Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda van de Milieuraad van 25 juni 2026 (Kamerstuk 21501-08-1033)
2026D30027 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat hebben verschillende fracties
de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen aan het kabinet over de geannoteerde
agenda van de Milieuraad van 25 juni 2026 (Kamerstuk 21 501-08, nr. 1033), het verslag van de Milieuraad van 17 maart 2026 (Kamerstuk 21 501-08, nr. 1030), de reactie op het verzoek het lid Kostic, gedaan tijdens het tweeminutendebat op
12 maart 2026 over de Milieuraad van 17 maart inzake klimaat en biodiversiteit (Kamerstuk
2 501-08, nr. 1028), het verslag van een politieke dialoog over de herziening van de REACH-verordening
inzake chemische stoffen (Kamerstuk 34 463, nr. 9), de reactie op het verzoek van de commissie over de herziening van de REACH-verordening
(Kamerstuk 22 112, nr. 4311) en de stand van zaken van de onderhandelingen over de EU-Milieuomnibus en geplande
nationale quickscan (Kamerstuk 22 112, nr. 4362).
Voorzitter van de commissie,
Huizenga
Adjunct-griffier van de commissie,
Van der Graaf
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Inhoudsopgave
Inleiding
D66-fractie
VVD-fractie
PRO-fractie
CDA-fractie
Partij voor de Dieren-fractie
Inleiding
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Milieuraad van 25 juni 2026 en de bijbehorende stukken. Zij hebben
naar aanleiding hiervan een aantal vragen en opmerkingen.
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Milieuraad van 25 juni 2026 en hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de stukken en hebben hier nog
vragen en opmerkingen bij.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de onderliggende stukken voor
de Milieuraad op 25 juni 2026 en hebben daarover enkele vragen.
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben, gezien de aankomende Milieuraad,
nog enkele vragen over de Milieuomnibus, REACH, PFAS en biodiversiteit.
D66-fractie
De leden van de D66-fractie onderschrijven het belang van een ambitieuze aanpak van
biodiversiteitsverlies en de koppeling die in de agenda wordt gemaakt met economische
en financiële risico’s. Deze leden zijn van mening dat een systeem op basis van natuurkredieten
kan bijdragen aan marktgestuurd natuurherstel, zoals het Emissions Trading System
(ETS), dat succesvol is geweest voor CO2-uitstoot. Kan de Minister van LVVN toelichten wat de concrete bijdrage van Nederland
zal zijn op dit punt? Wanneer wordt hier een concreet voorstel op verwacht?
De leden van de D66-fractie lezen over de beslissing van de Europese Commissie om
de herziening van de wettekst van REACH niet door te zetten en in plaats daarvan uitsluitend
wijzigingen via comitologie na te streven. Deze leden vragen hoe deze beslissing zich
verhoudt tot het aangekondigde PFAS-verbod. Wanneer wordt dit verbod uiterlijk verwacht?
Deze leden vragen tevens of de Staatssecretaris deze Milieuraad zal benutten om wederom
snelheid te betogen voor het Europese PFAS-verbod. En hoe borgt de Staatssecretaris
dat vereenvoudiging van REACH niet leidt tot een verlaging van het beschermingsniveau
voor mens en milieu? Kan de Staatssecretaris concreet maken welke verbeteringen zij
nastreeft in het gesprek met de Commissie en gelijkgestemde lidstaten, en welke minimumwaarborgen
zij daarbij hanteert? Deze leden wijzen erop dat bescherming tegen gevaarlijke stoffen,
waaronder PFAS en zeer zorgwekkende stoffen (ZZS), juist versterking behoeft en dat
vereenvoudiging in dit licht met grote zorgvuldigheid moet worden benaderd.
De leden van de D66-fractie vragen ten aanzien van de EU-Milieuomnibus aan de Staatssecretaris
wanneer de toegezegde nationale quickscan naar de Kamer wordt gestuurd en of deze
tijdig beschikbaar is om serieus meegenomen te worden in de Raadsonderhandelingen.
Zij benadrukken dat de quickscan niet slechts een inventarisatie van administratieve
lasten mag zijn, maar dat ook de effecten op milieu en volksgezondheid volwaardig
moeten worden beoordeeld. Kan de Staatssecretaris bevestigen dat dit in de opdrachtverlening
is geborgd? Deze leden zijn voorts bezorgd over de signalen dat een groep lidstaten
de reikwijdte van de Milieuomnibus wil verbreden. Zij vragen de Staatssecretaris hoe
zij zich verhoudt tot deze druk en of zij bereid is actief weerstand te bieden als
verbreding ten koste gaat van de bestaande milieubescherming.
VVD-fractie
CO2-emissienormen voor personen- en bestelauto’s
De leden van de VVD-fractie lezen dat er nog discussie bestaat over onder meer de
definitie van zero-emissievoertuigen en de aanscherping van de «utility»-factor voor
plug-in hybride voertuigen. Tevens constateren deze leden dat Nederland samen met
zes andere lidstaten een non-paper heeft ondertekend waarin wordt gepleit voor het
behoud van een duidelijke prikkel richting elektrificatie. Kan de Staatssecretaris
nader ingaan op het huidige krachtenveld rondom deze discussiepunten? Welke lidstaten
zetten in op het verruimen van de definitie van zero-emissievoertuigen en het niet
aanscherpen van de «utility»-factor, en hoe schat de Staatssecretaris de kans in dat
deze voorstellen uiteindelijk onderdeel worden van de Raadspositie?
Waterweerbaarheidsstrategie
De leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van een toekomstbestendige Europese
aanpak van waterbeschikbaarheid en waterveiligheid. Tegelijkertijd lezen deze leden
dat Nederland zich inzet voor een efficiënte uitwerking van de strategie met aandacht
voor het beperken van regeldruk. Kan de Minister aangeven of binnen de verdere uitwerking
van de Europese Waterweerbaarheidsstrategie voorstellen in voorbereiding zijn die
kunnen leiden tot aanvullende rapportage-, monitorings- of verantwoordingsverplichtingen
voor lidstaten, bedrijven of waterbeheerders? Zo ja, hoe beoordeelt de Minister deze
voorstellen?
Biodiversiteit, bedrijfsleven en concurrentievermogen
De leden van de VVD-fractie lezen over de ontwikkeling van natuurkredieten als mogelijk
instrument om private investeringen in natuurherstel te stimuleren. Kan de Minister
van LVVN nader uiteenzetten hoe wordt voorkomen dat dergelijke systemen leiden tot
extra administratieve lasten voor ondernemers, grondeigenaren en financiële instellingen?
Toekomst van REACH
De leden van de VVD-fractie constateren dat de Europese Commissie heeft aangegeven
geen herziening van de REACH-verordening zelf voor te stellen, maar uitsluitend te
kijken naar aanpassingen van de bijlagen via comitologie. Kan de Staatssecretaris
aangeven welke verbeteringen die Nederland eerder heeft bepleit, hierdoor niet langer
realiseerbaar lijken? Welke belangrijke knelpunten in de huidige uitvoering van REACH
kunnen volgens de Staatssecretaris uitsluitend worden opgelost door wijzigingen van
de verordening zelf? Daarnaast lezen deze leden dat de Staatssecretaris mogelijkheden
verkent om handhaving en toezicht op REACH te verbeteren, eventueel via andere wetgevingsinitiatieven.
Kan zij nader toelichten aan welke mogelijkheden hierbij wordt gedacht, in het bijzonder
ten aanzien van geïmporteerde producten van buiten de Europese Unie?
Deze leden vragen voorts hoe de Staatssecretaris zich ervoor inzet dat vereenvoudiging
van REACH daadwerkelijk leidt tot minder administratieve lasten en snellere procedures
voor bedrijven.
PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie maken zich zorgen over de ondermijning van de CO2-afspraken en elektrificatiedoelen van personen- en bestelauto’s. Vertraging van de
elektrificatie en brandstoftransitie is zeer nadelig voor het klimaat en de luchtkwaliteit,
vergroot onze olieafhankelijkheid met alle strategische en geopolitieke nadelen van
dien en is desastreus voor de Europese auto-industrie op de langere termijn. Deze
leden dringen erop aan dat Nederland blijft inzetten op behoud van de CO2- en elektrificatiedoelen voor wegmobiliteit.
De leden van de PRO-fractie hechten net als het kabinet veel waarde aan een goede
waterweerbaarheidsstrategie. Deze leden hebben met interesse de kabinetsinzet gelezen.
Graag ontvangen deze leden een nadere toelichting van de Minister wat de inzet in
Europees verband concreet heeft opgeleverd tot nu toe. Wat hebben de gesprekken binnen
de riviercommissies concreet opgeleverd? En wat heeft de nationale campagne voor drinkwaterbesparing
tot nu toe opgeleverd? Is de Minister hier tevreden over of is extra inzet hierin
gewenst? Wat betekent het adresseren van PFAS precies voor de verdere implementatie
van de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Prioritaire stoffen en de Grondwaterrichtlijn?
En welke afspraken heeft Nederland precies met buurlanden over de aanpak van PFAS
in het grensoverschrijdende water?
De leden van de PRO-fractie hebben ook nog enkele specifieke vragen over de KRW. Allereerst
de vraag of de Minister de conclusie deelt dat bij een verlaging van het beschermingsniveau
van de KRW de maatschappelijke kosten, zoals hogere drinkwaterzuiveringskosten, biodiversiteitsverlies
en gezondheidsschade, uiteindelijk bij burgers en belastingbetalers terechtkomen.
Deze leden constateren dat uit de call for evidence, uit signalen vanuit het Europees
Parlement en uit de standpunten van onder meer Frankrijk, Zweden en Nederland zelf
brede weerstand tegen herziening van de KRW blijkt. Welke noodzaak ziet het kabinet
nog om aan dit traject mee te werken? Deelt de Minister de mening dat een gebrek aan
uitvoering en kwalitatief goede milieubeoordelingen van de KRW, niet hetzelfde is
als een probleem met de wetgeving zelf? Zo nee, waarom niet? En onderschrijft de Minister
het belang van behoud van het «one-out, all-out»-principe, de resultaatsverplichting
van de richtlijn, de deadline van 2027 en het het «non-deterioration»-principe? Zo
nee, waarom niet?
De leden van de PRO-fractie vragen voorts of de Minister dezelfde lijn hanteert bij
de KRW als bij de Food & Feed Safety Omnibus, waarbij de Kamer heeft aangegeven dat
voorstellen die het beschermingsniveau verlagen niet zonder meer gesteund mogen worden.
En kan de Minister toezeggen dat Nederland niet instemt met een Commissievoorstel,
zolang onvoldoende in kaart is gebracht wat de gevolgen zijn voor milieu, natuur-
en gezondheidsbescherming? Kan hij toezeggen dat de Kamer voorafgaand aan een definitief
beslismoment over een KRW-herziening wordt geïnformeerd en dat tot die tijd geen onomkeerbare
stappen worden gezet? Zo nee, waarom niet? En kan hij tot slot op dit punt uitleggen
waarom er een proces is opgestart om een wet open te breken waarvan de Europese Commissie
zelf zegt dat die voldoende flexibel is, terwijl vrijwel niemand om die herziening
vraagt, behalve een deel van de mijnbouwsector?
De leden van de PRO-fractie lezen verder dat vrijwel alle lidstaten de publicatie
van de strategie verwelkomden en dat er eensgezindheid was over de aandacht voor waterbeschikbaarheid.
Daarover past uiteraard tevredenheid. De vraag die dit bij de aan het woord zijnde
leden oproept, is wat de inwoners van de EU en meer in het bijzonder Nederland hier
concreet van gaan merken de komende tijd. En wat gaat, zo vragen deze leden, de Minister
doen met de resolutie van het Europees Parlement waaruit meer ambitie spreekt dan
uit de uiteindelijk door de Europese Commissie gepresenteerde strategie? Gaat hij
in lijn met deze resolutie zich ook inzetten voor steviger waterweerbaarheid? Zo nee,
waarom niet? En tot slot ontvangen deze leden graag een verwachte planning van relevante
toekomstige momenten op het Europees waterweerbaarheidsbeleid.
De leden van de PRO-fractie zijn teleurgesteld dat het ambitieniveau om de REACH-verordening
te moderniseren en aan te scherpen zo laag was dat het inmiddels is gedegradeerd tot
een comitologieproces. Deze leden vragen om meer toelichting hoe hier desondanks democratisch
gelegitimeerde participatie op mogelijk is. Wat is nu wél de inzet? Of is het de bedoeling
om vooral de chemische industrie te ontzien in plaats van mens en milieu?
De leden van de PRO-fractie vragen de Staatssecretaris om nationaal en Europees in
te zetten op een generiek productieverbod van PFAS. Omdat dit persistente stoffen
zijn, is dat de enige optie. Deze leden erkennen dat er handige toepassingen zijn,
maar de mensheid heeft het millennia lang zonder gedaan. De zeer beperkte toepassingen
voor bijvoorbeeld levensreddende geneesmiddelen waar nog geen alternatieven voor zijn,
kunnen desnoods een tijdelijke uitzondering krijgen. Voor alle andere toepassingen
zijn dezelfde alternatieven beschikbaar die we hadden voor de uitvinding van PFAS.
Dus wachten tot de chemische industrie een alternatief product gevonden heeft dat
ze met evenveel winst kan verkopen, is onnodig voor een verbod. Bovendien verwachten
deze leden dat juist een verbod de industrie zal stimuleren om alternatieven te vinden.
De aankondiging van de Commissie om vooral het gebruik in consumentenproducten te
beperken is wat deze leden betreft dan ook de verkeerde insteek. Deelt de Staatssecretaris
dit uitgangspunt? Het is de PFAS-productie, niet de verwerking tot consumentenproducten,
die moet worden verboden. Juist ook de toepassing in industrie en landbouw moet worden
aangepakt. Alleen een productieverbod voorkomt verdere ophoping in het milieu en dus
blootstelling van mensen aan PFAS via water en voedsel.
De leden van de PRO-fractie hebben verder enkele vragen over de Milieuomnibus en de
verdere afzwakking van het beschermingsniveau en de democratische controle. Gaat de
Staatssecretaris zich inzetten dat het proces en de uitkomst niet strijdig zijn met
het verdrag van Aarhus? Dat transparantie en democratische controle gegarandeerd zijn?
Hoe worden de milieu, natuur-, en gezondheidsorganisaties betrokken bij het proces?
Of laten we nu de vervuilers de regels herzien, zonder toezicht? En wat gaat Nederland
doen, als blijkt dat het beschermingsniveau zoals gevreesd daalt, in plaats van stijgt?
Wordt de uitkomst aan de Kamer voorgelegd?
CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie lezen in de brief over de onderhandelingen inzake de EU-Milieuomnibus
en de geplande nationale quickscan dat er slechts een korte periode zit tussen de
oplevering van deze quickscan en een mogelijke afronding van de onderhandelingen in
het najaar. Daarmee zou er nog wel voldoende tijd zijn om de uitkomsten van de quickscan
mee te nemen. Deze leden vragen de Staatssecretaris waar zij deze inschatting op baseert.
Kan de Staatssecretaris concreet uiteenzetten hoe het verdere tijdpad eruitziet en
op welke momenten de uitkomsten van de quickscan nog kunnen doorwerken in de Nederlandse
inzet en de onderhandelingen? Deze leden vragen de Staatssecretaris om te bevestigen
dat de Nederlandse inzet gericht zal zijn op vereenvoudiging van regelgeving, zonder
afbreuk te doen aan het niveau van milieubescherming en de bestaande duurzaamheidsambities.
De leden van de CDA-fractie constateren ten aanzien van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
(UPV) dat dit instrument in de praktijk goed functioneert. Deze leden vragen welke
(compromis)voorstellen momenteel op tafel liggen op dit punt. Hoe zet de Minister
zich ervoor in dat de UPV wordt behouden, versterkt en waar mogelijk uitgebreid naar
aanvullende productgroepen?
De leden van de CDA-fractie merken op dat goede inzameling en hergebruik van batterijen
belangrijk is voor het toewerken naar een circulaire economie. Deze leden vragen de
Minister in dit kader of zij mogelijkheden ziet om op Europees niveau een heffing
op nieuwe, niet-herbruikbare batterijen te agenderen. Kan zij daarbij aangeven in
hoeverre een dergelijke maatregel volgens haar kan bijdragen aan het stimuleren van
hergebruik, reparatie en hoogwaardige inzameling van batterijen?
Partij voor de Dieren-fractie
Milieuomnibus
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben eerder aangegeven dat zij zich
grote zorgen maken om de Milieuomnibus waarin milieuregels worden afgezwakt. De onafhankelijke
Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) heeft op verzoek van de Tweede
Kamer een position paper geschreven1 over de Milieuomnibus waarin ze concludeert dat de Milieuomnibus grote risico’s voor
de bescherming van ons milieu met zich meebrengt. De Commissie mer beschrijft expliciet
dat «beperkter milieuonderzoek bij «wijzigingen en uitbreidingen van bestaande projecten»
leidt tot een lager milieubeschermingsniveau: voor het milieu in brede zin, maar specifiek
ook voor Natura 2000-gebieden.» Ook betwijfelt de Commissie mer sterk of de besluitvorming
en het milieubelang met de voorstellen gediend zijn, omdat juist wanneer je aan de
voorkant knelpunten signaleert, je achteraf problemen voorkomt. Kan de Staatssecretaris
op alle risico’s die de Commissie mer aanhaalt reflecteren? En kan zij toelichten
hoe zij gaat borgen dat deze risico’s geen werkelijkheid worden? Kan de Staatssecretaris
daarnaast toezeggen de resultaten van het onderzoek van de Commissie mer te delen
met haar Europese collega’s tijdens de volgende Milieuraad?
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen of de Staatssecretaris kan toezeggen
dat zij niet vóór de Milieuomnibus stemt, als blijkt dat deze inderdaad leidt tot
een lager beschermingsniveau? Zo nee, hoe rijmt de Staatssecretaris dit met het uitvoeren
van de aangenomen motie-Kostić (Kamerstuk 22 112, nr. 4328)? Is de Staatssecretaris van mening dat (onderdelen van) de Milieuomnibus in strijd
is of zou kunnen zijn met het Verdrag van Aarhus? Zo ja, op welke onderdelen?
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen ook waarom de Staatssecretaris
ervoor heeft gekozen om in de nationale quickscan het bedrijfsleven expliciet mee
te nemen, gezien de zorgen voor afzwakking duidelijk liggen bij bescherming van ons
milieu, en juist niet bij de bescherming van de kortetermijnwinsten van bedrijven.
Ook vragen deze leden of de Staatssecretaris kan toezeggen dat, net als bij de «food
& feed security»-omnibus, de Milieuomnibus aan de Kamer wordt voorgelegd voorafgaand
aan een definitief beslismoment, en dat zij voor die tijd geen onomkeerbare stappen
neemt.
REACH
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen of de Staatssecretaris kan toezeggen
dat zij tijdens het informele «REACH-up»-overleg dat zij gaat initiëren, ook het onderwerp
PFAS in pesticiden zal bespreken, en uitvraagt of en, zo ja, hoe collega’s deze giftige
stoffen in hun voedsel nationaal gaan verminderen en uitbannen. En kan ze toezeggen
dat ze zal verkennen of er interesse is om een Europese kopgroep te starten om in
Europa te gaan pleiten voor een Europees verbod op PFAS in pesticiden?
Is de Staatssecretaris daarnaast bereid om tijdens het «REACH up»-overleg een (online
of fysieke) afspraak te maken tussen de Staatssecretaris, de Minister van LVVN, en
de Deense Ministers verantwoordelijk voor milieu en pesticiden, om te leren van het
Deense PFAS-verbod? Specifiek om te leren hoe lang het heeft geduurd om van idee tot
invoering te gaan en of en, zo ja, welke positieve effecten al merkbaar zijn? Zo ja,
kan de Staatssecretaris de lessen daarna met de Tweede Kamer delen? Zo nee, waarom
is de Staatssecretaris hiertoe niet bereid?
Kan de Staatssecretaris na de Milieuraad een overzicht sturen van landen die nationaal
aanvullende maatregelen treffen om PFAS in hun leefomgeving te verminderen en, zo
ja, welke landen dit zijn en welke maatregelen zij overwegen?
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen of de Staatssecretaris inmiddels
meer inzicht kan geven in het comitologieproces van REACH: wanneer gaat dit van start
en welke onderwerpen zullen worden gewijzigd? Heeft de Staatssecretaris daarnaast
al duidelijkheid wanneer de Europese PFAS-restrictie daadwerkelijk in zal gaan? Hoe
schat de Staatssecretaris het krachtenveld in tussen de lidstaten bij de behandeling
van de PFAS-restrictie in het REACH-comité? Voorziet zij hierbij nog problemen? Wat
vindt de Staatssecretaris van de aankondiging van de betrokken Eurocommissarissen
dat de restrictie voornamelijk betrekking zal hebben op consumentenproducten, en hoe
vat zij het begrip «essential use» in dit verband op?
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat de Staatssecretaris wil
inbrengen dat Nederland zich inzet om het aantal chemicaliën in drinkwater te verminderen.
Kan de Staatssecretaris, naast verkenningen en onderzoeken, toelichten welke concrete
maatregelen ze hier bedoelt?
Kan de Staatssecretaris toezeggen dat zij zich tijdens de Milieuraad uitspreekt voor
aansluiting bij de lidstaten die bezwaar maken tegen wijzigingen van REACH wanneer
deze het huidige beschermingsniveau verminderen?
Biodiversiteit en bedrijfsleven
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat een gedachtewisseling
over natuur, bedrijfsleven en concurrentievermogen op de agenda staat. Deze leden
hebben daarover nog enkele vragen. Is de Minister bereid om tijdens de vergadering
te pleiten voor het verbeteren van de instandhouding van bijen en bestuivers, ten
behoeve van onze voedselzekerheid?
Beaamt de Minister met de leden van de Partij voor de Dieren-fractie dat natuur veel
meer waarde heeft dan enkel economische waarde? Is de Minister het eens met deze leden
dat natuur waarde heeft in zichzelf en daarom alleen al het waard is om te beschermen
en te versterken?
Is het kabinet zich ervan bewust dat er grenzen zijn aan onze economische groei, zoals
onder andere Paul Schenderling beschrijft in zijn boek «Er is leven na de groei?» Is het kabinet bereid om ook scenario’s te bespreken op Europees niveau waarbij
schadelijke sectoren voor het milieu en de gezondheid economisch krimpen?
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen of de Staatssecretaris in kaart
kan brengen wat de kosten zijn voor de Europese samenleving van het repareren van
milieuschade en het adapteren aan nieuwe klimaatomstandigheden als we door blijven
gaan met economische groei?
Tot slot, is de Staatssecretaris bereid om ervoor te pleiten dat in de Europese besluitvorming
nadrukkelijk het perspectief van het mondiale Zuiden mee wordt genomen, in het bijzonder
wat betreft de gevolgen van groei, zoals klimaatverandering, uitbuiting, uitputting,
vervuiling en natuur- en milieuschade?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.A. Huizenga, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
L. van der Graaf, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.