Brief regering : Antwoorden op vragen commissie van de V-100 over geld en schulden
24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting
Nr. 843
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 juni 2026
Hierbij zend ik u de antwoorden op schriftelijke vragen van de commissie voor de Rijksuitgaven
naar aanleiding van het evenement V-100, die zijn gesteld op 1 juni jl. met kenmerk
2026D27227. De beantwoording van de overige vragen wordt door de Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid nagezonden.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Vragen van de commissie voor de Rijksuitgaven aan de Ministers van Financiën en van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid over geld en schulden naar aanleiding van het evenement
V-100.
Vraag 1
In hoeverre deelt u de mening dat financiële educatie in het onderwijs zich vaak richt
op economische en theoretische kennis (financiële geletterdheid), terwijl praktische
financiële vaardigheden zoals belastingaangifte doen, toeslagen aanvragen, omgaan
met schuldenrisico's en het herkennen van financiële verleidingen (zoals Buy Now,
Pay Later en online gokken) minder aandacht krijgen? In hoeverre heeft u inzage in
de landelijke behoefte van jongeren hieraan en welke mogelijkheden ziet u naast de
huidige regelingen om deze praktische financiële vaardigheden structureel te versterken
en breder te verankeren in het curriculum en op welke termijn?
Antwoord 1
Op basis van recent onderzoek van Wijzer in geldzaken1 concludeer ik dat veel jongeren (80%) het belangrijk vinden om op school te leren
over geldzaken2. Verder signaleer ik dat jongeren regelmatig in aanraking komen met online verleidingen3. Uit een rapport van de Autoriteit Financiële Markten blijkt dat jongeren gevoeliger
zijn voor (digitale) misinformatie4. Het is daarom belangrijk dat jongeren hiermee om leren gaan.
Ik deel de observatie dat financiële educatie in het onderwijs voorheen veelal gericht
was op het bijbrengen van economische en theoretische kennis. Op 21 november 2025
informeerde de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uw Kamer over
de actualisering van het wettelijk curriculum5. Als onderdeel van die actualisering zal er in de nieuwe kerndoelen mens & maatschappij
meer aandacht zijn voor financiële vaardigheden die leerlingen nodig hebben om te
leren omgaan met geld, inclusief de meer praktische financiële vaardigheden. Op deze
manier sluiten de nieuwe kerndoelen aan bij de actuele uitdagingen die jongeren ervaren.
De verwachting is dat deze kerndoelen per 1 augustus 2027 in werking treden.
Daarnaast doen veel scholen mee met de Week van het geld, een initiatief van Wijzer
in geldzaken. Dit is een belangrijke aanjager voor het structureel stimuleren van
financiële vaardigheden van kinderen en jongeren, zowel op school als thuis. Wijzer
in geldzaken biedt via het platform geldlessen.nl ook een platform met alles over
effectieve financiële educatie in de klas, trainingen voor docenten, verdiepende kennissessies
en lesmaterialen, waar door veel scholen gebruik van wordt gemaakt.
Vraag 2
In hoeverre bent u bereid om onderzoek te doen naar de verschillen in financiële educatie
binnen verschillende gemeenten en deze gelijkwaardiger te maken?
Antwoord 2
Gemeenten stemmen hun inzet en activiteiten af op de lokale situatie, bijvoorbeeld
aan de hand van de behoeften van jongeren en gezinnen in hun gemeente. Hierdoor kunnen
er verschillen bestaan in het aanbod van financiële educatie tussen gemeenten en ook
tussen scholen.
Het curriculum in het primair en voortgezet onderwijs, met de nieuwe kerndoelen die
extra aandacht besteden aan financiële vaardigheden, biedt een solide basis voor kwalitatief
goed onderwijsaanbod op scholen in financiële geletterdheid. Door in het curriculum
helder te zijn over wat leerlingen moeten leren als het gaat om financiële educatie
krijgen alle leerlingen in Nederland, ongeacht hun woonplaats, de kans om belangrijke
financiële vaardigheden te ontwikkelen. De manier waarop een school deze doelen vertaalt
naar het onderwijsaanbod kan dan juist ook goed aansluiten op de lokale context. Gelet
hierop acht ik het niet opportuun om onderzoek te doen naar de verschillen in financiële
educatie met als doel landelijke gelijkvormigheid af te dwingen.
Vraag 4
Het kabinet stimuleert jongeren om de stap van studie naar werk te maken. Hoe past
het binnen die doelstelling dat jongeren na het vinden van werk soms worden geconfronteerd
met hoge terugvorderingen van huur- en zorgtoeslag, en welke maatregelen neemt u om
deze overgang financieel voorspelbaarder en zekerder te maken en op welke termijn?
Vraag 10
Het belasting- en toeslagenstelsel is complex en door de stapeling van toeslagen houden
mensen die meer gaan werken onderaan de streep soms minder over. Op welke wijze gaat
u het stelsel vereenvoudigen zodat werken en participatie worden beloond en uitkeringen
terechtkomen bij wie ze echt nodig heeft, en op welke termijn?
Antwoord 4 en 10
Door de inkomensafhankelijkheid van belastingen en toeslagen kunnen veranderingen
in het inkomen gedurende het jaar leiden tot meer of minder recht op toeslagen wat
kan leiden tot terugvorderingen of nabetalingen. Hierdoor kunnen mensen in onwenselijke
situaties terecht komen en weten zij niet goed waar ze aan toe zijn. Behalve dat het
stelsel ondoorzichtig is, loont meer uren werken in het huidige stelsel soms ook te
weinig (voor de meeste mensen loont het wel om meer uren te werken). Dat meer uren
werken soms maar beperkt loont, komt doordat belastingtarieven, de afbouw van heffingskortingen
en de afbouw van toeslagen kunnen «stapelen», afhankelijk van individuele en huishoud-omstandigheden.
Het belasting- en toeslagenstelsel moet begrijpelijk, voorspelbaar en doenbaar zijn
om goed te kunnen werken voor mensen en voor bedrijven. Het moet daarnaast zo min
mogelijk verstorend zijn voor de economie en werkgelegenheid en innovatie stimuleren.
Meer werken moet bijvoorbeeld – ondanks dat mensen ook belasting betalen – altijd
lonen, zonder dat het stelsel een knelpunt vormt. De maatregelen die het kabinet neemt
om de voorspelbaarheid en zekerheid van de stelsels te vergroten neemt het kabinet
voor het einde van 2026 op in de Hervormingsagenda inkomensondersteuning en de hervormingsagenda
belasting- en toeslagenstelsel. Uw Kamer ontvangt voor de zomer een update van de
hervormingsagenda inkomensondersteuning.
Er zijn nu al verschillende initiatieven om het voor jongeren zo voorspelbaar mogelijk
te maken, zoals bijvoorbeeld de checklist van de rijksoverheid voor iedereen die binnenkort
18 jaar wordt. Tijdens de Week van het Geld lanceerde Dienst Toeslagen de Toeslagen
Oefentool6. Deze website is gemaakt voor jongeren van rond de 18. De tool is in samenwerking
met jongeren, docenten en maatschappelijke partners ontwikkeld na signalen dat er
behoefte is aan praktisch, herkenbaar en interactief oefenmateriaal.
Indieners
E. Heinen, minister van Financiën