Brief regering : Kabinetsreactie op de initiatiefnota van de leden Van der Werf, Becker, Mutluer en Bruyning over het stoppen van geweld tegen vrouwen (Kamerstuk 36811)
36 811 Initiatiefnota van de leden Van der Werf, Becker, Mutluer en Bruyning over het stoppen van geweld tegen vrouwen
Nr. 3
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT EN VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 juni 2026
Op 12 september jl. heeft het Kamerlid Van der Werf een initiatiefnota ingediend over
het stoppen van geweld tegen vrouwen1.
Wij danken de indiener voor deze initiatiefnota en de wijze waarop zij, samen met
collega-Kamerleden, dit urgente onderwerp op de politieke agenda houdt. Het kabinet
onderschrijft het belang om geweld tegen vrouwen te voorkomen en te bestrijden. In
de meest recente voortgangsbrief over de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling2 aan uw Kamer is uiteengezet hoe het kabinet inzet op het versterken van de coördinatie
door het instellen van een Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk
Geweld. De Nationaal Coördinator heeft als belangrijke taak het tot stand brengen
van en het sturen op de uitvoering van een nationaal actieplan geweld tegen vrouwen
en huiselijk geweld, en daarmee op het realiseren van samenhang en overzicht in het
beleid en de aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Hiermee beoogt het
Kabinet een betere coördinatie en samenhang in de gezamenlijke aanpak.
In deze brief reageren wij, de Minister voor Langdurige zorg, Jeugd en Sport en de
Minister van Justitie en Veiligheid, op elk van de maatregelen uit de initiatiefnota.
H4 – Beschermd achter de voordeur
– Maak huisbezoeken vaker mogelijk bij een vermoeden van huiselijk geweld, waarbij alle
gezinsleden altijd separaat worden gesproken en onderzoek wordt gedaan naar het onderliggende
patroon van geweld
Wij onderschrijven het belang van het doen van goed onderzoek om zicht te krijgen
op de situatie achter de voordeur bij meldingen van onveiligheid. Wanneer professionals
vermoedens hebben van onveiligheid in een gezin, is het noodzaak dat zij – bij voorkeur
in samenwerking met het gezin – een beeld proberen te krijgen van de situatie. Daarbij
wordt indien wenselijk en mogelijk met alle betrokkenen apart gesproken (ook met de
kinderen), zodat het gehele patroon van onveiligheid in beeld komt. Dit vergt kennis
en expertise van betrokken professionals. De kracht hierbij zit in het versterken
van samenwerking tussen organisaties en professionals. Wanneer er sprake is van acute
onveiligheid kunnen de politie of Veilig Thuis – zo mogelijk gezamenlijk – via huisbezoeken
een cruciale rol spelen om de situatie achter de voordeur in kaart te brengen, volgens
de principes van «Veiligheid Voorop». Veiligheid Voorop behelst vroegtijdig en intensief
samenwerken door Veilig Thuis, politie en andere organisaties om zo snel mogelijk
veiligheid te realiseren: gezamenlijk een melding oppakken, met inbreng van ieders
expertise een gezamenlijk beeld vormen en vervolgacties afstemmen. Deze aanpak wordt
in steeds meer regio’s ingezet. Daarnaast beproeft de Minister van Langdurige zorg,
Jeugd en Sport, tezamen met de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, in het
Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming samen met de praktijk in verschillende
proeftuinen een nieuwe manier van systeem- en gezinsgericht werken. Met deze werkwijze
moet onveiligheid en ontwikkelingsbedreiging bij kinderen en volwassenen eerder en
beter herkend worden, zodat passende hulp en ondersteuning, bescherming en waar nodig
straf-, civiel- of bestuursrechtelijke interventies tijdig kunnen worden ingezet.
– Ontwikkel een wettelijke meldplicht van huiselijk geweld voor onderwijs- en zorgprofessionals
Professionals moeten bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling in
actie komen. De verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling ondersteunt
de professionals om de juiste afweging te maken bij signalen of vermoedens van onveiligheid.
Hierbij bestaat, na de aanscherping van de meldcode in 2019, al een wettelijk afwegingskader
met als professionele norm om bij acuut of structureel geweld altijd te melden bij
Veilig Thuis. Bij de invoering en wijziging van de meldcode is expliciet niet gekozen
voor een meldplicht. Een meldplicht draagt niet bij aan daadwerkelijk betere hulp
en bescherming van kind en gezin. Het kan de vertrouwensrelatie tussen de professionals
en directbetrokkenen schaden en kan een reden zijn voor slachtoffers om geen hulp
te vragen uit angst dat een melding wordt gedaan, met alle consequenties van dien.
Wel vindt momenteel een verkenning plaats naar de invoering van een wettelijke adviesplicht
om de aard en ernst van signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling in een
vroeg stadium te kunnen duiden en tot passend handelen te komen. Met zo’n adviesplicht
is het voor alle onder de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vallende
professionals in stap twee van de meldcode niet vrijblijvend meer om advies in te
winnen over de signalen en vervolgstappen. De Kamer wordt hierover voor eind 2026
verder geïnformeerd.
– Eén regisseur per casus, die de mogelijkheid krijgt om doorbraken te forceren
In de samenwerking in de regio moeten verschillende organisaties en professionals
weten wie de regie heeft en wat ze van elkaar kunnen en mogen verwachten. In deze
samenwerking is het belangrijk dat partners elkaar ook aanspreken als dit niet gebeurt.
Hierin is nog verbetering mogelijk en nodig. Op lokaal niveau moet de samenwerking
in het netwerk van organisaties zo worden ingericht dat bij vermoedens van onveiligheid
altijd de betrokken partijen met elkaar afstemmen en bepalen wie in dit geval de regie
voert. Hierbij dient ook aandacht te zijn voor afspraken over mandaat en doorzettingsmacht.
Samen met betrokken organisaties wordt gewerkt om dit in de praktijk te kunnen realiseren.
Dat begint met de verbeterde samenwerking bij veiligheids- en risicotaxatie, het bevorderen
van de deskundigheid van professionals over (vormen van) huiselijk geweld, kindermishandeling
en gendergerelateerd geweld en het stimuleren dat professionals gezamenlijk verantwoordelijkheid
nemen en altijd duidelijke afspraken maken bij het naleven van het veiligheidsplan.
– Verwijder knelpunten in de informatie-uitwisseling tussen instanties en bundel signalen
en meldingen van huiselijk geweld
De uitdagingen van informatie-uitwisseling worden herkend. Tegelijkertijd is in voorkomende
gevallen van huiselijk geweld en kindermishandeling wel veel mogelijk op gebied van
informatiedeling. In het vrijwillig kader kunnen organisaties niet zonder toestemming
van betrokkenen informatie uitwisselen. Veilig Thuis heeft als wettelijke taak onder
meer het aannemen van meldingen over huiselijk geweld en kindermishandeling. Veilig
Thuis is daarmee een centrale schakel in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.
Veilig Thuis heeft als enige organisatie in het vrijwillig kader de grondslag om informatie
uit te wisselen met andere organisaties. Hiervoor is het van belang om professionals
te blijven scholen in het werken met de meldcode. Doordat verschillende meldingen
samenkomen bij Veilig Thuis kunnen meldingen van verschillende personen en organisaties
over een langere periode door Veilig Thuis met elkaar in verband worden gebracht.
Dit wordt ook wel de radarfunctie van Veilig Thuis genoemd. Daardoor kunnen op basis
van de afzonderlijk gemelde incidenten geweldspatronen inzichtelijk worden. Dit is
ook cruciale informatie voor andere organisaties die een belangrijke rol vervullen
in het tegengaan van huiselijk geweld en kindermishandeling. Organisaties zoals politie,
het openbaar ministerie en gecertificeerde instellingen hebben bevoegdheden om (medische)
informatie op te vragen bij Veilig Thuis. Om zo snel mogelijk te kunnen beslissen
welke beschermingsmaatregelen nodig zijn om de situatie weer veilig te krijgen is
goede afstemming tussen Veilig Thuis, politie en justitieorganisaties cruciaal.
Op dit moment brengen we in kaart welke verbeteringen ten aanzien van informatiedeling
en de samenwerking tussen partijen in de uitvoering mogelijk zijn. Ook verkennen we
welke stappen gezet kunnen worden ten aanzien van het maken van een gezamenlijke analyse.
Bijvoorbeeld wordt verkend hoe veiligheids- en risicotaxatie meer integraal kan worden
gemaakt en welke doorontwikkeling nodig is ter verbetering.
– Ontwikkel een 24/7 chatlijn voor slachtoffers, familieleden en omstanders, waarbij
niet hardop gesproken hoeft te worden
De chatfunctie van Veilig Thuis biedt een belangrijke ingang voor advies en hulpvragen
voor slachtoffers, familieleden, omstanders en professionals. Op dit moment is de
chatfunctie nog op werkdagen tussen 9u en 17u bereikbaar. De Kamer heeft via een amendement
structureel 2,5 miljoen euro vrijgemaakt om de chatfunctie van Veilig Thuis te professionaliseren.
De chatfunctie wordt op dit moment verder doorontwikkeld met als doel deze 24/7 beschikbaar
te maken, naar verwachting binnenkort. Daarnaast is er sinds 22 september 2025 een
interactief, digitaal platform van Veilig Thuis waar mensen 24/7 online terecht kunnen
voor informatie.
Ten aanzien van het bieden van 24/7 advies en hulpverlening voor slachtoffers zijn
er ook andere ingangen. Verschillende gemeenten beschikken over laagdrempelige inloopplekken
of andere vormen van 24/7 beschikbare hulp en advies. Het realiseren hiervan is een
(beleids)keuze van gemeenten. Vanuit het Rijk brengen we goede initiatieven in beeld
en stimuleren we gesprekken met de VNG en centrumgemeenten om te zorgen dat overal
een soortgelijk hulpaanbod beschikbaar is.
– Er moet een Nederlandse versie van Clare’s law komen, die slachtoffers informatie
biedt op het moment dat er sprake is van een veiligheidsrisico
Met financiering van het Ministerie van Justitie en Veiligheid is een eerste, juridische
verkenning uitgevoerd door de Open Universiteit, in samenwerking met onder meer de
gemeente Rotterdam en Filomena Rotterdam. Deze verkenning richt zich op de juridische-
en uitvoeringsaspecten van een mogelijke toepassing van Clare’s law binnen de Nederlandse
context. De resultaten van deze verkenning zijn op 20 januari 2026 gepubliceerd. De
beleidsreactie op dit rapport waarin wordt ingegaan op de vervolgstappen is op 22 mei
jl. door de Minister van Justitie en Veiligheid verzonden naar de Kamer.
H5 – Bescherming in de hulpverlening
– Kennisvermeerdering bij hulpverleners en alle juridische professionals over huiselijk
geweld, intieme terreur en femicide
Goede kennis en duidelijke handelingsperspectieven ten aanzien van huiselijk geweld
en kindermishandeling in den brede waaronder dwingende controle en andere risico’s
op femicide zijn cruciaal voor vroegtijdige signalering. Daarom is de afgelopen periode
geïnvesteerd in het verstevigen van de positie van Veilig Thuis als landelijk expertisepunt.
Onder andere door, zoals eerder in deze brief is vermeld, de lancering van het online
platform waar 24/7 kennis en expertise beschikbaar is, en het uitbreiden van de chatfunctie
waar kan worden meegedacht met slachtoffers, omstanders en professionals (de adviesfunctie
van Veilig Thuis).
Verder startte in september 2025 een traject om de deskundigheid van professionals
die werken bij zorg- en straforganisaties (zoals Veilig Thuis, Centrum Seksueel Geweld,
vrouwenopvang, politie, openbaar ministerie, reclassering, Raad voor de Kinderbescherming
en gecertificeerde instellingen) verder te versterken. Zodat zij geweld tegen vrouwen
beter kunnen herkennen en tijdig signaleren om erger te voorkomen. De zorg- en straforganisaties
zetten nu al in op deskundigheidsbevordering en werken hierbij samen. Er ligt daarmee
een basis om op voort te bouwen. Deze organisaties hebben de ambitie om deskundigheidsbevordering
structureel naar een hoger niveau te tillen. Een gezamenlijk plan hiervoor inclusief
aanbevelingen wordt voor de zomer opgeleverd. Uw Kamer wordt hierover naar verwachting
voor deze zomer geïnformeerd in de voortgangsbrief over de aanpak van huiselijk geweld
en kindermishandeling.
– Versnel de behandeling en invoering van het wetsvoorstel strafbaarstelling psychisch
geweld
Momenteel bereidt de Minister van Justitie en Veiligheid dit wetsvoorstel voor. Het
wetsvoorstel zal, zoals toegezegd aan uw Kamer, naar verwachting voor de zomer van
2026 in consultatie gaan.
– Maak vaker gebruik van contactverboden, huis- en straatverboden en locatieverboden
In het kader van de verbetering van de inzet van het tijdelijk huisverbod wordt door
de Minister van Justitie en Veiligheid verkend hoe andere beschermingsmaatregelen
in bestuursrechtelijk en civielrechtelijk kader kunnen worden ingezet voor slachtoffers
van huiselijk geweld en kindermishandeling. Het is immers belangrijk dat slachtoffers
ook al voor of zonder een strafrechtelijke afdoening van de pleger beschermd kunnen
worden, op basis van een goed onderbouwde veiligheids- en risicobeoordeling, en dat
hierop gehandhaafd kan worden. De opbrengsten van deze verkenning, evenals die van
de lopende pilots in Den Haag, Groningen, Rotterdam en Utrecht, zullen eind 2026 worden
meegenomen in de voorbereiding van eventuele aanpassingen in wet- en regelgeving.
De Minister van Justitie en Veiligheid verwacht de bevindingen van de pilots en de
verkenning in het eerste kwartaal van 2027 met uw Kamer te kunnen delen.
– Zorg voor structureel voldoende plekken in de vrouwenopvang met per gemeente een plan
voor de uitstroom naar beschikbare woningen
Het is van belang dat slachtoffers van huiselijk en seksueel geweld die thuis niet
meer veilig zijn en acute hulp nodig hebben naar de veilige opvang kunnen. Al langere
tijd staat de capaciteit van deze opvang onder druk. Slachtoffers worden daardoor
ondergebracht op alternatieve locaties, zoals hotels. Dit is niet wenselijk en draagt
niet bij aan het herstel van deze slachtoffers. Om de opvangcapaciteit uit te breiden
is daarom door de toenmalige Staatssecretaris van Langdurige en Maatschappelijke Zorg
per 2026 structureel 12 miljoen euro toegevoegd aan de Decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang
(DUVO). Op grond van de Wmo 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de organisatie
en financiering van de vrouwenopvang. Hiervoor kunnen zij financiële middelen uit
de DUVO en algemene uitkering gebruiken. Met de VNG en Valente is in bestuurlijke
afspraken vastgesteld dat de aanvullende 12 miljoen euro daadwerkelijk wordt gebruikt
voor de uitbreiding van opvangcapaciteit van de vrouwenopvang. Op dit moment wordt
door gemeenten en opvanginstellingen gewerkt aan de realisatie van deze uitbreiding.
Om de druk op de capaciteit te verlagen is het tevens van belang dat er sprake is
van goede door- en uitstroom vanuit de vrouwenopvang. Slachtoffers van huiselijk geweld
die uitstromen uit de vrouwenopvang hebben recht op urgentie voor een (sociale) huurwoning.
Op dit moment is het vaststellen van een urgentieregeling nog niet verplicht en bepalen
gemeenten zelf of zij dit doen. Met het wetsvoorstel Versterking regie op volkshuisvesting
wordt iedere gemeente verplicht over een urgentieregeling te beschikken. Slachtoffers
van huiselijk geweld die uitstromen uit de vrouwenopvang komen daarmee in iedere gemeente
in aanmerking voor urgentie op een (sociale) huurwoning. Tevens dienen gemeenten een
woon-zorgvisie op te stellen, waarin rekening moet worden gehouden met deze doelgroep.
Voor de implementatie van dit wetsvoorstel zullen gemeenten (nogmaals) worden geïnformeerd
over de (on)mogelijkheden voor deze doelgroep ten aanzien van de urgentieregeling.
Gezamenlijk met de VNG en Valente zal de Minister van Langdurige zorg, Jeugd en Sport
de ontwikkelingen binnen de vrouwenopvang en de uitbreiding van de capaciteit monitoren.
Op deze manier houden we gezamenlijk zicht op de druk op de capaciteit van de opvang
en het effect van de uitbreiding van het aantal opvangplekken.
– Verken of de dader vaker uit huis kan worden geplaatst in plaats van het slachtoffer
Het kabinet vindt het van belang de (verplichte) hulpverlening voor plegers te versterken.
Dit is ook opgenomen in het coalitieakkoord. In geval van huiselijk geweld en kindermishandeling
zijn het met name slachtoffers die hun leven moeten aanpassen, zoals het noodgedwongen
moeten verlaten van het huis als vrouwen (met hun kinderen) voor hun veiligheid naar
de vrouwenopvang moeten, of als kinderen op last van de rechter uit huis worden geplaatst.
In het vrijwillig kader is het niet mogelijk af te dwingen dat de pleger hulp aanneemt
of ergens anders verblijft. In geval van hoge veiligheidsrisico’s kunnen daardoor
niet altijd voldoende veiligheidsgaranties worden geboden met de inzet van interventies
gericht op (enkel) de pleger. Om deze reden worden in deze gevallen (ook) veiligheidsmaatregelen
voor het slachtoffer ingezet. Op dit moment wordt bezien hoe de inzet van interventies
gericht op de pleger kan worden versterkt. Zo kan in meerdere regio’s het slachtofferdevice
worden gebruikt en wordt gewerkt aan verdere landelijke uitrol. Daarnaast wordt ingezet
op betere inzet van het tijdelijk huisverbod. In vier steden zijn in januari pilots
gestart om de verbeterde werkwijze te beproeven (Den Haag, Groningen, Rotterdam en
Utrecht). In dat traject wordt onder meer gekeken naar de mogelijkheden voor (verplichte)
hulpverlening, toezicht en opvang voor plegers. Daarnaast wordt verkend in hoeverre
aanvullende bestuursrechtelijke – en civielrechtelijke beschermingsmaatregelen kunnen
en moeten worden ingezet in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en
hoe de aansluiting tussen bestuursrechtelijke, civielrechtelijke en strafrechtelijke
interventies beter kan.
H6 – Beschermd bij de rechtbank
– Maak vaker gebruik van ouderschapscursussen voor de pleger wanneer sprake is geweest
van huiselijk geweld
Het is belangrijk dat plegers de benodigde hulp krijgen om hun gedrag te veranderen.
Waar mogelijk worden interventies gericht op de pleger ingezet. Welke vorm van hulp
het best aansluit, verschilt per situatie en vraagt om maatwerk. De pleger kan zich
vrijwillig aanmelden voor of worden verwezen naar hulp. In 2026 zal een verkenning
starten naar de wijze waarop het hulpaanbod voor plegers in het vrijwillig kader kan
worden vergroot en versterkt.
In het vrijwillig kader is het echter niet mogelijk af te dwingen dat de pleger hulp
aanneemt of ergens anders verblijft. Het kan noodzakelijk worden geacht hulp in het
gedwongen kader op te leggen. In het kader van bovengenoemd traject ter verbetering
van de inzet van het tijdelijk huisverbod wordt verkend hoe ook in bestuursrechtelijk
kader hulpverlening voor plegers van huiselijk geweld en kindermishandeling zo nodig
gedwongen kan worden opgelegd. Ook start het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
(WODC) dit jaar een verkenning naar de inzet van de doorontwikkelde BORG-gedragstraining
ook buiten het strafrechtelijk kader. Op dit moment wordt deze enkel binnen een strafrechtelijk
traject ingezet door de reclassering.
– Maak standaard gebruik van screeningsinstrumenten en risicotaxaties bij complexe scheidingen
– Weeg de veiligheid van slachtoffers van huiselijk geweld zwaarder mee in zaken rondom
omgang en gezag
– Ontwikkel een screening bij mediation om te voorkomen dat slachtoffers onder druk
worden gezet
– Maak gebruik van combizittingen van straf- en familierecht waarbij direct naar ouderlijk
gezag wordt gekeken
– Ontwikkel een toetsingskader op basis van het Verdrag van Istanbul, zodat huiselijk
geweld als belangrijke factor wordt meegewogen bij zaken rond omgang en gezag
Uit het onderzoek «Waar geweld uit beeld raakt» van het Verwey-Jonker Instituut uit
april 2025 volgt dat het niet vanzelfsprekend is dat huiselijk geweld en onveiligheid
worden meegenomen in rechterlijke beslissingen omtrent zorgregelingen, gezag en omgang.
Het kabinet is daarom eind 2025 een verbetertraject gestart, dat als doel heeft te
waarborgen dat wanneer er onderbouwde vermoedens zijn of sprake is van huiselijk geweld
en/of kindermishandeling, dit altijd moet worden meegewogen in de familierechtelijke
procedure. De rechtspraak, maar ook andere organisaties zoals de Raad voor de Kinderbescherming
en Slachtofferhulp Nederland, werken mee aan dit verbetertraject. Ook wordt de expertise
van de advocatuur en van ervaringsdeskundigen en nabestaanden hierin betrokken. Het
verbetertraject ziet onder meer op het verbinden van het straf- en civielrecht, het
verbeteren van de informatievoorziening aan de familierechter, kennisbevordering van
de betrokken professionals, het ontwikkelen van een toetsingskader en het inzetten
van een uniform risico-screeningsinstrument, waarbij ook de mogelijkheden voor mediation
worden betrokken.
Ook wordt op dit moment verkend hoe de herijking van de veiligheids- en risicotaxatie-instrumenten
ook ten goede kunnen komen van familierechtelijke procedures.
Het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld is hoogstnoodzakelijk.
Het kabinet zet zich samen met gemeenten en de betrokken organisaties voortdurend
in om de aanpak te verbeteren. Wij zullen uw Kamer voor deze zomer verder informeren
over de voortgang van de aanpak.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Indieners
-
Indiener
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Medeindiener
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid