Brief regering : Voortgangsrapportage Werk aan Uitvoering
29 362 Modernisering van de overheid
Nr. 403
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 juni 2026
Werk aan Uitvoering richt zich op het verbeteren van de publieke dienstverlening.
Voor mensen en bedrijven is dat de plek waar de overheid vooral zichtbaar wordt: aan
het loket, online, telefonisch of in contact met publieke dienstverleners. Juist die
ervaringen bepalen in belangrijke mate het vertrouwen in de overheid. Veel gaat goed,
maar het kan en moet beter.
Binnen de publieke dienstverlening zien we hardnekkige knelpunten in regels, beleid,
samenwerking en besluitvorming. In de uitvoering is dagelijks zichtbaar waar beleid
in de praktijk schuurt. Het programma Werk aan Uitvoering is opgezet om deze patronen
te doorbreken en zo bij te dragen aan een slagvaardige overheid: een overheid die
beter samenwerkt, sneller knelpunten oplost en publieke dienstverlening merkbaar verbetert.
Werk aan Uitvoering is inmiddels uitgegroeid tot een brede beweging van beleidsmakers,
publieke dienstverleners, toezichthouders, medeoverheden en politici die gezamenlijk
werken aan begrijpelijkere, snellere en beter uitvoerbare dienstverlening voor professionals
én toegankelijkere dienstverlening voor mensen en bedrijven. Dat vraagt om langdurige
inzet. Daarom loopt het programma van 2021 tot en met 2031 en is jaarlijks € 600 miljoen
beschikbaar voor ministeries en publieke dienstverleners1.
Met deze voortgangsrapportage geef ik uw Kamer inzicht in de stappen die het afgelopen
jaar zijn gezet om de publieke dienstverlening voor mensen en bedrijven merkbaar te
verbeteren.
Waar staat het programma nu?
Werk aan Uitvoering bestaat nu vijf jaar en de impact van de beweging is zichtbaar.
We zien dat publieke dienstverleners dankzij de WaU-middelen hun dienstverlening op
een andere manier hebben weten in te richten, waardoor bijvoorbeeld doorlooptijden
zijn verkort. Dit is het geval bij de forensische opsporing bij zedenzaken van de
Politie en het accreditatieproces van de Raad voor Accreditatie. De Politie heeft
met het aanstellen van procescoördinatoren en administratieve medewerkers binnen de
tien regionale politie-eenheden werkprocessen en samenwerkingen efficiënter gemaakt.
De tijd die nodig is voor forensisch onderzoek in zedenzaken daalde gemiddeld van
50 naar 34 dagen. Daarmee vergroot het de kans dat daders van zedenzaken sneller worden
opgespoord en draagt daardoor bij aan betere ondersteuning van slachtoffers.
De Raad voor Accreditatie heeft de doorlooptijd verkort door te investeren in het
vernieuwen van de digitale infrastructuur. Hierdoor zijn de administratieve lasten
voor bedrijven afgenomen en blijft meer ruimte over voor maatwerk en inhoudelijk contact.
Ook zijn er publieke dienstverleners die, met behulp van de beschikbaar gestelde middelen,
hun dienstverlening hebben uitgebreid. Een voorbeeld hiervan is het Kadaster. Het
Kadaster registreert van oorsprong wie eigenaar is van gronden of gebouwen. Door de
investering in een datamodel kan het Kadaster nu ook monitoren in hoeverre de woningbouwopgave
te realiseren is, en mogelijke oorzaken aanwijzen wanneer de realiteit achterblijft
bij de gestelde ambities. Het datamodel maakt inzichtelijk welke obstakels er boven-
en ondergronds zijn en houdt daarbij ook rekening met factoren als toekomstig overstromingsgevaar.
Deze ruimtelijke informatie helpt overheden, bedrijven en maatschappelijke partijen
om realistischer te plannen en ondersteunt een toekomstbestendige inrichting van de
schaarse ruimte in Nederland.
Daarnaast zijn er initiatieven gestart die bruikbaar zijn voor alle publieke dienstverleners
en ministeries. Een voorbeeld is de verdere ontwikkeling van de Uitvoeringstoets.
Het doel is om voor de uitvoeringstoets instrumenten te creëren die zorgen voor meer
duidelijkheid, en een betere samenwerking. In het vierde kwartaal van 2025 is gestart
met de werkgroep «handreiking en oplegger» die een handreiking met begrippenlijst
ontwikkelt en gaat experimenteren met een oplegger. Hiermee wordt gewerkt aan meer
duidelijkheid voor Kamerleden.
Welke lessen trekken we uit deze voortgangsrapportage?
We zien dat organisaties met WaU-middelen concrete verbeteringen realiseren in hun
eigen dienstverlening. Tegelijkertijd laten de ervaringen zien dat structurele verbetering
vaak vraagt om samenwerking over organisatie- en domeingrenzen heen. Juist daar blijken
hardnekkige belemmeringen in financiering, gegevensdeling en besluitvorming zichtbaar.
Al lukt het niet alle organisaties even goed om structurele verbeteringen te realiseren
met de tijdelijke WaU-middelen. Ook zien we dat organisaties nog maar beperkt lukt
om organisatie- of domeinoverstijgend samen te werken, terwijl juist die samenwerking
belangrijk is om publieke dienstverlening voor mensen en bedrijven eenvoudiger en
samenhangender te maken.
Het lukt wel bij organisaties die vergelijkbaar zijn, zoals de Nederlandse Voedsel-
en Warenautoriteit en de Inspectie Leefomgeving en Transport. Deze toezichtorganisaties
ontwikkelen en financieren gezamenlijk toepassingen die mensen stap voor stap door
regels heen leiden. Regels veranderen namelijk voortdurend. Dat maakt het voor mensen
en bedrijven vaak lastig om te weten aan welke regels zij precies moeten voldoen.
Daarom ontwikkelen de NVWA en ILT toepassingen die direct helpen bij dat soort vragen,
én breder inzetbaar zijn.
Maar dergelijke samenwerkingen blijken vaak de uitzondering op de regel. Binnen de
Rijksoverheid werkt men veelal aan opgaven binnen hun eigen organisatie of domein.
Dit komt deels door de manier waarop de financiering binnen de Rijksoverheid geregeld
is. Middelen worden vaak toegekend aan specifieke organisaties en afdelingen, maar
zelden aan overkoepelende opgaven waaraan meerdere organisaties werken. Hier is ruimte
voor verbetering, ook in het licht van de huidige taakstelling. De taakstelling creëert
een momentum om Rijksbreed met elkaar te bepalen welke prioritering we hanteren en
waar we gezamenlijk mee gaan stoppen.
Dat vraagt om scherpe gezamenlijke keuzes, zowel politiek als bestuurlijk, over wat
de overheid wél en niet meer doet. Zonder gezamenlijke prioritering ontstaat het risico
dat organisaties, beleidsdirecties en uitvoerders ieder afzonderlijk keuzes maken,
terwijl de beschikbare capaciteit en uitvoeringskracht daar in de komende jaren steeds
minder ruimte voor laten.
Hoe werken we samen met anderen aan het toepassen van deze lessen?
Binnen de WaU-beweging zetten we in op deze gezamenlijkheid. Een goed voorbeeld van
een organisatie-overstijgend en gezamenlijk initiatief is de vereenvoudigingsaanpak
(voorheen: Actieagenda Vereenvoudiging) en de jaarlijkse Vereenvoudigingswet. De vereenvoudigingsaanpak
is een werkwijze om voorstellen over vereenvoudiging volgens een vaste wijze en ritmiek
uit te werken en in scherpte ter besluitvorming voor te leggen. De aanpak (voor het
ontwikkelen van voorstellen en het bespreken van dilemma’s) en de wet (voor politieke
besluitvorming en daadwerkelijke realisatie van vereenvoudiging) versterken elkaar.
Minder en simpeler beleid en regelgeving geeft inwoners en bedrijven lucht, maakt
uitvoeringsorganisaties effectiever en efficiënter en zorgt dat de overheid betere
dienstverlening kan leveren. Daarnaast helpt vereenvoudiging publieke dienstverleners
om voorspelbaarder, sneller en consistenter te werken.
Een ander voorbeeld zijn de trialogen over actuele vraagstukken die we tijdens de
Dag van de Publieke Dienstverlening in gezamenlijkheid met uw Kamer op woensdag 17 juni
2026 organiseren. Een trialoog is een gesprek waarin politiek, beleid en uitvoering
bewust samenkomen om een vraagstuk te verkennen. Het idee daarachter is dat voor mensen
en bedrijven de overheid één geheel is. Door eerder met elkaar in gesprek te gaan
over dilemma’s en keuzes, kunnen we de kans vergroten dat beleid uiteindelijk beter
uitvoerbaar en effectiever voor mensen en bedrijven is.
Wat helpt bij beter uitvoerbare publieke dienstverlening?
De ervaringen binnen Werk aan Uitvoering laten zien dat verbetering van publieke dienstverlening
niet alleen vraagt om inzet van uitvoeringsorganisaties en departementen, maar ook
om voortdurende aandacht voor uitvoerbaarheid, eenvoud en samenwerking in het politieke
en wetgevende proces.
Ook uw Kamer speelt daarin, als medewetgever en controleur, een belangrijke rol. Op
basis van ervaringen uit beleid en uitvoering zien wij een aantal elementen die kunnen
bijdragen aan beter uitvoerbare en beter uitlegbare publieke dienstverlening.
1. Uitvoerbaarheid en eenvoud als integraal onderdeel van afwegingen
Niet als sluitstuk van beleid, maar als volwaardig onderdeel van politieke besluitvorming:
wat betekent een voorstel voor de uitvoering? Wat vraagt dit van professionals? Hoe
werkt dit uit voor mensen en bedrijven?
2. Ruimte voor het gesprek vóór besluitvorming
Juist in een vroege fase kunnen dilemma’s, uitvoeringsconsequenties en alternatieven
beter gezamenlijk worden verkend: geef ruimte voor vroegtijdige uitvoerbaarheidstoetsing,
benut gesprekken tussen politiek, beleid en uitvoering, bijvoorbeeld via trialogen
en gebruik instrumenten zoals sneltoetsen en uitvoeringstoetsen om keuzes beter te
onderbouwen.
3. Bewust omgaan met complexiteit
Complexiteit ontstaat vaak stap voor stap: een aanvullende voorwaarde, een uitzondering,
een extra controle of beleidsregel. Afzonderlijk kunnen dergelijke keuzes begrijpelijk
zijn, maar in samenhang kunnen zij de uitvoerbaarheid, begrijpelijkheid en toegankelijkheid
van het stelsel onder druk zetten.
Tot slot
Het verbeteren van de publieke dienstverlening is geen eenmalige opgave, maar een
continu proces van leren, samenwerken en vereenvoudigen. De ervaringen binnen Werk
aan Uitvoering laten zien dat blijvende verbetering alleen mogelijk is wanneer politiek,
beleid, uitvoering en toezicht elkaar eerder weten te vinden en gezamenlijk verantwoordelijkheid
nemen voor uitvoerbare en begrijpelijke oplossingen.
Systemisch leren is daarbij geen doel op zich, maar een middel om verandering te realiseren.
Door ervaringen uit de praktijk te vertalen naar verbeteringen in werkwijzen, samenwerking
en besluitvorming, werken we aan een overheid die uitvoerbaar beleid maakt, betrouwbare
dienstverlening levert en slagvaardig kan inspelen op knelpunten in de praktijk.
De WaU-beweging blijft zich de komende jaren inzetten om deze ontwikkeling verder
te versterken. Niet alleen door concrete verbeteringen in de uitvoering mogelijk te
maken, maar ook door samenwerking, vereenvoudiging en uitvoeringsbewustzijn structureel
te verankeren binnen de overheid. Alleen door gezamenlijk te blijven werken aan eenvoudiger,
beter uitvoerbaar en beter samenhangend beleid kunnen we bouwen aan een overheid die
doet wat zij belooft en die mensen en bedrijven daadwerkelijk ondersteunt.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
E. van der Burg
Indieners
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties