Brief regering : Schriftelijke beantwoording op een deel van de vragen gesteld tijdens het commissiedebat materieel van 3 juni 2026
27 830 Materieelprojecten
Nr. 492
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 juni 2026
Tijdens het commissiedebat materieel van 3 juni 2026 zijn meer vragen gesteld dan
in de beschikbare tijd zijn beantwoord. In deze brief beantwoord ik schriftelijk op
verzoek van de Vaste Commissie Defensie enkele vragen die zijn gesteld door de leden
Nanninga (JA21), lid Dassen (Volt) en het lid Ten Hove (Groep Markuszower).
De overige nog niet beantwoorde vragen beantwoord ik tijdens de voortzetting van het
commissiedebat materieel op 10 juni aanstaande.
De Staatssecretaris van Defensie,
D.G. Boswijk
Antwoorden op de mondelinge vragen van het lid Nanninga (JA21), het lid Dassen (Volt)
en het lid Ten Hove (Groep Markuszower) aan de Staatssecretaris van Defensie tijdens
het materieel debat van 3 juni 2026.
Omdat in het debat op 3 juni jl. diverse vragen zijn gesteld over de specifieke casus
van dhr. W. en ik er waarde aan hecht de Kamer juist te informeren, wil ik graag via
deze brief het volgende met u delen.
Tijdens het Materieeldebat van 3 juni jl. zijn er door uw Kamer verschillende vragen
gesteld over de zakelijke relatie van Defensie met de heer W. of aan hem gelieerde
bedrijven. Een van de onderwerpen waarover ik met uw Kamer heb gesproken tijdens het
Commissiedebat Materieel van 3 juni 2026, is de levering van boten door een aan de
heer W. gelieerd bedrijf. Daarna was er verschil van inzicht met uw Kamer over het
al dan niet uitgegaan zijn van een persbericht over de levering van de boten. Ik merkte
op dat Defensie daarover geen persbericht heeft uitgegeven en bedoelde daarmee een
persbericht waarin specifieke aantallen of leverancier(s) vermeld zijn. Er is vanuit
Defensie op 4 juni 2025 een persbericht uitgegaan over een maritiem steunpakket voor
Oekraïne. Vorig jaar is in dat persbericht een indicatie gegeven van het aantal te
leveren boten, maar is geen exact aantal genoemd noch welke partij(en) deze levert.
In een Kamerbrief van 17 juni 2025 over het verslag van de NAVO bijeenkomst gehouden
op 5 juni 2025 te Brussel en voorafgegaan door een bijeenkomst van de Ukraine Defence
Contact Group (UDCG) op 4 juni 2025, zijn wel specifieke aantallen genoemd1.
Over de exacte status van de levering doet Defensie vanwege operationele veiligheid
geen uitspraken meer in het openbaar. Wel heb ik uw Kamer aangeboden om hier in een
vertrouwelijke technische briefing nader op in te gaan. U heeft mij gevraagd of Defensie
op dit moment contracten heeft met bedrijven waaraan de heer W. gelieerd is. Dat is
het geval. Ik bied u graag aan om de gevraagde informatie in de hierboven genoemde
vertrouwelijke technische briefing mee te nemen.
Daarnaast maak ik van de gelegenheid gebruik om mijn uitspraak bij De Balie te verhelderen,
waarover de leden Piri (GroenLinks-PvdA) en Dassen (Volt) mij schriftelijke vragen
hebben gesteld.2 Naar aanleiding van een opmerking van een andere gespreksdeelnemer inzake het intrekken
van een vergunning op grond van de Wet Wapens en Munitie van een aan de heer W. gelieerd
bedrijf, reageerde ik onder andere met: «daarna is ook meteen gehandeld vanuit Defensie dat we met deze persoon niet meer kunnen
samenwerken». Daarmee bedoelde ik niet de heer W. persoonlijk, maar het betreffende aan dhr.
W. gelieerde bedrijf DTS Armory B.V. De heer W. is niet onherroepelijk veroordeeld
en daarom is er in dit geval ook geen grond tot het op voorhand uitsluiten van een
aan hem gelieerde rechtspersoon.
Ik hecht er aan te benadrukken dat door de forse investeringen die dit kabinet doet
in onze veiligheid, als reactie op een zeer verslechterde geopolitieke situatie, het
bij uitstek noodzakelijk is dat we blijven werken aan het totstandkomen en onderhouden
van integere zakelijke contacten. Wij zijn daarom oplettend. Toen bleek dat het bedrijf
DTS Armory B.V. niet beschikte over de op grond van de Wet Wapens en Munitie benodigde
vergunning, zijn de contracten met DTS Armory B.V. beëindigd en overgezet naar een
bedrijf dat wel over de juiste vergunningen beschikt. Van dit bedrijf is een gedragsverklaring
aanbesteden van de dienst Justis verlangd en overlegd. Daarnaast heeft Defensie, na
signalen van Follow the Money over mogelijk ongeoorloofde informatieverstrekking aan
een leverancier door Defensiemedewerkers, een intern onderzoek opgestart. Dit onderzoek
loopt nog waardoor ik hier nu geen uitspraken over kan doen.
1. Is het een goed idee om met een tussenpersoon te werken? Is dat voor de marktwerking
eerlijk? (JA21)
Antwoord vraag 1
Defensie zet zelf geen tussenpersonen in om de markt te benaderen namens Defensie.
Het staat leveranciers vrij om een tussenpersoon in te zetten om een aanbieding te
doen namens hen zelf of via een bedrijf van die tussenpersoon.
2. Hoe afhankelijk is Defensie van het gebruik van Palantir? Over 2 jaar willen we
afbouwen, waarom is de Kamer hier niet voldoende en tijdig over geïnformeerd? Hoe
bouwen we kennis zelf op om niet meer afhankelijk te zijn van Palantir? En wanneer
kan dat worden geregeld? (Volt)
Antwoord vraag 2
Moderne militaire operaties zijn steeds meer data-gedreven en vereisen een snelle,
betrouwbare en veilige data-uitwisseling en -integratie. Technologische ontwikkelingen
op het gebied van Al-Decision Support Systems (AI-DSS) gaan snel en de operationele
behoefte om binnen Defensie met dit soort technologie te kunnen werken groeit met
de dag. De markt op het gebied van AI-DSS wordt op dit moment gedomineerd door de
technologisch hoogwaardige producten van het Amerikaanse bedrijf Palantir. Deze oplossingen
sluiten naadloos aan op de behoeftes van militaire operators en zijn, gelet op het
huidige dreigingsbeeld, van significante toegevoegde waarde voor de krijgsmacht.
De huidige geopolitieke situatie vraagt om een zorgvuldige afweging bij het gebruik
van software van Palantir. Sinds vorige week is bij Defensie een twee-sporen beleid
van kracht waarin het ontwikkelen van alternatieve AI-DSS het primaire spoor is. Dat
betekent dat op dit moment wordt uitgewerkt hoe dit spoor het beste en meest effectief
vorm kan worden gegeven. In dat licht wordt in deze fase gesproken met Europese en
NAVO partners, alsmede marktpartijen. Op het moment dat deze uitwerking leidt tot
een concrete route naar een bruikbaar alternatief zal uw Kamer hierover worden geïnformeerd.
Zoals toegezegd in het mondelinge vragenuur van 2 juni 2026 zal ik de Kamer uitgebreid
informeren over het huidige twee-sporen beleid na de presentatie van de Defensienota.
Ik hecht er grote waarde aan om niet uitsluitend afhankelijk te zijn van Palantir.
Tegelijkertijd wordt de software van Palantir momenteel gebruikt om op specifieke,
afgebakende plekken binnen Defensie, waaronder in het kader van interoperabiliteit
met de NAVO, op een gecontroleerde wijze, een verbeterde informatiepositie te bewerkstelligen
(secundaire spoor). Mogelijke risico's worden gemitigeerd door een holistisch pakket
van operationele, contractuele, technische en organisatorische waarborgen. De verbeterde
informatiepositie is, gelet op het huidige dreigingsbeeld, van groot belang voor de
effectiviteit van de krijgsmacht en onze veiligheid. De kennis die opgebouwd wordt
met het gebruik van de Palantir software en de lessen die uit het gebruik geleerd
worden, worden in het primaire spoor verwerkt.
3. Logistiek inzetvoertuig – had Defensie hier niet iets kunnen betekenen? Kan er
minimaal 1 truck naar het Veteranen search team? (Groep Markuszower)
Antwoord vraag 3
Defensie respecteert en ondersteunt de inzet van het Veteranen Search Team (VST).
Als Kamerlid onderschreef ik het belang al en daarom heb ik twee jaar geleden een
amendement op de begroting ingediend op financiering van het VST (Kamerstuk 36 410 X, nr. 40 van 6 augustus 2024). Het VST heeft sindsdien tweemaal € 150.000 (incidenteel) ontvangen
voor de uitvoering van de activiteiten. Graag zeg ik hierbij toe dat Defensie in aanvulling
daarop het VST van één voertuig voorziet ten behoeve van initiatieven die zij ontplooien
ten dienste van de samenleving om vermisten personen en goederen op te sporen.
Indieners
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie