Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden over het Jaarverslag Mobiliteitsfonds 2025 (Kamerstuk 36945-A-1)
36 945 A Jaarverslag en slotwet Mobiliteitsfonds 2025
Nr. 6
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 10 juni 2026
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantal vragen voorgelegd
aan de Minister en Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over de brief
van 20 mei 2026 over het Jaarverslag Mobiliteitsfonds 2025 (Kamerstuk 36 945 A, nr. 1).
De Minister en Staatssecretaris hebben deze vragen beantwoord bij brief van 10 juni
2026. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Huizenga
De griffier van de commissie, Schukkink
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Welke risico’s ziet u in de forse toename van kosten voor onderhoud en exploitatie
als gevolg van excessieve prijsstijgingen en welke budgettaire gevolgen verwacht u
hiervan in de komende jaren?
Antwoord 1
Als gevolg van excessieve prijsstijgingen zijn afgelopen jaren de kosten voor exploitatie
en onderhoud op de netwerken harder gestegen dan waar in de budgetten rekening mee
was gehouden. De afgelopen jaren zijn Rijkswaterstaat en ProRail deels gecompenseerd
vanuit de IBOI (Index Bruto Overheidsinvesteringen, dit is de indexatiegrondslag binnen
de Rijksbegroting voor lange termijn investeringen op basis waarvan het Mobiliteitsfonds
en Deltafonds worden geïndexeerd) voor de extra kosten die zijn gemaakt als gevolg
van excessieve prijsstijgingen, en deels zijn de extra kosten opgevangen binnen de
fondsen. Daarmee is zo veel mogelijk voorkomen dat noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden
zijn uitgesteld of afgesteld door excessieve prijsstijgingen. Hoe om te gaan met de
effecten van excessieve prijsstijgingen in toekomstige jaren wordt van jaar op jaar
bekeken als onderdeel van de reguliere besluitvorming. Het is op dit moment daarom
nog niet te zeggen wat de gevolgen hiervan in de komende jaren zullen zijn.
Vraag 2
Wat zijn de gevolgen van de stikstofproblematiek voor de totale doorlooptijd van hoofdwegprojecten
binnen het Mobiliteitsfonds en welke aanvullende maatregelen overweegt u om verdere
vertraging te voorkomen?
Antwoord 2
De afgelopen jaren zijn diverse grote wegenprojecten van het Rijk gepauzeerd of vertraagd,
mede door (mogelijke) effecten van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Voor
een groot deel van deze wegenprojecten geldt dat er vanwege stikstof momenteel nog
geen concreet zicht is op een «vergunbare» situatie. Hiermee kunnen ook nog geen uitspraken
worden gedaan over doorlooptijd van hoofdwegennet projecten. Voor een «vergunbare»
situatie is een pakket bron- en natuurmaatregelen nodig waarmee op gebiedsniveau kan
worden onderbouwd dat (dreigende) verslechtering van de natuur in de Natura 2000-gebieden
wordt voorkomen. Het kabinet streeft ernaar vóór de zomer een pakket aanvullende maatregelen
te presenteren dat hieraan een belangrijke bijdrage kan leveren. Hierin zitten ook
aanvullende maatregelen voor de sector mobiliteit. Daarnaast worden voor de sector
mobiliteit met name in het kader van het milieu- en klimaatbeleid bronmaatregelen
vastgesteld die leiden tot daling van de stikstofemissie en -depositie.
Samen met gebiedsgerichte bron- en natuurmaatregelen moet vervolgens per Natura 2000-gebied
ecologisch worden beoordeeld of het totale pakket aan maatregelen voldoende is om
«van het slot» te komen.
Vraag 3
Hoe verklaart u dat bij meerdere verkeersveiligheidsprojecten middelen niet tot besteding
komen en welke gevolgen heeft dit voor het behalen van verkeersveiligheidsdoelstellingen?
Antwoord 3
De onderuitputting van € 26 miljoen bij de Regeling Impuls Strategisch Plan Verkeersveiligheid
betreft onbenutte ruimte binnen het tweede aanvraagtijdvak van de Investeringsimpuls
Verkeersveiligheid. De regeling werkt met plafondbedragen per medeoverheid, afgestemd
op het aantal kilometers weg en fietspad in beheer. Het gaat hier om budget dat binnen
die plafondbedragen niet is aangevraagd door gemeenten, provincies of waterschappen.
Lopende projecten worden hierdoor niet geraakt.
Voor de bredere verkeersveiligheidsdoelstellingen is het wel van belang dat dit budget
alsnog wordt ingezet voor verkeersveiligheidsmaatregelen op het onderliggend wegennet.
Daarom organiseert het Ministerie van IenW dit jaar nog een aanvullend aanvraagtijdvak
(een zogeheten veegronde), zodat het resterende budget volledig kan worden besteed.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.A. Huizenga, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
M. Schukkink, griffier