Brief regering : Departementale herindeling circulaire economie
32 852 Grondstoffenvoorzieningszekerheid
Nr. 404
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT EN VAN DE MINISTER
VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 juni 2026
Het kabinet wil werk maken van de transitie naar een circulaire economie. Er is, zoals
uiteengezet in het eindverslag van de formateur, besloten tot een departementale herindeling
waarbij de beleidsverantwoordelijkheid voor circulaire economie verschuift van het
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) naar het Ministerie van Economische
Zaken en Klimaat (EZK), onder verantwoordelijkheid van de Minister van Klimaat en
Groene Groei (KGG). De Staatssecretaris van IenW is verantwoordelijk voor het milieu
en de leefomgeving in het algemeen en voor kaderstelling afval in het bijzonder.
Met deze brief wordt gevolg gegeven aan de verzoeken van de Kamer om uiteen te zetten
welke onderdelen van het beleidsterrein circulaire economie onder de verantwoordelijkheid
van de Minister van KGG vallen en welke onderdelen bij de Staatssecretaris van IenW
blijven.1
Belang van de ketenaanpak
De transitie naar een circulaire economie vraagt om een ketenaanpak, waarbij maatregelen
in verschillende schakels van de keten, van productontwerp en productie via gebruik
naar hergebruik, recycling en afvalbeheer, direct op elkaar ingrijpen. Keuzes aan
het begin van de keten bepalen in belangrijke mate wat later mogelijk is aan hoogwaardig
hergebruik en recycling. Tegelijkertijd raakt circulaire economie aan de kwaliteit
van de leefomgeving. Circulaire toepassingen zijn alleen wenselijk en uitvoerbaar
als zij passen binnen de randvoorwaarden voor een gezonde, schone en veilige leefomgeving,
zoals op het terrein van stoffen, luchtkwaliteit, water en bodem. Andersom werken
deze randvoorwaarden door in de circulaire transitie, bijvoorbeeld door te bepalen
onder welke voorwaarden secundaire materialen veilig kunnen worden toegepast.
Taakverdeling
De Minister van KGG is integraal verantwoordelijk voor het beleidsterrein circulaire
economie. Dit omvat de aanpak van de beleidsvorming en uitvoering gericht op het versnellen
van circulariteit in productgroepen en ketens, waaronder productbeleid, ketensturing
en het circulaire materialen- en afvalbeleid als onderdeel van die ketenaanpak.
De verantwoordelijkheid voor de bescherming van de leefomgeving blijft berusten bij
de Staatssecretaris van IenW. Dit betreft de randvoorwaarden en normen op het terrein
van de leefomgeving, waaronder de verantwoordelijkheden op het gebied van stoffenbeleid
en de normen en randvoorwaarden voor luchtkwaliteit, water- en bodemkwaliteit. De
Staatssecretaris van IenW is tevens kadersteller op het terrein van afval. Dit betreft
de randvoorwaarden waaronder afval wordt verwerkt, toegepast en verplaatst, binnen
de geldende milieukaders. Deze verantwoordelijkheden bepalen mede onder welke voorwaarden
circulaire toepassingen verantwoord kunnen plaatsvinden.
Afstemming
Circulaire economie en de bescherming van de leefomgeving blijven altijd nauw verbonden
met elkaar. Daarom vindt op deze onderwerpen goede samenwerking en nauwe afstemming
plaats tussen IenW en KGG, zoals gebruikelijk is in de samenwerking tussen departementen
op aanpalende beleidsterreinen, waaronder met VRO en LVVN.
De samenwerking is erop gericht dat beide departementen hun eigen verantwoordelijkheid
zelf kunnen waarmaken. Goede samenwerking aan de voorkant is daarbij van belang, zowel
ambtelijk als politiek, waardoor vanuit beide beleidsterreinen tijdig rekening gehouden
kan worden met elkaars belangen, en afstemming plaats kan vinden. Zo kan de Staatssecretaris
van IenW vanuit haar verantwoordelijkheid voor milieu aan de Minister KGG verzoeken
om maatregelen op te nemen in nationale en internationale regelgeving binnen het circulaire
domein. Dit geldt uiteraard ook viceversa. Als er onderwerpen zijn die beide departementen
aangaan zullen KGG en IenW de Kamer gezamenlijk informeren.
Dit laat uiteraard onverlet de stelselverantwoordelijkheid van de Staatssecretaris
van IenW voor milieu en de duurzame leefomgeving (niet klimaat), en het belang om
regelgeving vroegtijdig tussen de departementen af te stemmen. Onderdeel van de afstemming
is om, in onderling overleg, te voorzien in medeondertekening door de Staatssecretaris
van IenW in gevallen waarin er sprake is van regelgeving met een significant effect
op de duurzame en gezonde leefomgeving, in het bijzonder de gevolgen voor stoffen,
bodem, water en lucht.
Het primaat op dossiers kan overigens in de tijd verschuiven, omdat het afhankelijk
is van waar op een bepaald moment het zwaartepunt van de problematiek ligt. Zo vormt
bijvoorbeeld de vuilstortplaats Selibon Lagun op Bonaire op dit moment primair een
milieu en gezondheidsprobleem, maar biedt het CE-instrumentarium later mogelijk oplossingen
voor de toekomst.
Afsluiting
Het kabinet streeft naar versnelling van de circulaire economie. Met een circulaire
economie stimuleren we innovatie en marktontwikkeling, versterken we de concurrentiepositie
van Europese en Nederlandse ondernemers en bieden we bedrijven langetermijnzekerheid
en investeringsruimte, binnen de randvoorwaarden voor een gezonde en veilige leefomgeving.
Met de hierboven geschetste taakverdeling wordt deze versnelling onderstreept terwijl
de bescherming van de leefomgeving geborgd blijft.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S. van Veldhoven-van der Meer
Indieners
-
Indiener
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat -
Medeindiener
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei