Brief regering : Reactie op verzoek van het lid Lahlah, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 21 april 2026, over het rapport Schrijnende keuzes van Nationaal Kinderhulp
24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting
Nr. 823
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 juni 2026
Het kabinet wil dat ieder kind dat opgroeit in een gezin met een laag inkomen kan
meedoen met leeftijdsgenoten. Zodat ze mee kunnen met schooluitjes, naar zwemles of
voetbaltraining en over de benodigde schoolspullen beschikken. Dit is essentieel voor
hun mentale en fysieke ontwikkeling en verhoogt hun maatschappelijke kansen. In algemene
zin laten de armoedecijfers voor Nederland sinds 2018 een daling van gezinnen in armoede
zien. Volgens het CBS leefde 2,8% van de kinderen tot 18 jaar in 2024 in armoede1 en is de verwachting van het CBP dat dit verder zal dalen naar 2,3% in 20272.
In overeenstemming met het coalitieakkoord «Aan de Slag», en als reactie op de motie
van het lid Bikker3, blijft dit kabinet zich ervoor inzetten dat zoveel mogelijk mensen uit de armoede
komen. Het kabinet neemt daartoe gerichte maatregelen met het Nationaal Programma
Armoede en Schulden (NPAS) en investeert in armoedebeleid en in de preventie van schulden4. Hiermee willen we voorkomen dat mensen in armoede terechtkomen, en kunnen we hen
ondersteunen waar het tegenzit. Daarnaast heeft dit programma ook tot doel om het
aantal huishoudens met problematische schulden omlaag te brengen. Het kabinet heeft
kennis genomen van het rapport Schrijnende Keuzes van Nationaal Fonds Kinderhulp.
Het rapport biedt enkele waardevolle inzichten5, zoals het gestegen aantal hulpaanvragen voor basisvoorzieningen, evenals de toename
in hulpaanvragen onder werkende ouders. Deze inzichten bevestigen dat het belangrijk
is dat er hulp beschikbaar is voor kinderen en gezinnen die dit nodig hebben. Elk
kind verdient immers een goede start en elk kind dat opgroeit in armoede is er één
te veel. Verder in deze brief wordt ingegaan op enkele aanbevelingen uit het rapport,
in aanvulling op hetgeen hierover al in de eerste voortgangsrapportage NPAS is gemeld.6
Sam& Voor Alle Kinderen
Naast directe inkomensmaatregelen die het inkomen van mensen direct verhogen, wordt
via het Nationaal Programma Armoede en Schulden (NPAS) gewerkt aan het voorkomen van
armoede en het tegengaan van de langetermijneffecten van armoede. Hierbij zet het
kabinet in op de aanpak van kinderarmoede. Wij erkennen hierbij het belang van maatschappelijke
organisaties als Kinderhulp. Als onderdeel van het NPAS verstrekt het Ministerie van
SZW jaarlijks € 16 miljoen aan subsidie aan het samenwerkingsverband Sam& voor alle
Kinderen, bestaande uit Stichting Leergeld Nederland, Nationaal Fonds Kinderhulp,
Stichting Jarige Job, Jeugdfonds sport & cultuur en Jeugdeducatiefonds. De afgelopen
twee jaar hebben de Sam& partijen extra middelen ontvangen om een grotere doelgroep
te kunnen bereiken. De subsidies worden dit jaar geëvalueerd. Het rapport zal naar
verwachting dit najaar aan uw Kamer toegezonden worden.
Werkenden met een laag inkomen
Wij erkennen de zorg van Kinderhulp dat een groep werkenden met een laag inkomen kwetsbaar
is, die onvoorziene financiële tegenvallers niet altijd kan opvangen. Het kabinet
neemt gerichte maatregelen om werkenden met geldzorgen te helpen. Hierbij is zowel
aandacht voor de groep werkenden onder de armoedegrens als de groep vlak daarboven.
In het NPAS wordt ingezet op het eerder bereiken van werkenden met geldzorgen en doorverwijzing
naar passende hulp, via de werkgever als vindplaats. Het is belangrijk om het gesprek
op de werkvloer over geldzorgen te normaliseren. Werkgevers spelen een belangrijke
rol in doorverwijzing bij geldzorgen of schulden. Via een publiekscampagne worden
werkgevers gewezen op de sleutelpositie die zij hierin kunnen vervullen. Kinderhulp
roept op om duidelijke voorlichting te geven aan werkende ouders dat ook zij in aanmerking
komen voor gemeentelijke (kind)regelingen. In de aanpak wordt ingezet op het tegengaan
van niet-gebruik van regelingen onder werkenden waarbij ook de gemeentelijke regelingen
worden meegenomen. Ook wordt ingezet op het creëren van inzicht in de opbrengsten
van meer uren werk, en loopbaan en ontwikkeling.
Werkenden die leven in armoede zijn vaker aan het werk in bepaalde sectoren, waar
de schoonmaakbranche er één van is. Zo wordt er binnen de Rijksschoonmaakorganisatie
een pilot ontwikkeld om werkenden met geldzorgen naar de juiste hulp te begeleiden
en het niet-gebruik van regelingen tegen te gaan. Samen met werkgevers, brancheorganisaties,
stichtingen en kennisinstellingen wordt gekeken hoe er daarnaast afspraken gemaakt
kunnen worden met werkgevers in deze branche over hun rol bij geldzorgen en de te
bieden ondersteuning. Ook wordt een aanpak via de arbeidsmarktregio’s onderzocht.
Hulp via informele organisaties
Het rapport van Kinderhulp laat ook een groeiende afhankelijkheid van (informele)
organisaties zien. Het merendeel van de hulpverlenende instanties geeft aan dat er
meer gezinnen aankloppen voor hulp. Naast Kinderhulp zien ook andere informele routes
meer hulpvragers. Zo is het aantal mensen dat in 2025 een inlooppunt met vrijwilligers
heeft bezocht om geldvragen te stellen toegenomen. Het aantal mensen dat geholpen
is via langere trajecten met vrijwilligers aan de keukentafel is ook gestegen. Ook
zag Geldfit een stijging van het aantal bezoekers op de website en hun bellijn. Dit
kan overigens ook betekenen dat meer mensen deze laagdrempelige hulproutes weten te
vinden. SZW stimuleert dat via subsidies aan bijvoorbeeld de Alliantie Vrijwillige
Schuldhulp, aan Geldfit.
Ook doet SZW samen met Geldfit mediacampagnes zoals «laat geen geld liggen», om mensen
te attenderen op regelingen waar zij mogelijk recht op hebben zoals via een potjescheck.
In aanvulling zet het Ministerie van SZW in op het zo vroeg mogelijk bereiken van
mensen met geldzorgen, en (beginnende) schulden op plaatsen waar mensen van nature
al komen zoals de huisarts, geboortezorg, apotheek, ervaringsdeskundigen en sleutelpersonen,
scholen, en sociaal werk. Het gaat daarbij om het signaleren, bespreekbaar maken,
en weten hoe mensen warm door te verwijzen naar laagdrempelige financiële hulp. Een
landelijk dekkend netwerk van financiële dienstverlening is daarbij van belang. Hierbij
wordt de koppeling gemaakt met sociaaljuridische en andere overheidsbrede dienstverlening.
Dit gebeurt in nauwe samenwerking met JenV, BZK en VNG. Er zijn al ruim 20.000 vrijwilligers
actief om mensen aan de keukentafel te helpen, en 170 inlooppunten waar mensen terecht
kunnen met allerlei vragen over geldzorgen, levensgebeurtenissen, het aanvragen van
regelingen, moeilijke brieven, etc.
Kindgericht beleid
Gemeenten en ministeries werken dagelijks aan het versterken van gezinnen en het vergroten
van kansen voor kinderen. Toch zien we dat interventies en programma’s niet altijd
tot de beoogde resultaten leiden. Vaak ligt dat niet aan de inzet zelf, maar aan de
manier waarop we samenwerken – of juist niet samenwerken. Daar willen we wat aan doen.
Dit doen we als gezamenlijke departementen in het sociaal domein samen met gemeenten,
uitvoerende instellingen, het maatschappelijk middenveld en inwoners.
Vereenvoudiging gemeentelijk armoedebeleid
Kinderhulp constateert dat inkomensregelingen per gemeente verschillen, waardoor het
kan uitmaken wat je voor ondersteuning of voorzieningen kan krijgen. In overleg met
gemeenten werken we aan vereenvoudiging en een basisniveau van aanvullende gemeentelijke
regelingen, zodat je kan rondkomen ongeacht je postcode. Dit maakt voor mensen het
aanbod en de aanvraag van regelingen overzichtelijker. Armoede-, schulden- en re-integratiebeleid
van gemeenten wordt hierbij ook meer geüniformeerd.
Opheffen voorbehoud op artikel 26 kinderrechtenverdrag IVRK
Het Koninkrijk der Nederlanden heeft het Internationaal Verdrag inzake de Rechten
van het Kind (IVRK) ondertekend en geratificeerd, maar bij de ratificatie een voorbehoud
gemaakt op artikel 26, dat het recht van ieder kind op sociale zekerheid en financiële
ondersteuning betreft. Het vorige kabinet heeft besloten om dit voorbehoud in te trekken.
Het intrekken van het voorbehoud is een positief signaal richting kinderen wiens ouders
niet kunnen voorzien in hun onderhoud. Het voornemen om het voorbehoud voor Nederland
in te trekken, dient door het parlement te worden goedgekeurd.
Belang van financiële educatie
Kinderhulp benadrukt in haar rapport het belang van financiële educatie om kansengelijkheid
van kinderen en jongeren te vergroten. Bij het terugdringen van geldzorgen, armoede
en schulden zet het kabinet ook in op de preventie van geldzorgen. Het is niet vanzelfsprekend
dat alle kinderen en jongeren financiële vaardigheden vanuit huis meekrijgen.
Niet alle ouders zijn in staat om kinderen hier de juiste basis in mee te geven7. Door het aanleren van financiële competenties en goede voorlichting van jongs af
aan, in alle levensfases en dichtbij, om de juiste/gezonde financiële keuzes te kunnen
maken, zijn zij beter voorbereid op een zelfstandig maatschappelijk leven.8 Eén van de huidige beleidsmaatregelen is de «Subsidieregeling financiële educatie
voor onderwijsinstellingen» (voor het middelbaar beroepsonderwijs, voortgezet onderwijs
en het primair onderwijs). Met deze subsidie worden scholen financieel in staat gesteld
om leerkrachten en docenten te trainen op het integreren en inbedden van financiële
educatie in het onderwijsprogramma, het bieden van persoonlijke financiële begeleiding
aan leerlingen met geldzorgen én het betrekken van ouders bij de financiële opvoeding
van hun kinderen.
Betaalbaarheid openbaar vervoer
Voor kinderen die opgroeien in gezinnen met een laag inkomen kan het ov te duur zijn.
In verschillende gemeenten (o.a. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) bestaan
regelingen waarmee kinderen gratis in het stedelijke of regionale ov kunnen reizen
en NS biedt gratis reizen voor kinderen tot 12 jaar. NS biedt jongeren een gratis
abonnement waarmee in de daluren met 40% korting gereisd kan worden. Daarnaast is
NS recentelijk samen met de gemeente Amersfoort een proef gestart met een treinpas
voor mensen met een laag inkomen.9 De resultaten wil NS gebruiken om te onderzoeken hoe een reispas voor inwoners met
een laag inkomen verder ontwikkeld kan worden, in samenwerking met landelijke, regionale
en lokale overheden.
Het kabinet wil tot slot benadrukken dat het van belang is om de ontwikkelingen bij
maatschappelijke organisaties en armoedefondsen te blijven volgen. Het Ministerie
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijft daarom de komende tijd in gesprek met
onder andere de partijen verenigd binnen Sam& voor alle Kinderen, om op de hoogte
te blijven van de landelijke en lokale ontwikkelingen die zij binnen hun hulpverlening
signaleren.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
Indieners
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid