Brief regering : Fiche: Mededeling Versterking van de strategie voor de rechten van personen met een handicap tot 2030
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4374
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 juni 2026
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij vier fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche 1: Raadsaanbeveling woonuitsluiting (Kamerstuk 22 112, nr. 4373)
Fiche 2: Mededeling Versterking van de strategie voor de rechten van personen met
een handicap tot 2030
Fiche 3: Mededeling Europese Anti-Armoede Strategie (Kamerstuk 22 112, nr. 4375)
Fiche 4: Mededeling Versterken van de Europese Kindergarantie (Kamerstuk 22 112, nr. 4376)
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Fiche 2: Mededeling Versterking van de strategie voor de rechten van personen met
een handicap tot 2030
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH
EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Versterking van de strategie voor de
rechten van personen met een handicap tot 2030
b) Datum ontvangst Commissiedocument
6 mei 2026
c) Nr. Commissiedocument
COM(2026) 541
d) EUR-Lex
EUR-Lex - 52026DC0541 - EN - EUR-Lex
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie
SWD(2026) 773
f) Behandelingstraject Raad
Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (EPSCO)
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
2. Essentie voorstel
Op 6 mei publiceerde de Europese Commissie (hierna: Commissie) het Sociaal Pakket.1
Onderdeel hiervan is het voorstel van de Commissie voor de versterking van de Europese
strategie voor de rechten van personen met een handicap 2021–2030. Circa 90 miljoen
personen met een beperking leven in de Europese Unie (hierna: EU) en hebben te maken
met fysieke, digitale, sociale en institutionele barrières die hun gelijke deelname
aan de samenleving belemmeren. Het doel van de strategie is om de rechten van personen
met een beperking in de EU te bevorderen en hen te ondersteunen bij het bereiken van
gelijke kansen en toegang tot de samenleving en de economie. Hoewel de doelstellingen
van de bestaande strategie ongewijzigd blijven, constateert de Commissie dat aanvullende
maatregelen nodig zijn om deze doelen uiterlijk in 2030 te realiseren.
De Commissie versterkt daarom de strategie om de EU en haar lidstaten te begeleiden
bij hun gezamenlijke inzet om de inclusie van personen met een beperking tot 2030
te verbeteren. De geplande maatregelen omvatten onder meer vlaggenschipinitiatieven
die het mogelijk maken de inspanningen te concentreren op belangrijke thema's. Het
intensiveren van de samenwerking met de lidstaten, onder meer door het gebruik van
EU-middelen, maakt deel uit van deze hernieuwde verbintenis. Echter, concrete financiële
toekenningen (aan lidstaten) zijn nog niet vastgelegd.
Op het terrein van toegankelijkheid constateert de Commissie dat er ondanks bestaande
wetgeving nog veel drempels bestaan voor mensen met een beperking. Daarom wil de Commissie
de uitvoering van EU-regels, zoals de Europese Toegankelijkheidsrichtlijn en regels
voor digitale toegankelijkheid, versterken. Ook wordt ingezet op toegankelijk gebruik
van kunstmatige intelligentie (AI) en ondersteunende technologieën. Hiervoor komt
een vlaggenschipinitiatief om de beschikbaarheid, toegankelijkheid en betaalbaarheid
van ondersteunde technologieën en AI-toepassingen voor personen met een beperking
te verbeteren. Daarnaast wil de Commissie de vervoersmogelijkheden voor personen met
een beperking verbeteren. Het doel is dat mensen met een beperking zelfstandiger,
veiliger en comfortabeler kunnen reizen met trein, auto, schip en vliegtuig, o.a.
door laadpunten van elektrische voertuigen toegankelijker te maken en de toegankelijkheid
van passagiersschepen te verbeteren. Daarnaast richten maatregelen zich op toegankelijke
productinformatie, consumentenbescherming en inclusieve digitale en fysieke diensten.
Verder wil de Commissie dat bij openbare aanbestedingen de verplichting wordt opgenomen
om toegankelijke goederen en diensten in te kopen.
De Commissie wil ervoor zorgen dat personen met een beperking zich vrijer binnen de
EU kunnen bewegen en volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving, onder meer door
betere toegang tot hun rechten, diensten en democratische processen. Verder is de
Commissie van plan om administratieve barrières te verminderen en samenwerking tussen
lidstaten te verbeteren, onder meer door kennisuitwisseling over de beoordeling of
iemand een beperking heeft of niet. De Commissie kondigt de EU-brede uitrol van de
European Disability Card en de Europese gehandicaptenparkeerkaart aan. Daarnaast wil de Commissie belemmeringen
wegnemen op het gebied van toegankelijk stemmen, verkiezingsinformatie, digitale overheidsdiensten
en deelname aan verkiezingen als kandidaat.
De Commissie heeft het voornemen om de levenskwaliteit en zelfstandigheid van personen
met een beperking te verbeteren door meer inclusie, betere ondersteuning en gelijke
kansen te creëren. De commissie wil onder andere inzetten op dat mensen met een beperking
niet meer in (grote) instellingen wonen en leven, maar zoveel mogelijk deelnemen aan
de samenleving door zelfstandig of kleinschalig te wonen (deïnstutionalisering). Via
het vlaggenschipinitiatief EU alliance for independent living stimuleert de Commissie samenwerking tussen lidstaten en stakeholders, monitort zij
de voortgang van deïnstitutionalisering en ondersteunt zij de oprichting van centra
voor zelfstandig wonen met EU-financiering. Daarnaast wil de Commissie investeren
in toegankelijke gemeenschapsgerichte ondersteuning en innovatieve oplossingen voor
zelfstandig leven.
Ook wil de Commissie de arbeidsparticipatie van personen met een beperking vergroten,
omdat hun werkgelegenheid aanzienlijk lager ligt dan het gemiddelde in de EU. Daarbij
richt zij zich op het bestrijden van discriminatie, het verbeteren van redelijke aanpassingen
op de werkvloer en het ondersteunen van de overgang van onderwijs naar werk.
Zo worden er aanvullende maatregelen aangekondigd binnen het Disability Employment Package, waaronder richtlijnen over redelijke aanpassingen op de werkvloer, gebruik van AI
en ondersteuning van jongeren en vrouwen met een beperking. De Commissie zal samen
met de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) een kosten-batenanalyse
maken van het bevorderen van werkgelegenheid voor mensen met een beperking. Verder
zal de Commissie samenwerken met het Comité voor de Werkgelegenheid (EMCO) en het
Comité voor Sociale Bescherming (SPC) bij het vaststellen van nationale streefcijfers
om de werkgelegenheid van personen met een beperking te verhogen. Daarnaast wil de
Commissie onderzoeken hoe arbeidsomstandigheden en veiligheid van werknemers met een
beperking beter beschermd kunnen worden.
De Commissie wil daarnaast armoede en sociale uitsluiting onder personen met een beperking
terugdringen door sociale bescherming te verbeteren en de extra kosten van leven met
een beperking beter in kaart te brengen. De afhankelijkheid van energie speelt daarbij
een belangrijke rol. Woon- en energiebeleid moeten daarom de behoeften van personen
met een beperking integreren om hen een fatsoenlijke levenskwaliteit te bieden. Dit
beleid dient in overeenstemming te zijn met de doelstellingen van een eerlijke en
schone energietransitie en het bestrijden van huisvestingsuitsluiting De Commissie
zet in op betaalbare en toegankelijke huisvesting, onder andere door toegankelijkheid
mee te nemen in renovatie- en energiebeleid en goede voorbeelden binnen de EU te verspreiden.
Daarnaast zal zij een specifiek rapport uitbrengen dat inzicht geeft in de huisvestingsomstandigheden
van personen met een handicap in de hele EU.
Ook stelt de Commissie maatregelen voor om gelijke toegang en non-discriminatie te
versterken. De Commissie wil drempels wegnemen die nog steeds bestaan op het gebied
van onderwijs, zorg, toegang tot de rechter, rechtsbescherming, veiligheid en maatschappelijke
participatie.
Er wordt gewerkt aan een meer inclusief onderwijssysteem dat vanaf de vroege kinderjaren
tot en met het hoger onderwijs ondersteuning biedt. Met het vlaggenschipinitiatief
Disability-inclusive lifelong learning wil de Commissie onder andere richtlijnen ontwikkelen voor vroegtijdige educatieve
ondersteuning, beleidskaders voor inclusieve scholen in 2026, verbeteringen in de
toegankelijkheid van hoger onderwijs in 2027 en een evaluatie van inclusie in 2028.
Ook digitale onderwijsontwikkeling moet toegankelijk worden gemaakt, met aandacht
voor inclusieve technologie en ethisch gebruik van AI.
In de gezondheidszorg wil de Commissie dat beleid expliciet rekening houdt met de
behoeften van personen met een beperking. Via richtlijnen en Europese programma’s
wordt ingezet op betere toegang tot zorg, zoals bij kanker, zeldzame ziekten en mentale
gezondheid. Innovatie en regelgeving moeten bijdragen aan toegankelijkere en meer
gelijke gezondheidszorg.
Verder benadrukt de Commissie dat discriminatie vaak meerdere vormen aanneemt, waarbij
beperking samen kan gaan met bijvoorbeeld gender, leeftijd of etnische achtergrond.
Daarom worden EU-strategieën op het gebied van gendergelijkheid, LGBTIQ+ en antidiscriminatie
beter op elkaar afgestemd, met specifieke aandacht voor kwetsbare groepen.
Op het gebied van gelijke toegang tot de rechter, rechtsbescherming en veiligheid
wil de Commissie drempels voor toegang tot het recht wegnemen. Dit omvat toegankelijke
procedures, betere bescherming van slachtoffers met een beperking en training van
juridische professionals. Nieuwe richtlijnen en wetgeving moeten ervoor zorgen dat
personen met een beperking volwaardig kunnen deelnemen aan rechtszaken en beter beschermd
worden tegen geweld, haat en misbruik. Ook in crisis- en rampenbeheer erkent de Commissie
dat personen met een beperking extra kwetsbaar zijn. Met het vlaggenschipinitiatief
Prepared for anything, prepared for everyone streeft de Commissie ernaar om rampenparaatheid en crisisbeheer beter aan te passen
aan de behoeften van mensen met een beperking.
De Commissie richt zich tevens op gelijke toegang tot cultuur, sport, reizen en vrije
tijd. Door drempels weg te nemen en toegankelijkheid te verbeteren wil zij maatschappelijke
participatie vergroten, onder meer via EU-programma’s voor jongeren en initiatieven
in sport en cultuur.
De Commissie wil wereldwijd de rechten van personen met een beperking versterken en
de inclusie van personen met een beperking sterker integreren in haar externe beleid
en investeringen, onder meer via het Global Gateway-programma. Daarbij wordt ingezet op toegankelijke infrastructuurprojecten, ook in
post-conflict wederopbouw en herstel. Specifiek voor Oekraïne wordt het vlaggenschipinitiatief
«Nothing about us, without us» in Ukraine’s reconstruction aangekondigd om wederopbouw toegankelijk en inclusief vorm te geven, met betrokkenheid
van organisaties van mensen met een beperking. De Commissie blijft de mate van inclusie
monitoren via rapportage en het gebruik van de OECD DAC Disability Marker, waarmee wordt bijgehouden in hoeverre EU-ontwikkelingsprojecten inclusief zijn.
De Commissie vindt het belangrijk om zelf het goede voorbeeld te geven als werkgever
door inclusie en toegankelijkheid voor personen met een beperking structureel te versterken.
Belangrijke maatregelen zijn het vergroten van de deelname van personen met een beperking
in stages binnen de Blue Book traineeships, het verbeteren van de toegankelijkheid van selectieprocedures en het versterken
van werving en ondersteuning van divers talent.
Daarnaast investeert de Commissie in een meer toegankelijke werkomgeving, met een
nieuw digitaal toegankelijkheidsactieplan (2026–2030) en een meerjarig plan voor toegankelijke
gebouwen en infrastructuur.
Naast intern beleid zet de Commissie ook in op bewustwording en cultuurverandering,
onder meer via campagnes, prijzen zoals de Access City Award en Europese initiatieven rond inclusieve steden en diversiteit. Tot slot, zet de
Commissie in op betere uitvoering van de strategie via versterking van het Disability Platform, nauwere samenwerking met de lidstaten, betere gegevensverzameling en monitoring.
3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Het Koninkrijk der Nederlanden heeft het VN-verdrag inzake de rechten van personen
met een handicap (hierna: het VN-verdrag Handicap) in 2007 ondertekend. Het verdrag
is in 2016 geratificeerd voor het Europees deel van het Koninkrijk. Met de ratificatie
van het verdrag heeft Nederland zich gecommitteerd aan de ambitie om ervoor te zorgen
dat mensen met een beperking dezelfde rechten en vrijheden kunnen uitoefenen als ieder
ander, en dat deze rechten worden bevorderd en beschermd.
Op 1 november 2022 is de motie van het Kamerlid Werner (CDA) over het ontwikkelen
van een meerjarige nationale strategie voor mensen met een beperking aangenomen.2 Vervolgens is op 9 februari 2024 de nationale strategie voor de implementatie van
het VN-verdrag handicap aangeboden aan de Tweede Kamer.3 Het doel van de nationale strategie is om de positie van mensen met een beperking
te verbeteren en uiterlijk in 2040 een inclusieve samenleving te realiseren waarin
iedereen gelijkwaardig kan meedoen. De eerste werkagenda van de nationale strategie
is op 11 juli 2025 aangeboden aan de Tweede Kamer.4 De werkagenda beschrijft welke concrete maatregelen het kabinet de komende vijf jaar
neemt om de doelstellingen uit de nationale strategie te verwezenlijken en Nederland
toegankelijker en inclusiever te maken voor mensen met een beperking. In 2030 en in
2035 volgen de tweede en derde werkagenda. In het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten
«Aan de slag: Bouwen aan een beter Nederland» staat dat het kabinet het VN-verdrag
Handicap uitvoert om de zorg en het leven van mensen met een beperking te verbeteren.5
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet verwelkomt de versterking en onderschrijft de doelstellingen die de Commissie
met de Europese strategie voor de rechten van personen met een handicap nastreeft.
Deze doelstelling en beoogde effecten sluiten aan bij Nederlandse wet- en regelgeving,
en beleid, waarin het bevorderen van inclusie en maatschappelijke participatie van
mensen met een beperking centraal staat.
Het kabinet beoordeelt de versterking als noodzakelijk om de ambities uit de nationale
strategie voor mensen met een beperking waar te kunnen maken. Veel van de onderdelen
en aangekondigde maatregelen uit het voorstel van de Commissie moeten nog verder worden
uitgewerkt. Het kabinet zal daarom in verdere besprekingen op specifiek aangekondigde
inhoudelijke onderdelen van de versterking van de strategie vragen aan de Commissie
stellen over deze verdere uitwerking, de reikwijdte en verhouding tot nationale beleidsinitiatieven.
Een aantal onderdelen van de mededeling heeft de bijzondere aandacht van het kabinet.
Het kabinet staat positief tegenover het voorstel ter ondersteuning van de verbetering
en implementatie van toegankelijkheid in normen en technische specificaties bij aanbestedingen
voor de Rijksinkoop. Hier worden op dit moment binnen de Rijksinkoop stappen op gezet.
Verder ondersteunt het kabinet de implementatie van de European Disability Card en uniforme Europese gehandicaptenparkeerkaart. Momenteel worden de trajecten voor
(aanpassing van) wet- en regelgeving voorbereid. Hoewel het kabinet in het algemeen
positief staat tegenover het bevorderen van digital
wallets in EU-verband, wenst het te benadrukken dat bij de toekomstige Europese gehandicaptenparkeerkaart
het uitgeven van een digitale kaart optioneel is. Naar verwachting zal Nederland niet
overgaan tot het invoeren van een digitale versie van de kaart gezien de ontwikkeling
van de invoering van digitaal gehandicapten-parkeren in Nederland via het ParkerenPlus-systeem.
Het vlaggenschipinitiatief van de Commissie zal hierdoor voor de Europese gehandicaptenparkeerkaart
door Nederland waarschijnlijk niet kunnen worden ingevuld.
Het kabinet vindt het belangrijk om te benadrukken dat er voor mensen met een (verstandelijke)
beperking en een complexe zorgvraag een passende woonomgeving is, en er keuzemogelijkheden
voor hen zijn over hoe zij willen wonen. Deïnstitutionalisering zou geen dogma moeten
zijn, omdat het wonen op een instellingsterrein voor sommige doelgroepen meer bewegingsvrijheid
of een grotere en veiligere gemeenschap biedt dan wonen in de wijk. Waar het voor
hen om gaat is maximale autonomie; een vertaling van de doelen van deïnstitutionalisering
naar hun leven.
Het kabinet erkent dat toegankelijkheid van de woonomgeving en het huis een belangrijke
voorwaarde is voor autonomie. In de ouderenzorg wordt ernaar gestreefd om bewoners
onder te brengen in woonvormen op basis van zelfstandigheid/zoveel mogelijk autonomie.
In de vrijwillige «NEN 9120» norm is beschreven hoe gebouwen toegankelijk en bruikbaar
kunnen worden ontworpen en gebouwd voor iedereen. Voor makkelijk toegankelijke (0-treden)
en zorggeschikte woningen (voor rolstoelbewoning) zijn eisen opgenomen in de bouwregelgeving.
Onderzoek wordt nu afgerond naar de meerkosten voor de bouw van woningen voor rollator-
en (elektrische) rolstoelbewoning.
Het kabinet staat positief tegenover het ontwikkelen van een vlaggenschip initiatief
voor disability-inclusive lifelong learning. De voorgestelde maatregelen sluiten goed aan bij de huidige inzet van het kabinet
op passend onderwijs voor alle kinderen, met inclusief onderwijs waar dat mogelijk
is en speciaal onderwijs voor wie dat nodig heeft. Het kabinet kijkt naar wat kinderen
nodig hebben om zich te ontwikkelen en gaat flexibeler om met kinderen die dreigen
uit te vallen. Op de korte termijn werken we daarvoor bijvoorbeeld aan het toegankelijk
maken van leermiddelen voor leerlingen met ondersteuningsbehoeftes, het terugdringen
van het aantal leerlingen dat niet naar school gaat, het vergroten van de mogelijkheden
voor maatwerk en een betere overgang van school naar werk voor kwetsbare groepen leerlingen.
Voor de langere termijn werken we toe naar een inclusief onderwijssysteem waarbij
alle leerlingen welkom zijn op een school in de eigen buurt.
Verder kondigt de Commissie aan dat er nationale doelen voor de arbeidsparticipatie
van personen met een beperking worden vastgesteld en gemeten. In Nederland zijn er
al doelen op macroniveau gesteld voor de banenafspraak en beschut werk en deze prestaties
worden ook gemeten. Daarbij wordt ook gekeken naar mogelijke verbeteringen. Nederland
kent een decentraal stelsel. In dat stelsel zijn diverse bevoegdheden bij lokale overheden
belegd. Dat betekent dat gemeenten op diverse terreinen beleidsvrijheid hebben. Afhankelijk
van de lokale context kan dit verschillende keuzes betekenen. De wensen van de Commissie
kunnen daarmee op gespannen voert staan.
Het kabinet steunt de plannen van de Commissie om beter inzicht te krijgen in de meerkosten
van het leven met een beperking en om lidstaten te stimuleren om hun sociale beschermingsmaatregelen
hier beter op aan te passen, onder meer via compensatie van meerkosten en gerichtere,
persoonsgerichte ondersteuning.
Het kabinet staat positief tegenover de maatregel om personen met een beperking beter
te beschermen tegen geweld, haat, uitbuiting en misbruik, zowel offline als online.
Daarbij acht het kabinet het van belang dat binnen de verdere uitwerking voldoende
ruimte blijft voor uitvoerbaarheid binnen het Nederlandse decentrale stelsel, waarin
gemeenten verantwoordelijk zijn voor de organisatie van zorg en opvang en maatwerk
centraal staat.
Het kabinet is behoudend positief over de voorgestelde versterking van seksuele en
reproductieve rechten en gezondheid van mensen met een beperking. Dit voorstel sluit
aan bij de beleidsvisie «intimiteit en seksualiteit voor mensen met een beperking»
gepubliceerd in 2023.6 De implementatie van deze beleidsvisie is reeds ingezet en voorloopt voorspoedig.
Gezien deze positieve ontwikkeling is het kabinet van mening dat de activiteiten van
de Commissie passend moeten zijn bij hun ondersteunende en monitorende rol.
Tot slot, het vergroten van de deelname van mensen met een beperking aan het culturele
leven en in de media heeft de bijzondere aandacht van het kabinet.
Daarom heeft zij een aantal specifieke maatregelen in de werkagenda VN-verdrag handicap
opgenomen die onder meer zien op het bevorderen van de representatie van mensen met
een beperking in de mediasector. Het door de Commissie genoemde rapport dat in 2028
uitkomt ter ondersteuning van de lidstaten bij het verhogen van de deelname van personen
met een beperking aan de cultuursector zal, waar relevant en mogelijk, betrokken worden
bij de Nederlandse aanpak.
c) Eerste inschatting van krachtenveld
Er is in de EU (zowel binnen de Raad als het Europees Parlement) brede steun voor
de doelen van deze mededeling. Zowel de EU-lidstaten als de EU zijn partij bij het
VN-Verdrag handicap, waarvan de Commissie met de aanvullende maatregelen genoemd in
deze mededeling de verdere implementatie door lidstaten en EU-instellingen wil ondersteunen.
Deze versterking is opgesteld mede op basis van de standpunten van het Europees Parlement,
het Europees Economisch en Sociaal Comité en de Europese Raad.
De verwachting is dat de meeste lidstaten de mededeling zullen verwelkomen. De verschillen
tussen lidstaten wat betreft steun voor concrete onderdelen van de versterking zullen
naar verwachting vooral te maken hebben met de mate waarin het betreffende punt al
in de verschillende landen geïmplementeerd is en in hoeverre het voorstel past binnen
de eigen plannen tot verdere implementatie van het VN-verdrag Handicap.
4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële
gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a) Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de bevoegdheid is positief. De mededeling
heeft betrekking op de beleidsterreinen van de interne markt, sociaal beleid, de ruimte
van vrijheid, veiligheid en recht, vervoer, volksgezondheid, onderwijs, werkgelegenheid
en ontwikkelingssamenwerking.
Op de terreinen van de interne markt (artikel 4 lid 2 onder a VWEU), sociaal beleid
(artikel 4 lid 2 onder b VWEU), vervoer (artikel 4 lid 2 onder g VWEU), de ruimte
van vrijheid, veiligheid en recht (artikel 4 lid 2 onder j) en ontwikkelingssamenwerking
(artikel 4 lid 4 VWEU) is sprake van een gedeelde bevoegdheid tussen de EU en de lidstaten.
Op het terrein van de coördinatie van het werkgelegenheidsbeleid is sprake van een
aanvullende bevoegdheid van de Unie (artikel 5 lid 2 VWEU). Op het terrein van de
bescherming en verbetering van de menselijke gezondheid (artikel 6 onder a VWEU) en
onderwijs (artikel 6 onder e VWEU) is sprake van een ondersteunende bevoegdheid van
de Unie.
Op grond van artikel 19 lid 1 VWEU kan de EU passende maatregelen nemen om discriminatie
op grond van handicap te bestrijden, binnen de grenzen van de door de Verdragen aan
de Unie verleende bevoegdheden.
b) Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de subsidiariteit van het voorstel
is positief.
De mededeling heeft tot doel het wegnemen van drempels voor Europese burgers met een
beperking en de lidstaten te ondersteunen bij de uitvoering van het VN-verdrag Handicap.
Een deel van de maatregelen betreft het wegnemen van obstakels voor het vrije verkeer
van personen met een beperking binnen de EU. Het vervoer in alle lidstaten zou toegankelijk
moeten zijn voor alle EU-burgers met een beperking. Uniforme toegankelijkheidseisen
voor vervoer voor de gehele EU zijn daarvoor noodzakelijk.
Verder, op het gebied van het verbeteren van toegankelijkheid van producten, diensten
en digitale toepassingen is EU-optreden noodzakelijk om de beoogde verbeteringen daadwerkelijk
te realiseren. Ondanks bestaande EU-wetgeving, zoals de Europese Toegankelijkheidrichtlijn
en regels voor digitale toegankelijkheid, bestaan er in de praktijk nog aanzienlijke
verschillen tussen lidstaten, waardoor personen met een beperking drempels ervaren.
Versterking van de uitvoering vraagt daarom om een gecoördineerd optreden op EU-niveau.
Daarnaast kan de EU door monitoring, gegevensverzameling, ondersteuning via EU-middelen
en het delen van goede praktijken lidstaten ondersteunen bij de uitvoering van het
VN-verdrag Handicap. Om die redenen is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd.
c) Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet ten aanzien van proportionaliteit van het voorstel
is positief. De mededeling heeft tot doel het wegnemen van drempels voor Europese
burgers met een beperking en de lidstaten te ondersteunen bij de uitvoering van het
VN-verdrag Handicap.
Het voorgestelde optreden is geschikt om deze doelstelling te bereiken, omdat de mededeling
inzet op versterking van de uitvoering van bestaande EU-regelgeving, betere samenwerking
tussen lidstaten, kennisuitwisseling en het wegnemen van grensoverschrijdende belemmeringen
voor personen met een beperking. Zo kunnen de EU-brede invoering van de European Disability Card en de gehandicaptenparkeerkaart, maatregelen ter verbetering van de toegankelijkheid
van vervoer, digitale diensten en AI-toepassingen en het delen van goede praktijken
bijdragen aan een consistenter niveau van toegankelijkheid en inclusie binnen de EU.
Ook acht het kabinet initiatieven op het gebied van monitoring, gegevensverzameling
en ondersteuning via EU-financiering geschikt om lidstaten te ondersteunen bij de
uitvoering van de strategie.
Het kabinet acht de voorgestelde maatregelen in beginsel passend ter ondersteuning
van een effectieve uitvoering van bestaande EU-regelgeving en ter bevordering van
grensoverschrijdende toegankelijkheid binnen de EU.
Bovendien gaat het voorgestelde optreden in algemene zin niet verder dan noodzakelijk,
omdat de mededeling grotendeels bestaat uit niet-bindende maatregelen zoals beleidscoördinatie,
richtsnoeren, monitoring en samenwerking tussen lidstaten en stakeholders.
d) Financiële gevolgen
In het licht van de diversiteit aan toekomstige voorstellen die uit de versterking
zullen voortkomen zal Nederland de Commissie telkens vragen aan te geven wat de financiële
gevolgen van deze voorstellen zullen zijn. Daarnaast vraagt Nederland de Commissie
om na besluitvorming over de aangekondigde maatregelen, helder te communiceren welke
EU-financiering beschikbaar is, voor welke doelstellingen deze middelen kunnen worden
ingezet en onder welke voorwaarden hiervan gebruik kan worden gemaakt. De Commissie
geeft aan dat bestaande EU-fondsen uit het huidige Meerjarig Financieel Kader 2021–2027
(MFK), waaronder Erasmus+, Horizon Europe, en EU4Health, zullen worden ingezet ter ondersteuning van de strategie.
Met betrekking tot de gevolgen voor de EU-begroting is het kabinet van mening dat
de benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken
financiële kaders van de EU-begroting 2021–2027 en dat deze moet passen bij een prudente
ontwikkeling van de jaarbegroting. Eventuele budgettaire gevolgen voor de Rijksbegroting
worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform
de regels van het begrotingsdiscipline. Het kabinet wil niet vooruitlopen op de integrale
afweging van middelen na 2027. De overkoepelende inzet voor de MFK- en EMB-onderhandelingen
is leidend.7
e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
De mededeling bevat voornamelijk niet-bindende strategische beleidsvoornemens en coördinatiemaatregelen.
Omdat veel voorstellen nog niet concreet zijn uitgewerkt, zijn de uiteindelijke gevolgen
voor de regeldruk nog onzeker. Wel is aannemelijk dat de maatregelen gevolgen kunnen
hebben voor de regeldruk voor burgers, bedrijven, uitvoerders, de Rijksoverheid en
medeoverheden.
Voor burgers met een beperking kunnen maatregelen zoals de European Disability Card, betere wederzijdse erkenning tussen lidstaten en toegankelijkere digitale en publieke
dienstverlening leiden tot minder administratieve barrières en eenvoudigere toegang
tot voorzieningen en rechten binnen de EU. Tegelijkertijd kunnen nieuwe aanvraag-,
registratie- of verificatieprocedures ontstaan, bijvoorbeeld rond de Europese kaarten,
digitale identificatie of het aantonen van een beperking. De precieze impact hangt
af van de wijze waarop deze systemen worden ingericht.
Voor bedrijven kunnen de voorstellen leiden tot extra nalevingskosten en administratieve
lasten, met name door strengere toepassing van toegankelijkheidsregels voor producten,
diensten, digitale systemen, AI-toepassingen en vervoer. Werkgevers kunnen daarnaast
te maken krijgen met aanvullende verplichtingen rond redelijke aanpassingen op de
werkvloer, arbeidsomstandigheden en mogelijke monitoring van inclusiedoelstellingen.
Ook onderwijs-, zorg- en vervoersorganisaties kunnen worden geconfronteerd met investeringen
in toegankelijkheid, aanpassingen van processen en rapportageverplichtingen. Tegelijkertijd
kan verdere harmonisatie van Europese regels op termijn juist leiden tot minder verschillen
tussen lidstaten. Dit leidt naar verwachting tot meer duidelijkheid en lagere nalevingskosten
voor grensoverschrijdend opererende organisaties. Omdat nog onduidelijk is welke maatregelen
juridisch bindend worden en welke sectoren precies onder nieuwe verplichtingen gaan
vallen, blijft de omvang van de regeldruk voor bedrijven voorlopig onzeker.
Geopolitiek draagt de versterking bij aan de positionering van de EU als mondiale
voorvechter van mensenrechten, inclusie en non-discriminatie, mede in het kader van
de implementatie van het VN-verdrag Handicap. De inzet op inclusieve wederopbouw van
Oekraïne, het sterker integreren van inclusie van personen met een beperking in ontwikkelingssamenwerking
en humanitaire hulp sluit aan bij de bredere geopolitieke doelstellingen van de EU.
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken