Brief regering : Nieuwe besluiten luchthavens Eindhoven, Rotterdam The Hague en Lelystad
31 936 Luchtvaartbeleid
Nr. 1298
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 juni 2026
In vervolg op mijn brief d.d. 28 mei 2026 (Kamerstuk 31 936, nr. 1294) informeer ik u hierbij nader over de nieuwe besluiten die ik op korte termijn zal
afronden1 op de handhavingsverzoeken voor Eindhoven Airport, Rotterdam The Hague Airport en
Lelystad Airport.
Ik heb zeer zorgvuldig naar de handhavingsverzoeken gekeken. Ook de zogeheten «Rendac-uitspraak»
van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heb ik bij mijn nieuwe besluiten
betrokken omdat de Afdeling in deze uitspraak beperkingen stelt aan de mogelijkheid
om handhavend op te treden tegen activiteiten die met intern salderen tot stand zijn
gekomen.
Voor mij staat voorop dat ik wil voorkomen dat effecten op de natuur door stikstofemissies
van de luchthavens kunnen toenemen. Op basis hiervan heb ik geconstateerd dat, hoewel
bij de luchthavens sprake is van situaties met aanzienlijke rechten, het van belang
is om stevig vast te leggen aan welke plafonds de luchthavens zijn gehouden.
Door de ingewikkelde juridische situatie hebben de luchthavens momenteel geen natuurvergunning.
Daarom stel ik de emissieplafonds voor de jaren 2026 en 2027 vast in de nieuwe besluiten
op de bezwaarschriften. Voor Eindhoven Airport is het plafond 143.795 kg NOx per jaar, voor Rotterdam The Hague Airport 88.800 kg NOx per jaar en voor Lelystad Airport 2.490 kg NOx per jaar. Aan Lelystad Airport leg ik daarnaast een plafond op van 97 vliegbewegingen
voor het aantal grote vliegtuigen2. Ik voorkom met het plafond dat dit aantal groeit ten opzichte van de situatie vóór
ingebruikname van het zogeheten Noordelijk Areaal van de luchthaven.
De luchthavens dienen via jaarlijkse monitoring aan te tonen dat zij binnen de plafonds
blijven. Mocht een plafond onverhoopt worden overschreden, zal ik handhavend optreden
met het opleggen van een last onder dwangsom.
Tenslotte: het is uiteraard onwenselijk dat de luchthavens niet over de vereiste natuurvergunning
beschikken. De huidige situatie onderstreept het belang om spoedig tot een geborgd
pakket aan maatregelen voor stikstofreductie en natuurherstel te komen waarmee de
vergunningverlening weer mogelijk wordt.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
Indieners
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.