Brief regering : Periodieke Beleidsevaluatie Intellectueel Eigendom
30 635 Octrooibeleid
Nr. 14
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 juni 2026
Tussen juli 2025 en februari 2026 heeft onderzoeksbureau Technopolis het beleid van
het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK)1 op het gebied van het intellectuele eigendom (IE) over de periode 2017–2024 geëvalueerd.
De evaluatie was gericht op vier domeinen die onder de beleidsverantwoordelijkheid
van EZK vallen: octrooien, merken, tekeningen en modellen en bedrijfsgeheimen.
In de evaluatie stonden de doeltreffendheid van het beleid, de doelmatigheid van het
beleid, de doeltreffendheid en doelmatigheid van de uitvoering, en de toekomstbestendigheid
van het IE-stelsel centraal. Hierbij bied ik u het eindrapport aan met de uitkomsten
van dit onderzoek.
Hoofdlijnen conclusies en aanbevelingen
Technopolis concludeert dat het IE-stelsel in de basis goed functioneert. Ik ben verheugd
dat in het onderzoek een positief beeld naar voren komt over de juridische robuustheid
en de kwaliteit van uitvoering van het Nederlandse IE-stelsel in lijn met internationale
standaarden. Dit bevestigt dat ons IE-stelsel een betrouwbaar fundament vormt voor
het Nederlandse innovatie- en ondernemingsklimaat.
Tegelijkertijd maakt de evaluatie duidelijk dat er een opgave ligt in het behouden
en waar nodig verbeteren van de toegankelijkheid en het gebruiksgemak van het IE-stelsel,
zodat dit in de praktijk vaker en effectiever wordt benut en bijdraagt aan innovatie,
groei en maatschappelijke waardecreatie. Ook kan de samenhang van IE met het bredere
innovatie- en technologiebeleid worden versterkt en ligt er een belangrijke taak om
de uitvoering robuust voor te bereiden op aanstaande beleidswijzigingen, in het bijzonder
rond de modernisering van de Rijksoctrooiwet 1995 (ROW 1995).
In deze brief schets ik eerst de achtergrond van het IE-stelsel. Daarna ga ik nader
in op de conclusies uit het evaluatierapport en geef ik aan de hand van de volgende
vier rubrieken inzicht in de wijze waarop ik aan de slag ga met de aanbevelingen.
1. Verdieping en doorontwikkeling van rol IE in (internationaal) beleid
In de eerste rubriek schets ik hoe ik uitvoering zal geven aan de aanbevelingen voor
meer samenhang en strategische inbedding van het IE-beleid en zo een betere integratie
van het IE-beleid in andere beleidsterreinen zal bewerkstelligen. Daarnaast ga ik
in op de aanbeveling om de Nederlandse inzet in internationale gremia vast te houden
en gericht door te ontwikkelen.
2. Toegankelijkheid van het IE-stelsel in ondersteuning en voorlichting
In de tweede rubriek ga ik in op de aanbeveling om bij beleidswijzigingen de toegankelijkheid
van het systeem te borgen. Daarbij zal ik mij richten op de feitelijke hanteerbaarheid
van het IE-stelsel en op welke wijze het mkb daarbij beter ondersteund en geïnformeerd
kan worden.
3. Modernisering Rijksoctrooiwet 1995
In de derde rubriek geef ik aan hoe ik de aanbeveling wil overnemen om de transitie
naar de vernieuwde ROW 1995 gezamenlijk met Octrooicentrum Nederland (OCNL) te organiseren
en zo uitvoering en gebruikers tijdig voor te bereiden op het nieuwe octrooisysteem.
4. Valorisatie
In de vierde rubriek richt ik mij op de aanbeveling om samen met OCW voort te bouwen
op de bestaande standaardisering binnen valorisatie en hoe EZK kan bijdragen aan een
praktijk die zowel kennisdeling als effectieve benutting van IE mogelijk maakt.
Achtergrond van het IE-stelsel
IE-rechten stellen ondernemers in staat om ideeën, innovaties en creativiteit om te
zetten in economische waarde. Zij bieden bedrijven niet alleen bescherming, maar ook
strategische mogelijkheden om zich te onderscheiden, samen te werken en te investeren
in verdere innovatie. Onderzoek laat zien dat bedrijven met een combinatie van verschillende
IE-rechten doorgaans sterker presteren en sneller groeien dan bedrijven zonder IE-rechten.2 Ieder IE-recht heeft zijn eigen functie. Met een merk kunnen producten en diensten
op onderscheidende wijze in de markt worden gezet. Via een tekening- of modelrecht
wordt de unieke vormgeving van een product beschermd. Een octrooirecht beschermt technische
innovaties en een bedrijfsgeheim biedt controle over waardevolle, vertrouwelijke informatie.
Het evaluatierapport van Technopolis onderstreept het belang van een robuust IE-beleid
en een effectieve uitvoering voor de totstandkoming en doorgroei van innovaties. In
een vaak weerbarstige opstartfase van een onderneming of innovatieproces zijn er tal
van factoren die uiteindelijk bepalen of een idee uitgroeit tot een succes. IE fungeert
in dat proces als een noodzakelijke randvoorwaarde en kan ondernemers ondersteunen
als strategisch instrument voor bescherming, marktpositionering en kennisdeling.
Op de eerste plaats zijn IE-rechten aan te merken als beschermingsinstrument. Een
IE-recht is een exclusief recht waarmee een ondernemer zich kan onderscheiden van
zijn concurrenten. Die functie is vaak ondersteunend bij het verkrijgen of versterken
van een marktpositie en bij het aantrekken van financiering. IE-rechten kunnen dienen
als onderpand bij kredietverstrekking, al wordt dit potentieel in Europa op dit moment
nog onvoldoende benut.3 Het evaluatierapport concludeert dat IE met name in kapitaalintensieve sectoren bijdraagt
aan het investeringsklimaat.
De bescherming die een IE-recht biedt is niet ongelimiteerd. De keerzijde is immers
dat anderen beperkt worden in de toegang tot kennis of in hun ruimte om te ondernemen
(freedom to operate). Het IE-stelsel is er daarom op gericht een evenwichtige balans te vinden tussen
effectieve beschermingsmogelijkheden van de IE-houder en de vrijheid van derden om
te handelen.
Ten tweede biedt het IE-systeem handvatten om tot effectieve kennisdeling te komen.
IE-rechten maken transacties van kennis mogelijk via licenties en overdracht. Ook
draagt IE bij aan kennisverspreiding bijvoorbeeld door de publicatie van octrooien
in openbare registers. Doordat informatie over bestaande technologieën publiek toegankelijk
wordt, kunnen anderen daarop voortbouwen.
De rol van de overheid in het IE-domein is met name gelegen in het onderhouden van
een stabiele juridische en institutionele basisinfrastructuur. Een goed functionerend
IE-stelsel biedt ondernemers zekerheid en een voorspelbaar kader. Dat draagt bij aan
een aantrekkelijk investeringsklimaat, valorisatie, innovatie en de economische weerbaarheid
van Nederland als geheel. Ook het belang van IE in de context van kennisveiligheid
en strategische autonomie neemt toe, waarbij de bescherming van gevoelige kennis en
technologie een belangrijk aandachtspunt blijft in het bredere IE-beleid. Daarbij
is het van belang dat het Nederlandse stelsel zoveel mogelijk aansluit bij Europese
en mondiale kaders.
Aan het IE-stelsel en een kwalitatief goede uitvoering daarvan zijn kosten en toegangsdrempels
verbonden. Ik zie het als een belangrijke taak voor de overheid ervoor te zorgen dat
de kosten proportioneel blijven en te waarborgen dat zowel nieuwe als ervaren gebruikers
het systeem kunnen begrijpen, er effectief toegang toe hebben en beter kunnen benutten.
1. Verdieping en doorontwikkeling van rol IE in (internationaal) beleid
De evaluatie van het IE-beleid bevestigt dat het huidige stelsel en de uitvoering
goed functioneren, maar Technopolis signaleert ook kansen om de samenhang, voorspelbaarheid
en strategische inbedding van het IE-beleid verder te versterken. Zo kan een helder,
compact IE-beleidskader ervoor zorgen dat doelen, instrumenten en afwegingen binnen
het IE-beleid beter zichtbaar worden voor zowel gebruikers als aangrenzende beleidsterreinen.
Verder wordt de internationale inzet van Nederland op IE-gebied als inhoudelijk sterk
en betrokken ervaren. Het is belangrijk deze inzet voort te zetten, maar ook om duidelijker
te communiceren wat de internationale ontwikkelingen betekenen voor gebruikers in
de praktijk. De aanbevelingen uit het rapport sluiten aan bij deze kansen en bieden
een goede basis om het IE-beleid verder te versterken en voort te bouwen op wat al
goed werkt.
Ik neem de aanbeveling uit de evaluatie over om een compact document op te stellen
dat de huidige doelen, instrumenten en afwegingsvragen van het IE-beleid helder verwoordt
en als praktische houvast dient voor alle relevante stakeholders. Daarbij is het van
belang dat dit kader recht doet aan de volle breedte van het IE-beleid van EZK, dat
naast octrooien ook merken, modellen en bedrijfsgeheimen omvat. In de praktijk manifesteert
innovatie zich immers breder dan enkel technologische innovatie. Dit document zal
ook dienen als referentiekader voor de verdere uitwerking van de aanbeveling om een
betere integratie van het IE-beleid in andere beleidsterreinen te bewerkstelligen.
Ik verwacht dat dit voor meer samenhang en duidelijkheid zal zorgen en streef ernaar
dit document eind 2026 gereed te hebben.
De evaluatie bevestigt dat de uitvoering van OCNL professioneel en consistent verloopt.
Ook wordt de Nederlandse inzet in internationale gremia4 gewaardeerd om zijn inhoudelijke deskundigheid en het betrekken van marktpartijen.
Dit zijn sterke punten die ik wil bestendigen. Nederland heeft een actieve en inhoudelijk
erkende positie opgebouwd binnen deze gremia die bijdraagt aan ons verdienvermogen
als kennisland. Die positie blijft niet vanzelf in stand. Ik neem de aanbeveling over
om deze inzet voort te zetten en gericht door te ontwikkelen.
2. Toegankelijkheid van het IE-stelsel in ondersteuning en voorlichting
Uit het onderzoek komt naar voren dat het IE-stelsel «goed werkt als je het eenmaal
kent». Dat laat zien dat er een drempel is voor (potentiële) gebruikers om hun weg
te vinden in de mogelijkheden van IE-rechten. Technopolis concludeert dat, hoewel
het systeem formeel toegankelijk is voor alle soorten gebruikers, de feitelijke benuttingsmogelijkheden
onevenredig zijn verdeeld. Kleine en minder ervaren partijen staan op een achterstand
ten opzichte van partijen die de opties, kosten en risico’s van IE binnen hun onderneming
duidelijk in kaart hebben gebracht.
Het beeld dat gebruikers in werkelijkheid niet dezelfde benuttingskansen van het IE-systeem
ervaren, herken ik. Om IE optimaal in te kunnen zetten, moeten potentiële gebruikers
allereerst bekend zijn met het systeem en een geïnformeerde keuze kunnen maken. Vervolgens
kost het tijd en specialistische kennis om effectief te navigeren binnen het IE-landschap
en om de mogelijkheden optimaal te benutten. Voor onder andere het mkb en startups/spin-offs
die in beperktere mate toegang hebben tot expertise en financiële middelen, is de
drempel om IE-rechten te verkrijgen, te onderhouden en te handhaven in verhouding
hoger. Een kanttekening daarbij is wel dat de drempels die in het onderzoek worden
gesignaleerd met name gelden voor het octrooirecht en in mindere mate gelden voor
de andere IE-rechten.
In het licht van de aanbevelingen uit het evaluatierapport, zie ik mogelijkheden om
de disbalans in de feitelijke benuttingskansen van het IE-stelsel meer in evenwicht
te brengen en zo de toegankelijkheid te waarborgen. Ten eerste is het van belang alle
potentiële gebruikers beter te bereiken en bekend te laten raken met het IE-systeem.
Om het bereik en de effectiviteit te vergroten sluit ik aan bij de aanbeveling van
Technopolis om de voorlichting te organiseren vanuit de bestaande ecosystemen. OCNL
en Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BOIP) zijn de uitvoerende organisaties
voor respectievelijk octrooien en merken/modellen, maar ondernemers komen veelal niet
rechtstreeks via deze organisaties in aanraking met IE. In de praktijk vindt een eerste
kennismaking met IE vaak plaats via intermediairs zoals regionale ontwikkelingsmaatschappijen
(ROM’s), de Kamer van Koophandel, incubators en brancheorganisaties. Vanuit die gedachte
wil ik gezamenlijk met OCNL en BOIP de doorverwijzing tussen de verschillende actoren
binnen reeds bestaande ecosystemen verder intensiveren, zodat ondernemers sneller
aan de slag kunnen met hun IE. Om dat te bereiken zal ik de voorlichting binnen de
diverse ecosystemen versterken.
Ten tweede onderschrijf ik de aanbeveling dat het van belang is bij stelselwijzigingen
te toetsen op toegankelijkheiddrempels. Dat gebeurt nu al, zoals met de mkb-toets
die bij de totstandkoming van het wetsvoorstel voor modernisering van de ROW 1995
is uitgevoerd. Dergelijke input aan de voorkant is zonder meer waardevol. Tegelijkertijd
heeft de toegankelijkheid van het IE-stelsel mijn continue aandacht en zijn er verschillende
initiatieven die beogen de toegangsdrempel te verlagen. Zo heeft BOIP in 2024 een
vereenvoudigde procedure voor merkregistraties – de zogenaamde Easyfiling – ingevoerd,
waarmee op een laagdrempelige manier online een aanvraag kan worden ingediend. Daarnaast
liggen er kansen de toegankelijkheid tot het IE-stelsel te verbeteren met behulp van
AI-toepassingen, zoals bij voorafgaande beschikbaarheidsonderzoeken in registers (pre-filing searches).
Los van een formele toets op toegankelijkheidsdrempels, is het van belang dat juist
in de praktijk ook minder ervaren of kapitaalkrachtige spelers de toegevoegde waarde
die IE-rechten kunnen hebben voor hun onderneming weten te benutten. Ik realiseer
mij dat wetswijzigingen, zoals de aankomende modernisering ROW 1995, een grotere impact
kunnen hebben op partijen als het mkb en startups. Ik ben daarom voornemens een voorstel
te doen voor begeleidende maatregelen ter ondersteuning van deze doelgroepen. Daarbij
denk ik aan gerichte voorlichting en verken ik mogelijkheden om de kostendrempel te
matigen. De beoogde begeleidende maatregelen zal ik nader uitwerken en gelijktijdig
met het wetsvoorstel aan uw Kamer voorleggen.
3. Modernisering ROW 1995
Sinds de brief van 8 december 2020 en de begeleidende beleidsnota «Modernisering Rijksoctrooiwet
1995»5 is veel aandacht besteed aan een grondige herziening van het nationale octrooisysteem.
Met dit wetsvoorstel wordt onder andere voorzien in de overstap van het huidige registratieoctrooi
naar een getoetst octrooi. Een octrooi zal dan na een inhoudelijke beoordeling door
OCNL enkel nog verleend worden als het aan de vereisten van nieuwheid, inventiviteit
en industriële toepasbaarheid voldoet.
Technopolis onderschrijft de ambitie die ten grondslag ligt aan deze herziening. Een
getoetst nationaal octrooi zal bijdragen aan meer vertrouwen en voorspelbaarheid.
Met Technopolis deel ik de opvatting dat een dergelijke grootschalige stelselwijziging
vraagt om een gedegen en tijdige voorbereiding, niet alleen voor gebruikers van het
octrooisysteem, maar ook aan de beleids- en uitvoeringskant. De aanbeveling daaromtrent
neem ik over.
Ik erken dat door de invoering van het getoetst octrooi gebruikers die minder strategische
en financiële capaciteit hebben een hogere drempel kunnen ervaren. In 2025 was 48%
van de binnenlandse octrooiaanvragen afkomstig van het mkb.6 Dit illustreert dat het mkb een belangrijke doelgroep is van de ROW 1995. Het is
daarom noodzakelijk de aangepaste aanvraagprocedure van het nieuwe systeem op toegankelijke
wijze voor het voetlicht te brengen.
Het wetsvoorstel is in nauwe samenwerking met OCNL tot stand gekomen en die gezamenlijke
aanpak maakt dat de uitvoeringspraktijk continu is meegenomen. Die lijn wil ik doorzetten
bij de verdere implementatie. Gestreefd wordt naar inwerkingtreding van het nieuwe
systeem op 1 januari 2028. OCNL heeft processen met een lange voorbereidingstijd,
zoals het werven van extra onderzoekers en het aanpassen van ICT-systemen, reeds in
gang gezet. Ook op het terrein van voorlichting en educatie over de vernieuwde ROW
1995 worden al stappen genomen. Ik zal mij er blijvend voor inzetten om het vervolg
van het wetgevingstraject en de verdere transitie in goede samenwerking met OCNL te
continueren.
4. Valorisatie
Nederland behoort tot de wereldtop op het gebied van wetenschap. Valorisatie, de omzetting
van kennis naar economische en maatschappelijke waarde, blijft echter een uitdaging.
Technopolis constateert dat transactiekosten en governance rond IE-afspraken in consortia
en publiek-private samenwerkingen in de praktijk tot vertraging en frictie leiden.
Ik herken dit beeld. Hoewel het primair vraagstukken zijn tussen kennisinstellingen,
onderzoekers en financiers, heeft EZK hierin een faciliterende rol.
De afgelopen jaren zijn er al betekenisvolle stappen gezet. De spelregels voor Publiek-Private
Samenwerking (PPS) verplichten partijen in subsidie-gefinancierde samenwerkingen om
vooraf IE-afspraken te maken. Daarnaast presenteerden de Nederlandse universiteiten
in november 2025 de vernieuwde standaard voor verstrekking van intellectueel eigendom.7 Dit zijn positieve ontwikkelingen, maar de toepassing daarvan kan breder en consistenter.
Ik deel de opvatting van Technopolis dat hier nog winst te behalen valt en onderschrijf
de aanbeveling om hierop voort te bouwen samen met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschap (OCW) en relevante partijen uit het veld, zoals kennisinstellingen,
Knowledge Transfer Offices (KTO’s) en financiers. Daarbij acht ik het belangrijk om
na te gaan of de toepassing van standaarden daadwerkelijk leidt tot minder frictie
en kortere doorlooptijden en extra aandacht te besteden aan sectoren waar standaarden
nog niet breed worden toegepast. De Ministeries van EZK en OCW werken samen aan een
verdere uitwerking van dit valorisatiebeleid, waaronder een onderzoek naar de haalbaarheid
van bemiddeling bij onderhandelingen over IE tussen kennisinstellingen en startups.
Daarover wordt uw Kamer later dit jaar nader geïnformeerd.
Tot slot
De evaluatie laat zien dat er sprake is van een stevig fundament. De inhoudelijke
positie die Nederland in internationale gremia heeft opgebouwd en een uitvoeringspraktijk
die op orde is, zijn sterke punten die niet vanzelfsprekend zijn en actief onderhoud
verdienen. De evaluatie biedt ook aanknopingspunten voor verbeteringen, zoals een
samenhangender beleidskader, een gedegen invoering van het getoetst octrooi en het
vergroten van toegankelijkheid voor minder ervaren gebruikers. De acties die ik in
deze brief aankondig zijn gericht op het versterken van wat al werkt en het benutten
van de kansen die er nog liggen. IE is geen doel op zich, maar een middel waarmee
ondernemers, onderzoekers en kennisinstellingen waarde kunnen creëren en beschermen.
Mijn inzet is er de komende jaren op gericht dat het Nederlandse IE-stelsel een nog
robuustere basis wordt voor innovatie, zodat onze ondernemers en onderzoekers effectief
kunnen bijdragen aan het verdienvermogen van Nederland en aan oplossingen voor maatschappelijke
uitdagingen.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
H.G. Herbert
Indieners
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat