Brief regering : Achtste voortgangsbrief invoering vrachtwagenheffing (stand van zaken juni 2026)
31 305 Mobiliteitsbeleid
Nr. 539
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 juni 2026
Met deze achtste voortgangsbrief informeer ik u over de stand van zaken van de invoering
van de vrachtwagenheffing, die op 1 juli 2026 start. Vanaf dat moment gaan houders
van vrachtwagens per kilometer betalen voor het gebruik van snelwegen en sommige provinciale
en gemeentelijke wegen. Met de invoering van de vrachtwagenheffing worden bestaande
belastingen afgeschaft of verlaagd. De netto-opbrengsten van de vrachtwagenheffing
worden teruggesluisd naar de vervoerssector in de vorm van subsidies voor innovatie
en verduurzaming. Het gaat met name om subsidies voor elektrische vrachtwagens en
laadinfrastructuur. Zo draagt de vrachtwagenheffing bij aan het verminderen van de
CO2-uitstoot en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen.
Tijdelijke verlaging tarieven vrachtwagenheffing
De invoering van de vrachtwagenheffing valt in een periode van uitzonderlijk hoge
brandstofprijzen als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten en de daarmee samenhangende
verstoringen op de energiemarkten. Het kabinet is zich ervan bewust dat houders van
vrachtwagens hierdoor te maken hebben met een forse lastenstijging. Om ondernemers
tegemoet te komen worden de tarieven van de vrachtwagenheffing van 1 september tot
en met 31 december tijdelijk verlaagd met 22,3%. Dit is vastgelegd in een zogeheten
goedkeurend beleidsbesluit. Hierover is uw Kamer op 22 mei jl. geïnformeerd1. Met de tijdelijke verlaging wordt opvolging gegeven aan de motie-Flach c.s.2 en de motie-Eerdmans/Wilders3.
Voortgang realisatie heffingssysteem
De Dienst Wegverkeer (RDW), het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), Rijkswaterstaat
(RWS) en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) realiseren in opdracht van het
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) het heffingssysteem voor de vrachtwagenheffing.
Daarbij heeft de RDW, als centrale uitvoeringsorganisatie, de leiding over de realisatiewerkzaamheden.
De uitvoeringsorganisaties zijn klaar voor de start van de vrachtwagenheffing op 1 juli.
De benodigde systemen zijn gerealiseerd en getest en de processen en organisaties
zijn ingericht. Ook vindt er uitgebreide communicatie plaats.
Toldienstaanbieders
Binnen de uitvoering van de vrachtwagenheffing hebben toldienstaanbieders een sleutelrol.
Zij zijn verantwoordelijk voor de registratie van de gereden kilometers, de inning
van de heffing bij houders van vrachtwagens en de afdracht aan de overheid. Voor de
registratie van de gereden kilometers worden houders door de dienstaanbieders voorzien
van boordapparatuur. Houders kunnen terecht bij de hoofddienstaanbieder (HDA) of een
Europese dienstaanbieder (EETS-aanbieder). Deze dienstaanbieders hebben voldoende
capaciteit om alle houders die gebruikmaken van de Nederlandse wegen te bedienen.
Hoofddienstaanbieder
De HDA is een toldienstaanbieder met speciale verplichtingen, die is gecontracteerd
door de overheid. De HDA is verplicht om iedere gebruiker die zich meldt als klant,
te accepteren. Hiermee is verzekerd dat elke houder van een vrachtwagen over een contract
en boordapparatuur kan beschikken en dus aan de verplichtingen van de Wet vrachtwagenheffing
kan voldoen. De HDA biedt zijn diensten alleen in Nederland aan en opereert onder
de merknaam NedLinq.
NedLinq is klaar voor de start van de heffing op 1 juli. Het afgelopen halfjaar is
de dienstverlening stapsgewijs operationeel geworden. Vanaf eind 2025 konden gebruikers
zich bij NedLinq pre-registreren. Vervolgens is in het eerste kwartaal van dit jaar
gestart met het sluiten van de dienstverleningsovereenkomsten en het leveren van boordapparatuur
via de post. Ook heeft NedLinq verspreid over het land en vlak over de grens in Duitsland
en België, uitgiftepunten voor boordapparatuur ingericht. Via deze punten kan NedLinq
ook houders van boordapparatuur voorzien die zich pas op het laatste moment melden,
waardoor de reguliere levering via de post niet meer mogelijk is. Daarnaast hebben
deze punten als functie om houders die na 1 juli voor het eerst met hun vrachtwagen
in Nederland gaan rijden, van boordapparatuur te voorzien, en om houders die te maken
krijgen met een defect boordapparaat, snel vervanging te kunnen bieden.
Europese dienstaanbieders
Houders van een vrachtwagen kunnen de vrachtwagenheffing ook betalen via een zogenoemde
aanbieder van Europese elektronische tolheffingsdiensten (EETS-aanbieder). Dat is
een toldienstaanbieder die, op grond van de Europese regelgeving, in meerdere lidstaten
zijn diensten aanbiedt. Dat maakt het mogelijk dat een houder bij slechts één aanbieder
een contract hoeft te sluiten. Vervolgens kan deze met één boordapparaat door toldomeinen
in verschillende EU-lidstaten rijden, waarna er één factuur volgt.
Zes EETS-aanbieders bieden dienstverlening aan voor de vrachtwagenheffing. Veel Nederlandse
en buitenlandse houders van vrachtwagens zijn al klant bij één van deze EETS-aanbieders
voor vrachtwagenheffing in het buitenland. Deze houders beschikken daarmee al over
boordapparatuur die ook in Nederland kan worden gebruikt. De toevoeging van dienstverlening
in Nederland aan het pakket dat bij de dienstaanbieder wordt afgenomen, is voor hen
de enige benodigde voorbereiding op de vrachtwagenheffing.
Daarnaast hebben de EETS-aanbieders nieuwe klanten in Nederland geworven. Deze klanten
zijn voorzien van boordapparatuur en voorgelicht over het gebruik ervan. Ook deze
aanbieders spannen zich ervoor in dat houders van vrachtwagens die zich pas laat melden,
nog voor 1 juli over boordapparatuur beschikken.
Toezicht en handhaving
Voor een goede werking van de wet is het noodzakelijk dat wordt gecontroleerd of de
regels voor de vrachtwagenheffing worden opgevolgd. Het systeem dat hiervoor is ingericht
is vanaf 1 juli operationeel. Voor het toezicht wordt onder andere gebruik gemaakt
van apparatuur om kentekens te registreren en boordapparatuur uit te lezen. Deze apparatuur
is inmiddels verspreid over het land opgehangen aan portalen boven de weg. Ook zijn
de nodige voorbereidingen afgerond om verplaatsbare apparatuur langs de weg in te
kunnen zetten.
Als houders van een vrachtwagen vanaf 1 juli gebruik maken van de weg zonder dat zij
een contract hebben afgesloten met een toldienstaanbieder en/of niet beschikken over
werkende boordapparatuur, dan overtreden zij de Wet vrachtwagenheffing. De RDW kan
dan handhavend optreden door het opleggen van een boete.
Boetehoogtes
De maximale boetehoogte is vastgesteld in artikel 15, eerste lid, van de Wet vrachtwagenheffing.
De boetehoogte komt overeen met de tweede categorie, zoals bedoeld in artikel 23,
vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Op 11 januari 2026 zijn middels een beleidsregel4 de boetebedragen voor de vrachtwagenheffing nader bepaald en gepubliceerd. Omdat
de verplichtingen rond de vrachtwagenheffing nieuw zijn, is besloten om de boetebedragen
het eerste halfjaar te halveren. Hiermee zijn de financiële gevolgen voor houders
van vrachtwagens die onbedoeld in de fout gaan niet onevenredig groot.
De boetebedragen zijn zo gekozen dat het begaan van een overtreding geen financieel
voordeel op kan leveren, ook niet tijdens het eerste halfjaar. De boetebedragen zijn
als volgt:
Tabel 1: Boetebedragen vrachtwagenheffing
Verplichting
Reguliere boetebedragen
Tijdelijk verlaagde Boetebedragen (tot 1 januari 2027)
Houder van een vrachtwagen heeft geen contract bij een aanbieder voor het betalen
van vrachtwagenheffing in Nederland
€ 800,00
€ 400,00
Houder van een vrachtwagen rijdt met een boordapparaat dat uit staat
€ 500,00
€ 250,00
Houder van een vrachtwagen rijdt met een boordapparaat dat niet (goed) werkt
€ 500,00
€ 250,00
Houder van een vrachtwagen rijdt met een boordapparaat dat bij een andere vrachtwagen
hoort
€ 500,00
€ 250,00
Verder is bepaald dat er maximaal één boete per 24 uur wordt gegeven. Als met een
voertuig binnen 24 uur meerdere overtredingen worden begaan, dan wordt een boete opgelegd
voor de overtreding met het hoogste boetebedrag.
Inning van boetes
De inning van de boetes is belegd bij het CJIB. Het CJIB heeft zich op deze taak voorbereid,
onder andere door het inrichten van processen en het leggen van koppelingen met systemen
van de RDW.
Als de volledige adresgegevens van een eigenaar niet bekend zijn, of als een boete
om een andere reden niet door het CJIB inbaar is, dan kan een kenteken op een signaleringslijst
geplaatst worden. De ILT kan op basis van deze lijst vrachtwagens stilzetten en ter
plekke boetes innen. De voorbereidingen van de ILT voor het uitvoeren van deze taak
zijn gereed. Zo zijn er inspecteurs opgeleid, werkprocessen ingericht en de benodigde
inspectievoertuigen in gebruik genomen.
Handhavingsplan
Op 10 maart 2026 is het handhavingsplan vrachtwagenheffing gepubliceerd5. Dit plan geeft een beschrijving van de handhaving van de vrachtwagenheffing. Het
doel van de handhaving is om zoveel mogelijk te voorkomen dat er overtredingen worden
begaan. Daarom is in de eerste plaats veel aandacht besteedt aan communicatie, waarmee
houders op de hoogte zijn van de verplichtingen. Verder moet de handhaving doeltreffend,
evenredig en afschrikkend zijn. Daarbij hoort ook dat de overheid handhavend kan optreden
met een boete. Proportionaliteit, redelijkheid en het toepassen van de menselijke
maat zijn daarbij de uitgangspunten.
Risico’s
Een grote stelselwijziging als de invoering van de vrachtwagenheffing brengt risico’s
met zich mee. De inspanningen van alle betrokken organisaties zijn er op gericht om
de start van de vrachtwagenheffing zo soepel mogelijk te laten verlopen en eventuele
risico’s die zich kunnen voordoen te beheersen met maatregelen.
Een van de risico’s waar rekening mee wordt gehouden, is het ontstaan van drukte rond
de distributiepunten voor boordapparatuur aan de grens. Op deze locaties kunnen buitenlandse
houders van vrachtwagens die zich niet tijdig hebben voorbereid, terecht om ter plaatse
een contract met NedLinq af te sluiten en boordapparatuur af te halen. Om drukte te
voorkomen wordt deze groep middels een communicatiecampagne opgeroepen om zich tijdig
voor te bereiden, zodat het boordapparaat via de post kan worden ontvangen. Ook schaalt
NedLinq rondom de startdatum de capaciteit van de uitgiftepunten op, onder andere
door mobiele teams in te zetten die op verzorgingsplaatsen houders van een contract
en boordapparatuur kunnen voorzien.
Desalniettemin bestaat de kans dat het in die periode druk wordt bij de uitgiftepunten
aan de grens. Het is namelijk niet mogelijk om goed in te schatten hoe groot de groep
buitenlandse vrachtwagens is die in deze periode onvoorbereid naar Nederland komt.
Cijfers over het aantal gesloten contracten met dienstaanbieders bieden hiervoor onvoldoende
inzicht, omdat niet bekend is wanneer een voertuig naar Nederland komt. Bovendien
is het een uitdaging om alle potentiële buitenlandse gebruikers met communicatie te
bereiken. Dit gezien de omvang en de spreiding over heel Europa. In tegenstelling
tot Nederlandse houders, is het niet mogelijk om deze groep per brief aan te schrijven6.
Communicatie
Het afgelopen halfjaar is de communicatie over de vrachtwagenheffing verder geïntensiveerd.
Doelgroeponderzoek en signalen uit het veld duiden op brede bekendheid over de vrachtwagenheffing.
Echter, ervaringen van introducties van vergelijkbare heffingen in het buitenland
leren dat het niet vanzelfsprekend is dat houders die geïnformeerd zijn, ook tijdig
starten met de voorbereidingen. Een deel van de houders heeft nog geen actie ondernomen.
Daarom is het doel van de communicatie inmiddels verschoven van informeren, naar actief
aanzetten tot handelen. Houders worden via brieven en communicatiecampagnes opgeroepen
om tijdig een dienstverleningsovereenkomst af te sluiten, boordapparatuur te laten
bezorgen en deze te plaatsen.
Communicatie vanuit RDW
Voor het bereiken van binnen- en buitenlandse houders en chauffeurs van vrachtwagens
is een breed scala aan communicatiemiddelen- en kanalen ingezet. Zo heeft RDW alle
Nederlandse houders enkele brieven gestuurd: een eerste brief in het najaar van 2025
en een tweede in april 2026. Vervolgens is in mei nog een derde brief gestuurd aan
houders van vrachtwagens waarvoor in april nog geen dienstverleningsovereenkomst was
gesloten.
De communicatiecampagne in binnen- en buitenland bestaat tevens uit advertenties in
vakbladen en dagbladen, op sociale media, in apps en op schermen bij tankstations.
Ook zijn er radiospotjes uitgezonden en is er geadverteerd in podcasts. Er is samengewerkt
met influencers, die hun achterban met video’s hebben geïnformeerd. Daarnaast is een
PR-campagne gevoerd en zijn flyers uitgedeeld. Tot slot heeft Rijkswaterstaat de informatieborden
voor de vrachtwagenheffing aan de grens al enkele maanden voor de start geplaatst,
met daarop tijdelijk een gele strip met een verwijzing naar de startdatum.
RDW heeft een klantcontactcentrum waar iedereen telefonisch terecht kan voor ondersteuning.
Samenwerking belangenverenigingen en dienstaanbieders
Voor de communicatie over de vrachtwagenheffing is nauw samengewerkt met branche-
en belangenverenigingen in binnen- en buitenland. Zij hebben via onder andere websites,
nieuwsbrieven en webinars hun leden geïnformeerd over de vrachtwagenheffing.
Ook NedLinq en de EETS-aanbieders zijn volop bezig met marketing en communicatie.
Zij draaien eigen communicatiecampagnes en hebben klantcontactcentra om houders te
ondersteunen bij het afsluiten van een dienstverleningsovereenkomst en de omgang met
de boordapparatuur.
Motorrijtuigenbelasting en Eurovignet
Verlaging motorrijtuigenbelasting
Vanaf het eerste volledige tijdvak na 1 juli 2026 betalen houders van een vrachtwagen
tot 12.000 kilogram een nihiltarief voor de motorrijtuigenbelasting. Voor houders
van een vrachtwagen van 12.000 kilogram en zwaarder wordt de motorrijtuigenbelasting
vanaf het eerste volledige tijdvak na 1 juli 2026 verlaagd naar het Europees minimum.
In aanvulling daarop heeft het kabinet een extra maatregel genomen. Vanwege de uitzonderlijke
stijging van de brandstofprijzen als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten
en de daarmee samenhangende verstoringen op de energiemarkten, heeft het kabinet besloten
het tarief van de motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens zwaarder dan 12.000 kilogram
van 1 juli tot 31 december 2026 tijdelijk te verlagen naar nihil7. Vervolgens wijzigt het tarief op 1 januari 2027 naar het Europees minimum. Voor
houders van vrachtwagens tot 12.000 kilogram blijft het nihiltarief ook na 1 januari
2027 van toepassing.
Eurovignet voor Nederland stopt
Als onderdeel van de invoering van de vrachtwagenheffing wordt het heffen van het
Eurovignet in Nederland per 1 juli 2026 beëindigd. Het vignet blijft wel vereist in
Luxemburg en Zweden. Ondernemers die een Eurovignet hebben dat langer doorloopt dan
1 juli en dit vignet niet langer nodig hebben omdat zij niet in deze landen rijden,
kunnen bij de Belastingdienst een teruggaveverzoek doen. Om administratieve lasten
voor ondernemers die meerdere aanvragen willen doen te verlagen, heeft de Belastingdienst
het mogelijk gemaakt om voor meerdere vignetten tegelijk een teruggaveverzoek in te
dienen.
Het Eurovignetverdrag wordt door Nederland opgezegd. Dit gebeurt in een zelfstandig
traject.
Communicatie over belastingmaatregelen
De Belastingdienst heeft gecommuniceerd over de nieuwe tarieven voor de motorrijtuigenbelasting
voor vrachtwagens die na de start van de vrachtwagenheffing gaan gelden. Ook hebben
zij houders geïnformeerd over de beëindiging van het Eurovignet in Nederland. Dit
is onder andere gedaan via een brief, informatie op websites en flyers bij verkooppunten
voor het Eurovignet.
Innovatie en verduurzaming van de vervoerssector
Conform de Wet vrachtwagenheffing worden de netto-opbrengsten van de vrachtwagenheffing
ingezet om (subsidie)maatregelen te bekostigen voor innovatie en verduurzaming van
de vervoerssector, de zogenoemde terugsluis. De maatregelen zijn uitgewerkt in het
Meerjarenprogramma Terugsluis 2026–20308. Het grootste gedeelte van de middelen gaat naar subsidies die ondernemers financieel
ondersteunen bij het elektrificeren van hun wagenpark. Daarmee dragen de subsidies
niet alleen bij aan het verminderen van de CO2-uitstoot, maar ook aan het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen.
Met de openstelling van de subsidieregelingen Private Laadinfrastructuur bij bedrijven
(SPriLa) en Zero-Emissie Trucks (AanZET) is in januari reeds gestart met de uitvoering
van het Meerjarenprogramma.
Vooruitlopend op de start van de vrachtwagenheffing zijn ook in 2024 en 2025 middelen
ingezet om de verduurzaming en innovatie van het vrachtvervoer te versnellen. Hiervoor
is het Stimuleringspakket 2024–2025 opgesteld9. Deze middelen zijn voorgefinancierd uit het Mobiliteitsfonds en worden na de start
van de vrachtwagenheffing vanuit de heffingsopbrengsten terugbetaald. Over de resultaten
van het stimuleringspakket heb ik u op 13 april jl. geïnformeerd.10
Additionele middelen terugsluis
Bij de Voorjaarsnota 2026 is de raming van de kosten voor de vrachtwagenheffing naar
beneden bijgesteld. Verder is de raming van de uitvoeringskosten van de terugsluisregelingen
verlaagd. Als gevolg hiervan stijgen de netto-opbrengsten, en komen additionele middelen
beschikbaar voor de terugsluis.
Deze extra middelen zijn grotendeels verdeeld over de maatregelen zoals uitgewerkt
in het meerjarenprogramma 2026–2030. Zo neemt het budget voor AanZET de komende jaren
toe met in totaal meer dan € 300 miljoen. Daarnaast zijn middelen gereserveerd voor
additionele maatregelen. Met de vervoerssector en andere stakeholders wordt besproken
welke maatregelen doelmatig en doeltreffend kunnen bijdragen aan de verduurzaming
en innovatie van de sector. Voor de volledigheid is hieronder een herziening van de
tabel met de bedragen uit het Meerjarenprogramma opgenomen.
Tabel 2: Herziene begroting Meerjarenprogramma 2026–2030, uitgesplitst naar maatregel
en naar jaar (bedragen in miljoenen euro’s).
Maatregel
2026
2027
2028
2029
2030
Totaal
Emissievrije trucks (AanZET)
205
258
260
260
320
1.303
Laadpalen (SPriLa)
68
101
103
103
125
500
Waterstof (SWiM)
10
10
13
13
–
46
Electric Road Systems (ERS)
–
–
11
52
52
115
Logistieke efficiëntie
10
15
15
20
20
67
Overige subsidies
–
16,7
15,9
19,6
96
148
Totaal terugsluis
293
400,7
417,9
467,6
613
2.192
Uitvoeringskosten
5
6,5
7
8
10
48,5
Terugbetalen voorfinanciering
–
105
75
–
–
180
Totaal
298
512,2
499,9
475,6
623
2.409
Aanschafsubsidie emissievrije vrachtwagens (AanZET)
De AanZET subsidie ondersteunt ondernemers bij de aanschaf van een emissievrije vrachtwagen.
Op 27 januari jl. ging AanZET open met een budget van € 78 miljoen. Net als in eerdere
jaren was de belangstelling voor de regeling groot en was de subsidiepot binnen twee
dagen uitgeput. Op 29 september gaat de regeling opnieuw open. Hiervoor is, na ophoging
van het budget in de voorjaarsnota, € 119,2 miljoen beschikbaar.
Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven (SPriLa)
De Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij Bedrijven (SPriLa) is op 20 januari
jl. opengesteld met een totaalbedrag van € 78,5 miljoen. De regeling werd vanaf het
begin van de openstelling goed gevonden. Tevens bleek dat ongeveer twee derde van
de aanvragers een stationaire batterij nodig heeft om laadinfrastructuur te kunnen
realiseren. Het budget voor investeringen in een stationaire batterij was dan ook
snel overtekend. Daarom is recent een ophoging van het budget gepubliceerd11. Daarmee zijn zowel voor de realisatie van laadinfrastructuur als investeringen in
een stationaire batterij extra middelen beschikbaar gemaakt. De regeling staat tot
en met 18 december open voor aanvragen.
Subsidieregeling Samenwerking in Logistieke Keten (SiLK)
Op 4 november 2025 is de nieuwe subsidieregeling Samenwerking in Logistieke Keten
(SiLK) opengesteld met een budget van € 3,6 miljoen. Met deze regeling worden bedrijven
geholpen om de samenwerking in de logistieke keten te verbeteren, om zo vrachtwagenkilometers
te reduceren. In totaal zijn 41 aanvragen gedaan, waarvan er 5 zijn afgewezen en 36
toegekend. Hiermee is ruim € 3,4 miljoen aan subsidiemiddelen toegekend. Het streven
is om SiLK in de tweede helft van 2026 opnieuw open te stellen.
Subsidieregeling Waterstof In Mobiliteit (SWIM)
Op 1 april 2026 is de Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit (SWIM) voor de derde
keer open gegaan. Tot en met 13 mei konden samenwerkingsverbanden die willen investeren
in waterstoftankstations en waterstofvoertuigen, subsidie aanvragen. Er was in totaal
€ 45 miljoen beschikbaar. Er is door samenwerkingsverbanden voor ruim € 80 miljoen
aan aanvragen ingediend. Deze aanvragen gaan het beoordelingsproces in.
SuperEco-Combi (SEC)
In het kader van de maatregelen voor logistieke efficiëntie wordt onderzoek gedaan
naar de introductie van de SuperEco-Combi (SEC) op de Nederlandse wegen. De SEC is
een extra lange vrachtwagencombinatie, die bestaat uit een trekker met twee 13,60
meter lange opleggers. Een SEC is maximaal 32 meter lang en weegt maximaal 72 ton.
Daarmee kan een SEC in één keer de lading van twee gewone vrachtwagens vervoeren.
Na onderzoek en het treffen van voorbereidingen is in januari een ontheffingsaanvraag
ingediend voor een test met de SEC op de openbare weg. De RDW beoordeelt of het voertuig
aan de technische eisen voldoet, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid. Als er
ontheffing wordt verleend kan de SEC op de openbare weg worden getest. Bij goed gevolg
van deze testen zal in 2027 worden gestart met een aantal pilots.
Beleidsontwikkelingen
Monitoring uitwijk van vrachtwagens naar andere wegen
Op basis van onderzoek is de verwachting dat de invoering van de vrachtwagenheffing
niet leidt tot structurele uitwijk van vrachtwagens naar wegen waar dit ongewenst
is. Dit omdat wegen waarop ongewenste uitwijk wordt verwacht, reeds zijn toegevoegd
aan het heffingsnetwerk. Desalniettemin is het belangrijk goed voorbereid te zijn
als uitwijkverkeer zich onverhoopt wél voordoet. Daarom wordt vanaf 1 jaar vóór tot
3 jaar na de invoering gemonitord en geëvalueerd of eventuele uitwijk in de praktijk
optreedt. Dit gebeurt op basis van een plan dat samen met wegbeheerders is opgesteld.
Als blijkt dat toch ongewenste uitwijk optreedt, kunnen maatregelen genomen worden.
Hierbij valt te denken aan uitbreiding van het heffingsnetwerk of aan lokale (tijdelijke)
maatregelen door de wegbeheerder, zoals een vrachtwagenverbod. In spoedeisende gevallen
kunnen deze maatregelen versneld worden uitgevoerd. In het BO MIRT 2026 is afgesproken
dat het Rijk in bepaalde gevallen (tijdelijke) maatregelen van wegbeheerders vergoedt.
Tot slot
De vrachtwagenheffing brengt een grote verandering met zich mee, die gewenning zal
vragen van houders van vrachtwagens en de uitvoeringsorganisaties. Echter, gezien
de zorgvuldige voorbereiding heb ik vertrouwen in een succesvolle start op 1 juli.
In het najaar kunt u de volgende voortgangsbrief verwachten.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Indieners
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat