Brief regering : Reactie op het krantenartikel 'Rijkswaterstaat stopt met asfalteren in Noord-Nederland, want het geld is op: radicaal besluit leidt tot geschokte reacties'
36 800 A Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
Nr. 62
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 juni 2026
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft verzocht om een schriftelijke
reactie op het krantenartikel «Rijkswaterstaat stopt met asfalteren in Noord-Nederland,
want het geld is op: radicaal besluit leidt tot geschokte reacties» (De Telegraaf,
10 juni 2026). Daarbij wordt gevraagd ook duiding te geven over het, nog door de Kamer
te ontvangen, afwegingskader van de herprioritering in relatie tot de inhoud uit dit
krantenartikel. Met deze brief wordt aan dit verzoek voldaan.
Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud, vervanging en renovatie
en nieuwbouw van het hoofdwegennet, het hoofdvaarwegennet en het hoofdwatersysteem.
Daartoe maakt zij een meerjarige programmering van de werkzaamheden en voert deze
vervolgens samen met de markt uit.
Het uitstellen van werkzaamheden door te schuiven in de programmering is niet nieuw,
dit doet Rijkswaterstaat vaker. Dat kan zijn omdat werkzaamheden beter gecombineerd
uitgevoerd kunnen worden met andere werkzaamheden, omdat er geen/onvoldoende capaciteit
is, of omdat er onvoldoende budget is. Dan loopt het uitgestelde onderhoud op. Om
het uitgestelde onderhoud in te kunnen lopen, heeft Rijkswaterstaat gewerkt aan een
hogere planning. In de jaarlijkse verantwoordingsrapportage geeft het ministerie inzicht
in de omvang van het uitgestelde onderhoud. Eind 2025 stond dit op circa € 2,5 mld.
De tekorten op de instandhoudingsopgave maken onderdeel uit van de grote financiële
opgave op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds. Daarover is de Tweede Kamer op 16 maart
jl. geïnformeerd. Zo kan Rijkswaterstaat op dit moment de benodigde vernieuwingsprojecten
alleen nog starten door de uitvoering van andere noodzakelijke vernieuwingsprojecten
te vertragen of uit te stellen. Ook is gemeld dat voor exploitatie en onderhoud Rijkswaterstaat
nu al scherpe keuzes moet maken en werkzaamheden in tijd naar achteren moet schuiven
om binnen de financiële kaders te blijven voor 2026–2030. Het voorlopig stopzetten
van de aanbesteding van het groot onderhoud aan wegen in Groningen, Friesland en Drenthe
in de jaren 2027–2028 is hier een concreet voorbeeld van. Eerder dit jaar heeft Rijkswaterstaat
ook groot onderhoud op de A12 stopgezet en het werk naar achteren geschoven. De veiligheid
is door het uitstellen van het onderhoud niet in het geding en er is daarom geen sprake
vansnelheidverlagende maatregelen en afsluitingen. Daar waar de veiligheid wel in
het geding is neemt Rijkswaterstaat altijd de noodzakelijke maatregelen. De werkzaamheden
die in uitvoering zijn gaan gewoon door.
In de brief van 16 maart jl. is geconcludeerd dat deze grote opgave het noodzakelijk
maakt om over de volle breedte van de opgaven, het MIRT en de fondsen, te prioriteren
(Kamerstuk 36 800 A, nr. 39). De uitgestelde werkzaamheden worden meegenomen in deze grote herprioritering. Daarmee
willen we de basis van onze infrastructuur de komende jaren weer op orde krijgen.
Zo werken we aan een stevig fundament voor de bereikbaarheid en de economie van ons
land, waar we daarna op verder kunnen bouwen. Dit is in lijn met infrastructuur in
lijn met het Coalitieakkoord waarin de prioritering erop is gericht de prioritaire inspanning te richten
op instandhouding.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Indieners
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat