Brief regering : Veiligheid van vrouwen in de openbare ruimte
34 843 Seksuele intimidatie en geweld
Nr. 131
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 juni 2026
Vrouwen en meisjes zouden zich in Nederland overal en altijd veilig moeten voelen
en veilig moeten zijn. Intimidatie en geweld tegen vrouwen, waaronder dodelijk geweld,
tonen aan dat de veiligheid van vrouwen in Nederland niet vanzelfsprekend is. Vrouwen
voelen angst en onzekerheid in situaties waarin veiligheid zo vanzelfsprekend zou
moeten zijn.
Het kabinet zet zich onverminderd in tegen geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld
en kindermishandeling, evenals tegen onveiligheid in de publieke ruimte.1 In deze brief richt ik mij op de veiligheid van vrouwen in de openbare ruimte. Geweld
en intimidatie tegen vrouwen vraagt om dringende oplossingen en maatregelen die vrouwen
kunnen helpen zich veiliger te voelen wanneer zij zich in openbare ruimtes begeven.
Op 2 september 2025 heb ik tijdens het vragenuur in antwoord op een mondelinge vraag
van het lid Mutluer toegezegd een onderzoek te laten uitvoeren naar het internationale
beleid rondom pepperspray.2 Deze verkenning naar het beleid en ervaringen op pepperspray in België, Duitsland,
Frankrijk, Oostenrijk en Denemarken is bij deze brief gevoegd. Daarnaast heeft het
Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) een overzicht opgesteld van
alle veiligheidsmaatregelen die vrouwen kunnen nemen en is mijn voorganger met vrouwen
in gesprek gegaan over hun behoeftes aan veiligheidsmiddelen in de openbare ruimte.
Hoewel ik het van groot belang vind dat vrouwen zichzelf kunnen verdedigen tegen agressie
en geweld, vind ik het tegelijkertijd een verontrustende en onacceptabele ontwikkeling
dat vrouwen verantwoordelijk worden gemaakt voor hun veiligheid en daarvoor maatregelen
zouden moeten nemen. De inzet van zelfverdedigingsmiddelen voor vrouwen zal nooit
volstaan om geweld tegen te gaan; de oplossing is gelegen in een alomvattende aanpak
van geweld tegen vrouwen waarin door het kabinet samen met gemeenten en uitvoeringsorganisaties
wordt gewerkt aan publieke bewustwording, het tegengaan van genderongelijkheid, professionele
deskundigheid, adequate hulpverlening en beschermingsmaatregelen en goede handhaving.
In deze brief informeer ik uw Kamer, mede namens de staatssecretaris van Onderwijs
en Emancipatie en de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, over de uitkomsten
van het rondetafelgesprek met ervaringsdeskundigen, over de verkenning naar het beleid
rond pepperspray in omringende landen, over veiligheidsmaatregelen voor vrouwen en
over de vervolgstappen die er worden genomen.
Uitkomsten van ondernomen acties
Rondetafelgesprek met ervaringsdeskundigen
Op 5 november jl. ging mijn voorganger in gesprek met verschillende ervaringsdeskundigen
van geweld en intimidatie in de publieke ruimte: Slachtofferhulp Nederland, Dolle
Mina's, Wij Eisen De Nacht Op, de Fietsersbond, en de politie. Deze sessie bracht
openhartige en aangrijpende verhalen naar voren. Daarbij werd pijnlijk helder hoe
groot de impact is van geweld en intimidatie in de publieke ruimte en dat incidenten
tot langdurige angstgevoelens bij vrouwen kunnen leiden.
In dit gesprek werd duidelijk hoe divers en gelaagd het probleem van geweld en intimidatie
tegen vrouwen is. Het komt voor in verschillende contexten: door
(ex-)partners of familieleden (in huiselijke kring), op straat, in en rondom uitgaansgelegenheden,
op het werk en op nog veel meer plekken. Wat mij diep raakt, zijn de verstrekkende
gevolgen die dit geweld heeft voor vrouwen; één incident kan blijvend angst veroorzaken,
maar ook de noodzaak voor voortdurende waakzaamheid voor mogelijke incidenten geeft
aanhoudende gevoelens van onveiligheid. Vrouwen nemen vaak zelf maatregelen zoals
het delen van hun live-locatie of het opstellen van fietsschema’s om hun veiligheid
te bevorderen.
In het rondetafelgesprek kwamen belangrijke thema’s aan bod, breder dan alleen de
voor- en nadelen van het legaliseren van pepperspray. De vrouwen maakten inzichtelijk
welke problematiek vrouwen in de publieke ruimte ondervinden op het gebied van geweld,
intimidatie en (gevoel van) veiligheid. Belangrijke punten die naar voren kwamen waren:
het niet durven doen van aangifte vanwege mogelijke vergelding, ervaringen met beperkte
opvolging van zaken na aangifte, de acties die vrouwen nemen om zich te beschermen
(zoals live locatie delen, constant met iemand bellen, het opstellen van schema’s
om samen te fietsen), de langdurige effecten die een incident veroorzaakt (bijvoorbeeld
uitval op werk, medische kosten, psychologische kosten, en het leven in angst), de
onduidelijkheid over wanneer er contact met politie opgenomen mag worden en de onbekendheid
van legale zelfverdedigingsopties. De deelnemers van het gesprek gaven ook aan dat
de bredere maatschappelijke context van genderongelijkheid en vrouwenhaat een belangrijke
factor is bij geweld en intimidatie tegen vrouwen en de denkbeelden die er heersen
in de samenleving over vrouwen zoals victim blaming.
Het gesprek onderstreept dat de oorzaken bij de kern aangepakt moeten worden door
genderongelijkheid en vrouwenhaat te adresseren en in te zetten op verbetering van
preventie, herkenning, bejegening, hulpverlening, zorg en interventies, waarbij ook
aandacht moet zijn voor culturele verschillen in geweld tegen vrouwen, zoals bij eergerelateerd
geweld. Het versterken van de coördinatie van de aanpak van geweld tegen vrouwen,
huiselijk geweld en kindermishandeling is van groot belang om geweld beter te kunnen
voorkomen en slagvaardiger te kunnen bestrijden. De aandachtspunten die uit het gesprek
naar voren kwamen worden hieronder toegelicht en zullen worden meegenomen in het verdere
beleid dat door de betrokken ministeries, gemeenten en uitvoeringsorganisaties wordt
gevoerd.
De aandachtspunten zijn:
– De mogelijkheid voor slachtoffers om anoniem aangifte te doen, hetgeen cruciaal is
om angst voor vergelding te verminderen. Het gaat hierbij om beschermingsmaatregelen
voor slachtoffers bij het doen van aangifte, waarbij de persoonsgegevens van de aangever
deels of geheel uit de processtukken worden gehouden. Sinds 1 juli 2025 wordt in voorkomende
gevallen alleen nog de naam en geboortedatum in het proces-verbaal van de aangifte
vermeld. Er is daarnaast onder voorwaarden een mogelijkheid om aangifte te doen onder
nummer waarbij persoonsgegevens in het proces-verbaal worden vervangen door een nummer.
Hierbij wil ik benadrukken dat het dus niet mogelijk is om volstrekt anoniem aangifte
te doen. De identiteit van de aangever is namelijk wel bekend bij de politie en het
OM.
– Er dient meer bekendheid gegeven te worden aan veiligheidsmaatregelen voor vrouwen,
zodat deze bij de doelgroep bekend zijn. Zoals hierboven aangegeven heeft het CCV
een lijst met middelen opgesteld, bijgevoegd als bijlage 2. Deze lijst zal gepubliceerd
worden op rijksoverheid.nl, op de website van het CCV gezet worden en via de VNG naar
gemeenten worden verspreid.
– Daarnaast benadrukten de deelnemers aan het rondetafelgesprek het belang van educatieve
programma’s gericht op bewustwording en het bevorderen van gendergelijkheid, waarbij
stereotiepe denkbeelden die bijdragen aan victim blaming mentaliteit worden aangepakt.
– Internationaal kunnen we leren van initiatieven zoals in Spanje, waar zowel slachtoffers
als daders betrokken worden bij bewustwordingscampagnes.
– Slachtofferhulp NL biedt adequate ondersteuning na incidenten. Het is belangrijk dat
Slachtofferhulp NL deze ondersteuning blijft geven. Het is ook belangrijk dat slachtoffers
niet herhaaldelijk hun verhaal moeten vertellen.
– Voor vrouwen moet het duidelijk zijn dat zij de politie mogen bellen bij iedere situatie
waarin zij gevoelens van onveiligheid en/of angst ervaren. Dus niet uitsluitend bij
situaties met een directe fysieke dreiging. Hierop moet meer voorlichting komen.
Naast dat het belangrijk is dat het duidelijk is voor vrouwen welke veiligheidsmiddelen
zij tot hun beschikking hebben, is het belangrijk dat er een omslag plaatsvindt in
de bredere maatschappelijke context van genderongelijkheid en vrouwenhaat. Ook omstanders
zullen zich moeten realiseren welke rol zij spelen bij geweld, intimidatie en gevoelens
van onveiligheid van vrouwen in de publieke ruimte.
Verkenning naar het beleid rond pepperspray in omringende landen
Tijdens het vragenuur op 2 september 2025 heb ik toegezegd een onderzoek uit te laten
voeren naar het beleid rond pepperspray in omringende landen.3 Deze verkenning is uitgevoerd met betrekking tot het beleid in Duitsland, Oostenrijk,
Frankrijk, België en Denemarken.
In ieder onderzocht Europees land valt pepperspray onder de wetgeving voor wapens.
De wet- en regelgeving rondom pepperspray voor Nederland en de omringende landen Denemarken,
Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk en België wordt hieronder toegelicht. Een meer uitgebreide
toelichting is te vinden in bijlage 1.
Nederland
In Nederland valt pepperspray onder «categorie II wapens» van de Wet wapens en munitie.
Dat betekent dat het gebruik ervan in beginsel beperkt is tot de overheid vanwege
de gevaarzettende kenmerken. Het bezit van pepperspray is strafbaar en kan worden
bestraft met een gevangenisstraf van maximaal vier jaar of een geldboete. Er bestaan
strafuitsluitingsgronden, zoals noodweer, die van toepassing kunnen zijn wanneer sprake
is van noodzakelijke verdediging tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanvallen
bij het gebruik van pepperspray. Dit zou enkel mogelijk zijn met betrekking tot het
gebruik van de pepperspray voor zelfverdediging. In deze situatie blijft de gebruiker
van de pepperspray in het bezit van een verboden wapen. Pepperspray wordt in Nederland
enkel toegestaan aan daartoe getrainde professionals zoals politieambtenaren vanwege
het gevaar dat het middel met zich mee kan brengen.
Denemarken
In Denemarken is pepperspray juridisch geclassificeerd als «wapen» onder de Våbenloven
(Wapenwet). Eind 2018 besloot de Deense regering tot een wetswijziging waarmee burgers
die 18 jaar of ouder zijn zonder toestemming van de politie pepperspray mochten aanschaffen
voor gebruik in hun eigen woning, en waarmee personen met een bijzondere beschermingsbehoefte
van de politie toestemming kunnen krijgen om pepperspray in het openbaar te bezitten
en bij zich te dragen. Over deze wetswijziging bestond bij aanvang maatschappelijke
verdeeldheid. Vanuit de politie werd gewezen op mogelijk misbruik van de nieuwe regeling,
omdat aankoop en bezit hierdoor veel eenvoudiger zouden worden. De wet trad op 1 januari
2019 in werking.
In oktober 2020 werd de wetswijziging uitgebreid geëvalueerd. De belangrijkste constatering
was dat in 2019 (het jaar van de versoepeling van het pepperspraybeleid) het aantal
veroordelingen gerelateerd aan illegaal gebruik van pepperspray verdubbelde ten opzichte
van 2018, namelijk van 893 naar 1660 zaken. Uit het onderzoek bleek dat 9 zaken konden
worden gekwalificeerd als zelfverdediging, en dat in 5 van de 9 gevallen er sprake
was van een vrouwelijk slachtoffer dat zich met pepperspray verweerde tegen een man.
Op basis van deze evaluatie besloot de Deense regering om (thuis)bezit zonder vergunning
terug te draaien.
Sinds 1 februari 2021 kunnen in Denemarken alleen personen met «een bijzondere behoefte
aan bescherming» een vergunning voor pepperspray verkrijgen (Våbenloven §6b, lid 1),
bijvoorbeeld vanwege stalking, een relationeel conflict of eergerelateerd geweld.
Het gebruik is strikt beperkt tot situaties van rechtmatige zelfverdediging: wanneer
de houder zelf of iemand anders daadwerkelijk wordt aangevallen en het gebruik van
pepperspray noodzakelijk is om de aanval af te wenden.
Duitsland
In Duitsland valt pepperspray onder de Wapenwet (WaffG), maar sprays die als «Tierabwehrspray»
(dierafweerspray) zijn gelabeld en voldoen aan keurmerken, kunnen legaal worden verkregen
door burgers. De Duitse politie raadt echter af om wapens zoals pepperspray te dragen,
omdat ze geen echte veiligheid bieden en juist risico’s voor de veiligheid kunnen
verhogen. Zo kan er een grotere bereidheid ontstaan voor het nemen van risico’s omdat
sommige mensen zich veiliger voelen met een wapen op zak. Momenteel vindt er een evaluatie
plaats van de Duitse Wapenwet door het federale ministerie van Binnenlandse Zaken,
waarin ook reguliere peppersprays worden meegenomen.
Oostenrijk
In Oostenrijk wordt pepperspray als wapen beschouwd onder de Waffengesetz (WaffG),
waarbij het bezit en dragen ervan verboden is voor personen jonger dan 18 jaar. Volwassenen
mogen wel pepperspray bezitten en bij zich dragen, mits het gebruik beperkt blijft
tot situaties van noodweer. Er is geen wapenvergunning of registratie vereist voor
pepperspray, hoewel reis- en luchtvaartregels strenger kunnen zijn. Pepperspray mag
niet worden meegenomen in zogenaamde wapenverbodszones die regelmatig in steden zoals
Wenen worden ingesteld. Er zijn geen evaluatieonderzoeken bekend van de voor- en nadelen
van het toestaan van pepperspray in Oostenrijk.
Frankrijk
In Frankrijk kunnen volwassenen legaal kleine flacons (tot 100 ml) pepperspray aanschaffen
en thuis bewaren onder categorie D van de Franse wapenwetgeving. Het dragen of transporteren
in het openbaar is echter verboden tenzij er een legitieme reden is, wat strikt wordt
geïnterpreteerd door wetshandhavers. Gebruik is alleen toegestaan bij zelfverdediging,
zoals gedefinieerd in de Franse Code pénal. Er zijn geen evaluatieonderzoeken bekend
van de voor- en nadelen van het toestaan van pepperspray in Frankrijk.
België
In België valt pepperspray onder verboden wapens volgens de Wapenwet. Dat betekent
dat burgers het niet mogen kopen, invoeren, bezitten of dragen. Alleen diensten voor
het openbaar gezag (zoals de politie) en bepaalde beveiligers van openbaarvervoermaatschappijen
mogen onder strikte voorwaarden pepperspray dragen. In de discussie over legalisering
in België uit men zorgen over het leggen van de verantwoordelijkheid bij (potentiële)
slachtoffers en het via bewapening creëren van een vals gevoel van veiligheid. Organisaties
pleiten voor een focus op preventie via onderwijs, maatschappelijke bewustwording
en een integraal beleid gericht op plegers in plaats van slachtoffers om seksueel
geweld structureel aan te pakken.
Conclusie van de verkenning
Hoewel het dragen van pepperspray een gevoel van veiligheid kan geven aan vrouwen,
blijkt uit de verkenning en de gesprekken met experts en de politie dat er significante
risico’s zijn bij het legaliseren van pepperspray. Deze risico’s omvatten onder meer
dat de agressor de pepperspray kan afpakken en juist tegen vrouwen kan gebruiken en
dat door onervarenheid of weersomstandigheden de pepperspray de vrouw zelf kan treffen
en weerloos kan maken. Daarnaast kan legalisering van pepperspray ertoe leiden dat
burgers het middel tegen de politie en elkaar inzetten en de makkelijke verkrijgbaarheid
van het middel zal er mogelijk toe leiden dat ook criminelen pepperspray vaker als
geweldsmiddel gebruiken.
Ik heb op basis van deze eerste verkenning naar een algehele legalisatie van pepperspray
besloten om het voorbeeld van Denemarken verder te verkennen. Volgens dit Deense voorbeeld
kunnen personen met een bijzondere beschermingsbehoefte van de politie toestemming
krijgen om pepperspray in het openbaar te bezitten en bij zich te dragen. Deze systematiek
van Denemarken lijkt de meest ontwikkelde randvoorwaarden te hebben voor het verkrijgen
van een vergunning voor pepperspray in bepaalde hoog-risico situaties, bijvoorbeeld
vanwege stalking, een relationeel conflict of eergerelateerd geweld.
Ik wil persoonlijk in gesprek gaan met de veiligheidspartners en experts in Denemarken
en Nederland om te bezien of aanpassing van ons beleid rond pepperspray naar Deens
model een toevoeging is om de veiligheid van vrouwen in de openbare ruimte te verbeteren.
Daarbij moet ook aandacht zijn voor het risicovolle gebruik van pepperspray, zoals
door het geven van voorlichting.
Veiligheidsmaatregelen
Hoewel pepperspray niet (alleen) het antwoord is op de onveiligheid van vrouwen in
de openbare ruimte, is er een dringende vraag naar effectieve maatregelen die vrouwen
kunnen helpen om zich veiliger te voelen in de openbare ruimte. Het Centrum voor Criminaliteitspreventie
en Veiligheid (CCV) heeft verschillende maatregelen in kaart gebracht die daaraan
kunnen bijdragen. Dat zijn allereerst maatregelen die zien op gedragsaanpassingen
die vrouwen een veiliger gevoel geven. Denk hierbij aan het delen van je locatie of
het samen fietsen.
Daarnaast zijn er preventieve maatregelen die ingezet kunnen worden om een confrontatie
te voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn taxivervoer voor vrouwen en door vrouwen of
het telefonisch meefietsen door vrijwilligers.
Verder zijn er middelen die tijdens een confrontatie kunnen worden ingezet. Het lid
Becker verzocht eerder tijdens het mondelinge vragenuur van 2 september 2025 om meer
middelen die tijdens een confrontatie kunnen worden ingezet. Een middel dat snel een
noodsignaal kan uitzenden bij onveilige situaties is bijvoorbeeld de 112NL app. Via
deze app kunnen vrouwen die zich in een noodsituaties bevinden of onveilig voelen
vooraf ingevulde gegevens automatisch versturen naar de meldkamer. Ook een digitaal
horloge of armband met een alarmfunctie wordt genoemd als bruikbaar middel om snel
een noodsignaal uit te sturen. Daarnaast bestaan er legale zelfverdedigingssprays
die vrouwen kunnen gebruiken in noodsituaties. Belangrijk is wel dat deze alleen zijn
toegestaan voor gebruik in noodsituaties en de sprays mogen geen letsel veroorzaken.
Daarnaast bestaan er interventies om omstanders te waarschuwen tijdens een confrontatie,
zoals «signal for help». Dit gebaar wordt wereldwijd gebruikt om in stilte aan te
geven dat je in gevaar bent, bijvoorbeeld bij huiselijk geweld, intimidatie of ontvoering.
Door middel van campagnes kunnen we ervoor zorgen dat dit signaal of andere minder
zichtbare signalen van vrouwen beter herkend kunnen worden door omstanders.
Ook de inrichting, het beheer en het gebruik van de openbare ruimte speelt een rol
in de veiligheid en veiligheidsbeleving van de gebruikers van de openbare ruimte.
Ik ga de mogelijkheden onderzoeken hoe vrouwen zich in de openbare ruimte veiliger
kunnen voelen én feitelijk veiliger kunnen zijn. Het onderzoek brengt de behoeften
van vrouwen in kaart en beoordeelt welke interventies het meest effectief zijn, variërend
van het gerichter inzetten van bestaande maatregelen tot het (door)ontwikkelen van
nieuwe aanpakken.
Een goede inrichting van de openbare ruimte, bijvoorbeeld langs de principes van Crime
Prevention Through Environmental Design (CPTED), kan criminaliteit voorkomen en veiligheidsgevoelens
vergroten. Het gaat dan om bijvoorbeeld elementen als verlichting, zichtlijnen, natuurlijke
surveillance, toegankelijkheid en eigenaarschap. Het ministerie van JenV en het ministerie
van VRO zetten zich op verschillende manieren in om kennis en expertise over de veilige
inrichting van de openbare ruimte te delen met gemeenten. Waar mogelijk worden deze
initiatieven uitgebreid. De inrichting van de openbare ruimte is uiteindelijk de verantwoordelijkheid
van de gemeente. Wat betreft de veiligheidsbeleving wordt ook de kennis- en ondersteuningsbehoefte
van gemeenten in kaart gebracht, en wordt hier gevolg aan gegeven in samenwerking
met het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid.
In de bijlage 2 treft uw Kamer het gehele overzicht van veiligheidsmaatregelen voor
vrouwen waaronder bestaande middelen die kunnen worden ingezet tijdens een confrontatie.
Deze lijst zal gepubliceerd worden op rijksoverheid.nl en wordt op de website van
het CCV gezet, zodat de lijst voor iedereen die hier online naar zoekt beschikbaar
is. Ook zal de lijst via de VNG naar gemeenten worden verspreid. Hoewel het goed is
om deze maatregelen in kaart te brengen, voel ik daarbij tegelijkertijd het ongemak
om alleen vrouwen verantwoordelijk te maken voor hun eigen veiligheid. Ik zal mij
deze periode daarom blijven inzetten om het probleem van geweld tegen vrouwen bij
de wortel aan te pakken.
Interdepartementale coördinatie geweld tegen vrouwen
Onveiligheid van vrouwen in de openbare ruimte en gendergerelateerd geweld is een
maatschappelijk probleem dat niet wordt opgelost met de bewapening van vrouwen en
de verantwoordelijkheid voor de eigen veiligheid bij vrouwen zelf neer te leggen.
De aanpak van dit probleem is niet de verantwoordelijkheid van (potentiële) slachtoffers,
maar van de hele maatschappij. Het kabinet zal zich inzetten op een pakket van maatregelen
die de kern van gendergerelateerd geweld aanpakt. In dit pakket worden ook de bevindingen
uit het rondetafelgesprek meegenomen.
Tijdens het rondetafelgesprek werd het belang van goede interdepartementale coördinatie
benadrukt. In het coalitieakkoord «Aan de slag» staat beschreven hoe het kabinet de
aanpak in de komende jaren zal versterken. Aan het verder verbeteren van de interdepartementale
coördinatie wordt gewerkt: momenteel wordt de Nationaal Coördinator Geweld tegen vrouwen
en huiselijk geweld geworven. Uw Kamer is hierover geïnformeerd in de brief over de
voortgang van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, die op 18 december
2025 naar uw Kamer is verzonden.4
Met deze brief heb ik uw nader geïnformeerd over de inzet van dit kabinet voor de
veiligheid van vrouwen in de openbare ruimte. Geweld tegen vrouwen kent echter vele
verschijningsvormen. Het kabinet zet zich momenteel op verschillende manieren in op
het voorkomen en aanpakken van (verschillende vormen van) gendergerelateerd geweld,
onder meer met het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag
en seksueel geweld,5 de aanstelling van Mariëtte Hamer als regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend
gedrag en seksueel geweld en met acties die voortvloeien uit het plan van aanpak Stop
femicide!.6 Een van deze acties is de publiekscampagne tegen femicide «Waar ben je?». Ook het
brede emancipatiebeleid van het kabinet draagt hieraan bij door in te zetten op gendergelijkheid
en het veranderen van schadelijke genderstereotype opvattingen.7 De emancipatienota die na de zomer met uw kamer gedeeld zal worden zal hier specifieker
op in gaan.
Gelijktijdig met deze brief ontvangt uw Kamer een brief met een reactie op het verzoek,
gedaan tijdens het Ordedebat van 31 maart 2026, om te reflecteren op de toename van
het aantal zaken over eergerelateerd geweld, zoals op 1 april jl. gepubliceerd in
het jaarverslag van het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld. In een eerdere
brief die op 22 mei jl. naar uw kamer is verstuurd vindt u de beleidsreactie op het
verkennende onderzoek van de Open Universiteit naar de mogelijke toepassing van Clare’s
Law in Nederland.
Verder zal de coördinerend minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport uw Kamer de
beleidsreactie op de initiatiefnota van het lid Van der Werf c.s. over geweld tegen
vrouwen sturen. Vervolgens zal de coördinerend minister van Langdurige Zorg, Jeugd
en Sport uw Kamer voor de zomer nader informeren over de voortgang van de aanpak van
huiselijk geweld en kindermishandeling.
De beleidsreactie op het WODC-onderzoek over femicide in de Nederlandse rechtspraktijk
zal ik voor de zomer aan uw Kamer sturen.
De minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Indieners
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid