Brief regering : Geannoteerde agenda Energieraad 26 juni 2026
21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Nr. 1215
BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 juni 2026
Bijgevoegd vindt u de geannoteerde agenda voor de formele Energieraad van 26 juni
2026 in Luxemburg. Tevens deel ik in de bijlage het non-paper getiteld «EU Energy Framework beyond 2030 – Priorities of the Netherlands», waarin de Nederlandse inzet en positie ten aanzien van de Europese 2040-energiedoelstellingen
wordt beschreven.
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S. van Veldhoven-van der Meer
Geannoteerde Agenda Formele Energieraad 26 juni 2026
Op 26 juni 2026 vindt in Luxemburg de Energieraad plaats onder Cypriotisch voorzitterschap
(hierna: het voorzitterschap). De volgende onderwerpen staan op de agenda: het bereiken
van een algemene oriëntatie op de voorstellen uit het European Grids Package, een uitwisseling van standpunten over «decarbonisatie in de energiesector post-2030»
en een uitwisseling van standpunten over de crisis in het Midden-Oosten.
Algemene Oriëntatie - European Grids Package
Het voorzitterschap is voornemens om op de Energieraad tot een Algemene Oriëntatie
(hierna: AO) over het European Grids Package te komen. Dit pakket, dat op 10 december jl. door de Europese Commissie werd gepubliceerd,
is gericht op het versnellen van vergunningverlening, een goed geïntegreerde Europese
energie-infrastructuur, het efficiënter benutten van bestaande netten en de veiligheid
en weerbaarheid van kritieke energie-infrastructuur. Daarmee beoogt de Commissie bij
te dragen aan structureel lagere energieprijzen, versterking van de leveringszekerheid
en de voltooiing van de Energie-Unie. De Tweede Kamer is op 6 februari jl. geïnformeerd
over de Nederlandse appreciatie van het Commissievoorstel, waarin is aangegeven dat
het kabinet het voorstel steunt.1
In de afgelopen periode is onderhandeld over dit pakket, bestaande uit de herziening
van de verordening voor trans-Europese energie-infrastructuur (TEN-E) en de richtlijn
voor versnelling vergunningverlening. De verwachting is dat tijdens de Energieraad
een AO zal worden bereikt. Nederland steunt conform motie-Klos2 een voortvarende afronding van de onderhandelingen, zodat de voordelen van het pakket
tijdig kunnen bijdragen aan de energietransitie en de aanpak van netcongestie.3
Nederland staat positief tegenover de voorgestelde maatregelen om vergunningverlening
te versnellen. Hierbij zal Nederland in het bijzonder de verduidelijkende regels rondom
stikstofemissies voor elektriciteitsnetten en waterstofinfrastructuur verwelkomen,
die op inzet van Nederland zijn opgenomen. Indien andere lidstaten tijdens de Energieraad
vragen om voldoende nationale ruimte bij de inrichting van vergunningprocedures, waaronder
stilzwijgende vergunningverlening (lex silencio positivo), zal Nederland dit steunen.
Tijdens de raad zal Nederland het belang van een rechtvaardigere verdeling van de
kosten van infrastructuurprojecten met grensoverschrijdende effecten benadrukken.
Nederland steunt de voorgestelde EU-principes voor kostendeling, inclusief de mogelijkheid
om projecten te bundelen. Nederland staat ook positief tegenover het voorstel voor
een sterkere Europese aanpak van infrastructuurplanning, omdat onvoldoende coördinatie
tot inefficiënte en vertraagde investeringen kan leiden. Mede op inzet van Nederland
zijn verschillende aanpassingen in de tekst opgenomen die zorgen voor een sterkere
betrokkenheid van lidstaten in het proces.
Mogelijk ontstaat er tijdens de Energieraad discussie over de uitbreiding van de TEN-E-categorie
rond veiligheid en weerbaarheid van kritieke energie-infrastructuur, inclusief reparatie,
zodat deze projecten in aanmerking komen voor EU-middelen onder het CEF (Connection Europe Facility)-fonds. Nederland kan dit steunen, waarbij het belangrijk is dat er voldoende duidelijkheid
is over de reikwijdte.
Decarbonisatie in de energiesector post-2030
Nederland verwelkomt de uitwisseling van standpunten over het Europese energiekader
na 2030. De Europese Commissie zal naar verwachting later dit jaar een voorstel presenteren
voor het Europese klimaat- en energiekader na 2030 ter invulling van het Europese
klimaatdoel voor 2040.
Conform de positie zoals uiteengezet in het bijgevoegde non-paper zal Nederland tijdens
de Energieraad inzetten op duidelijke energiedoelen voor 2040, ondersteund door een
sterk Europees instrumentarium en een uitvoeringspakket om knelpunten in de energietransitie
aan te pakken, investeringszekerheid te bieden en de afbouw van fossiele brandstoffen
te ondersteunen, met behoud van leveringszekerheid, strategische autonomie en concurrentiekracht.
Concreet steunt Nederland de afbouw van fossiele brandstoffen door een bindend Europees
doel voor schone energie (waaronder hernieuwbare en nucleaire energie), een bindend
Europees doel voor finaal energieverbruik, een indicatief Europees doel voor directe
elektrificatie en continuering van de bestaande doelen voor de transportsector.
Deze doelen moeten worden ondersteund door een sterk Europees instrumentarium dat
bijdraagt aan een gelijk speelveld en gebruik maakt van de interne markt. Concreet
wordt gepleit voor een Europese bijmengverplichting voor groen gas, duurzame inzet
van biomassa, een Europees kader voor duurzame koolstof en een Europees instrumentarium
om de opschaling van hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen in de transportsector
te bevorderen. Daarnaast vraagt het non-paper aandacht voor een robuust implementatiepakket.
Crisis in het Midden-Oosten
Tijdens de Raad zal er een uitwisseling van standpunten plaatsvinden over coördinatie-
en responsmaatregelen in de energiesector in reactie op de situatie in het Midden-Oosten.
Deze volgt op diverse eerdere uitwisselingen zoals in de vorige Energieraad van maandag
16 maart jl., de extra videoconferentie van EU -energieministers van dinsdag 31 maart
jl. en de Europese Raad van 19-20 maart jl.4
De situatie in het Midden-Oosten blijft veranderlijk en onvoorspelbaar. Het kabinet
is van mening dat de recente prijsstijgingen en de blijvende afhankelijkheid van fossiele
energie-import het belang van een versnelde energietransitie onderstrepen. Deze transitie
draagt niet alleen bij aan de verduurzaming van de energievoorziening, maar ook aan
de betaalbaarheid van energie, het vergroten van de energie-onafhankelijkheid en het
versterken van de strategische autonomie van Europa.
Op 22 april jl. heeft de Europese Commissie de mededeling AccelerateEU gepresenteerd, met als doel lidstaten te ondersteunen bij het beperken van de economische
gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten. De Kamer is op 9 mei jl. geïnformeerd
over de appreciatie van deze mededeling.5
AccelerateEU bevat vijf categorieën maatregelen, waaronder de versterking van de EU-coördinatie
tussen lidstaten en internationale partners op het gebied van olie en gas en maatregelen
ter bevordering van de verdere opschaling van schone energie en elektrificatie. Nederland
verwelkomt de mededeling en zal tijdens het beleidsdebat aangeven dat het belangrijk
is dat de Commissie de Europese inzet blijft coördineren. Met het oog op nationale
maatregelen in reactie op de crisis, acht het kabinet het van belang dat crisismaatregelen
gericht, tijdelijk en niet-marktverstorend zijn. Het kabinet is positief over het
feit dat de Commissie en lidstaten reeds uitvoering geven aan de actielijnen uit de
AccelerateEU-mededeling.
Nederland zal ook aandacht vragen voor de uitvoerbaarheid van de Methaanverordening.
Deze is van belang voor het halen van onze klimaatdoelstellingen. Nederland steunt
de doelstellingen van de Methaanverordening volledig, maar heeft zorgen omdat onderdelen
nog onvoldoende zijn uitgewerkt en er concrete zorgen zijn dat dit tot problemen met
de import zou kunnen leiden. Nederland verwelkomt daarom het voornemen van de Commissie
om met aanbevelingen te komen. De aangekondigde aanbevelingen zijn een belangrijke
stap, maar zullen naar verwachting niet alle structurele knelpunten wegnemen. Nederland
zal de Commissie daarom oproepen te blijven bezien of aanvullende maatregelen nodig
zijn om de leveringszekerheid te waarborgen, met behoud van de doelstellingen van
de verordening.
Indieners
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei