Brief regering : Reactie op verzoek commissie inzake het onderwijs in Caribisch Nederland
36 800 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
Nr. 156
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 juni 2026
Hierbij stuur ik u de reactie op het verzoek van de commissie, naar aanleiding van
de procedurevergadering van 25 september 2025, inzake het onderwijs in Caribisch Nederland
(kenmerk 2025D41618). Mijn excuses voor de vertraagde beantwoording van dit verzoek. Uw commissie heeft
de vragen gesteld aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Gezien de
onderwerpen waarop deze vragen betrekking hebben, worden deze beantwoord door de Staatssecretaris
van Onderwijs en Emancipatie. In uw verzoek vraagt u om een reactie op de brief die
Ieder(in) aan uw commissie heeft verstuurd. In de brief spreekt Ieder(in) haar zorgen
uit over de positie van kinderen met een beperking in Caribisch Nederland en hun mogelijkheden
in het onderwijs. Daarnaast stelt Ieder(in) een aantal specifieke vragen aan uw Kamer,
waarop ik hierna reageer.
1. Wilt u de Staatssecretaris vragen hoe zij bewustwording rond het hebben van een
beperking en het recht op zorg en ondersteuning, ook in het onderwijs, op een positieve
manier kan vergroten in Caribisch Nederland.
Iedereen verdient een gelijkwaardige plaats in de maatschappij, daarom zet ik mij
in voor inclusief onderwijs als voorbereiding voor ieder kind op een inclusieve samenleving.
Zo draagt het onderwijs er aan bij dat iedereen wordt geaccepteerd, ook als iemand
een beperking heeft. Ieder kind heeft recht om zich te ontwikkelen, maar sommige kinderen
hebben daarvoor soms meer ondersteuning nodig. Daarom zijn op alle drie de eilanden
expertisecentra onderwijszorg (EOZ) ingericht. Zij werken samen met de scholen en
andere lokale partners aan het ondersteunen van de leerlingen en hun ouders. Zij dragen
daarmee bij aan de bewustwording en acceptatie van ouders en de omgeving van de ondersteuningsvragen
van de kinderen. Het doel is daarbij dat zoveel mogelijk kinderen worden ondersteund
in hun eigen klas, zodat zij onderdeel blijven van hun eigen groep en van andere activiteiten
met hun leeftijds- en wijkgenoten.
2. Wilt u de Staatssecretaris vragen hoe Caribisch Nederland meegenomen wordt in de
huidige beleidsontwikkeling richting inclusief onderwijs.
Caribisch Nederland kent inclusief onderwijs vanaf het moment dat de eilanden Bonaire,
Saba en Sint Eustatius onderdeel werden van het land Nederland op 10 oktober 2010.
Dit betekent dat alle kinderen met elkaar les krijgen, met de ondersteuning op de
plek waar het onderwijs wordt gegeven. Hierdoor is het onderwijs op deze eilanden
deels al verder dan een groot gedeelte van de scholen in Europees Nederland. Dit neemt
niet weg dat er ook nog uitdagingen zijn, bijvoorbeeld het vinden en houden van het
juiste personeel. Daarnaast is er ook behoefte aan meer gespecialiseerde ondersteuning.
Hiervoor wordt door het ministerie met onder andere de EOZ’s gewerkt aan een verbetering
van de ondersteuning op de reguliere scholen. Voor die groepen kinderen waarin de
reguliere klas niet meer de beste plek is om zich te ontwikkelen, zijn er mogelijkheden
om (een deel van de tijd) naar een specialistische voorziening te gaan.
3. Wilt u de Staatssecretaris vragen hoe er wordt ingezet op de opleiding en professionalisering
van leraren, en op een duurzame structuur voor zorg en ondersteuning in het onderwijs.
In de breedte wordt sterk ingezet op de opleiding van personeel uit de regio. Hierin
speelt het samenwerkingsverband Kibrahacha een belangrijke rol. Kibrahacha zorgt voor
de opleiding van onderwijzend personeel uit en voor de regio, in dit geval met name
voor Bonaire, Curaçao en Aruba. In de opleiding wordt ook aandacht besteed aan inclusief
onderwijs en speciale onderwijsbehoeften van leerlingen. Voor het personeel dat al
in dienst is bij de scholen, vervullen de EOZ’s een rol in het opleiden van groepen
leerkrachten op het gebied van extra ondersteuningsbehoeftes. Daarnaast wordt ook
op individueel niveau ondersteuning aan onderwijzend personeel gegeven op basis van
hun specifieke vraag in de klas.
Dit najaar worden de specialistische voorzieningen geëvalueerd. De specialistische
voorzieningen zijn enkele jaren geleden ingericht om de meest gespecialiseerde ondersteuning
te kunnen bieden die niet binnen de klas of de school geboden kan worden. Onderdeel
hiervan is ook om te kijken of er voor bepaalde ondersteuningsbehoeftes nog meer ondersteuning
nodig is.
4. Wilt u de Staatssecretaris vragen hoe zij, samen met de Ministeries van SZW en
VWS, kan zorgen voor betere perspectieven voor het maken van de stap na school, naar
werk of dagbesteding, ook voor voortijdig schoolverlaters.
Samen met mijn collega’s van VWS, SZW en andere relevante partijen, zoals de openbare
lichamen, werk ik aan een doorlopende ontwikkeling voor de kinderen en jongeren in
Caribisch Nederland. Dit begint bij het consultatiebureau en loopt via kinderopvang
en onderwijs naar een waardevolle plaats in de samenleving en op de arbeidsmarkt.
Ik doe dat bijvoorbeeld via de inzet op BES(t) 4 Kids, waarmee wordt ingezet op betere
en toegankelijke kinderopvang voor alle kinderen.
Met de wet van school naar duurzaam werk wordt de overgang van school naar werk op
Caribisch Nederland bovendien structureel versterkt. Het praktijkonderwijs en het
mbo hebben de taak om aanvullende loopbaanbegeleiding te bieden aan leerlingen en
oud-leerlingen richting werk of vervolgonderwijs. Dit ondersteunt juist ook jongeren
die mogelijk dreigen uit te vallen of al uitgevallen zijn bij de stap naar werk, dagbesteding
of een andere passende vervolgroute.
Vanuit het Ministerie van VWS gaat het op Bonaire onder andere om een samenwerking
van de gehandicaptenorganisatie FKPD met de opleider FORMA in het Long Life Learning
Traject. Dit is een vormings- en educatieprogramma gericht op mensen met een licht
verstandelijke beperking, waarin ze adaptieve vaardigheden aanleren voor inzet in
hun dagelijks leven. Hierdoor functioneren ze beter in de samenleving en vergroten
ze hun kansen op de arbeidsmarkt of voor doorstroom naar het mbo.
Het Ministerie van SZW stelt jaarlijks 4 miljoen euro beschikbaar aan de openbare
lichamen voor de ondersteuning voor een traject naar werk voor mensen met een beperking.
Een deel van deze middelen gaat specifiek naar jongeren met een beperking (die voortijdig
school hebben verlaten). Zo zijn er op alle drie de eilanden beschutte werkplekken
of begeleide werkplekken bij een reguliere werkgever voor deze groep. Ook bieden de
openbare lichamen en lokale organisaties als Plenchi di Trabou en Saba Reach Foundation
leer- en ontwikkelmogelijkheden aan om de stap naar (ander) werk voor deze groep makkelijker
te maken. Op Sint Eustatius biedt het openbaar lichaam bijvoorbeeld werkprogramma’s
aan in de bouw en techniek waar voornamelijk voortijdig schoolverlaters aan deelnemen.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J.Z.C.M. Tielen
Indieners
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap