Brief regering : Reactie op verzoek commissie over de implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet (Kamerstuk 36924)
36 924 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet handhaving consumentenbescherming en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek ter implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2225 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten (Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet)
Nr. 7
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 juni 2026
Hierbij bied ik u, mede namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de
nota naar aanleiding van het verslag inzake het bovenvermelde voorstel aan.
Daarnaast geef ik een toelichting naar aanleiding van het verzoek van de vaste commissie
voor Financiën van 18 juni jl. (2026Z13502/2026D31094) over de implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet (hierna: de implementatiewet).1 De commissie heeft, op voorstel van de leden Van Eijk en Ceder als rapporteurs bij
dit wetsvoorstel, verzocht om een toelichting op het implementatietraject. In het
bijzonder heeft de commissie gevraagd toe te lichten of, gelet op het feit dat de
mondelinge behandeling van de implementatiewet naar verwachting pas na het zomerreces
zal plaatsvinden, nog steeds sprake zal zijn van een voldoende implementatietermijn
voor de betrokken sector. Daarbij verneemt de commissie graag hoe het kabinet de benodigde
tijd voor een zorgvuldige implementatie door marktpartijen beoordeelt. Daarnaast geef
ik in deze brief een toelichting op het wetgevingsproces naar aanleiding van het verzoek
van uw Kamer om geïnformeerd te worden over het Implementatiebesluit herziene richtlijn
consumentenkrediet (hierna: het implementatiebesluit) na ontvangst van het advies
van de Raad van State.
De regering onderschrijft het belang van een zorgvuldige implementatie door marktpartijen.
De richtlijn biedt echter geen ruimte voor een alternatieve inwerkingtredingsdatum
dan 20 november 2026 en is daar dus aan gehouden. De regering heeft wel ruimte gezien
voor een uitgestelde implementatietermijn voor aanbieders van kaarten met uitgestelde
debitering. Deze ondernemingen kunnen zich zodoende beter voorbereiden op de nieuwe
regels. Een uitgestelde termijn van zes maanden is opgenomen in de implementatiewet.
De financiële sector kon al aan de slag met de implementatie van de richtlijn na publicatie
daarvan, maar heeft weinig voorbereidingstijd waar het gaat om nationale keuzes en
de daarmee samenhangende verplichtingen. Gedurende (de voorbereiding van) het wetgevingstraject
is mede daarom veelvuldig contact geweest met marktpartijen om hen op de hoogte te
houden van het proces. Daarnaast biedt de Autoriteit Financiële Markten (AFM) de mogelijkheid
om een nieuwe vergunning- of registratieaanvraag nu al in behandeling te nemen. Na
inwerkingtreding van de nieuwe regels is de AFM bevoegd om handhavend optreden.
Daarnaast schets ik, mede naar aanleiding van het verzoek van uw Kamer om na ommekomst
van het advies van de Raad van State nader te worden geïnformeerd over het implementatiebesluit
(Kamerstuk 32 545, nr. 228/2026D31115), het vervolg van het wetgevingsproces. De implementatiewet ligt ter behandeling
in de Tweede Kamer; de bijgevoegde nota naar aanleiding van het verslag is onderdeel
van dit proces. Daarna volgt, als uw Kamer dit wenst, een wetgevingsoverleg. Vanzelfsprekend
ben ik graag bereid tijdens dit overleg vragen te beantwoorden over zowel de implementatiewet
als het implementatiebesluit. Na instemming van uw Kamer wordt de implementatiewet
aangeboden aan de Eerste Kamer. Zodra de implementatiewet is aangenomen door de Eerste
Kamer, wordt de implementatiewet aangeboden aan de Koning en kan deze worden vastgesteld
en gepubliceerd.
Parralel aan het proces voor de implementatiewet wordt, na afloop van de voorhangprocedure
en na instemming van uw Kamer, het implementatiebesluit zo snel mogelijk ter advisering
aangeboden aan de Raad van State. De Raad van State zal worden verzocht om een spoedadvies.
Na publicatie van het advies door de Raad van State, wordt het nader rapport opgesteld
en aangeboden aan de Koning. Vervolgens kan ook het implementatiebesluit worden vastgesteld
en gepubliceerd. Zoals verzocht zal ik u informeren zodra het advies van de Raad van
State is ontvangen en verwerkt en het nader rapport wordt aangeboden aan de Koning.
Tot slot wordt op dit moment gewerkt aan een ministeriële regeling. De ministeriële
regeling ziet met name op een wijziging van de Vrijstellingsregeling Wft, waarmee
mkb-bemiddelaars die bemiddelen in uitstel van betaling worden vrijgesteld van de
vergunningplicht. Deze regeling wordt enkel openbaar geconsulteerd en kan daarna worden
vastgesteld. De inwerkingtredingsdatum zal voor de implementatiewet, het implementatiebesluit
en de ministeriële regeling gelijk zijn.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Indieners
E. Heinen, minister van Financiën