Brief regering : Verzoek tot hervatting behandeling wetsvoorstel Tweede tranche wijziging Wet publieke gezondheid (Kamerstuk 36483)
36 483 Wijziging van de Wet publieke gezondheid om te voorzien in een directe sturingsbevoegdheid van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op de directeur publieke gezondheid van de gemeentelijke gezondheidsdienst en in een grondslag voor het stellen van regels over de uitvoering van de algemene infectieziektebestrijding door de gemeentelijke gezondheidsdienst (Tweede tranche wijziging Wet publieke gezondheid)
Nr. 9
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 juni 2026
Op 9 december 2024 heeft de toenmalig Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
de Kamer verzocht de behandeling van het wetsvoorstel Tweede tranche wijziging Wet
publieke gezondheid (Kamerstuk 36 483) aan te houden. Dit vanwege de besluitvorming over de grondslag voor een specifieke
uitkering (hierna: SPUK) in dit wetsvoorstel en de, in het Hoofdlijnenakkoord van
het vorige kabinet opgenomen, bezuiniging op het beleidsprogramma pandemische paraatheid.
Hierbij informeert het kabinet de Kamer over beide punten en verzoekt de behandeling
van het wetsvoorstel te hervatten.
Tweede tranche wijziging Wpg
Het kabinet is hard bezig om de samenleving weerbaarder te maken tegen dreigingen.
Onderdeel daarvan is ook het weerbaarder maken van de Wet publieke gezondheid (Wpg)
en de organisaties die taken uitvoeren in het kader van de Wpg.
Het wetsvoorstel Tweede tranche wijziging Wpg1 regelt in hoofdzaak twee dingen:
1. Een directe sturingsbevoegdheid van de Minister van VWS op de
Directeuren Publieke Gezondheid (dPG’en) van de GGD’en bij een
(dreigende) epidemie van een A-infectieziekte, en
2. Een grondslag om bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) regels te
stellen om te zorgen voor een meer uniforme werkwijze bij GGD’en op het
gebied van infectieziektebestrijding en financiering van de daaruit
voortvloeiende kosten voor GGD’en via een specifieke uitkering (SPUK).
Het wetsvoorstel dient ertoe dat sneller en adequater kan worden opgeschaald in het
geval van een uitbraak of epidemie van een A-infectieziekte. Hiermee wordt uitvoering
gegeven aan aanbevelingen uit onderzoeksrapporten van onder andere de Onderzoeksraad
voor Veiligheid (OVV). In de AMvB zullen eisen en voorschriften worden opgenomen over
bijvoorbeeld de opschaalbaarheid en uniformiteit van werkprocessen, deskundigheden
en vaardigheden. Hieruit vloeien kosten voor de GGD’en voort. In het wetsvoorstel
is voorzien in een grondslag voor de verstrekking van een SPUK aan GGD’en ter bekostiging
hiervan. Gebruik van een SPUK is in dit geval op zijn plaats, vanwege de bijzondere
situatie waarin de voorbereiding van de GGD’en ook rechtstreeks raakt aan de taak
van de Minister van VWS. De Minister van VWS heeft immers bij een (dreigende) epidemie
van een A-infectieziekte de leiding op grond van de Wpg en kan daarbij de dPG’en van
de GGD’en opdragen medisch-operationele voorzieningen te treffen.
Financiering
Het kabinet heeft in de Voorjaarsnota structureel middelen beschikbaar gesteld waarmee
de GGD’en in staat worden gesteld om uitvoering te geven aan de vereisten uit het
wetsvoorstel. Zie hiervoor ook de brief aan de Kamer van 27 maart jl. over het pakket
pandemische paraatheid (Kamerstuk 25 295, nr. 2265).
Verzoek
Gegeven het bovenstaande is er geen belemmering meer om de behandeling van het wetsvoorstel
Tweede tranche wijziging Wet publieke gezondheid (36 483) voort te zetten. Het kabinet verzoekt de Kamer dan ook om het wetsvoorstel weer
in behandeling te nemen en kijkt ernaar uit met de Kamer over dit wetsvoorstel te
spreken.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans
Indieners
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport