Brief regering : Reactie op verzoek commissie op petitie ‘Bekostig de opleiding tot orthopedagoog-generalist’
29 282 Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsector
Nr. 650
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 juni 2026
Met deze brief beantwoord ik het verzoek van uw Kamer van 2 juni 2026 om te reageren
op de petitie «Bekostig de opleiding tot «orthopedagoog-generalist», welke is aangeboden
door de initiatiefnemers ASVZ, FamilySupporters en Kind & Meer.
Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de petitie waarin aandacht wordt gevraagd
voor de bekostiging van de opleiding tot orthopedagoog-generalist (OG). De indieners
van de petitie benadrukken het belang van het beroep van OG en zijn van mening dat
er voldoende OG’s moeten worden opgeleid om in de vraag van het veld te kunnen voorzien.
Zij pleiten voor een grotere instroom bij de opleiding, die volgens hen gerealiseerd
moet worden door middel van centrale overheidsbekostiging. Ook doen zij het verzoek
om het beroep van OG mee te nemen in de structurele ramingen van het Capaciteitsorgaan.
Allereerst wil ik benadrukken dat ik het eens ben met de indieners van de petitie
dat de OG een beroepsgroep is met een aanzienlijke professionele en maatschappelijke
meerwaarde. De OG draagt bij aan hoogwaardige zorg en begeleiding bij complexe orthopedagogische
vraagstukken en is inzetbaar in diverse sectoren, zoals onderwijs, jeugdhulp, gehandicaptenzorg,
geestelijke gezondheidszorg en ouderenzorg. Hiernaast vervult de OG binnen de Wet
zorg en dwang, als zogenoemde Wzd-functionaris, vaak een specifieke, onafhankelijke
rol om de rechten van kwetsbare cliënten te bewaken. Bij het maken van keuzes over
welke opleidingen centraal bekostigd moeten worden, en in welke mate, spelen echter
ook andere afwegingen. Aan de hand van de argumenten in de petitie, ga ik hieronder
in op die afwegingen.
Beschikbaarheid OG’s
De initiatiefnemers van de petitie stellen dat er onvoldoende OG’s zijn om aan de
vraag vanuit het veld te kunnen voldoen. Omdat mij deze signalen eerder hebben bereikt,
heb ik in 2025 op verzoek van de beroepsvereniging van de OG’s (NVO) de opleiding
tot OG ad hoc en eenmalig geraamd door het Capaciteitsorgaan.
Het advies van het Capaciteitsorgaan heeft uw Kamer op 6 februari jl. ontvangen1. Mede op basis van dit advies ben ik tot de conclusie gekomen dat centrale bekostiging
van de opleiding tot OG niet aan de orde is. Uit het advies komt namelijk geen overtuigend
bewijs naar voren dat er sprake is van een structureel, landelijk tekort aan OG’s.
De capaciteitsraming laat zien dat het verschil tussen de huidige instroom (160) en
de geraamde benodigde instroom (circa 184) beperkt is2. Ik zie dan ook geen reden om aan te nemen dat het veld dit verschil niet zelf kan
opvangen. Bovendien constateert het Capaciteitsorgaan dat de opleidingscapaciteit
op dit moment ruimer is dan benut. Hieruit leid ik af dat er geen dringend tekort
dreigt aan OG’s en aan opleidingsplaatsen.
Bekostiging opleiding OG’s
In de petitie wordt gevraagd om centrale bekostiging van de opleiding tot OG. Zoals
in mijn brief van 6 februari jl. onderbouwd is centrale overheidsbekostiging van de
opleiding tot OG niet aan de orde. In het notaoverleg Arbeidsmarkt in de zorg op 8 juni jl. heb ik dit besluit nogmaals toegelicht: centrale bekostiging, via bijvoorbeeld
de beschikbaarheidbijdrage, is een last resort dat de overheid kan inzetten als noodzakelijke voorzieningen of bepaalde zorgfuncties
– in dit geval opleidingen – niet tot stand komen binnen de reguliere markt. Uiteindelijk
moet dit het doel hebben om de continuïteit van zorg te waarborgen. De bekostiging
van de opleiding tot OG wordt al in de praktijk door het veld zelf gerealiseerd. Daarmee
is géén sprake van marktfalen. Zoals hierboven aangegeven laat de raming van het Capaciteitsorgaan
zien dat het veld al zelf voorziet in nagenoeg alle benodigde capaciteit. Bovendien
is de opleidingscapaciteit op dit moment ruimer dan benut. Daarmee zie ik geen reden
om aan te nemen dat het verschil niet door het veld zelf kan worden opgevangen en
ook bekostigd. Dit betekent dan dat centrale bekostiging als last resort niet aan
de orde is.
Raming capaciteit OG’s
Ook wordt in de petitie gevraagd de OG structureel mee te nemen in de ramingen van
het Capaciteitsorgaan. Hierover kan ik uw Kamer melden dat het Capaciteitsorgaan in
opdracht van mij alleen capaciteitsramingen uitvoert voor medische (vervolg)opleidingen
die centraal worden gefinancierd. Er is daarom geen aanleiding om de OG structureel
mee te nemen in de raming. De opleiding tot OG is, naar aanleiding van de wens van
de NVO, ad hoc en eenmalig geraamd door het Capaciteitsorgaan.
Tot slot
De eenmalige raming die het Capaciteitsorgaan heeft uitgevoerd om de behoefte aan
en het aanbod van opleidingsplaatsen voor OG’s in beeld te brengen, laat zien dat
de benodigde instroom door de markt zelf gerealiseerd kan worden en er derhalve geen
sprake is van marktfalen. Daarmee kom ik tot de conclusie dat centrale bekostiging
van de opleiding tot OG niet aan de orde is.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Indieners
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport