Brief regering : Fiche: Mededeling Versterken van de Europese Kindergarantie
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4376
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 juni 2026
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij vier fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche 1: Raadsaanbeveling woonuitsluiting (Kamerstuk 22 112, nr. 4373)
Fiche 2: Mededeling Versterking van de strategie voor de rechten van personen met
een handicap tot 2030 (Kamerstuk 22 112, nr. 4374)
Fiche 3: Mededeling Europese Anti-Armoede Strategie (Kamerstuk 22 112, nr. 4375)
Fiche 4: Mededeling Versterken van de Europese Kindergarantie
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Fiche 4: Mededeling Versterken van de Europese Kindergarantie
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
Mededeling van de Europese Commissie aan het Europese Parlement, de Raad, het Europees
Economisch Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: De vicieuze cirkel van kinderarmoede
doorbreken – versterking van de Europese Kindergarantie
b) Datum ontvangst Commissiedocument
6 mei 2026
c) Nr. Commissiedocument
COM (2026) 539
d) EUR-Lex
EUR-Lex - 52026DC0539 - EN - EUR-Lex
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie
N.v.t.
f) Behandelingstraject Raad
Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid
2. Essentie voorstel
Op 6 mei 2026 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie) het Sociaal Pakket gepubliceerd.1 Onderdeel hiervan is de mededeling voor het versterken van de Europese Kindergarantie2 (hierna: Kindergarantie). De mededeling kijkt naar de specifieke oorzaken van kinderarmoede
en stelt aanvullende maatregelen voor om kinderarmoede effectief aan te pakken. Er
wordt uiteengezet hoe de huidige Kindergarantie versterkt kan worden, aangezien de
Commissie van mening is dat de Kindergarantie in de huidige vorm niet alle oorzaken
en gevolgen van armoede kan wegnemen. Dit vraagt volgens de Commissie om een geïntegreerd
beleidskader waarbinnen de ontwikkeling van kinderen die baat hebben bij de Kindergarantie
wordt gevolgd.
De mededeling bestaat uit drie pijlers. De eerste pijler concentreert zich op het
ondersteunen van gezinnen met kinderen bij de bredere uitdagingen waar zij tegenaan
lopen. Deze bredere uitdagingen worden uiteengezet in de Europese Anti-Armoede Strategie
die eveneens onderdeel vormt van het Sociaal Pakket.
De mededeling stelt dat kwalitatief werk de meest effectieve weg uit armoede is. Ondersteuning
bij het vinden van werk, o.a. door middel van toegang tot voorschoolse educatie en
kinderopvang, is daarbij essentieel. Zoals ook aangekondigd in de Anti-Armoede Strategie,
lanceert de Commissie in 2026 een consultatie met sociale partners met daarin mogelijke
acties voor de EU om mensen die buiten de arbeidsmarkt staan naar werk te stimuleren,
onder meer via betere toegang tot kinderopvang en voorschoolse educatie.
Naast ondersteuning van ouders bij het vinden van werk, benadrukt de mededeling dat
het essentieel is dat ouders toegang hebben tot passende inkomensondersteuning. In
2027 zal de Commissie een aanbeveling publiceren om de efficiëntie van kindgerelateerde
regelingen te verbeteren, met aandacht voor toereikendheid, dekking en gebruik. Hierbij
wordt er ook gekeken naar manieren die ervoor zorgen dat deze middelen ook echt ingezet
worden voor het welzijn van het kind.
De tweede pijler van de mededeling heeft betrekking op het versterken van de impact
van de Kindergarantie.3 De mededeling stelt dat de Kindergarantie landen dient te ondersteunen naar een samenhangend,
kindgericht systeem, dat elk kind ondersteuning op maat biedt. Dit vereist ondersteuning
en mentorschap; digitale oplossingen om bureaucratische silo’s te doorbreken zodat
kinderen gemakkelijk van ondersteuning kunnen profiteren, en verlengde trajecten naar
vroege volwassenheid, zodat kwetsbare jongeren niet verloren raken in de overgang
van kinder- naar jeugdhulpverlening. De Commissie benadrukt het belang van uitbreiding
van onder andere mentorprogramma’s en counseling interventies, dit wordt een integraal
onderdeel van de aankomende Docenten agenda.
De mededeling benadrukt daarnaast dat eenzaamheid en depressie steeds vaker voor komen
en kinderen in een kwetsbare situatie disproportioneel worden geraakt. De Commissie
steunt UNICEF met een pilot voor een toolkit voor kinderen en jongeren om gezondheid en mentaal welzijn te bevorderen.
De Commissie zal de komende anderhalf jaar onder meer de Guidelines voor curriculum en pedagogische ontwikkeling binnen de kinderopvang4 presenteren, alsmede een richtinggevend document ter ondersteuning van sociale inclusie
van Roma kinderen. Daarnaast zal ook een aantal call for proposals worden gepresenteerd, zoals de oproep van Horizon voor innovatieve oplossingen in
voorschoolse educatie en kinderopvang, de ESF5 oproep voor versterking van de kindergarantie en voor projecten die zich richten
op cultuur en sport als instrument voor sociale inclusie.
Ook zal de Commissie een pilot uitvoeren om een nieuw digitaal kader voor een Europese
kindergarantiekaart te testen en te ontwikkelen. De kaart zal toegang tot integrale
ondersteuning faciliteren voor kinderen die dat nodig hebben. Kinderen die in armoede
opgroeien zijn extra kwetsbaar voor verantwoordelijkheden die op hen afkomen als ze
volwassen worden en voor bedreigingen zowel online als offline. De Commissie vindt
het essentieel om de kloof tussen ondersteuningssystemen voor kinderen en jongeren
te overbruggen. In dit kader wordt een toolkit ontwikkeld voor een sterkere synergie tussen de Kindergarantie en de Jeugdgarantie.
De derde pijler van de mededeling heeft betrekking op de governance, monitoring en financiering, die nodig zijn om de impact van acties om kinderarmoede
te bestrijden in de hele EU te vergroten. De Commissie zal een overzicht met best practices presenteren om nationale, regionale en lokale overheden te ondersteunen bij het opschalen
van hervormingen en investeringen. Voor extra financiële ondersteuning, naast de beschikbare
Europese fondsen en de samenwerking met investeringsbanken, zal de Commissie samenwerken
met en ondersteuning bieden aan filantropische organisaties en maatschappelijk verantwoordelijke
ondernemers in de Coalitie Tegen Armoede. Ook zal de Commissie een ESF+-oproep lanceren
voor projecten die de nationale governance en beleid versterken.
De Commissie benadrukt dat regio’s en gemeenten veelal verantwoordelijk zijn voor
de uitvoering van (kinder)armoede beleid. Zoals ook aangekondigd in de Anti-Armoede
Strategie, zal de Commissie daarom samen met het Europees Comité van de Regio’s in
2026 een gezamenlijk actieplan opzetten en werken aan de lancering van een «EU-Prijs
voor Sociale Inclusie». Bovendien zullen de Commissie en het Europees Economisch en
Sociaal Comité eind 2026 een samenwerkingsovereenkomst sluiten, voortbouwend op het
bestaande kader voor deskundig advies, en good practices uitwisselen om armoede, waaronder kinderarmoede, aan te pakken.
3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Op 31 maart 2022 is de Tweede Kamer geïnformeerd over het Nationale plan Kindergarantie,
waarmee het kabinet invulling geeft aan de Raadsaanbeveling over de Europese kindergarantie.6 Het hoofddoel van de Kindergarantie is het doorbreken van de intergenerationele cycli
van armoede en achterstand, zodat alle kinderen een goed leven kunnen leiden. Hiervoor
is domeinoverstijgende samenwerking essentieel. Het Nationale plan Kindergarantie
biedt inzicht in bestaand en nieuw beleid op specifieke terreinen, gericht op het
tegengaan van kinderarmoede en het bevorderen van het welzijn van kinderen. Via de
voortgangsrapportage, die op 10 maart 20267 naar de Kamer is gestuurd, wordt de voortgang die is geboekt op de vijf verschillende
domeinen van de kindergarantie belicht: kinderopvang en voorschoolse educatie, onderwijs,
zorg, voeding en huisvesting.
Daarnaast is in het Nationaal Programma Armoede en Schulden (NPAS) expliciet aandacht
voor kinderen en jongeren. Zo is er een subsidieregeling voor financiële educatie,
schoolmaaltijden, wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een integrale aanpak voor
gezinnen in een kwetsbare positie en krijgen gemeenten en maatschappelijke organisaties
geld voor het ondersteunen van kinderen in een kwetsbare positie.
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet verwelkomt de mededeling over de versterking van de Kindergarantie. Het
kabinet ziet de Kindergarantie als een waardevol instrument om samenhangend beleid
te ontwikkelen, rekening houdend met het multidimensionale karakter van armoede. Het
kabinet kijkt uit naar de aangekondigde voorstellen die genoemd staan in de mededeling.
Deze voorstellen zal het kabinet na publicatie appreciëren waarna uw Kamer hierover
zal worden geïnformeerd. Het kabinet mist in de mededeling nog aandacht voor het belang
van financiële educatie door de gehele levenscyclus en zal hier in aanloop naar de
publicatie van de aangekondigde voorstellen aandacht voor vragen.
Het kabinet kijkt uit naar de aanbeveling van de Commissie om de efficiëntie van kindgerelateerde
regelingen te verbeteren. Het kabinet werkt aan een kindregeling die meer eenvoud
en zekerheid moet bieden aan gezinnen. De kinderbijslag en het kindgebonden budget
worden samengevoegd tot één nieuwe regeling met één wettelijk kader binnen het sociale
zekerheidsstelsel. De komende jaren werkt het kabinet deze nieuwe regeling verder
uit.
Het kabinet onderschrijft dat werk de beste manier uit armoede is en het dus essentieel
is om ouders te ondersteunen bij het zetten van stappen naar (meer of beter) betaald
werk. Dit gebeurt o.a. door ouders in staat te stellen werk te combineren met de zorg
voor hun kinderen. Voor de ontwikkeling van kinderen is deelname aan voorschoolse
educatie en kinderopvang eveneens essentieel. Het kabinet ziet gelijke kansen op de
arbeidsmarkt en het leiden van mensen naar werk als een belangrijk aandachtspunt,
en kijkt uit naar de consultatie die de Commissie hierover zal starten met sociale
partners. Ook onderschrijft het kabinet het belang van kinderopvang voor gezinnen
waarin de ouders niet werken, maar door sociaal medische problematiek niet in staat
zijn de zorg voor hun kinderen (volledig) te dragen.
Het kabinet steunt de oproep van de Commissie om via Horizon innovatieve oplossingen
te ontwikkelen voor verbetering van vroegschoolse educatie en kinderopvang, en ziet
de curriculum- en pedagogische richtsnoeren met belangstelling tegemoet. Het is belangrijk
dat kinderen al vanaf de geboorte voldoende en kwalitatief gestimuleerd worden in
hun ontwikkeling. Kwalitatief goede kinderopvang en vroegschoolse educatie dragen
bij aan de ontwikkeling van kinderen en het terugdringen van onderwijsachterstanden.
Daarom onderschrijft het kabinet het belang van investeren in het jonge kind. Naast
de bovengenoemde aandacht voor en investeringen in kinderopvang, stelt het kabinet
ook jaarlijks zo’n 600 miljoen euro beschikbaar aan gemeenten voor het aanbieden van
voorschoolse educatie.
Het kabinet volgt met interesse de ontwikkelingen rond mentorprogramma’s en counselinginterventies.
Gemeenten zijn ervoor verantwoordelijk te bepalen welke kinderen baat hebben bij voorschoolse
educatie en ervoor te zorgen dat deze kinderen ook daadwerkelijk gaan deelnemen aan
voorschoolse educatie. Daarnaast kunnen scholen de komende jaren subsidie aanvragen
voor een zogenoemde «brugfunctionaris». Dat is iemand die op school laagdrempelig
bereikbaar is voor het gezin, om vroegtijdig hulp bij vragen en zorgen te krijgen,
ook als die niet direct met onderwijs te maken hebben.
Het kabinet vindt het verstandig om de Kindergarantie en Jeugdgarantie nauwer met
elkaar te verbinden, en verwelkomt dan ook de aankondiging voor een toolkit als instrument hiervoor. Daarnaast is het kabinet benieuwd naar de toolkit die Unicef
gaat ontwikkelen.
Het kabinet kijkt uit naar de voorstellen van de Commissie die zien op de adequate
financiering, zoals het ondersteunen van de Coalitie Tegen Armoede, alsmede de versterking
van nationale governance raamwerken, waaronder het actieplan met het Europees Comité van de Regio’s, de samenwerkingsovereenkomst
met het Europees Economisch en Sociaal Comité, de EU-Prijs voor Sociale Inclusie en
de pilot voor de Europese Kindergarantiekaart. Ook erkent het kabinet het belang van
sociale inclusie, ook voor Roma kinderen, en de ESF oproep voor de versterking van
de Kindergarantie en projecten die zich richten op cultuur en sport. Het kabinet ziet
dan ook graag het overzicht met good practices vanuit de Commissie tegemoet.
c) Eerste inschatting van krachtenveld
Naar verwachting zullen veel lidstaten de doelstellingen uit de mededeling onderschrijven.
Lidstaten hebben zich eerder gecommitteerd aan de EU-doelstelling om in 2030 het aantal
mensen dat risico loopt op armoede of sociale uitsluiting met minstens 15 miljoen
te verminderen, waaronder minstens 5 miljoen kinderen.
Een deel van het Europees Parlement (EP) ziet de Europese Kindergarantie als belangrijkste
instrument om ervoor te zorgen dat kinderen in nood gratis en effectief toegang hebben
tot essentiële diensten voor hun ontwikkeling. Het EP heeft in de loop der jaren verschillende
resoluties en rapporten aangenomen over kinderarmoede en heeft sinds 2018 een Coördinator
voor kinderrechten.
4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële
gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a) Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft betrekking op sociaal-
en werkgelegenheidsterrein. Op het terrein van sociaal beleid is sprake van een gedeelde
bevoegdheid tussen de EU en de lidstaten (artikel 4, lid 2, sub b VWEU). Op het terrein
van de coördinatie van het werkgelegenheidsbeleid is sprake van een aanvullende bevoegdheid
van de EU (artikel 5, lid 2, VWEU).
b) Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de subsidiariteit is positief. De
mededeling heeft tot doel om de Kindergarantie te versterken en kinderarmoede binnen
de EU effectief aan te pakken.
Het opgroeien in armoede heeft langdurige en ernstige consequenties; iemand die opgroeit
in armoede, heeft bijna dubbel zoveel kans om in armoede te leven op volwassen leeftijd.
Armoede en sociale uitsluiting onder kinderen heeft daarmee impact op de opwaartse
sociaaleconomische convergentie tussen de lidstaten van de Unie. Het doorbreken van
de vicieuze cirkel is lastig en rechtvaardigt een aanpak op Unieniveau. Het is bovendien
een gedeelde uitdaging. Het kabinet ziet daarom meerwaarde in optreden op EU-niveau,
omdat dit lidstaten kan ondersteunen bij hun inspanningen om armoede onder kinderen
effectief te bestrijden.
c) Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de proportionaliteit is positief.
De mededeling heeft tot doel om de Kindergarantie te versterken en kinderarmoede binnen
de EU effectief aan te pakken. Het voorgestelde optreden is geschikt om deze doelstelling
te bereiken, omdat een geïntegreerd beleidskader concrete handvaten kan bieden voor
effectief beleid. Ook biedt het voorstel ruimte voor een gedifferentieerde aanpak
in lijn met specifieke nationale, regionale of lokale situatie in de lidstaten. Daarmee
gaat het voorstel niet verder dan noodzakelijk.
d) Financiële gevolgen
Er zijn geen directe gevolgen voor de Rijksbegroting en geen consequenties voor de
EU-begroting voorzien uit de navolging van deze mededeling.
Voor de EU-begroting zijn er geen directe financiële gevolgen. Voor zover aanvullende
middelen nodig zijn, kunnen lidstaten gebruik maken van bestaande EU-financieringsinstrumenten.
Eventuele financiële consequenties worden ingepast op de begroting van de beleidsverantwoordelijke
departementen, conform de regels van de budgetdiscipline. Indien er gevolgen zijn
voor de EU-begroting, is het kabinet van mening dat de benodigde EU-middelen gevonden
dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting
2021–2027 en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting.
Het kabinet wil niet vooruitlopen op de integrale afweging van middelen na 2027.
e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
De mededeling bevat als zodanig geen nieuwe wet- en regelgeving. Deze mededeling heeft
daarmee geen effect op de regeldruk. De mededeling heeft geen directe gevolgen voor
het Europese concurrentievermogen en/of geopolitieke aspecten.
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken