Brief regering : Aanwijzen landelijke klachtencommissie in het kader van het Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs (Kamerstuk 36777)
36 777 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet medezeggenschap op scholen, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de versterking van het veiligheidsbeleid op scholen (Wet vrij en veilig onderwijs)
Nr. 56
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 juni 2026
Het lid Ceder (CU) heeft tijdens de tweede termijn van de plenaire behandeling van
het Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs gevraagd om nadere duiding ten aanzien van
het aanwijzen van een landelijke klachtencommissie. Hierbij ontvangt uw Kamer deze.
De wettelijke eisen aan een landelijke klachtencommissie
Er worden vier wettelijke eisen gesteld aan een landelijke klachtencommissie in het
voorliggende wetsvoorstel.
De eerste eis is dat de klachtencommissie landelijk dekkend is. Dat houdt in dat zij
zich niet beperkt tot één school of schoolbestuur of een specifieke regio1. Een klachtencommissie kan er wel voor kiezen zich te richten tot een specifieke
denominatie. Overigens heeft ook de al bestaande Landelijke Klachtencommissie Onderwijs
aandacht voor verschillen in denominatie binnen de klachtprocedure.
Een tweede wettelijke eis waaraan voldaan moet worden, is dat de door de rechtspersoon
benoemde leden van de klachtencommissie voldoen aan de bij algemene maatregel van
bestuur vastgelegde eisen met betrekking tot de deskundigheid.
Ten derde moet er een werkwijze worden vastgesteld. In deze werkwijze moet worden
vastgelegd hoe een klacht kan worden ingediend en welke procedure er wordt doorlopen.
Hierbij moet ten minimale de bij wet en algemene maatregel van bestuur vastgelegde
voorschriften met betrekking tot de klachtbehandeling worden geborgd.
Tot slot moet de commissie een jaarlijks openbaar verslag uitbrengen.
De aanwijzing van een landelijke klachtencommissie
Met het wetsvoorstel wordt een bevoegdheid gecreëerd voor de bewindspersoon om een
of meerdere rechtspersonen aan te wijzen die een klachtencommissie in stand houden,
wanneer deze voldoen aan de wettelijke eisen. Daarmee is beoogd een stelsel te creëren
waarbinnen er ruimte is voor het bestaan van verschillende, denominatieve klachtencommissies.
Dat bekent dat onder het beoogde stelsel nieuwe klachtencommissies kunnen worden opgericht.
Als deze klachtencommissies voldoen aan de wettelijke eisen worden ze als formaliteit
door de Minister aangewezen en vanuit publieke middelen bekostigd.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J.Z.C.M. Tielen
Indieners
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap