Brief regering : Stand van zaken normering primaire keringen
32 698 Hoogwaterbeschermingsprogramma
29 684
Waddenzeebeleid
Nr. 97
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 juni 2026
Met deze brief informeer ik de Kamer over de stand van zaken rondom de normering van
de primaire waterkeringen. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de Waddeneilanden,
de twee moties van het lid Vellinga-Beemsterboer over dit onderwerp, en het project
1EILAUN op Schiermonnikoog.
Laaggelegen kwetsbare delta
Nederland is voor een groot deel kwetsbaar voor overstromingen, daarom gelden wettelijke
normen voor primaire waterkeringen, gebaseerd op het uitgangspunt dat de kans om door
een overstroming te overlijden niet groter mag zijn dan 1 op 100.000 per jaar, het
zogenoemde basisbeschermingsniveau. Bij het vaststellen van deze normen wordt ook
rekening gehouden met economische schade, het aantal mogelijke slachtoffers en de
(kosten van) bescherming van vitale infrastructuur in het achterliggend gebied. De
normen variëren daarom sterk per dijktraject, afhankelijk van de aard en kenmerken
van het achterliggend gebied. De normen zijn toekomstbestendig, door rekening te houden
met bevolkingsgroei, economische ontwikkeling en klimaatveranderingen tot 2050. Dan
moeten alle primaire waterkeringen voldoen aan de norm.
Een uniforme landelijke aanpak is belangrijk om waterveiligheidsprojecten doelmatig
te prioriteren en beschikbare middelen effectief in te zetten, zodat alle noodzakelijke
dijkversterkingen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) tijdig kunnen worden
uitgevoerd. Het waterveiligheidsbeleid gaat uit van het principe van meerlaagsveiligheid:
naast preventie voor overstromingen met dijken, duinen en dammen, betreft dit de ruimtelijke
inrichting, crisisbeheersing en herstel na een overstroming. Aandacht voor alle lagen
is – los van de norm – altijd van belang: het risico op een overstroming is immers
nooit nul.
Aanpassing normering waterveiligheid en gesprekken Waddeneilanden
In de Kamerbrief van 27 januari jl.1 is de Kamer geïnformeerd over de dijktrajecten waarvoor op basis van de evaluatie
een normaanpassing aan de orde is. Voor de trajecten op de Waddeneilanden geldt dat
nieuwe inzichten in het verloop van overstromingen laten zien dat de kans op dodelijke
slachtoffers lager is dan bij het opstellen van de huidige normering werd aangenomen.
Daarnaast is er destijds gerekend met zeer conservatieve aannames over de evacuatiemogelijkheden2.
Deze voorgenomen wijziging heeft geleid tot onrust bij de regio en vragen van de Kamer.
Zowel mijn voorganger als ikzelf hebben aangegeven de zorgen uit de regio serieus
te nemen en in gesprek te gaan hierover. Ook heb ik aangegeven er waarde aan te hechten
om de situatie ter plekke te bekijken. Het werkbezoek op 11 mei jl. op Schiermonnikoog
gaf mij een duidelijk beeld van de problematiek en inzicht in de samenhang van verschillende
onderwerpen die spelen op de Waddeneilanden, mede in de context van het project 1EILAUN
specifiek voor Schiermonnikoog. Ter plaatse zijn constructieve gesprekken gevoerd
met de betrokkenen. De Deltacommissaris was hierbij aanwezig en heeft op 22 mei jl.
nog een apart werkbezoek gebracht aan Schiermonnikoog waar nog is doorgesproken over
deze onderwerpen.
Op 3 juni jl. is er in het vervolg van het werkbezoek een bestuurlijk overleg geweest
met de regio, te weten de gedeputeerde van de provincie Fryslân, de burgemeester van
de gemeente Schiermonnikoog en de bestuurder van het Wetterskip Fryslân. Hierbij was
ook de Deltacommissaris aanwezig. Besproken is dat de technische-inhoudelijke normering
niet ter discussie wordt gesteld, de verantwoordelijkheid voor de berekening daarvan
ligt bij experts. Dit vormt de grondslag voor het waterveiligheidsbeleid in Nederland.
Crisisbeheersing vergt maatwerk: in het rivierengebied gaat het bijvoorbeeld om grote
aantallen mensen die moeten worden vervoerd en opgevangen, de Waddeneilanden moeten
zorgen voor relatief veel toeristen en zijn bijvoorbeeld aangewezen op een bootverbinding
als het gaat om bevoorrading. Geconstateerd is daarom dat het belangrijk is dat er
wordt gewerkt aan de integrale veiligheidsstrategie en de uitwerking daarvan naar
een uitvoeringsplan. Op verzoek van de Waddeneilandgemeenten zal het Rijk de regio
ondersteunen met onafhankelijke externe capaciteit, in de vorm van een procesbegeleider,
voor het uitwerken van deze strategie en de vertaling naar uitvoering. Deze uitwerking
zal worden gedaan in het kader van het Deltaprogramma Waddengebied met betrokkenheid
van de Deltacommissaris. Afgesproken is dat de integrale veiligheidsstrategieën voor
alle eilanden worden uitgewerkt, waarbij die van Schiermonnikoog prioriteit heeft.
Daarbij is afgesproken de uitwerking parallel plaats te laten vinden aan het proces
van juridische verankering van de normaanpassing. Eind 2026 moet inzichtelijk zijn
welke maatregelen, met bijbehorende kosten, volgen uit de uitgewerkte strategie en
hoe deze zich verhouden tot de kosten van een dijkversterking. Aan het einde van 2026
kan deze informatie dan nog worden gewogen in het kader van de juridische normaanpassing.
In het bestuurlijke overleg heeft de regio aangegeven dat door het wegvallen van het
dijkversterkingsproject Schiermonnikoog ook de synergievoordelen voor de meekoppelkansen
wegvallen. Deze gaan vooral over het projectmanagement, inzet van (groot) materieel
en vergunningsprocedures. Daarnaast zijn er ook meekoppelkansen die wegvallen door
de directe link aan de dijkversterking. In het bestuurlijk overleg is besproken dat
er ook bij een gewijzigde norm een HWBP-opgave overblijft, die veel beperkter is maar
waaraan nog steeds kan worden «meegekoppeld». Voor meekoppelkansen geldt wel dat ze
pas met toezegging van financiële dekking kunnen worden meegenomen in de planuitwerkingsfase
van het HWBP. Het is belangrijk dat dit HWBP-project weer in het reguliere HWBP-proces
wordt opgenomen zodat kan worden bekeken welke kansen kunnen meekoppelen. Er is afgesproken
dat de regio informatie aanlevert over de financiering van de meekoppelkansen en de
mogelijk gemiste synergievoordelen concreet maakt, parallel aan de procedure van hun
aanvraag voor het Investeringskader Waddengebied.
Kamervragen, technische briefing en moties
Met de beantwoording van de Kamervragen3 en de technische briefing van 4 juni jl. is de Kamer achtergrondinformatie geboden
over de technische inhoud van het dossier. Het aanpassen van de normen voor primaire
keringen is gebaseerd op een landelijk uniforme, technisch-inhoudelijke systematiek
die door experts is ontwikkeld. Dit vormt de kracht van het beleid, omdat het zorgt
voor een objectieve, consistente, uniform onderbouwde en kosteneffectieve aanpak van
waterveiligheid voor heel Nederland.
De motie van het lid Vellinga-Beemsterboer c.s.4 verzocht de regering te wachten met de herziening tot uitgebreid was gesproken met
de regio en er duidelijkheid was over de integrale waterveiligheidsstrategie per eiland.
In het bestuurlijk overleg met de regio is afgesproken dat de uitwerking van de integrale
waterveiligheidsstrategie gelijktijdig met het proces voor het aanpassen van de normen
in het Besluit kwaliteit leefomgeving en omgevingsregeling plaatsvindt. Waar deze
relevant zijn, neem ik de uitkomsten van deze uitwerking mee in de besluitvorming
over de normering. Met de gevoerde gesprekken met de regio en gemaakte afspraken is
uitvoering gegeven aan deze motie.
Een tweede motie van het lid Vellinga-Beemsterboer c.s.5 verzocht de regering om de betrokken projecten niet stil te laten vallen en in gesprek
te gaan met de projectpartijen over wat er nodig is om de meekoppelkansen van het
project 1EILAUN te realiseren.
Zodra de regio alle informatie over de meekoppelkansen heeft aangeleverd ben ik bereid
te kijken wat er binnen de financiële kaders mogelijk is voor de mogelijk misgelopen
synergievoordelen vanwege de beperktere scope als gevolg van een lagere norm. Wel
heb ik de regio aangegeven dat ik niet alles hiervan kan dekken. Met deze en bovenstaande
afspraak is invulling gegeven aan de motie.
Met deze brief wordt tevens invulling gegeven aan de toezegging6 om geen onomkeerbare stappen te nemen totdat het commissiedebat Water heeft plaatsgevonden.
Tot slot constateer ik dat er vertrouwen is om gezamenlijk verder te gaan met de volgende
stappen.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Ondertekenaars
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat