Brief regering : Verslag informele Energieraad 12 en 13 mei 2026
21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Nr. 1214
BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 juni 2026
Met deze brief stuurt het kabinet u het verslag van de informele Energieraad die op
12 en 13 mei jl. plaatsvond in Nicosia, Cyprus.
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S. van Veldhoven-van der Meer
Verslag informele Energieraad 12 en 13 mei 2026
Op 12 en 13 mei jl. vond in Cyprus de informele Energieraad plaats. De Raad stond
in het teken van beleidsdiscussies over de mededeling van de Europese Commissie (hierna:
«Commissie») onder de titel AccelerateEU, en over de rol van elektriciteitsopslag in een geïntegreerd energiesysteem. Ook
werd gesproken over gasleveringszekerheid. Nederland werd hoogambtelijk vertegenwoordigd.
Tijdens een informele Raad vindt geen besluitvorming plaats.
Beleidsdiscussie AccelerateEU
Op 22 april jl. heeft de Commissie de AccelerateEU-mededeling gepresenteerd, ter ondersteuning van lidstaten om de economische gevolgen
van het conflict in het Midden-Oosten te beperken. Over de appreciatie van dit voorstel
is de Kamer 9 mei jl. geïnformeerd.1 Tijdens de informele Energieraad lichtte de verantwoordelijke Eurocommissaris, Dan
Jørgensen, toe dat de EU zich op een kantelpunt bevindt. Afhankelijk van de keuzes
die nu worden gemaakt, kan de huidige crisis al dan niet worden omgezet in een kans.
De Commissie gaf aan dat de instrumenten er reeds liggen, maar dat politieke wil nodig
is om de implementatie te versnellen. Met de AccelerateEU-mededeling heeft de Commissie gehoor gegeven aan de oproep van lidstaten voor meer
EU-coördinatie in reactie op de crisis. De Commissie onderstreepte daarbij dat nationale
maatregelen in afstemming met buurlanden moeten worden genomen en in lijn moeten zijn
met de langetermijndoelen voor klimaat en energie.
Onder de lidstaten was er brede steun voor de AccelerateEU-mededeling en voor sterkere EU-coördinatie op het gebied van gas en olie. Samen met
een meerderheid van de lidstaten verwelkomde Nederland expliciet meer flexibiliteit
en coördinatie ten aanzien van het vullen van gasopslagen en de instelling van het
Fuel Observatory, een op te richten platform voor het zoveel mogelijk real time volgen van de ontwikkeling van vraag en aanbod, import, export en van de voorraden.
Hierbij wees Nederland ook op de coördinerende rol die de Commissie kan spelen in
het delen van data met bijvoorbeeld het VK. Enkele lidstaten wezen op de noodzaak
van afstemming van nationale maatregelen om fragmentatie van de interne markt en verstoring
van het gelijke speelveld te voorkomen. Een groep lidstaten, waaronder Nederland,
verwelkomde de catalogus van de Commissie met voorbeelden van nationale maatregelen
en best practices.2
Er was brede consensus onder de lidstaten dat een versterkte inzet op de energietransitie
noodzakelijk is als langetermijnoplossing om toekomstige crises door geopolitieke
spanningen te voorkomen. Daarbij wezen verschillende lidstaten op de blijvende aandacht
die nodig is voor leveringszekerheid. Met het oog op kortetermijnmaatregelen in reactie
op de crisis verwelkomde een aantal lidstaten de Investment Booster die is aangekondigd als een onderdeel van de aanstaande herziening van het ETS en
(deels) als invulling van de Industrial Decarbonisation Bank (IDB), gefinancierd met 400 miljoen emissierechten. Enkele lidstaten vroegen om herallocatie
en meer EU-middelen en/of EU-instrumenten voor investeringen in de energietransitie,
waarbij sommige lidstaten ook vroegen om EU-instrumenten om de impact van hoge gasprijzen
op de industrie te mitigeren. Verschillende lidstaten verwelkomden het tijdelijke
staatssteunkader in reactie op de crisis in het Midden-Oosten. Een aantal lidstaten
wees in deze samenhang op het risico voor het gelijke speelveld en het risico op fragmentatie.
Verschillende lidstaten onderstreepten het belang van elektrificatie. Het door de
Commissie aangekondigde doel voor elektrificatie werd door enkele lidstaten expliciet
verwelkomd. Een aantal lidstaten, waaronder Nederland, verwelkomde de aangekondigde
herziening van de criteria voor hernieuwbare waterstof. Door enkele lidstaten werd
benadrukt dat investeringen in kritieke infrastructuur, gasopslagen en eerlijke kostendeling
van belang zijn om tekorten in de winter te voorkomen. Enkele lidstaten verwelkomden
de aangekondigde herziening van het Europese kader over de netwerktariefmethodologie,
waarbij Nederland het belang van een sterkere harmonisatie en een gelijk speelveld
benadrukte.
Beleidsdiscussie elektriciteitsopslag in een geïntegreerd energiesysteem
Tijdens deze sessie vond een beleidsdiscussie plaats over de rol van elektriciteitsopslag
in een geïntegreerd energiesysteem. De Commissie onderstreepte in haar introductie
dat elektriciteitsopslag essentieel is als buffer voor systeembalans. De Commissie
wees er tegelijk op dat de ontwikkeling van opslag traag verloopt door politieke obstakels,
zoals onzekerheid over de regelgeving, trage vergunningprocedures en beperkte markttoegang.
In dit kader benadrukte de Commissie ook het belang van het mobiliseren van kapitaal.
Tijdens de discussie was er brede overeenstemming over het strategische belang van
elektriciteitsopslag voor leveringszekerheid, systeembalans en de energietransitie.
Enkele lidstaten wezen op de rol van opslag in de transitie van een gecentraliseerd
naar een meer gedecentraliseerd elektriciteitssysteem met meer volatiele bronnen,
zoals zon en wind; sommige lidstaten wezen hierbij op de steeds vaker voorkomende
negatieve prijzen. Onder de lidstaten was er brede erkenning dat zowel korte- als
langetermijnopslag nodig is. Batterijen zijn primair geschikt voor de korte termijn,
voor de langere termijn werd door verschillende lidstaten gewezen op pompcentrales,
waterstofopslag, waterkracht en thermische opslag. Enkele lidstaten noemden hierbij
dat we ook oog moeten houden voor innovatieve technologieën.
Een grote groep lidstaten benadrukte het belang van een Europese toeleveringsketen
voor opslagcomponenten en versterking van de Europese industriële basis. Een aantal
lidstaten waarschuwde voor nieuwe afhankelijkheden. Enkele lidstaten noemden in dit
kader de implementatie van de Net Zero Industry Act en de Critical Raw Materials Act. Andere lidstaten wezen op modernisering van recycling, ook voor batterijen.
Nederland onderstreepte dat elektriciteitsopslag cruciaal is in een geïntegreerd energiesysteem
en extra urgent in samenhang met netcongestie. Nederland benadrukte dat nauwe coördinatie
tussen lidstaten essentieel is voor een weerbare EU-waardeketen, met aandacht voor
de gehele keten van kritieke grondstoffen tot eindproductie en een betere koppeling
van onderzoek, innovatie en scale-ups aan de industrie.
Gedachtewisseling over gasleveringszekerheid
Ook vond een gedachtewisseling plaats over gasleveringszekerheid, waarmee het Cypriotische
voorzitterschap aandacht besteedde aan de wijze waarop de ontwikkeling van binnenlandse
gasvelden binnen de EU strategisch kan bijdragen aan de leveringszekerheid van de
EU. Een aantal lidstaten met dergelijke gasvelden lichtte lopende projecten en verkenningen
toe. Daarbij werd onderstreept dat deze ontwikkelingen moeten worden bezien in samenhang
met de klimaat- en energiedoelstellingen van de EU, waarbij ook rekening moet worden
gehouden met de vergelijking tussen de emissies van lokaal geproduceerd gas en geïmporteerd
LNG.
Nederland vroeg tevens aandacht voor de problemen die de sectoren ondervinden met
de implementatie van de methaanverordening. Deze verordening is belangrijk voor het
halen van de klimaatdoelen. Nederland pleitte bij de Commissie voor pragmatische oplossingen
op de korte termijn, om risico’s voor leveringszekerheid te voorkomen. Daarnaast pleitte
Nederland in het kader van het aangekondigde pakket voor gasleveringszekerheid voor
een fundamentele herziening van het opslagkader, gelet op de kostbare zomer-winterspread
en de ongelijke kostenverdeling tussen lidstaten. Nederland benoemde het belang van
een dialoog op EU-niveau over strategische gasreserves t.b.v. EU gasleveringszekerheid.
Nederland onderstreepte verder dat de bestaande aardgasinfrastructuur belangrijk blijft
tijdens de transitie en vroeg meer aandacht voor toekomstige EU-coördinatie op het
hergebruik van gasinfrastructuur voor bijvoorbeeld waterstof.
Indieners
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei