Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden, gesteld aan de Algemene Rekenkamer, over het rapport Staat van de rijksverantwoording 2025
36 945 Financieel Jaarverslag van het Rijk 2025
Nr. 28
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 9 juni 2026
De vaste commissie voor Rijksuitgaven heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Algemene
Rekenkamer over de brief van 20 mei 2026 over het rapport Staat van de rijksverantwoording
2025 (Kamerstuk 36 945, nr. 3).
De Algemene Rekenkamer heeft deze vragen beantwoord bij brief van 9 juni 2026. Vragen
en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Sneller
Adjunct-griffier van de commissie, Van der Steur
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Op welke gegevens baseert de Rekenkamer de conclusie dat veel doelen niet zijn gehaald?
De conclusie dat veel doelen niet zijn gehaald baseren we op de volgende informatie:
– de conclusies uit onze onderzoeken naar de resultaten van beleid (pagina 13 en 14
Staat van de rijksverantwoording 2025). Zo zijn de doelen voor het aantal flexwoningen en voor het hebben van strategische
voorraden op Caribisch Nederland niet gehaald;
– bevindingen uit onze recente onderzoeken buiten het verantwoordingsonderzoek. Zo constateren
we in Focus op industriële lozingen veel normoverschrijdingen bij oppervlaktewater en in Onbenut potentieel dat de resultaten van de inburgeringswet onvoldoende zijn, veel potentieel van statushouders
blijft onbenut;
– de informatie van de Ministers uit de jaarverslagen over behaalde resultaten (pagina
15 Staat van de rijksverantwoording 2025). Zo rapporteert de Minister van KGG dat het doel «afname van 55% CO2 in 2030 vergeleken met 1990» met het huidige beleid onhaalbaar is: de concrete verwachting voor 2030 is 46,8–54,5%;
– informatie uit ons dashboard Blik op Nederland (pagina 16 en 17 Staat van de rijksverantwoording 2025). Zo groeide het woningtekort van 331.000 in 2020 naar ruim 396.000 in 2025. Het
jaarlijkse aantal vroegtijdige schoolverlaters ligt al jaren ruimschoots boven het
beoogde maximum van 18.000 dat de Minister volgend schooljaar (2026–2027) wil bereiken.
In 2024 bedroeg het bijna het dubbele, met 34.000.
De vraag of doelen al dan niet zijn gehaald, komt ook aan de orde in de vele evaluaties:
de basis voor een lerende overheid. Voor het jaar 2026 hebben de Ministers opgeteld
425 evaluatierapporten in de planning staan, zo vermeldt ons onderzoeksrapport Evaluaties evalueren – naar betere inzichten en effectiever gebruik van periodieke
rapportages. De Rekenkamer wil bijdragen aan verbetering van het evaluatiestelsel. Zij toetst
de kwaliteit aan de hand van de regels die de rijksoverheid heeft regels vastgesteld
in de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek. In het genoemde rapport brengt de Rekenkamer
het gebruik door de Tweede Kamer van 18 periodieke rapportages van 7 verschillende
ministeries in kaart. De uitkomsten: de rapportages bieden inzichten in de behaalde
resultaten, al zijn verbeteringen nodig. De evaluaties zijn er om zo goed mogelijk
de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid in de praktijk te beschrijven.
Vraag 2
Welke doelen springen volgens de Rekenkamer het meest in het oog?
Dit Verantwoordingsonderzoek had het thema Veiligheid, daarom onderzochten we veel
doelen en resultaten op dat gebied. Voor belangrijke doelen en resultaten op de lange
termijn verwijzen we naar ons dashboard doelen en resultaten: Blik op Nederland.
Vraag 3
Hoe definieert de Rekenkamer in dit rapport «resultaat»?
Resultaat is het halen van lange- en kortetermijndoelen die veelal zijn vastgesteld
door het kabinet. Het gaat om doelen die bijdragen aan het bereiken van brede welvaart
voor de maatschappij, voor burgers en bedrijven.
Vraag 4
Welke oorzaak weegt voor de Rekenkamer het zwaarst: beleid, uitvoering of planning?
We hebben maar gedeeltelijk inzicht in de oorzaken van het niet behalen van resultaten.
Wat we wel zien is dat het vaak niet ontbreekt aan goede voornemens (beleid). Maar
deze zijn vaak niet SMART1 gedefinieerd en veel beleid is te complex.
Een echt pijnpunt ligt in de uitvoering (pagina 5 en 6). De uitvoering is verkokerd,
de bedrijfsvoering is vaak niet op orde en er is gebrek aan (personeel en) budget
om de gestelde doelen te behalen. Mede daardoor wordt de planning regelmatig niet
gehaald.
Vraag 5
Welke informatie ontbreekt nog om het kabinet goed te kunnen controleren?
Om resultaten van geld en beleid in kaart te brengen kijken we naar wat het kabinet
zelf aan resultaten rapporteert (pagina 15). Vaak is het een zoektocht naar welke
resultaten het kabinet concreet voor ogen heeft. Dus voor de mogelijkheden van de
Tweede Kamer om de voortgang en prestaties te controleren, zou het een enorme stap
voorwaarts zijn als het kabinet een overzichtelijke set hoofd- en subdoelen voor de
lange en korte termijn zou vaststellen. Een grote stap in transparantie voor het parlement,
maar ook voor burgers en bedrijven. De motie-Van der Lee over hoofddoelen en hoofdresultaten
van beleid in begroting en jaarverslagen (Kamerstuk 36 740, nr. 7) en de brief van de vaste Kamercommissie Rijksuitgaven aan de Minister van Financiën
(2026Z09843/2026D22138) vragen het kabinet om dit te organiseren. De Minister van Financiën heeft op 23 april
2026 aangegeven dit in de begrotingen 2027 te doen.2
Vergeleken met vorig jaar zien we overigens al wel verbeteringen. Veel jaarverslagen
rapporteren nu concrete doelen en resultaten. Maar vaak gaat het nog om «procesindicatoren»,
dat wil zeggen of het proces om een doel te bereiken goed is verlopen. Terwijl burgers
en bedrijven natuurlijk willen weten of het doel is bereikt. Met name die informatie
ontbreekt nog om het kabinet goed te kunnen controleren.
Vraag 6
Welke problemen komen bij meerdere ministeries telkens terug?
Naast beperkt concrete doelen stellen en rapporteren over de resultaten daarvan, zien
we terugkerende problemen in de bedrijfsvoering en bij onze financiële oordelen.
Bedrijfsvoering: een overzicht van alle onvolkomenheden vindt u in bijlage 2 van de Hoogrisicolijst. We zien terugkerende problemen bij informatiebeveiliging en dan specifiek autorisatiebeheer
(bijvoorbeeld bij Defensie, EZ en LVVN) en, bij inkoopbeheer (BZK, Defensie, EZ, Financiën
en IenW). We zien met name nieuwe problemen bij sturing en toezicht en management
control (AenM, BHO, Financiën, Defensie, JenV, OCW, SZW en VWS).
Financiële oordelen: 77% van de fouten en onzekerheden heeft te maken met aanbestedingen
(pagina 29). Bij Defensie ligt dat met name in de onderbouwing van het gebruik van
uitzonderingsprocedures die meestal tot directe gunningen leiden. Maar ook bij de
andere ministeries zien we dat de aanbestedingen nog niet goed gaan. Dit zijn onder
andere de departementen Financiën, VWS, BZK, I&W en J&V. Het gaat daar vaak fout bij
gebruik van rijksbrede raamovereenkomsten. Dit zijn langlopende overeenkomsten met
1 of meerdere leveranciers.
Vraag 7
Waarom raken langetermijndoelen volgens de Rekenkamer steeds verder uit zicht?
Deze uitspraak doen we op basis van de data uit het dashboard Blik op Nederland (pagina 16 en 17 Staat van de rijksverantwoording 2025). Opeenvolgende kabinetten hebben zich vastgelegd op doelen of bedoelingen in wetten,
internationale verdragen en beleidsbrieven. Daarop zijn de indicatoren in het dashboard
gebaseerd. Hoe het kabinet scoort op de indicatoren uit onze kernset halen we uit
cijfers van instituten zoals het CBS, het RIVM, het PBL en de OECD. We zien dat bij
een ongewogen telling 37% van de indicatoren in het laatste jaar is verbeterd. 48%
is verslechterd en 15% is stabiel gebleven. Bijna de helft van de meegewogen langetermijnindicatoren
ontwikkelt zich niet volgens het doel of de bedoeling.
Vraag 8
Ziet de Rekenkamer dit vooral als een uitvoeringsprobleem of als een begrotingsprobleem?
Dat de langetermijndoelen uit zicht raken is zowel een begrotings- als een uitvoeringsprobleem.
Wij zien dat langetermijndoelen vaak in woorden worden beleden, maar niet terugkomen
in acties en realistische, toereikende begrotingen.
Verder is het onontbeerlijk om inzicht te hebben in wat nodig is voor de uitvoering.
Uit ons onderzoek naar uitvoeringstoetsen (pagina 25) blijkt dat informatie over personele
gevolgen van nieuwe taken vaak niet te vinden is in die uitvoeringstoetsen. Zonder
inzicht in de gevolgen van nieuwe taken voor de uitvoering worden nieuwe uitvoeringsproblemen
in de hand gewerkt.
Vraag 9
Welke lessen trekt de Rekenkamer uit eerdere jaren?
Onze hoofdboodschap uit eerdere VO’s was: Groot denken, realistisch doen (verantwoordingsonderzoek 2023), Doen wat je belooft (verantwoordingsonderzoek 2024). Dit jaar is onze hoofdboodschap: Nu presteren voor de toekomst. De boodschappen zijn in lijn met elkaar. Op sommige vlakken zien we verbetering (zie
ook het antwoord op vraag 5) op andere vlakken verslechtering (zie ook het antwoord
op vraag 6).
We onderstrepen de boodschap die wij met drie Hoge Colleges van Staat (Raad van State,
Nationale ombudsman en Algemene Rekenkamer) hebben gegeven in de notitie Naar een realistische overheid (zie ook het antwoord op vraag 12).
Vraag 10
Welke verbeteringen verwacht de Rekenkamer op korte termijn bij Defensie?
Dit geven wij in ons rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 Ministerie van Defensie en Defensiematerieelbegrotingsfonds aan: het pad van stevige groei vereist het op orde brengen van de basis en het leren
van lessen. Het is belangrijk dat er concrete resultaten worden geboekt in het oplossen
van de problemen in de bedrijfsvoering. Het is aan de Minister van Defensie om een
realistisch beeld te schetsen van hoe zij de uitvoering van de snelle groei en het
aanpakken van de bedrijfsvoeringsproblemen vormgeeft.
Vraag 11
Hoe komt de Rekenkamer precies tot het bedrag van 4,4 miljard euro aan fouten en onzekerheden?
In paragraaf 6.3 van ons rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 Ministerie van Defensie en Defensiematerieelbegrotingsfonds vermelden wij de 3 grootste fouten en onzekerheden bij het Defensiematerieelbegrotingsfonds
(DMF):
• € 3,6 miljard onzekerheid in de rechtmatigheid als gevolg van ontoereikende onderbouwing
bij het gebruik van uitzonderingsprocedures.
• € 350,1 miljoen onzekerheid in de rechtmatigheid als gevolg van inkopen onder het
inkoopkader Hooftaak 1.
• € 67,2 miljoen als gevolg van de versnelde inkoop van drones voordat de Eerste Kamer
had ingestemd.
Bovenstaande bedragen komen − samen met de overige fouten en onzekerheden bij DMF
(K) en het Ministerie van Defensie (X) die door de Minister van Defensie zijn toegelicht
in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de beide jaarverslagen − uit op € 4,4 miljard.
Vraag 12
Welke aanbevelingen doet de Rekenkamer aan de Kamer zelf?
In zijn aanbiedingsspeech bij het verantwoordingsonderzoek 2025 gaf de president van
de Algemene Rekenkamer de Tweede Kamer 3 handreikingen:
1. Stel ambitieuze, maar realistische doelen. Kies concrete doelen voor de korte en lange
termijn, maar ken ook de risico’s en mogelijke kosten van uitstellen of niets doen.
Hiervoor kan de Tweede Kamer ons dashboard Blik op Nederland en de Hoogrisicolijst gebruiken in de begrotings- en verantwoordingscyclus.
2. Werk aan een slagvaardige overheid. Maak bij afwegingen bijvoorbeeld een onderscheid
tussen kosten en investeringen. En volg grote opgaven over de muren van de commissies
heen.
3. Creëer een open en lerende politieke cultuur. Om grote sprongen te maken is moed nodig,
en een politieke cultuur die daarvoor ruimte geeft. Beloon moed en reken niet meteen
af als bij een opgave de resultaten niet meteen goed zijn, maar stuur bij.
Op pagina 38 en 39 van de Staat van de rijksverantwoording staan verder handreikingen en aanbevelingen voor kabinet en parlement. Samen met
de Raad van State en Nationale ombudsman geven we 5 handreikingen voor een realistische
overheid:
1. Toon langetermijnambitie, maar schep geen onrealistische verwachtingen.
2. Betrek de praktijk vroegtijdig en expliciet bij besluitvorming.
3. Veranker het burgerperspectief in wetgeving en beleid.
4. Vereenvoudig wet- en regelgeving.
5. Werk samen als lerende overheid.
Meer concreet bevelen we het kabinet en het parlement aan:
a) Zorg ervoor dat ambities en budget beter op elkaar aansluiten. Anders haal je je doelen
niet.
b) Maak in de overheidsfinanciën onderscheid tussen investeringen (voor de toekomst)
en consumptieve uitgaven (voor nu).
c) Maak concrete plannen voor vereenvoudiging van bijvoorbeeld het toeslagenstelsel en
voer die plannen uit.
d) Maak beter gebruik van de uitvoeringstoetsen van bijvoorbeeld UWV en inspecties bij
nieuwe wetten.
e) Maak helder wie er stuurt en beslist bij ministerie-overstijgende opgaven, zoals voor
de veiligheid van de Noordzee.
f) Versterk een open, lerende overheidscultuur; stuur bij op basis van resultaat.
Zeker deze laatste aanbeveling is met name bedoeld voor het parlement. Op pagina 39
van de Staat van de rijksverantwoording schrijven wij:
«Bij krachtig aansturen op doelen voor de lange termijn hoort ook dat het kabinet
slagvaardig en snel optreedt en bijstuurt, ook bij ad hoc-gebeurtenissen. Hiervoor is het essentieel dat overheid, politiek en maatschappij
een open en lerende houding omarmen. Een afrekencultuur is uiteindelijk funest voor
succes op de lange termijn. Scherpe, realistische doelen stellen, verantwoorden en
bijsturen op basis van resultaten moeten de hartslag kunnen zijn van onze democratie.»
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.C. Sneller, voorzitter van de commissie voor de Rijksuitgaven -
Mede ondertekenaar
R.A. van der Steur, adjunct-griffier