Brief regering : Uitspraken beroepsprocedures fysieke schade en waardedaling 2020 en 2021
33 529 Gaswinning
Nr. 1380
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 juni 2026
Met deze brief informeer ik uw Kamer over twee uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland
van 12 juni 2026.1 Het gaat om beroepsprocedures die de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) heeft
aangespannen over heffingen voor de schadeafhandeling in Groningen.2
Uitspraken over heffingen aan NAM
Deze bestuursrechtelijke uitspraken gaan over de heffingsbesluiten waarmee kosten
voor de schadeafhandeling in Groningen zijn doorbelast aan NAM op grond van de Tijdelijke
wet Groningen. De rechtbank heeft beoordeeld of deze kosten terecht aan NAM zijn doorbelast.
Daartoe heeft de rechtbank geoordeeld of het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG)
bij de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden is gebleven binnen de kaders die
de Tijdelijke wet Groningen daarvoor stelt. Afzonderlijke schadebesluiten van bewoners
waren hierbij geen onderwerp van geschil.
Dit zijn de eerste inhoudelijke rechterlijke uitspraken over heffingen die op grond
van de Tijdelijke wet Groningen aan NAM zijn opgelegd. De uitspraak over fysieke schade
ziet op de heffingen over het derde en vierde kwartaal van 2020 van circa € 268 miljoen.
De uitspraak over waardedaling ziet op de heffingen over het vierde kwartaal van 2020
en geheel 2021 van samen circa € 494 miljoen.
In de uitspraak over fysieke schade over 2020 is de Minister in het gelijk gesteld
over de kosten die in aanmerking komen en de manier van schadeberekening.
In de uitspraak over waardedaling over 2020 en 2021 is de berekeningswijze van waardedaling
voor reeds verkochte woningen en verhuurde woningen en de onzekerheidstoeslag bevestigd.
Voor onverkochte woningen wordt de mogelijkheid geboden om de berekeningswijze aan
te passen, uitgaande van een andere peildatum. Deze uitspraak heeft geen gevolgen
voor de bewoners.
Toelichting op de uitspraken
Fysieke schade 2020
In de procedure over fysieke schade over het derde en vierde kwartaal van 2020 heeft
de rechtbank het beroep van NAM ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld
dat de kosten terecht zijn doorbelast, omdat het IMG bij de uitvoering van zijn taken
en bevoegdheden was gebleven binnen de kaders die de Tijdelijke wet Groningen daarvoor
stelt. Hieronder valt ook het civiele aansprakelijkheidsrecht.
De rechtbank heeft alle beroepsgronden van NAM verworpen. De belangrijkste daarvan
betreft het gebied waarbinnen het IMG het wettelijke bewijsvermoeden voor mijnbouwschade
uit artikel 6:177a BW heeft toegepast. De rechtbank heeft in deze uitspraak geoordeeld
dat het IMG het gebied niet te ruim heeft afgebakend. De rechtbank heeft ook de overige
beroepsgronden van NAM verworpen.3
De uitspraak van de rechtbank en de overwegingen die daaraan ten grondslag liggen
zijn ook van belang voor de latere heffingsbesluiten die vanaf 2020 zijn en nog worden
opgelegd.
Waardedaling 2020 en 2021
In de procedure over waardedaling 2020 en 2021 heeft de rechtbank het beroep van NAM
op onderdelen gegrond verklaard. In de uitspraak heeft de rechtbank eerst geoordeeld
dat de wijze waarop het IMG de waardedaling heeft vergoed voor woningen in het aardbevingsgebied
die zijn verkocht, past binnen de kaders van de Tijdelijke wet Groningen en dus niet
het civiele aansprakelijkheidsrecht te buiten gaat. Dit geldt zowel voor de afbakening
van het gebied waar waardedaling is opgetreden als de wijze waarop die waardedaling
vervolgens per individuele woning is begroot met toepassing van het Atlas-model en
een onzekerheidstoeslag.
De gegrondverklaring ziet specifiek op de doorbelasting van kosten voor waardedalingsvergoedingen
voor onverkochte woningen en de motivering daarvan in de beslissing op bezwaar. De rechtbank heeft
geoordeeld dat deze kosten niet aan NAM kunnen worden doorbelast voor zover de waardedaling
is berekend met als peildatum 1 januari 2019, omdat de waardedaling nog niet voldoende
stabiel was. De rechtbank heeft het besluit op bezwaar vernietigd en mij opgedragen
een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van NAM.
Vervolg
Beide partijen kunnen binnen 6 weken na deze uitspraken van de bestuursrechter in
hoger beroep gaan bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Na verdere
bestudering van deze uitspraken zal ik bepalen of, en zo ja welke, vervolgstappen
aan de orde zijn. Ik zal uw Kamer vóór Prinsjesdag 2026 in een voortgangsbrief over
de juridische procedures met NAM, Shell en ExxonMobil hierover informeren.
Tot slot hecht ik eraan te benadrukken dat, zoals ook mijn voorgangers hebben onderstreept,
de juridische procedures van de Staat met NAM, Shell en ExxonMobil geen enkel effect
hebben op de inwoners van Groningen en Noord-Drenthe. De afhandeling van schade en
de versterking van gebouwen gaan onverminderd door, onafhankelijk van het verloop
en de uitkomst van deze juridische procedures.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. Heerma
Indieners
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties