te vergroten.
De inkoop van de Rijksoverheid, ofwel Categorie bedrijfskleding Rijk, heeft deelgenomen
aan de Textieltafel en neemt de aanbeveling van de tafel over. De Categorie past dit
beleid ook al actief en waar mogelijk toe, onder andere in samenwerking met andere
categorieën zoals de Categorie werkplekinrichting en de Categorie Afvalzorg en Grondstoffenmanagement.
Aanvullend verkent het kabinet de mogelijkheden om de eisen voor textiel onder de
ESPR te gebruiken voor het opstellen van eisen en gunningscriteria voor de inkoop
van textiel. Tot slot geeft de Textieltafel aan dat de bedrijfskledingsector initiatief
neemt om nauwer samen te werken. Het kabinet juicht dit van harte toe.
Financiering
Om de sorteer- en recyclingindustrie in Nederland te behouden en te versterken, adviseert
de Tafel een garantiefonds, -regeling of tijdelijke overbruggingsregelging in te stellen
en om onderzoek te doen naar het verdienvermogen van deze sector. Het kabinet herkent
de problemen en financiële knelpunten binnen de textielsector. Daarom zal het kabinet
inventariseren wat de mogelijkheden zijn om op korte termijn de overbruggingsregeling
plastic te verbreden naar textiel aangezien een groot gedeelte van textiel van kunststof
gemaakt wordt. Het behoudt van deze sector is van belang om te voorkomen dat textiel
verbrand wordt wat leidt tot meer CO₂-emissie. Daarnaast wordt onderzocht of andere
instrumenten zoals een garantiefonds mogelijk zijn voor de textielsector in den brede.
Het kabinet zal zoals voorgesteld door de Textieltafel onderzoek doen naar het potentiële
verdienvermogen van de sorteer- en recyclingsector in Nederland. De uitkomsten van
dit onderzoek moeten helpen de keuzes voor het behouden en versterken van de sector
in Nederland te onderbouwen. Deze keuzes kunnen gaan over de benodigde beleidsinzet,
de investeringen in innovatie en opschaling en strategische samenwerking met landen
binnen en buiten Europa. Nederland is koploper als het gaat om inzameling, sortering
en verwerking en tegelijkertijd vindt productie van textiel nauwelijks plaats in Nederland.
Dit biedt kansen om samenwerking met landen in Europa waar wel productie plaatsvindt
te versterken. De Textieltafel doet bovendien de suggestie voor nog twee andere onderzoeken,
namelijk naar de langetermijnsysteemoplossingen en het inventariseren van de databehoefte
voor online verkoop van tweedehands kleding om deze stroom beter in beeld te krijgen
voor de beleidsmonitor. Deze onderzoeken zal het ministerie niet faciliteren, omdat
op dit moment prioriteit wordt gegeven aan het onderzoek naar het potentiële verdienvermogen
gezien de urgentie van het financiële vraagstuk vanuit de sector.
Ketensamenwerking en uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
De Textieltafel doet verschillende aanbevelingen voor meer regie in de samenwerking
tussen ketenpartijen, het instellen van een onafhankelijke gezant en het verbeteren
van de UPV.
Ketensamenwerking
Het organiseren van een circulaire textielketen betekent dat er structurele samenwerking
nodig is tussen partijen in elke schakel van de keten. Zoals de Tafel zelf concludeert,
vraagt bijvoorbeeld het toepassen van recyclaat in nieuwe producten om goede afstemming
tussen recyclers en producenten. Voor textielinzameling suggereert de tafel om gezamenlijk
een landelijk geharmoniseerd en passend inzamelsysteem in te richten. Het kabinet
steunt dit uitgangspunt en roept partijen op om hiermee aan de slag te gaan. Bij de
inzameling van huishoudelijk textielafval hebben zowel gemeenten als producenten een
bepaalde verantwoordelijkheid. Gemeenten dragen zorg voor de inzameling van huishoudelijke
afvalstoffen, waaronder textiel. Tegelijkertijd worden producenten met een UPV financieel
en/of organisatorisch verantwoordelijk voor de afvalfase van hun producten. Onder
deze verplichtingen valt ook communicatie naar eindgebruikers over het gescheiden
inzamelen van textiel. Bij een UPV moeten producenten dit inzamelsysteem organiseren
en afspraken maken met andere ketenpartijen over inzameling, recycling of (voorbereiding
voor) hergebruik, inclusief de vergoedingen die partijen hiervoor ontvangen. Uitsluitend
samenwerken met legale kledinginzamelaars, zoals de Tafel voorstelt, kan onderdeel
zijn van deze afspraken.2 Er is sprake van illegale inzameling wanneer kledingbakken zonder vergunning of zonder
contract met de gemeente in de openbare ruimte worden geplaatst.
De Textieltafel schetst dat gemeentelijke aanbestedingen moeten worden gedaan met
een focus op circulariteit, niet op prijs, om een prijsopdrijvend effect te voorkomen.
Gemeenten gaan zelf over de aanbestedingen die zij doen voor textielinzameling. Het
ligt daarom niet in de rede dat het Rijk hier een rol vervult.
De Tafel stelt ook voor dat alle inzamelaars en gemeenten de landelijke wel/niet lijst
uniform hanteren en hier duidelijk over communiceren. Momenteel verkent het kabinet
de (on)mogelijkheden om de inzameling van huishoudelijk afval te standaardiseren.
De resultaten van deze verkenning worden na de zomer met de Kamer gedeeld. De wel/niet
lijst textiel is in 2025 door Rijkswaterstaat, samen met de Vereniging Herwinning
Textiel (VHT), de Koninklijke Nederlandse vereniging voor afval- en reinigingsdiensten
(NVRD), de Branchevereniging Kringloop Nederland (BKN) en Milieu Centraal, geactualiseerd.
Deze lijst biedt inwoners een duidelijk overzicht van wat wel en niet in de textielcontainer
mag. Daarnaast is het een belangrijk hulpmiddel voor gemeenten, inzamelaars en sorteerbedrijven
om de lijst te gebruiken als uniforme basis voor communicatie over de inzameling van
textiel. Het Ministerie van EZK stimuleert gemeenten om de wel/niet lijst te gebruiken
via het Van Afval Naar Grondstoffen Huishoudelijk Afval programma (VANG-HHA) en roept
de deelnemers aan de tafel op om de wel/niet lijst ook actief te promoten en te gebruiken.
In 2026 doet VANG-HHA onderzoek naar hoeveel gemeenten de wel/niet lijst textiel kennen
en gebruiken.
Verbeterpunten voor het instrument uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
De Textieltafel doet een aantal aanbevelingen om te zorgen dat het UPV-instrument
meer stuurt op circulariteit. Hieronder valt het versneld invoeren van eco-modulatie3, het vergroten van de verantwoordelijkheid voor platforms met een pay-on-behalf model en het verduidelijken van inspanningsplicht voor de toepassing van recyclaat.
Voor het verbeteren van het instrument UPV, en specifiek de UPV textiel, is het van
belang drie trajecten te onderscheiden:
– de doorontwikkeling van het instrument UPV;
– de implementatie van de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen, en;
– de evaluatie van het Besluit UPV textiel.
Het Ministerie van EZK werkt allereerst aan het doorontwikkeltraject van het instrument
UPV. Hiervoor zijn vijf verbeterrichtingen geïdentificeerd. Een van de verbeterpunten
is het verduidelijken van de rolverdeling tussen ketenpartijen. In de Kamerbrief van
april 2026 wordt geconcludeerd dat verplichting voor zowel gemeenten als producenten
om de inzameling te organiseren in de praktijk voor onduidelijkheid zorgt.4 Dat zit met name in de vraag waar de verantwoordelijkheden van gemeenten en producenten
beginnen en eindigen. Het is belangrijk dat er helderheid komt over hoe de juridische
taken en verantwoordelijkheden van producenten en gemeenten zich tot elkaar verhouden.
Dit geldt ook voor textiel. Het kabinet werkt op dit moment uit hoe een duidelijkere
rol- en verantwoordelijkheidsverdeling eruit zou kunnen zien en is hierover in gesprek
met belanghebbenden.
Voor de uitvoering van een UPV kunnen er meerdere producentenorganisaties actief zijn,
zoals bij textiel het geval is. Om de samenwerking en coördinatie tussen producentenorganisaties
onderling te verbeteren, werkt het kabinet aan randvoorwaarden hiervoor. Het kabinet
werkt de openstaande punten in het doorontwikkeltraject, waaronder bovenstaande, dit
jaar uit en hoopt de Kamer hier nog voor het einde van het jaar nader over te informeren.
Ten tweede wordt per 1 januari 2028 het Besluit UPV Textiel gewijzigd vanwege de herziening
van de Kaderrichtlijn afvalstoffen (Kra). De bestaande verplichtingen worden hiermee
aangescherpt. Er wordt bijvoorbeeld verder verduidelijkt welke kosten producenten
moeten dekken en waarover ze de eindgebruiker en met name consumenten moeten informeren.
Het wordt ook verplicht voor producenten om, op basis van de ESPR-eisen voor textiel,
eco-modulatie in te voeren. Dit betekent dat producenten die circulaire keuzes maken
en daarmee zorgen voor lagere kosten voor het afvalbeheer, een lagere bijdrage betalen.
De Textieltafel stelt voor om eco-modulatie versneld in te voeren. Producenten moeten
op dit moment al indien mogelijk tarieven differentiëren waarbij ze rekening houden
met onder andere duurzaamheid, repareerbaarheid en herbruikbaarheid van een product.
Hiervoor hoeven producentenorganisaties dus niet te wachten tot de ESPR voor textiel
is vastgesteld. Het versneld invoeren van de ESPR-eisen voor textiel is geen mogelijkheid
omdat we hierbij gebonden zijn aan de tijdlijn van de Europese Commissie. Op basis
van de studies die nu worden uitgevoerd, komt de Commissie naar verwachting in 2027
met een voorstel voor textiel.
De herziening regelt ook duidelijke verplichtingen voor online platforms, waarbij
platforms een controlerende taak krijgen. Het streven van het kabinet is om dit voor
alle UPVs op Europees niveau te regelen onder de aankomende Circular Economy Act. De Textieltafel plaatst vraagtekens bij de effectiviteit en handhaving hiervan en
adviseert daarom om een pay-on-behalfmodel uit te werken, wat inhoudt dat een onlineplatform namens de producent aan de
wettelijke eisen mag voldoen. Het kabinet ziet op dit moment geen aanleiding om aan
te nemen dat de platformcontrole niet zal werken en is kritisch over het invoeren
van een pay-on-behalf systeem. Producenten verkopen vaak via verschillende onlineplatforms op de Europese markt.
Met pay-on-behalf is het onduidelijk voor welke verkopen een producent nu wel of niet voldoet aan de
UPV-verplichtingen. Deze aanpak heeft dan ook gevolgen voor de uitvoerbaarheid, toezicht
en handhaving op de UPV-verplichtingen en past niet binnen een zuivere rolverdeling
waarbij de verplichtingen bij de producent liggen.
Tot slot staat in 2028 de evaluatie van de UPV textiel gepland. De verantwoordelijkheid
voor het voorbereiden en uitvoeren van deze evaluatie ligt bij het Ministerie van
EZK. Bij deze evaluatie worden de geïdentificeerde verbeterpunten van de Tafel meegenomen
en zal het kabinet extra aandacht hebben voor de B2B sector. In de evaluatie wordt
ook nadrukkelijk gekeken of tariefdifferentiatie in voldoende mate wordt toegepast
en, op verzoek van de Tafel, of de inspanningsplicht voor het toepassen van recyclaat
verduidelijkt kan worden. Deze inspanningsplicht houdt in dat textielproducenten maatregelen
moeten nemen die erop zijn gericht dat in nieuwe textielproducten zo veel mogelijk
gerecyclede textielvezels afkomstig van ingezameld textiel wordt toegepast.
Procesbegeleiding
De Textieltafel vraagt het kabinet om een onafhankelijk gezant in te stellen voor
het identificeren van verbeteringen in de governance en regelgeving met, onder andere,
extra aandacht voor de B2B-sector, en vertrouwensherstel tussen ketenpartijen binnen
de UPV. Het kabinet erkent de problemen waar partijen in de uitvoering van de UPV
tegenaan lopen. Het kabinet hecht tegelijkertijd waarde aan een zuivere rolverdeling.
Het Rijk is verantwoordelijk voor het gezamenlijk stappen zetten in de richting van
een circulaire textielketen en faciliteert met de Ketentafel Textiel het gesprek over
het realiseren van de doelen en de uitvoering van beleid. De B2B sector, ofwel bedrijfskleding
en textielservicebedrijven, is ook vertegenwoordigd aan deze tafel. Het kabinet neemt
de aanbeveling van de tafel om een onafhankelijk gezant aan te stellen die de gesprekken
voor de uitvoering van de UPV moet begeleiden niet over. De Textieltafel geeft aan
dat verbeterde governance en vertrouwenherstel nodig is. Om het onderling vertrouwen
te herstellen en afspraken te maken over de governance zijn partijen zelf aan zet,
eventueel met behulp van een mediator. Hetzelfde geldt voor het maken van afspraken
over vergoedingen voor de uitvoering van de UPV verplichtingen. Hiervoor zullen producenten
met ketenpartijen afspraken moeten maken en het Rijk is hier geen partij in.
De verantwoordelijkheid van het Rijk is het vastleggen van doelstellingen en verplichtingen
in de wetgeving en het handhaven op de naleving. Het is vervolgens aan de partijen
om hier uitvoering aan te geven. Daarvoor moet wel duidelijk zijn welke verplichtingen
er gelden voor producenten, ook ten aanzien van de kosten die gedekt moeten worden.
Het kabinet zal hierover apart in gesprek gaan met de producentenorganisaties, ook
met het oog op de aankomende aanscherpingen van het Besluit UPV textiel die eerder
zijn toegelicht.
In het rapport wordt meermaals geadviseerd dat het van belang is dat alle inhoud van
de gesprekken tussen ketenpartijen onderling wordt getoetst aan het mededingingsrecht
en dat een jurist van de ACM betrokken is om te borgen dat afspraken binnen de kaders
van het mededingingsrecht plaatsvinden. Het kabinet onderschrijft het belang dat gesprekken
plaatsvinden en afspraken gemaakt worden binnen de kaders van het mededingingsrecht.
Het inschakelen van juridische bijstand om dit te borgen kan raadzaam zijn. Het past
echter niet binnen de rol van de ACM als onafhankelijk toezichthouder om direct betrokken
te zijn bij het maken van afspraken. Bij twijfel over de toelaatbaarheid van specifieke
afspraken die bijdragen aan een meer circulaire textielketen kan de ACM om een informele
beoordeling worden gevraagd.5 De ACM denkt in dat kader mee over mededingingsrechtelijke risico’s en eventuele
oplossingen voor knelpunten.
De ACM is daarnaast bekend met signalen over machts- en informatieverschillen tussen
spelers binnen het UPV-stelsel.6 Deze verschillen kunnen een goede uitvoering van de UPV textiel in de weg zitten.
Spelers in de sector staan voor een gezamenlijke opgave. Een goede werking van de
hele keten is nodig om circulariteit van textiel verder te bevorderen. Dat vraagt
om samenwerking en dialoog tussen alle relevante ketenpartijen die betrokken zijn
bij de uitvoering van de UPV Textiel. De ACM roept ketenpartijen dan ook op om binnen
de kaders van de concurrentieregels samenwerking op te zoeken en te werken aan duurzame
en toekomstbestendige oplossingen bij het hergebruiken en recyclen van textiel. Voorbeelden
van samenwerking kunnen zijn het organiseren van een bewustwordingscampagne of het
opstellen van gezamenlijke algemene voorwaarden om contractering makkelijker te maken.
Aanvullende beleidsinstrumenten en regelgeving
De Textieltafel doet verschillende aanbevelingen voor nationale en Europese maatregelen,
namelijk: een Europese aanpak voor ultra-fast fashion, vervroegd invoeren van de Europese handling fee, verlaging van de btw-tarieven, onderzoek naar de circulaire hefboom en het betrekken
van de sector bij de Europese einde-afval criteria.
Ultra-fast fashion
Het kabinet erkent het probleem van ultra-fast fashion en het ontbreken van een duidelijke definitie. Een definitie is nodig om gericht
beleid te kunnen maken. Nederland bepleit samen met andere lidstaten voor een Europese
definitie en gezamenlijke aanpak van ultra-fast fashion. Bij het opstellen van de definitie wordt gekeken naar bestaande voorbeelden, zoals
in Frankrijk.
Uit onderzoek blijkt dat het reguleren van reclame, als onderdeel van een breder maatregelenpakket,
een effectieve maatregel kan zijn om overconsumptie tegen te gaan.7 Het is dan ook positief dat de sector bereid is om de mogelijkheden voor een vrijwillige
reclamecode voor online influencers te verkennen. Voor onwettelijke reclame zijn in Europa regels opgesteld onder de
Digital Services Act (DSA). Deze wet is sinds februari 2024 van kracht en geldt voor
online platforms, zoekmachines en andere digitale diensten. De DSA verplicht platforms
om illegale content en misleiding beter aan te pakken en gebruikers beter te beschermen.
Het handhaven op illegale marketingtechnieken die impulsaankopen stimuleren, zoals
tijdsdruk en zogenoemde dark patterns, valt hier ook onder. Het kabinet zal in Europees verband bezien of een verdere aanpak
nodig is en effectief kan zijn.
De Tafel vraagt om het versterken van de bestaande Europese regelgeving. Op basis
van de Europese Markttoezichtverordening zijn lidstaten verplicht om goed toezicht
aan de grens te organiseren. Dit is met name relevant vanwege de sterke groei van
e-commerce. In de voortgangsrapportage textiel van 2025 is de Kamer geïnformeerd over
de handhaving voor textiel.8 Het kabinet werkt samen met Douane en andere handhavingsautoriteiten aan het versterken
van grenscontroles. De ILT geeft in de komende periode prioriteit aan toezicht op
relevante wetgeving voor de textielsector. Dit gaat om de UPV textiel, de Europese
Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA) en de toekomstige eisen voor textiel
onder de ESPR. Daarnaast is het kabinet in gesprek met de verantwoordelijke handhavingsautoriteiten
over het versterken van het markttoezicht op de Textiel etikettering verordening en
de REACH-verordening. Voor wat betreft de handhaving van misleidende online verkooppraktijken
vraagt het kabinet aandacht voor aanvullende handhaving en sterker toezicht bij de
herziening van de Verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming
(SCB) eind 2026.
Handling fee
De Textieltafel adviseert het kabinet om de Europese handling fee, indien mogelijk en wenselijk, vervroegd in te voeren. De Europese handling fee maakt onderdeel uit van een het Europese Douanehervormingspakket waarin maatregelen
zijn opgenomen om de e-commerce stroom beter beheersbaar te maken.9 De eerste maatregel gaat al op 1 juli aanstaande in. Dit betreft een vaste heffing
van € 3 per productsoort op e-commercezendingen. De Europese handling fee is de tweede maatregel die vanaf 1 november dit jaar geheven zal worden. Deze handling fee is bedoeld om de controles op e-commerce stromen te vergoeden. Omdat de handling fee een Europese maatregel is kan Nederland niet eenzijdig deze maatregel eerder invoeren.
Fiscale instrumenten
De Tafel vraagt het kabinet om te verkennen hoe btw als normerend en vergroeningsinstrument
ingezet kan worden. Binnen de Europese btw-richtlijn is momenteel geen ruimte voor
een verlaagd btw-tarief op tweedehands textiel, een 0% btw-tarief voor maatschappelijke
organisaties, of een btw-verlaging op producten met post-consumer recyclaat. Deze maatregelen zijn daarom nationaalrechtelijk in Nederland niet mogelijk.
Wel heeft het kabinet toegezegd zich in Europees verband actief in te zetten voor
het juridisch mogelijk maken van 0% btw op reparatiediensten en tweedehands producten
in het kader van de Clean Industrial Deal.10 Algemener geldt dat Nederland pleit voor een vereenvoudiging van het btw-stelsel.
Uit meest recente evaluatie van de verlaagde btw-tarieven blijkt dat dit hooguit deels
doeltreffend is, en over het algemeen geen doelmatig instrument is om maatschappelijke
doelen te behalen. De beperkte doorwerking van btw-verlagingen in consumentenprijzen
is daarbij een belangrijk punt. Het kabinet is daarom terughoudend bij het inzetten
van verlaagde btw-tarieven als beleidsinstrument.
Om circulair textiel te bevorderen is het wenselijk om meerdere beleidsinstrumenten
naast elkaar te zetten om daarmee het meest effectieve instrument of instrumentenmix
te kiezen. Dat wordt gedaan bij de uitvoering van zowel de motie van het lid Kostiç
c.s. (Kamerstuk 21501-08, nr. 977) als de motie Grinwis (Kamerstuk 36 812, nr. 95) waarin de verschillende fiscale opties voor reparatie verkend worden. Daarnaast
bekijkt het kabinet de mogelijkheden voor het beprijzen van niet-circulaire producten,
waardoor circulaire producten relatief goedkoper worden. Momenteel wordt gewerkt aan
een verkenning van de circulaire hefboom als beleidsinstrument die dit principe deels
omarmt.
Circulaire hefboom
Het voorstel voor de invoering van een circulaire hefboom is afkomstig uit het eindrapport
van de Plastictafel. Het voorstel voor deze hefboom bestaat uit twee delen: een heffingsdeel
en een stimuleringsdeel. De heffing vindt plaats op basis van het aandeel plastic
in producten. De inkomsten uit deze heffing komen terecht in een transitiefonds waarna
de middelen weer ten goede komen aan de circulaire transitie. Het kabinet deelt de
analyse van de Textieltafel dat een onafhankelijk onderzoek nodig is om te onderzoeken
of en hoe de circulaire hefboom meerwaarde kan bieden voor de transitie naar een circulaire
economie. De Kamer is via een aparte brief geïnformeerd over de stand van zaken van
de circulaire hefboom. Zoals eerder bij de Kamer aangegeven zit er tussen een goed
idee en wetgeving nog een hoop uitzoekwerk. Allereerst is gekeken of er geen Europese
wetgeving implementatie in de weg zou staan, dat bleek niet het geval.11 Daarop is besloten om meer onderzoek uit te voeren naar het instrument circulaire
hefboom. Het gaat hier om een onderzoek op hoofdlijnen en nog niet over de vraag of
de circulaire hefboom geïntroduceerd zou moeten worden voor een specifieke sector.
Op basis van de resultaten van dit externe onderzoek en verder intern onderzoek door
de Ministeries van EZK en Financiën zal het kabinet besluiten of verder onderzoek
naar mogelijke implementatie in een specifieke sector, zoals textiel, gestart zal
worden. Bij zo’n onderzoek zal de sector betrokken worden en worden de voorgestelde
vragen uit de bijlage van het rapport zo goed mogelijk in meegenomen. Het in kaart
brengen van beleidsalternatieven valt hier ook onder.
Einde-afvalcriteria
Tot slot verzoekt de Tafel om ketenpartijen te betrekken bij de Nederlandse inbreng
voor de Europese einde-afvalstatus. Het Joint Research Centre (JRC) heeft in opdracht
van de Europese Commissie een rapport opgesteld met een voorstel voor einde-afvalcriteria
voor hergebruik en recycling van textiel. De Europese Commissie neemt naar verwachting
in het vierde kwartaal van 2026 een besluit over deze einde-afvalcriteria om dit over
te nemen in wetgeving. De Commissie heeft hiervoor een feedbackronde aangekondigd.
Het ministerie heeft de afgelopen maanden gesproken met Nederlandse ketenpartijen
over het rapport van de JRC om de verschillende perspectieven op te halen. Om tot
een afgewogen Nederlandse inbreng te komen, organiseert het ministerie na de zomer
nog een gezamenlijke bijeenkomst met ketenpartijen.
Tot slot
Het Ministerie wil alle partijen nogmaals bedanken voor de tijd en moeite die is gestoken
in het proces de afgelopen maanden en Steven van Eijck in het bijzonder voor het begeleiden
van dit proces. Het is positief dat er bereidheid is bij partijen om actief mee te
denken en bij te dragen aan de uitvoering van de voorgestelde maatregelen. Zoals in
het rapport wordt aangegeven, vraagt het realiseren van een circulaire textielketen
om structurele samenwerking en duidelijke afspraken over de opvolging van de aanbevelingen.
Het kabinet neemt daarom de aanbeveling over om de samenwerking en opvolging van de
Textieltafel met betrokken partijen voort te zetten onder de bestaande Ketentafel
Textiel en de deelnemende partijen uit te breiden. Om dit goed te borgen, is het kabinet
voornemens om een onafhankelijk voorzitter aan te stellen voor ketentafel die hier
een duidelijke opdracht voor meekrijgt. Het kabinet zal de wenselijkheid van dit voorstel
met de sector bepreken. Daarmee krijgt bestaande Ketentafel Textiel een nieuwe impuls
om de transitie naar een circulaire textielketen te versnellen.
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S. van Veldhoven-van der Meer
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei