Brief regering : Reactie op het IGJ rapport over inspectieonderzoek Medisch Centrum Kinderwens en op de brief van Stichting Donorkind
30 486 Evaluatie Embryowet
Nr. 43
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 juni 2026
Veel donorkinderen, ouders en andere betrokkenen maken zich zorgen over de praktijken
uit het (recente) verleden binnen fertiliteitskliniek Medisch Centrum Kinderwens (MCK).
Vandaag bracht de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) een rapport uit over haar
inspectieonderzoek naar meldingen over MCK met betrekking tot het maximumaantal kinderen
per donor. In deze brief geeft het kabinet een reactie op dat rapport.
Tevens wordt in deze brief gehoor gegeven aan een verzoek van de vaste commissie voor
Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Op 13 mei jl. verzocht de vaste commissie om een
reactie te geven op de aan haar gerichte brief over donorconceptie van Stichting Donorkind.
Hieronder zal eerst worden ingegaan op het inspectierapport. Daarna volgt de reactie
op de brief van Stichting Donorkind.
I. IGJ rapport over inspectieonderzoek Medisch Centrum Kinderwens
In de periode van mei 2025 tot en met maart 2026 voerde de IGJ onderzoek uit naar
MCK. De aanleiding hiervoor was dat de IGJ vanaf mei 2025 meerdere signalen en meldingen
had ontvangen over de werkwijze van MCK ten aanzien van het maximumaantal kinderen
per spermadonor, en de voorlichting daarover. De IGJ concludeert dat MCK tot 2018
niet conform de destijds gangbare praktijk handelde met betrekking tot het maximumaantal
kinderen per spermadonor. De kliniek hanteerde namelijk lange tijd een maximumaantal
van 25 gezinnen per donor in plaats van het maximumaantal van 25 kinderen per donor. In april 2025 werd bekend dat bij zeker 36 donoren sprake was van een
overschrijding van het maximumaantal van 25 kinderen per donor. De IGJ heeft geen
navolgbare argumentatie voor deze overschrijdingen van het maximum kunnen vinden.
Daarnaast stelt de IGJ onder andere vast dat de medische dossiers van zowel vrouwen
als donoren, voor wat betreft het informed consent niet voldeden aan de wettelijke vereisten van dossierplicht en goede verslaglegging.
Tijdens de voorlichting aan vrouwen (voorlichtingsbijeenkomsten, de informatiefolders,
intake) werd niet verteld dat de kliniek afweek van de gangbare praktijk1 door een maximumaantal gezinnen per donor te hanteren in plaats van een maximumaantal
kinderen per donor. Aan donoren werd evenmin verteld dat met de werkwijze van de kliniek
structureel werd afgeweken van de gangbare praktijk van maximaal 25 kinderen per donor.
De IGJ neemt in het rapport ook haar eigen rol kritisch onder de loep. In de beschouwing
reflecteert de IGJ op haar toezichtsrol, waarbij de IGJ terugkijkend vaststelt dat
zij scherper had kunnen en moeten toezien op de naleving van het maximumaantal van
25 kinderen per spermadonor. Ook geeft de IGJ openheid over een vermoedelijke fout
in een rapport uit 2015. Waarschijnlijk was de IGJ toen al op de hoogte van het feit
dat MCK een maximumaantal gezinnen per donor hanteerde in plaats van een maximumaantal kinderen. De IGJ betreurt dit en biedt daarvoor haar excuses aan.
Verbetermaatregelen bij MCK
De IGJ beschrijft in haar rapport verbetermaatregelen die MCK dient te nemen. De opvolging
daarvan blijft de IGJ volgen. Door middel van een audit moet de kliniek voor 25 september
2026 aantonen dat de volgende vier verbetermaatregelen zijn doorgevoerd:
De kliniek:
1. Borgt dat het informed consent (informatievereiste en toestemmingsvereiste) voor de
behandeling van vrouwen is vastgelegd in het dossier;
2. Implementeert een werkwijze waarin de voorlichting, zowel mondeling als schriftelijk,
zoveel als mogelijk uniform wordt uitgevoerd door de zorgverleners. Ook verwacht de
inspectie dat expliciet het maximumaantal moedercodes per donor (gezinnen per donor)
in Nederland is benoemd en bij gebruik van sperma van een buitenlandse donorbank het
mogelijk aantal gezinnen wereldwijd;
3. Zorgt voor actuele protocollen, inclusief een vigerende datum, en een systeem om deze
actueel te houden;
4. Bestendigt de verbetering van de professionele werkcultuur, in het bijzonder de inspraak,
samenspraak en tegenspraak met betrekking tot (cruciale) beleidswijzigingen. De IGJ
spreekt hier alle betrokkenen van de kliniek aan, dus zowel bestuurders als zorgverleners.
Sinds 2018 voldeed de kliniek aan het Landelijk standpunt spermadonatie waarin uitgegaan
werd van maximaal 12 gezinnen per donor. Verder is het goed om op te merken dat MCK,
volgens de IGJ, op dit moment voldoet aan de wettelijke vereisten met betrekking tot
het maximumaantal gekoppelde moedercodes per donor. Er is op dit moment geen sprake
van een situatie die voor de veiligheid van patiënten of het leveren van goede zorg
een ernstige bedreiging kan betekenen. De zorg is de afgelopen jaren, in het bijzonder
met de recente komst van de nieuwe kliniekbestuurder, verbeterd. Zo stelt de IGJ vast
dat de kliniek de voorlichting en donorregistratie in de afgelopen tijd verbeterde.
Inzet kabinet
De bevindingen van de IGJ over de werkwijze van MCK zijn heftig voor alle betrokkenen.
Donorconceptie is voor sommige wensouders de enige route naar het vervullen van hun
kinderwens. Als daarbij de hulp van een kliniek wordt ingeroepen is het cruciaal dat
de zorgverlening, inclusief voorlichting en dossiervoering, zorgvuldig vormgegeven
zijn. Dit was helaas lange tijd niet het geval bij MCK. Het kabinet vindt dit ontzettend
pijnlijk.
Het belangrijke rapport van de IGJ noopt tot verbetering van de zorgverlening en werkcultuur
bij MCK. Het kabinet hoopt dat het tevens zal bijdragen aan de zorgvuldigheid van
praktijken rond donorconceptie in het algemeen. Hierbij dient opgemerkt te worden
dat die zorgvuldigheid juist bij donorconceptie cruciaal is, vanwege de grote impact
van fertiliteitsbehandelingen met donorgameten (eicellen en sperma) op donorkinderen
en andere betrokkenen. Het kabinet is zich bovendien bewust van de zware wissel die
de aanhoudende berichtgeving over misstanden uit het verre en nabije verleden trekt
op alle betrokkenen. Over MCK zijn vele berichten in de media verschenen, waarbij
de persoonlijke gevolgen voor donorkinderen, (wens)ouders en donoren soms pijnlijk
duidelijk werden.
Sinds de inwerkingtreding in 2004 borgt de Wdkb het wettelijk recht van donorkinderen
om hun afstammingsgegevens te achterhalen. Sindsdien is het wettelijk verplicht voor
klinieken om behandelingen met donorgameten (eicellen en sperma) te registreren bij
het Cdkb. Anoniem doneren van eicellen of sperma is sindsdien niet meer mogelijk.
Sinds 1 april 2025 is het tevens in de Wdkb vastgelegd dat het sperma van één spermadonor
in Nederlandse fertiliteitsklinieken bij maximaal 12 vrouwen gebruikt kan worden.
Het kabinet beschouwt deze wettelijke vereisten als cruciale onderdelen voor een zorgvuldige
praktijk rond donorconceptie.
Tegelijkertijd is het kabinet zich ervan bewust dat er meer inspanningen nodig zijn.
Zo zet het kabinet zich momenteel in voor de regulering en verbetering van de praktijk
rond het gebruik van buitenlands donorsperma.2 Het rapport van de IGJ raakt ook aan dit thema. Zo constateert de IGJ dat indien
er door wensouders gekozen wordt voor een donor van een buitenlandse spermabank, het
aantal gezinnen wereldwijd per donor niet in alle voorlichting wordt beschreven. Ook
wijst de IGJ op het belang van het maken van duidelijke afspraken over welke informatie
aan vrouwen en donoren voor de start van een behandeling moet worden gegeven, om te
voorkomen dat iedere zorgverlener dit naar eigen inzicht invult. Deze signalen van
de IGJ worden meegenomen in het samenwerkingstraject ter verbetering van de praktijken
rond grensoverschrijdende donorconceptie.
II. Reactie op brief Stichting Donorkind
In de brief van Stichting Donorkind aan de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn
en Sport, worden drie oproepen gedaan:
– Stichting Donorkind wil opheldering over het CBO-advies uit 1992 over het maximumaantal
kinderen per donor;
– Stichting Donorkind pleit voor een landelijk, onafhankelijk onderzoek naar misstanden
rondom donorconceptie; en
– Voor haar activiteiten vraagt Stichting Donorkind om structurele financiering.
Hieronder gaat het kabinet afzonderlijk in op elk van deze drie onderwerpen.
Het CBO-advies over het maximum kinderen per donor
Stichting Donorkind kaart in haar brief, die op 16 april jl. aan de vaste commissie
werd verzonden, de ongewenste verwarring aan over de status van het CBO-advies uit
1992, waarin het maximumaantal van 25 kinderen per spermadonor stond beschreven.3 Op 12 mei heeft het kabinet een Kamerbrief verstuurd om helderheid te scheppen over
de status van het CBO-advies, en de helaas ontstane verwarring weg te nemen.4 Hieronder wordt de inhoud van die brief samengevat:
Sinds de totstandkoming van het CBO-advies hebben het Ministerie van VWS, de IGJ en
andere partijen verschillende benamingen gegeven aan het CBO-advies. Het werd beschreven
als een norm, advies, richtlijn of professionele standaard. Dat het CBO-advies in
het verleden niet eenduidig is omschreven laat echter onverlet dat het moet worden
gezien als een gezaghebbend en breed gedragen document, opgesteld door zorgprofessionals
en wetenschappers. Het maximum van 25 kinderen per spermadonor behoorde tot de gedragen
vigerende beroepspraktijk. De geschiedenis van donorconceptie kan en mag niet herschreven
worden door met terugwerkende kracht te suggereren dat het CBO-advies geen of een
beperkte status had en dat er daarom geen overschrijdingen van het maximumaantal kinderen
per spermadonor hebben plaatsgevonden. Nog steeds is het kabinet van mening dat in
het verleden onwenselijke overschrijdingen van het destijds geldende maximumaantal
kinderen per spermadonor hebben plaatsgevonden.5
Het kabinet vertrouwt erop dat met de Kamerbrief over het CBO-advies duidelijk is
geworden dat zowel het Ministerie van VWS als de IGJ het CBO-advies altijd hebben
geïnterpreteerd als gezaghebbende bron voor wat gezien moest worden als de gangbare
en breed gedragen beroepspraktijk. Zoals in deel I van deze brief is toegelicht vindt
het kabinet het ontzettend pijnlijk voor alle betrokkenen dat deze gangbare praktijk
lange tijd niet werd gevolgd bij MCK.
Landelijk onderzoek historie donorconceptie
Stichting Donorkind geeft in haar brief een uitgebreide toelichting op de noodzaak
en de mogelijke opzet van een groot landelijk onderzoek naar de geschiedenis van donorconceptie.
Een oproep tot het verrichten van een dergelijk onderzoek wordt breed gedeeld in de
Tweede Kamer. De hiertoe ingediende motie van het Kamerlid Vliegenthart6 tijdens het debat over de wijziging van de Embryowet naar aanleiding van de derde
wetsevaluatie is op 2 juni 2026 met ruime meerderheid aangenomen. In de appreciatie
van deze motie gaf het kabinet aan zich op dit moment te beraden op een historisch
onderzoek naar donorconceptie. De Kamer is toegezegd dat het kabinet met een plan
van aanpak komt, maar wel onder de voorwaarde dat er financiering voor het onderzoek
gevonden kan worden. Het kabinet zal de Kamer hierover na de zomer informeren. De
uitgebreide inhoudelijke inbreng van Stichting Donorkind zal worden meegenomen, naast
de inbreng van andere betrokkenen en wetenschappers, waaronder Fiom.
Overheidssubsidie voor Stichting Donorkind
Stichting Donorkind biedt lotgenotencontact, ondersteunt bij vragen rond afstamming
en identiteit en brengt signalen uit de praktijk onder de aandacht. Het kabinet waardeert
de inzet van Stichting Donorkind als vrijwilligersorganisatie voor de belangen van
donorkinderen zeer. Het kabinet acht het daarbij van belang dat de beschikbare middelen
voor ondersteuning van donorkinderen en andere betrokkenen op een samenhangende en
landelijk toegankelijke wijze worden ingezet. Fiom vervult daarbij een centrale rol.
Daarom financiert het Ministerie van VWS Fiom als expertisecentrum. Fiom ondersteunt
donorkinderen, donoren en ouders, faciliteert contact- en zoektrajecten tussen betrokkenen
en draagt bij aan kennisontwikkeling en deskundigheidsbevordering op het terrein van
donorconceptie. Daarbij betrekt Fiom nadrukkelijk het perspectief van donorkinderen
in haar werkzaamheden. Fiom onderhoudt goed contact met Stichting Donorkind en heeft
bovendien financieel bijgedragen aan activiteiten van Stichting Donorkind. De financiële
steun van het Ministerie van VWS aan Fiom illustreert het belang dat het kabinet toekent
aan ondersteuning van donorkinderen, (wens)ouders en andere gezinsleden, en donoren.
Tot slot
Het kabinet spreekt de hoop uit dat de publicatie en doorwerking van het IGJ rapport
over MCK, samen met de kabinetsinspanningen op het gebied van regulering en beleid
rond donorconceptie, zullen bijdragen aan de realisatie van meer verantwoorde donorconceptie
in de toekomst. Het belang van het (donor)kind zal daarbij voorop blijven staan.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans
Indieners
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport