Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden over het Jaarverslag Ministerie van Buitenlandse Zaken 2025 (Kamerstuk 36945-V-1)
36 945 V Jaarverslag en slotwet Ministerie van Buitenlandse Zaken 2025
Nr. 7
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 9 juni 2026
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan
de Minister van Buitenlandse Zaken over het Jaarverslag Ministerie van Buitenlandse
Zaken 2025 (36 945, nr. 1).
De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 9 juni 2026. Vragen en antwoorden
zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Klaver
De griffier van de commissie, Westerhoff
Vragen en antwoorden
1
Heeft de organisatie Palestijnse Gemeenschap Nederland (PGNL) ooit op enige wijze
toegang gehad tot, of gelobbied bij, ambtenaren van het Ministerie van Buitenlandse
Zaken? Zo ja, wanneer en waarvoor?
Antwoord
Er is geen samenwerking met de Palestijnse Gemeenschap Nederland, en er zijn geen
contactmomenten na te gaan tussen het Ministerie van Buitenlandse Zaken en deze organisatie.
2
Wat doet u actief aan bewustwording bij het personeel om de lobby- en beïnvloedingscampagnes
van het Hamas-netwerk in Nederland buiten de deur te houden?
Antwoord
De gedragscode Integriteit Rijk (GIR) biedt regels over integer gedrag en stelt o.a.
duidelijke en relevante normen over nevenwerkzaamheden en ongewenste privécontacten.
Deze gedragscode wordt o.a. onder de aandacht gebracht tijdens de onboarding van nieuwe
medewerkers en bij bewustwordingssessies.
3
Uit welke specifieke begrotingsartikelen of fondsen is de gereserveerde € 20 miljoen
voor de wederopbouw van de Gazastrook afkomstig en aan welke concrete voorwaarden
is de daadwerkelijke besteding hiervan gekoppeld?
Antwoord
In 2025 reserveerde het ministerie EUR 20 miljoen voor de wederopbouw in Gaza. Specifiek
zijn de middelen afkomstig uit artikel 2.2 Water van artikel 2 op de BHOS-begroting.
Gezien de situatie ter plaatse was wederopbouw nog niet aan de orde. Wel is vroeg
herstel van basisinfrastructuur onder de huidige omstandigheden mogelijk. Daarom is
gekozen om de gereserveerde middelen via UNICEF in te zetten voor herstel van de waterinfrastructuur
in Gaza. UNICEF heeft ruime ervaring in moeilijke contexten. De organisatie heeft
een uitgebreid risicobeheersplan en houdt rekening met toegangsproblemen.
4
Kunt u de aard, omvang en kosten specificeren van de Nederlandse bijdrage aan het
Civil-Military Coordination Center ten behoeve van het slagen van het vredesplan van
de Amerikaanse president?
Antwoord
Nederland leverde van begin november tot en met eind maart 2026 een informele civiele
bijdrage aan het CMCC in de vorm van twee liaisons, naast regelmatige aanwezigheid
van medewerkers van de posten in Tel Aviv en Ramallah. Daarbij is geen financiële
of materiële steun geleverd.
5
Kunt u, gelet op de passage in het jaarverslag over 2025 dat Nederland in 2025 intensief
bilateraal diplomatiek contact onderhield met Israël en dat de Nederlandse inzet mede
was gericht op maatregelen om de Israëlische regering van koers te laten veranderen,
bevestigen hoeveel personen met de Nederlandse nationaliteit sinds 7 oktober 2023
in het Israëlische leger hebben gediend? Kan dit worden uitgesplitst naar inzetgebied?
Antwoord
De Nederlandse overheid houdt niet bij of Nederlanders dienst hebben genomen bij de krijgsmacht van landen waarmee Nederland niet in gewapend conflict
is. Nederland is niet in gewapend conflict met Israël en houdt deswege niet bij hoeveel
Nederlanders in het Israëlische leger dienen of hebben gediend. Er is navraag gedaan
bij de Israëlische krijgsmacht of er informatie beschikbaar was over Nederlanders
in het Israëlische leger. De Israëlische krijgsmacht heeft aangegeven geen informatie
te delen over IDF militairen met een Nederlandse en/of dubbele nationaliteit.
6
Kunt u, gelet op de in het jaarverslag over 2025 genoemde intensieve diplomatieke
contacten met Israël en de Nederlandse inzet ten aanzien van het Israëlisch-Palestijnse
conflict, het bericht van de NOS bevestigen dat in maart 2025 zeker 645 Nederlanders
in het Israëlische leger dienden? Kunt u aangeven welke informatie u hierover had
voor publicatie van deze gegevens?
Antwoord
Het kabinet heeft kennisgenomen van dit artikel.
De Nederlandse overheid houdt niet bij of Nederlanders dienst hebben genomen bij de
krijgsmacht van landen waarmee Nederland niet in gewapend conflict is. Nederland is
niet in gewapend conflict met Israël en houdt deswege niet bij hoeveel Nederlanders
in het Israëlische leger dienen of hebben gediend. Het kabinet was dan ook niet op
de hoogte van de cijfers genoemd in het artikel van NOS voorafgaand aan deze publicatie.
Er is eerder navraag gedaan bij de Israëlische krijgsmacht of er informatie beschikbaar
was over Nederlanders in het Israëlische leger. De Israëlische krijgsmacht heeft aangegeven
geen informatie te delen over IDF militairen met een Nederlandse en/of dubbele nationaliteit.
7
Kunt u, met het oog op de in het jaarverslag over 2025 genoemde Nederlandse inzet
voor mensenrechten, internationale rechtsorde en het Internationaal Strafhof, bevestigen
of uw ministerie sinds 7 oktober 2023 proactief in kaart heeft gebracht hoeveel Nederlandse
onderdanen in het Israëlische leger hebben gediend of nog dienen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Nee.
De Nederlandse overheid houdt niet bij of Nederlanders dienst hebben genomen bij de
krijgsmacht van landen waarmee Nederland niet in gewapend conflict is. Nederland is
niet in gewapend conflict met Israël en houdt deswege niet bij hoeveel Nederlanders
in het Israëlische leger dienen of hebben gediend.
8
Kunt u, gelet op de in het jaarverslag over 2025 genoemde bilaterale diplomatieke
contacten met Israël en met het oog op de Nederlandse inzet voor mensenrechten, internationale
rechtsorde en het Internationaal Strafhof, bevestigen of u bereid bent Israël alsnog
om informatie te verzoeken over Nederlandse onderdanen die sinds 7 oktober 2023 in
het Israëlische leger hebben gediend, mede in het licht van de verantwoordelijkheid
om internationale misdrijven te voorkomen en te vervolgen?
Antwoord
Er is navraag gedaan bij de Israëlische krijgsmacht of er informatie beschikbaar was
over Nederlanders in het Israëlische leger. De Israëlische krijgsmacht heeft aangegeven
geen informatie te delen over IDF militairen met een Nederlandse en/of dubbele nationaliteit.
9
Kunt u aangeven of de stelling op pagina 16 («met de grootschalige Russische inval
in Oekraïne is de veiligheidsdreiging toegenomen en daarom is de focus van Hoofdtaak
2 (bevorderen internationale rechtsorde) verschoven naar Hoofdtaak 1 (beschermen van
eigen en bondgenootschappelijk grondgebied)») ook doorwerkt in een verschuiving van
budgetten?
Antwoord
Het veiligheidslandschap op zichzelf maar ook de aard en omvang van missies en operaties
zijn in de afgelopen tijd fundamenteel veranderd: er is meer inzet t.b.v. NAVO-collectieve
verdediging (Hoofdtaak 1) en inzet in het kader van de internationale rechtsorde en
stabiliteit (Hoofdtaak 2) neemt af, ook in absolute aantallen. Het Budget Internationale
Veiligheid is in 2013 opgezet voor financiering van inzet in het kader van Hoofdtaak
2. De afgelopen jaren werden evenwel verschillende H1-gerelateerde activiteiten aan
de NAVO-Oostflank uit het BIV gefinancierd. In gezamenlijkheid met de Ministers van
Defensie, Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking en Veiligheid
& Justitie is daarom besloten dit deel van het BIV te ontvlechten. Sinds januari staan
beide budgetten op de Defensiebegroting, waarbij het BIV gezamenlijke verantwoordelijkheid
draagt van voorgenoemde Ministers. Voor andere budgetten zijn er geen directe gevolgen.
10
Wat hebben de plaatsingen van liaisons en regionale veiligheidsadviseurs in Latijns-Amerika
tot nu toe opgeleverd en wat moet dit in de nabije toekomst opleveren?
Antwoord
De aanpak van grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit is een prioriteit
in de samenwerking met Latijns-Amerika. Via de Rijksbrede ondermijningsagenda wordt
ingezet op het verstevigen van bilaterale en multilaterale samenwerking met landen
in deze regio. De operationele liaisons, de regionale veiligheidsadviseur en diplomaten
geven deze samenwerking vorm in de regio, in nauw overleg met politie, douane, Koninklijke
Marechaussee en ministeries Buitenlandse Zaken en Justitie en Veiligheid. Zij faciliteren
de samenhang tussen de diverse niveaus van inzet (operationeel en bestuurlijk, lokaal
en internationaal).
Zo hebben zij enerzijds een belangrijke rol bij analyse en duiding van ontwikkelingen
in de regio waardoor de inzet vanuit Nederland nog gerichter en efficiënter wordt.
Anderzijds wisselen zij (operationele) informatie uit met lokale diensten in de regio,
signaleren kansen voor capaciteitsopbouw bij lokale partners, en organiseren zij trainingen.
Daarmee versterken zij de inzet van de partnerlanden zelf.
Een concreet voorbeeld hiervan is de door de Nederlandse douaneattaché in Brasilia
opgezette operationele douanesamenwerking: Brazilië deelt nu scanbeelden van containers
in hun havens met Nederlandse counterparts, zodat veiligheidscontroles kunnen worden
aangescherpt. Bovendien heeft inzet van de regionale veiligheidsadviseur ervoor gezorgd
dat meer landen zich hebben aangesloten bij het Verdrag van San José, dat operationele
samenwerking in territoriale wateren juridisch mogelijk maakt t.b.v. aanpak drugssmokkel
in de Caribische regio.
Het huidige Nederlandse netwerk van liaisons en diplomaten in de regio dekt alle landen
in Latijns-Amerika. Zo wordt samenwerking verder geïntensiveerd, met als doel om grensoverschrijdende
georganiseerde criminaliteit zo veel mogelijk aan de bron aan te pakken, en te voorkomen
dat het Europa en Nederland bereikt.
11
Kunnen bedrijven gebruik maken van het «Security Action for Europe» financieringsinstrument?
Is bij de inrichting van dat instrument rekening gehouden met de wens om de administratieve
lasten te beperken? Op welke manier?
Antwoord
Enkel lidstaten kunnen leningen ontvangen uit het SAFE-instrument. Wel kunnen lidstaten
de leningen gebruiken om te investeren in de defensie-industrie door middel van gezamenlijke
aanschaf van defensiematerieel en andere producten en diensten voor defensiedoeleinden.
Tijdens de onderhandelingen over het SAFE-instrument heeft het kabinet ingezet op
het zoveel mogelijk beperken van de administratieve lasten voor bedrijven.
12
Wat is de exacte financiële betekenis voor de Nederlandse afdrachten van het definitief
vervallen van € 2 miljard aan EU-middelen voor Hongarije?
Antwoord:
Het vervallen van EUR 2 miljard aan EU-middelen voor Hongarije betekent dat deze middelen
niet uitgekeerd zullen worden aan Hongarije (de verplichting en de bijbehorende betaling
vervalt). Dit zorgt ervoor dat de realisatie van de EU-begroting lager zal uitvallen,
waardoor er minder bni-afdracht van lidstaten benodigd zal zijn. Het precieze effect
voor de Nederlandse afdrachten is afhankelijk van andere gerealiseerde bedragen.
13
Kunt u een aantal concrete activiteiten beschrijven die door Invest International
momenteel ontplooid worden in het kader van de Nederlandse inzet op de Global Gateway
van de Europese Unie?
Antwoord
Invest International is betrokken bij twee handelscorridorprojecten in Angola en Oost-Afrika.
Deze Global Gateway projecten zijn gericht op infrastructuur, handelsfacilitatie en
agrologistiek en stimuleren handel en economische groei.
Het eerste project richt zich op de (spoorweg)ontwikkeling van en langs de Trans-Afrikaanse
Lobito Corridor die Angola, Zambia en de DRC verbindt. Het tweede project betreft
een handelsfacilitatie- en koellogistiekproject op de Northern Corridor met als doel om de transitie van luchtvracht naar zeevracht te bespoedigen. Daarnaast
draagt Invest International ook met DRIVE-projecten bij aan de Global Gateway strategie
van de Europese Unie.
14
Op welke manier geeft u aan dat oneigenlijke blokkades de geloofwaardigheid van het
uitbreidingsproces schaden? Kunt u concreet aangeven welke lidstaten zich daaraan
schuldig maken en/of op welke manier?
Antwoord
Hongarije heeft het zetten van formele stappen in het toetredingsproces van Oekraïne
tot nog toe geblokkeerd. Een dergelijke oneigenlijke bilaterale blokkade is zeer onwenselijk
voor Oekraïne, raakt in dit geval ook Moldavië, en tast bovendien de geloofwaardigheid
van het uitbreidingsbeleid aan. In lijn met de motie Van Campen en Piri heeft Nederland
zich daarom ingezet voor het in Europees verband opvoeren van de druk op Hongarije
(Kamerstuk 21 501-20, nr. 2277). Samen met gelijkgezinde EU-lidstaten heeft Nederland zich actief uitgesproken tegen
de voortdurende oneigenlijke blokkade, zoals middels de door Nederland geïnitieerde,
gezamenlijke demarche in Boedapest in december jl. Op dit moment kijkt het kabinet
uit naar de hervatting van het op verdiensten gebaseerde toetredingsproces. Na het
opheffen van de Hongaarse blokkade is het zaak om over te gaan tot de formele opening
van clusters, te beginnen met Cluster 1.
15
Kunt u ten aanzien van sancties tegen Rusland aangeven wat daar de concrete resultaten
van zijn? Wat zou daarin nog verbeterd kunnen worden?
Antwoord
In 2025 kwamen vier omvangrijke sanctiepakketten tegen Rusland tot stand. Nederland
leverde daaraan steeds een aanzienlijke bijdrage in de vorm van concrete voorstellen
en bewijspakketten. Op dit moment zijn sancties opgelegd aan meer dan 2000 personen,
1700 bedrijven en 600 schepen. Hen is de toegang tot Europese markten en havens ontzegd.
Daarnaast zijn verreikende sectorale maatregelen ingesteld, als gevolg waarvan het
handelsvolume van de EU met Rusland is afgenomen van € 257.5 miljard in 2021 tot € 58.1
miljard in 2025. Om effectief op te treden tegen sanctie-omzeiling is het van belang
dat sancties voortdurend aangescherpt worden. Het kabinet zal zich hiertoe ook inspannen
door in Europees verband te pleiten voor aanvullende sanctiepakketten en bij te dragen
met concrete voorstellen.
16
Kunt u een gedetailleerde uitsplitsing geven van de verdeling van de structureel toegevoegde
€ 36,5 miljoen voor sanctienaleving over de verschillende instanties (Kustwacht, Douane,
Kamer van Koophandel en het Centraal Meldpunt Sancties)?
Antwoord
Zie onderstaande tabel.
17
Was er een plotselinge, onvoorziene en buitensporige stijging van het aantal Schengenvisumaanvragen,
waardoor de wacht- en doorlooptijden voor de behandeling van visumaanvragen niet altijd
binnen de gestelde termijnen bleven?
Antwoord
Nee.
De oorzaak dat doorlooptijden niet altijd binnen de gestelde termijnen bleven ligt
vooral in het aantal technische storingen in het oude verwerkingssysteem NVIS. Dit
systeem is in de loop van 2025 vervangen. Naar verwachting zal het aantal storingen
van het nieuwe systeem minder zijn, al blijft er een grote mate van afhankelijkheid
van verbindingen en andere systemen binnen de Schengen- en in de visumketen.
De wachttijd voor het maken van een afspraak om een aanvraag in te dienen is in bepaalde
landen niet (altijd) binnen de gewenste norm gebleven. Vooral in de piekperiodes was
daar sprake van. Het ministerie monitort de wachttijden in verschillende landen en
zet zich in om deze binnen de norm te houden. In de toeloop van het aantal aanvragen
is Nederland ook sterk afhankelijk van de wachttijden bij andere Schengenlanden, die
met vergelijkbare wachttijden kampen. Bij het openstellen van innamecapaciteit wordt
daarom ook gekeken naar de situatie van andere Schengenlanden om visumshopping te
voorkomen.
18
Wanneer verwacht u de problemen met betrekking to de wacht- en doorlooptijden voor
Schengenvisumaanvragen te hebben opgelost?
Antwoord
In piekperiodes kunnen de wacht- en doorlooptijden voor Schengenvisumaanvragen tijdelijk
oplopen. Het nieuwe verwerkingssysteem voor visumaanvragen is inmiddels uitgerold.
Doordat dit systeem stabieler is dan het voorgaande systeem, voorziet het kabinet
een afname van de verwerkingstijden. Daarnaast wordt het systeem de komende jaren
verder doorontwikkeld, met als doel de verwerking van visumaanvragen verder te optimaliseren
en de doorlooptijden verder te verkorten.
De wachttijden voor het maken van een afspraak zijn in een aantal landen nog te hoog.
Dit betreft een vraagstuk dat niet door Nederland alleen kan worden opgelost, maar
samenhangt met de capaciteit en werkwijze van Schengenlanden op specifieke locaties.
Nederland onderhoudt hierover zowel lokaal als in Schengenverband contact met partnerlanden
om de beschikbaarheid van afspraken te verbeteren.
Het kabinet verwacht dat de combinatie van verdere digitalisering, optimalisatie van
processen en samenwerking met Schengenpartners zal bijdragen aan een verbetering van
de wacht- en doorlooptijden.
19
Hoeveel bezwaarprocedures hebben Schengenvisumaanvragers in 2025 ingediend? Hoeveel
daarvan zijn gegrond verklaard?
Antwoord
De registratie en afhandeling van bezwaarprocedures tegen afwijzingen van Schengenvisumaanvragen
is belegd bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Het Ministerie van Buitenlandse
Zaken beschikt daarom niet over een actueel overzicht van het aantal in 2025 ingediende
bezwaren en het aantal gegrond verklaarde bezwaren. Voor deze informatie verwijs ik
u naar de Minister van Asiel en Migratie.
20
Aan hoeveel journalisten en mensenrechtenverdedigers heeft Nederland in 2025 een multiple-entry
Schengenvisum verleend? Hoeveel aanvragen van journalisten en mensenrechtenverdedigers
voor een multiple-entry Schengenvisum heeft Nederland in 2025 afgewezen?
Antwoord
Binnen de ruimte die de Europese regelgeving biedt, zet Nederland zich in voor een
zorgvuldige en integrale beoordeling van aanvragen van journalisten en mensenrechtenverdedigers,
mede gelet op het belang dat het kabinet hecht aan persvrijheid, culturele uitwisseling
en de bescherming van mensenrechten.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken registreert visumaanvragen overigens niet afzonderlijk
onder de categorie mensenrechtenverdedigers. Daardoor is niet inzichtelijk hoeveel
aanvragen voor een multiple-entry Schengenvisum in 2025 zijn ingediend voor deze categorie.
Visumaanvragen worden individueel beoordeeld conform de Europese Visumcode, ongeacht
de beroepsgroep van de aanvrager.
21
Welke concrete technische problemen lagen ten grondslag aan de vertragingen bij de
eerste uitrol van het nieuwe visumsysteem in het voorjaar van 2025, waardoor de doorlooptijdrealisatie
bleef steken op 60% ten opzichte van de streefwaarde van 85%?
Antwoord
Na de eerste uitrol en opschaling van het nieuwe systeem manifesteerde zich onvoorziene
technische problemen waardoor de implementatie tijdelijk is stopgezet en voor sommige
locaties noodgedwongen moet worden teruggevallen op het oude storingsgevoelige verwerkingssysteem.
Vanaf oktober 2025 worden alle Schengenvisa afgehandeld in het nieuwe systeem en op
1 april 2026 is het oude systeem – waarin tot die tijd nog wel meerjarige visa werden
geregistreerd – uitgezet en ontmanteld.
22
Welke mogelijkheden zijn er om het Schengenvisumproces nog verder te digitaliseren?
Antwoord
De verdere digitalisering van het Schengenvisumproces maakt onderdeel uit van een
reeds lopend Europees traject (Grenzen en Veiligheid). Op basis van de Europese regelgeving
inzake de digitalisering van de visumprocedure werken de lidstaten en de Europese
Commissie aan een gemeenschappelijk digitaal aanvraagplatform en de invoering van
een digitaal Schengenvisum. Deze ontwikkelingen moeten het visumproces efficiënter,
gebruiksvriendelijker en fraudebestendiger maken.
23
Wordt er bij dit proces ook gebruik gemaakt van AI en op welke wijze?
Antwoord
Bij de behandeling van kort verblijf visum aanvragen binnen de Schengenlanden wordt
gebruik gemaakt van een algoritme. Het is een algoritme dat werkt op basis van eenvoudige
«als-dan» regels.
Vanwege de grote hoeveelheid aanvragen, maar ook om deze taak zo objectief en zorgvuldig
mogelijk uit te kunnen voeren, ondersteunt het ministerie het visumproces met dit
algoritme. Dit wordt het Informatie Ondersteund Behandelen (IOB) genoemd.
Middels IOB wordt er een inschatting gemaakt van de te verwachten intensiteit en capaciteitsinzet
van de behandeling van een visumaanvraag. Deze inschatting wordt aan de consulaire
medewerker aangeboden in de vorm van een zogeheten track (fast, regular of intensive). Deze tracks vormen adviezen aan de beslismedewerker. Het algoritme beslist dus
niet op de aanvraag. Het uiteindelijke besluit over een visumaanvraag wordt altijd
genomen door een medewerker op basis van de criteria van de visumcode.
24
Wat wordt er bij de digitalisering van het reisdocumentenproces precies gedigitaliseerd?
Om welke onderdelen van het aanvraag- en beslisproces gaat het en om welke niet?
Antwoord
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft in het kader van de modernisering en digitalisering
van het reisdocumentenproces het digitale aanvraagformulier uitgerold. De uitrol van
het nieuwe reisdocumentensysteem Kairos Reisdocumenten wordt dit jaar afgerond. Met
de invoering van deze systemen wordt vrijwel het gehele aanvraag en beslisproces voor
reisdocumenten digitaal ingericht. Dit betreft zowel de voorbereiding door de aanvrager
als de behandeling in de backoffice.
Onderdelen van het aanvraagproces die worden gedigitaliseerd zijn: het invullen van
het aanvraagformulier, het genereren van een lijst met de benodigde documenten, het
maken van een afspraak en het digitaal koppelen van de biografische gegevens en gescande
documenten van de aanvrager in het nieuwe Kairos Reisdocumenten systeem. De aanvrager
kan ervoor kiezen om verdere communicatie over de aanvraag (bijvoorbeeld statusinformatie)
digitaal te laten verlopen.
Onderdelen van het beslisproces die worden gedigitaliseerd zijn: de beoordeling van
de aanvraag, de beslissing op de aanvraag het de archivering van de aanvraag.
Er zijn ook onderdelen van het reisdocumentenproces die (vooralsnog) niet worden gedigitaliseerd.
De fysieke verschijningsplicht, zoals vastgelegd in de Paspoortwet, blijft van kracht.
De aanvrager moet in persoon verschijnen om een aanvraag in te dienen, een print van
het ingevulde aanvraagformulier te overleggen, de benodigde documenten te tonen en
de biometrische gegevens af te geven. Ook de uitreiking van het nieuwe reisdocument
aan de aanvrager vindt fysiek plaats. In enkele uitzonderingsgevallen moet een origineel
document nog worden opgestuurd voor een controle op echtheid.
Conform de motie Van der Werf (Kamerstuk 36 800-V, nr. 30) onderzoeken de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Buitenlandse
Zaken dit jaar mogelijke alternatieven voor de fysieke verschijningsplicht.
25
Kunt u, gelet op de in het jaarverslag over 2025 genoemde kernfunctie van het postennet
op het gebied van consulaire dienstverlening en politieke rapportage, bevestigen of
de Nederlandse ambassade in Tel Aviv, dan wel uw ministerie, signalen heeft ontvangen
over Nederlanders die dienen of hebben gediend in het Israëlische leger? Zo ja, hoe
worden deze signalen geregistreerd, beoordeeld en waar relevant gedeeld met het Ministerie
van Justitie en Veiligheid en/of het Openbaar Ministerie?
Antwoord
De Nederlandse overheid houdt niet bij of Nederlanders dienst hebben
genomen bij de krijgsmacht van landen waarmee Nederland niet in gewapend conflict
is. Nederland is niet in gewapend conflict met Israël en houdt deswege niet bij hoeveel
Nederlanders in het Israëlische leger dienen of hebben gediend. Er is navraag gedaan
bij de Israëlische krijgsmacht of er informatie beschikbaar was over Nederlanders
in het Israëlische leger. De Israëlische krijgsmacht heeft aangegeven geen informatie
te delen over IDF militairen met een Nederlandse en/of dubbele nationaliteit. Wanneer
signalen, aangiften of andere informatie beschikbaar komen die duiden op mogelijke individuele betrokkenheid van Nederlanders bij internationale
misdrijven waarover Nederland rechtsmacht heeft, worden deze altijd zorgvuldig door
het Openbaar Ministerie gewogen en wordt beoordeeld of het opportuun is om vervolging
in te stellen. Tot op heden heeft dit nog niet geleid tot strafrechtelijke vervolging,
omdat er geen aanwijzingen zijn van individuele strafrechtelijke betrokkenheid.
26
Om welke specifieke ambassades en consulaten-generaal gaat het bij het aangekondigde
voornemen tot sluiting binnen het postennetwerk en welke structurele besparingen en
personeelsreducties (in fte) levert dit op?
Antwoord
Zoals in de Kamerbrief «Adequaat postennet in tijden van taakstelling» (Kamerstuk 32 734-55) is opgenomen, heeft het vorig kabinet het voornemen uitgesproken om de ambassades
in Burundi, Cuba, Zuid-Soedan, Libië, Myanmar en consulaten-generaal in Antwerpen
en Rio de Janeiro te gaan sluiten. Hiermee is een besparing voorzien van EUR 18 miljoen
en een reductie van 85 fte. Op 24 april 2026 heeft het huidig kabinet de beleidsbrief
Buitenlandse Zaken 2026 naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstuk 36 800-V-103). Ten aanzien van het postennet is hierin opgenomen dat de nadere uitwerking van
de invulling van de intensivering in het postennet, inclusief eventuele te openen
en nog te sluiten posten volgt in de ontwerpbegroting 2027 van het Ministerie van
Buitenlandse Zaken. Daarnaast is in de Kamerbrief opgenomen dat om de taakstelling
verder in te vullen, het noodzakelijk is om de komende periode nog vier posten te
sluiten om de totale voorziene bezuiniging door het sluiten posten van EUR 25 miljoen
te behalen. Zoals aangegeven wordt in de Buitenlande Zaken begroting 2027 hier nader
op ingegaan
27
Is er per post, die op de rol staat voor sluiting, een afweging gemaakt wat de sluiting
oplevert en wat de kosten zijn bij het eventueel openhouden van een post, wetende
dat bij heropening binnen negen jaar de kosten hoger zijn dan de baten?
Antwoord
Het voornemen tot sluiting van de in het antwoord op vraag 26 genoemde posten is weloverwogen
genomen waarbij de Nederlandse belangen, ons handelingsperspectief ter plaatse en
de kosten van de posten zorgvuldig zijn afgewogen.
28
Kunt u voorbeelden geven waaruit blijkt dat de samenwerking tussen Nederlandse diplomaten
en maatschappelijke organisaties de effectiviteit van het mensenrechtenbeleid positief
beïnvloedt en op welke wijze het Nederlandse belang hierbij gediend is?
Antwoord
Diplomaten en ambtenaren van Buitenlandse Zaken werken zowel op Nederlandse ambassades
als in Nederland nauw samen met maatschappelijke (mensenrechten)organisaties. Een
goed voorbeeld «uit het veld» is het gedelegeerde mensenrechtenfonds, dat door ambassades
wordt ingezet om lokale organisaties te ondersteunen die werken aan Nederlandse mensenrechtenprioriteiten.
Een ander voorbeeld is het Shelter City-programma, waarbij ambassades in overleg met
maatschappelijke organisaties individuele mensenrechtenverdedigers die onder druk
staan of worden bedreigd, kunnen voordragen voor tijdelijke opvang en ondersteuning.
Een verder voorbeeld is de jaarlijkse uitreiking van de Mensenrechtentulp. Ambassades
dragen, in consultatie met het lokale maatschappelijk middenveld, kandidaten voor
die deze prijs verdienen voor de impact die hun mensenrechtenwerk heeft in het land
van herkomst. In al deze voorbeelden zorgt de samenwerking met maatschappelijke organisaties
ervoor dat de Nederlandse inzet beter aansluit bij lokale behoeften en dat ondersteuning
terechtkomt waar deze het meest nodig is. Het versterken van maatschappelijk middenveld
en de mensenrechtensituatie in landen draagt bij aan een versterkte internationale
rechtsorde, als tegenwicht van «het recht van de sterkste» en de opkomst van autocratische
krachten. Mede dankzij deze samenwerking verkrijgen diplomaten daarnaast ook toegang
tot nuttige informatie over politieke, economische en veiligheidsontwikkelingen in
een land en binding met actoren die op invloedrijke posities zijn of kunnen belanden.
Dit alles draagt bij aan een grotere effectiviteit en impact van het Nederlandse mensenrechtenbeleid.
29
Kunt u de versnippering van de inzet op mensenrechten afzetten tegen de beschikbare
personele capaciteit?
Antwoord
Om wereldwijde versnippering van het Nederlandse mensenrechtenbeleid tegen te gaan
is in 2025 besloten om het aantal ambassades dat gebruik kan maken van het decentrale
mensenrechtenfonds terug te brengen van 84 naar 36. Hiermee is de personele beheerslast
bij het fonds ook teruggedrongen. Deze inzet is mede in lijn met de aanbevelingen
van de beleidsevaluatie mensenrechten over de jaren 2017–2022.
30
Ziet u mogelijkheden om een deel van de inzet op mensenrechten door maatschappelijke
organisaties te laten uitvoeren in plaats van door personeel van het Ministerie van
Buitenlandse Zaken zonder afbraak te doen aan de doelstelling van het Nederlandse
beleid? Waarom wel/niet?
Antwoord
Een aanzienlijk deel van de Nederlandse inzet op mensenrechten wordt reeds uitgevoerd
via programma’s en partnerschappen met maatschappelijke organisaties, die immers beschikken
over specifieke expertise, lokale netwerken en toegang tot doelgroepen die voor overheden
minder bereikbaar zijn. Mensenrechtenbeleid is daarnaast ook een zaak van diplomatieke
inzet en contacten, zoals contacten met regeringsvertegenwoordigers of inzet in multilaterale
fora. Daarom blijft inhoudelijke kennis en capaciteit op mensenrechten binnen het
Ministerie van Buitenlandse Zaken noodzakelijk en is een combinatie van een sterke
politieke, diplomatieke en juridische inzet, in nauwe samenwerking met maatschappelijke
organisaties, de beste waarborg voor het behalen van de beleidsdoelstellingen op het
gebied van mensenrechten.
31
Welke concrete maatregelen heeft u in 2025 genomen om de in de periodieke rapportage
geconstateerde «versnippering en hoge operationele kosten» van het bilaterale mensenrechtenbeleid
te verminderen, conform de aanbevelingen over focus en landenselectie?
Antwoord
In reactie op de aanbeveling uit de evaluatie van het Nederlandse mensenrechtenbeleid
over 2017–2022 om meer geografische focus aan te brengen in het mensenrechtenbeleid
(https://www.iob-evaluatie.nl/resultaten/mensenrechtenbeleid), is in 2025 het aantal posten dat gebruik kan maken van het decentrale Mensenrechtenfonds
teruggebracht van 84 naar 36. Deze concentratie van middelen en activiteiten draagt
bij aan een gerichtere inzet in landen waar Nederland de meeste toegevoegde waarde
kan leveren en waar de mensenrechtensituatie daar het meest om vraagt. Door het aantal
posten te beperken neemt de personele en administratieve beheerslast van het fonds
ook af. Hiermee zijn de operationele kosten teruggedrongen.
32
Wat heeft de constatering in het jaarverslag, dat «Nederland de afgelopen jaren veel
invloed had in de EU», het land aan extra voordeel opgeleverd ten opzichte van andere
EU-landen?
Antwoord
Deze constatering verwijst naar het Syntheseonderzoek Nederland in de EU (2016–2023)
dat is uitgevoerd door de Directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB)
van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De constatering dat Nederland de afgelopen
jaren veel invloed had in de EU wordt in dit rapport gestaafd aan de hand van diepteonderzoek
naar vijf beleidsterreinen, waaronder bijvoorbeeld de Brexit-inzet van Nederland,
de aanjagende Nederlandse rol bij Europees klimaatbeleid of de rol van Nederland bij
de totstandkoming van het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM). In algemene zin kan volgens het rapport worden gesteld dat Nederland door
meerdere factoren in deze periode relatief invloedrijk kon opereren in de EU, waaronder:
een verbindende rol in effectieve coalities van lidstaten, het actief benaderen van
nieuwe samenwerkingspartners, gedegen inbreng vanuit vakinhoudelijke kennis en ervaring,
goed functionerende nationale coördinatieprocessen, het opereren van de Minister-President
en een sterke Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de EU in Brussel.
33
Hoe wilt u de selectieve aandacht voor mensenrechten in de toekomst voorkomen?
Antwoord
In de huidige complexe geopolitieke context voert het kabinet een op waarden gebaseerd
en realistisch buitenlandbeleid, waarbij de internationale rechtsorde en mensenrechten
randvoorwaardelijk zijn voor onze eigen vrijheden. Dit kabinet zal daar ook sterk
voor opkomen. Wel zullen steeds verschillende belangen en dilemma’s tegen elkaar worden
afgewogen – bijvoorbeeld op het gebied van migratie, handel en ontwikkelingssamenwerking,
zoals is beschreven in de kabinetsreactie op de evaluatie mensenrechtenbeleid 2017–2022
(Kamerstuk 32 735, nr. 403). Dat is niet nieuw: dergelijke belangenafwegingen werden voorheen in het buitenlandbeleid
ook altijd al gemaakt. De bescherming en bevordering van universele mensenrechten
blijft echter prioritair en het kabinet zal zich, samen met gelijkgezinde partners,
blijven uitspreken tegen ernstige mensenrechtenschendingen en zich actief inzetten
om bescherming van mensenrechten prominent op de multilaterale en bilaterale agenda’s
te houden.
34
Kan binnen het kader van de Wet open overheid een uitputtende lijst worden gegeven
van maatschappelijke organisaties die in 2025 toegang hebben gekregen tot het Ministerie
van Buitenlandse Zaken ten behoeve van hun lobbypraktijken?
Antwoord
Ik kan niet aan uw verzoek voldoen, omdat het ministerie deze gegevens niet registreert.
Gezien de aard van het werk van het ministerie, hebben directies en posten wereldwijd
continu contact met maatschappelijke organisaties. De Woo kent geen verplichting tot
het bijhouden en publiceren van (de aard van) deze contacten.
35
Welke aanvullende procesoptimalisaties of technologische maatregelen worden getroffen
om het percentage Woo-verzoeken dat binnen de wettelijke termijn wordt afgehandeld,
verder te verhogen?
Antwoord
In 2025 heeft het ministerie 227 Woo-verzoeken afgehandeld, een stijging van 57% ten
opzichte van 2024. Tegelijkertijd is de doorlooptijd van verzoeken teruggebracht naar
gemiddeld 84 dagen. In 2024 was dit nog 128 dagen. Deze aanzienlijke versnelling is
behaald door procesoptimalisatie en de inzet van technologie.
De opgerichte centrale Directie Open Overheid heeft het mandaat gekregen om besluiten
te nemen over openbaarmaking. In contact met verzoekers specificeert deze directie
de informatiebehoefte en in nauwe samenwerking met beleidsdirecties beoordeelt en
verstrekt zij documenten aan verzoekers, voor zover deze openbaar worden gemaakt.
Daarbij richt het ministerie zich op kerndocumenten, die inzicht geven in beleids-
en besluitvorming. Hiermee staan de informatiebehoefte van verzoeker én de uitvoerbaarheid
voor de organisatie centraal. Ook wordt het interne afstemmingsproces verder verkort.
Daarbij neemt het ministerie binnenkort onder de naam OpenBZ een eigen versie van
het geprezen publicatieplatform van VWS, OpenVWS, in gebruik. Hiermee wordt de toegankelijkheid
van openbaar gemaakte informatie voor verzoekers verbeterd. Het platform ondersteunt
met het sneller vinden en doorzoeken van deze informatie ook ambtenaren. In ontwikkeling
zijnde AI-tooling verbeterd het stellen van gespecificeerde – en daarmee sneller uitvoerbare
– zoekvragen en de toegankelijkheid van openbaar gemaakte informatie nog verder.
Ook binnen andere systemen die het ministerie in gebruik heeft, draagt technologische
doorontwikkeling bij aan verdere procesoptimalisatie, bijvoorbeeld in het beoordelen
van documenten en met het genereren van managementinformatie over de afhandeling van
verzoeken in het recent ontwikkelde Woo-volgsysteem.
36
Kunt u toelichten onder welke specifieke voorwaarden en tot welk maximumbedrag Nederland
bereid is om eventuele tijdelijke kosten van het Internationaal Strafhof (ISH) op
te vangen, indien er sprake is van financiële tekorten door Amerikaanse sancties?
Antwoord
Het mitigeren van de Amerikaanse sancties kan extra kosten met zich meebrengen, zowel
voor het Internationaal Strafhof (ISH), als voor het gastland. Ten aanzien van potentiële
extra kosten voor het ISH zet het kabinet zich er actief voor in om deze kosten door
alle 125 verdragspartijen te laten dragen. Mede op instigatie van Nederland heeft
de Vergadering van verdragspartijen bijvoorbeeld reeds besloten dat het Hof in 2026
gebruik mag maken van het zogenaamde ICC Contingency Fund om eventuele extra kosten die verband houden met de sancties op te vangen en om de
hoogte van dit fonds te verhogen. Een rol voor Nederland als gastland is hierbij op
dit moment niet aan de orde en zal alleen worden overwogen in het geval er sprake
is van financiële en operationele verstoringen die (tijdelijk) niet door het Hof en/of
de verdragspartijen kunnen worden opgevangen.
37
Hoe groot is het risico dat Nederland specifieke kosten van het Internationaal Strafhof
op zich gaat nemen?
Antwoord
Dit risico wordt momenteel klein geacht, omdat het Hof momenteel al meer dan 95% van
de verplichte contributies voor 2026 heeft ontvangen en daarnaast gebruik kan maken
van het ICC Contingency Fund. In december 2026 zal de Vergadering van verdragspartijen het budget voor 2027 vaststellen,
waarbij rekening gehouden zal worden met de situatie op dat moment.
38
Welke strategische argumenten lagen ten grondslag aan het besluit om het contract
met het Office of the High Commissioner for Human Rights (OHCHR) met slechts één jaar
te verlengen, hetgeen leidde tot een verlaging van het verplichtingenbudget van circa
€ 8 miljoen?
Antwoord
Het beleid van het ministerie is om de vrijwillige bijdragen aan VN organisaties gelijk
te laten lopen aan de looptijd van de meerjarige operational management-plannen van deze organisaties. Het managementplan van OHCHR loopt tot eind 2027.
Vandaar dat is besloten de bijdrage met 1 jaar te verlengen. In 2028 kan dan een bijdrage
worden verstrekt die gelijk loopt aan het nieuwe operationeel management plan van
OHCHR. Dit zorgt voor minder administratieve lasten en geeft OHCHR een jaar zekerheid.
39
Kunt u toelichten hoe de overboeking van € 2,1 miljoen van de asielmiddelen op de
begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking naar het Mensenrechtenfonds
op de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken zich verhoudt tot de oorspronkelijke
bestemming en doelen van deze asielmiddelen?
Antwoord
De EUR 2,1 miljoen asielmiddelen zijn herbestemd binnen het ODA-kader van BHO naar
het Mensenrechtenfonds op Buitenlandse Zaken, om ODA-bezuinigingen op dat fonds te
beperken. De besteding van deze middelen via het Mensenrechtenfonds draagt nog steeds
bij aan de BHO-doelstellingen, met name op het terrein van mensenrechten, rechtsorde
en stabiliteit, die in het BHO jaarverslag expliciet worden gekoppeld aan migratie
en veiligheidsbelangen. De oorspronkelijke doelen van deze asielmiddelen zijn dus
gehandhaafd
doordat de middelen ingezet zijn voor het tegengaan van de grondoorzaken van migratie.
40
Hoe komt het dat er aan cyber security veel minder is besteed dan begroot en dat dit
het laatste jaar sowieso veel minder is dan in de jaren daarvoor?
Antwoord
Om versnippering van de door de taakstelling getroffen budgetplaatsen tegen te gaan
en de flexibiliteit te verhogen wordt een aantal budgetplaatsen onder art 2.1 en 2.2,
waaronder Cyber Security en Programma Ondersteuning Buitenlands (Veiligheids)Beleid, samengevoegd tot de budgetplaats Veiligheidsfonds. Gedurende 2025 zijn
nieuwe projecten reeds onder dit Veiligheidsfonds verantwoord, terwijl de budgetten
deels nog op de oude budgetplaatsen stonden. Deze wijziging leidt op totaal niveau
niet tot een materiele afwijking van de realisatie ten opzichte van het budget.
41
Wat is het doel van en welke uitgaven worden er gedaan vanuit het Veiligheidsfonds?
Antwoord
Uit dit Veiligheidsfonds worden voornamelijk kleinere activiteiten gefinancierd om
het Nederlandse veiligheidsbeleid in het buitenland te ondersteunen. Dit behelst onder
meer activiteiten op het gebied van cybersecurity, versterken bilaterale partnerschappen,
multilaterale wapenbeheersing en ontwapening. Zie verder ook antwoord op vraag 40.
42
Waarom is er ruim € vijf miljoen aan subsidies gerealiseerd op het Veiligheidsfonds,
waar nul euro gereserveerd stond?
Antwoord
Naast Veiligheidsfonds (bijdrage) is gedurende 2025 het financiële instrument subsidies
toegevoegd voor een juiste verantwoording. Zie verder ook antwoord op vraag 40.
43
Wat zijn de uiteindelijke totale kosten voor de rijksoverheid van de NAVO-top in Den
Haag geweest?
Antwoord
De totale kosten voor de NAVO-Top in Den Haag, van 2024 tot en met 2026, van alle
betrokken departementen bedroegen EUR 176 mln., zonder aftrek van ontvangsten van
Buitenlande Zaken. Na aftrek van deze ontvangsten bedroegen de uitgaven EUR 165 mln.
44
Welke concrete voorwaarden of politieke ontwikkelingen in Georgië hanteert u om een
eventuele herstart van het MATRA Rule of Law trainingsprogramma voor Georgische overheidsfunctionarissen
te overwegen?
Antwoord
Aan het opschorten van de deelname van Georgische overheidsfunctionarissen aan het
MATRA Rule of Law-trainingsprogramma ligt onder meer de verslechterde situatie op
het gebied van democratie en rechtsstaat ten grondslag. Dit is in lijn met het bredere
EU-beleid. Een herstart van Georgische deelname zal pas worden overwogen als de Georgische
autoriteiten concrete stappen zetten tot het verbeteren van de rechtsstaat, bijvoorbeeld
door repressieve wetgeving in te trekken. Het kabinet blijft de ontwikkelingen nauwgezet
volgen.
45
Waarom is de realisatie op de (Verenigde Naties) VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties
€ 27 miljoen lager dan begroot – nog minder dan de € 10 miljoen structurele verlaging
die het kabinet op pagina 42 beschrijft?
Antwoord
Het budget voor crisisbeheersingsoperaties bleek in 2025 ruim voldoende om aan de
verdragsmatige betaalverplichtingen ten aanzien van VN-vredesmissies te kunnen voldoen.
De VN heeft een structurele budgetverlaging voor vredesmissies doorgevoerd en de VN-vredesmissie
MINUSMA is in 2024 afgerond.
46
Kunt u specificeren op welke wijze de additionele € 10 miljoen aan cybersteun voor
Oekraïne concreet is ingezet en welke specifieke projecten of partners hiermee zijn
gefinancierd?
Antwoord
Nederland stelt EUR 10 miljoen beschikbaar om Oekraïne te helpen beschermen tegen
cyberaanvallen. Deze steun wordt verleend via het Oekraïense Cyberprogramma van het
Verenigd Koninkrijk (Ukraine Cyber Programme). Van dit bedrag is EUR 2 miljoen bestemd voor het Tallinn Mechanisme, dat de coördinatie
verzorgt van cybersecuritysteun aan Oekraïne en zijn bondgenoten.
Fondsen worden ingezet voor de Oekraïense cyberverdediging via projecten op:
• Opzetten en uitbreiden van online infrastructuur in Oekraïne;
• Versterken van de verdediging van Oekraïense digitale overheids- en vitale systemen
tegen Russische cyberaanvallen;
• Ondersteuning van cybersecurity-capaciteiten binnen overheid en kritieke sectoren.
47
Hoe is de inzet van de € 200 miljoen uit de Nederlandse reservering voor de Europese
Vredesfaciliteit (EPF) – die vanwege het veto van Hongarije is omgeboekt naar bilaterale
militaire steun voor Oekraïne – concreet vormgegeven?
Antwoord
Met een nota van wijziging op de 2e suppletoire begroting van 2025 is eind 2025 in
totaal EUR 700 miljoen beschikbaar gesteld aan de Defensiebegroting voor militaire
steun aan Oekraïne. Hiervan was 200 miljoen euro beschikbaar gesteld uit de onderuitputting
op de begroting van Buitenlandse Zaken aangezien een gedeelte van het Nederlandse
aandeel in de Europese Vredesfaciliteit in 2025 niet tot besteding kwam als gevolg
van het voortdurende veto van Hongarije. De Nederlandse militaire steun aan Oekraïne
die via Defensie wordt verstrekt, bestaat uit directe levering van materieel uit eigen
voorraad, en commerciële verwervingen waaronder ook bijdragen aan diverse internationale
samenwerkingsprojecten zoals het Amerikaanse Prioritised Ukraine Requirements List (PURL) initiatief. Uw Kamer wordt middels reguliere updates geïnformeerd over de stand
van zaken omtrent de levering van militaire goederen aan Oekraïne (meest recentelijk
via Kamerstuk 36 045, nr. 479).
48
Wat zijn de specifieke redenen waarom het derde betaalverzoek voor de Herstel- en
Veerkrachtfaciliteit (HVF) pas op 11 december 2025 is ingediend, waardoor de verwachte
ontvangst van circa € 1,4 miljard is doorgeschoven naar 2026?
Antwoord
Het kabinet was tijdens de herfst van afgelopen jaar in onderhandeling met de
Europese Commissie over het HVP. Deze onderhandeling betrof ook mijlpalen en doelstellingen
die voor indiening van de wijziging nog in het derde betaalverzoek zaten. Het kabinet
heeft besloten de onderhandelingen over wijzigingen eerst af te wachten om te zorgen
dat enkel mijlpalen en doelstellingen in het derde betaalverzoek zaten die een positief
oordeel zouden ontvangen. Dit heeft geresulteerd in een positief oordeel op alle mijlpalen
en doelstellingen in het derde betaalverzoek in 2026.
49
Kunt u verduidelijken op basis van welke criteria de € 10 miljoen voor het nieuwe
Makandra-programma gelijkwaardig is verdeeld over de begroting van Buitenlandse Zaken
en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en welke specifieke beleidsterreinen
hiermee worden afgedekt?
Antwoord
In 2025 is, op basis van positieve evaluatie van de IOB, besloten om het succesvolle
samenwerkingsprogramma Makandra te continueren met een nieuwe bijdrage van EUR 10
miljoen voor de periode 2026–2030. Het nieuwe Makandra-programma is gericht op verdieping
en versterking van de bestaande samenwerking met Suriname. De keuze voor het deels
financieren uit de Buitenlandse Zaken-begroting (BZ), deels uit de BHOS-begroting
is tot stand gekomen op basis van budgettaire ruimte en de wens tot integrale landensturing
op versterking en verdieping van de relatie met Suriname. Volgens de OESO-DAC regels
is Suriname een ODA gerechtigd land, dus komt het in aanmerking voor financiering
uit de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Kern van de
inzet van het Makandra-programma is dat gezamenlijke vastgestelde Surinaamse en Nederlandse
beleidsprioriteiten leidend zijn, en dat deze voor Nederland aansluiten op artikelen
uit de BZ- of BHOS-begroting. De specifieke beleidsterreinen worden momenteel met
Suriname uitgewerkt.
50
Hoeveel kosten heeft het ministerie in 2025 gemaakt voor de consulaire dienstverlening
aan de Nederlandse opvarenden van de Gazavloot? Hoeveel verwacht Nederland aan extra
uitgaven in 2026 op dit punt?
Antwoord
Na de onderschepping van de schepen van de Global Sumud Flotilla door de Israëlische
autoriteiten op 1 en 2 oktober 2025 heeft het kabinet zich ingezet voor een spoedig
vertrek uit Israël van de betrokken Nederlanders. Uit consulair contact met de betrokkenen
bleek verder de wens om zo snel mogelijk terug te keren naar Nederland. Toen zich
een mogelijkheid op snelle terugkeer voordeed onder voorwaarde van het boeken van
vluchten, is het Ministerie van Buitenlandse Zaken daarom bij wijze van hoge uitzondering
overgegaan tot het voorschieten van de kosten van de vluchten voor een deel van de
betrokken Nederlanders. De kosten hiervoor kwamen uit op EUR 2.104. Het ministerie
heeft deze voorgeschoten kosten op de desbetreffende deelnemers verhaald. Voor de
rest van de consulaire bijstand die is geboden rondom de onderschepping van de schepen
van de Flotilla zijn geen bijzondere kosten gemaakt of extra uitgaven gedaan.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken kan geen voorspellingen doen over eventuele
bijzondere kosten of extra uitgaven in het kader van consulaire bijstandverlening
in 2026. Wel geldt dat tot op heden in 2026 geen bijzondere kosten gemaakt of extra
uitgaven gedaan zijn ten behoeve van de consulaire bijstandverlening aan Nederlandse
Flotilladeelnemers rondom de recente onderscheppingen van de Flotilla.
51
Hoe heeft de gemiddelde bezetting (fte) van het personeel zich het afgelopen tien
jaar ontwikkeld? Kan daarvan een overzicht worden gegeven, zodat de groei van het
aantal ambtenaren op het departement beter inzichtelijk wordt?
Antwoord
52
Heeft u al laten onderzoeken hoeveel arbeidsplaatsen geschrapt kunnen worden op het
departement door de inzet van kunstmatige intelligentie? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Nee, een dergelijk onderzoek heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken niet uitgevoerd.
Er zijn in het kader van de invulling van de taakstelling/bezuinigingen wel suggesties
gedaan over welke processen en werkzaamheden door de inzet van kunstmatige intelligentie
wellicht efficiënter uitgevoerd kunnen worden. Momenteel wordt onderzocht op welke
manier AI effectief en veilig ingezet kan worden in de organisatie.
53
Wat is de precieze omvang van de geconstateerde onzekerheid in de openstaande bedrijfsvoeringsverplichtingen
die heeft geleid tot de beperking bij de controleverklaring van de Auditdienst Rijk
(ADR) en welke stappen in het aanvullende plan voor 2026 moeten dit oplossen?
Antwoord
In 2025 is de totale stand openstaande bedrijfsverplichtingen van EUR 392 miljoen
als onzeker aangemerkt.
Diverse stappen in het aanvullende plan voor 2026 zullen deze fout flink reduceren
en naar verwachting terugbrengen binnen de tolerantiegrens: meer toezicht bij de initiële
afsluiting en vastlegging van de verplichting, afronding van de reeds in gang gezette
correcties en meer aandacht in het trainings- en opleidingsprogramma voor financiële
medewerkers.
54
Kunt u de omvang en de aard van de «belangrijke comptabele onzekerheid» toelichten
die is ontstaan doordat de door de extern accountant gecontroleerde cijfers van Invest
International Public Programmes (IIPP) niet tijdig beschikbaar waren voor de jaarrekening?
Antwoord
Het geheel aan verplichtingen van maximaal EUR 200 mln aangegaan door IIPP is over
2025 als comptabele onzekerheid aangemerkt. De aard van de onzekerheid is dat de verplichtingen
op het moment van indienen van het jaarverslag BHO op 3 maart jl. nog niet waren gecontroleerd
door de accountant van IIPP. Deze onzekerheid betekent niet dat deze verplichtingen
onjuist zijn. Dat bleek ook toen op 26 maart jl. de goedkeurende controleverklaring
van de accountant van IIPP binnenkwam.
55
Kunt u toelichten welke specifieke interim-management- en verhuisdiensten vallen onder
de circa € 9,5 miljoen aan onrechtmatige verplichtingen wegens overbruggingsovereenkomsten
buiten rijksbrede raamovereenkomsten?
Antwoord
Verhuisdiensten betreffen de kosten van boedelverhuizingen van Rijksfunctionarissen
die voor de uitoefening van hun werk van of naar het buitenland moeten verhuizen (afgerond
EUR 7 miljoen).
Interim-management betreft vooral het verwerven van projectleiders en (strategische)
deskundigheid op terrein van duurzaamheid, consulaire zaken en financieel economische
zaken (afgerond EUR 2,5 miljoen).
56
Wat is de huidige stand van zaken en de verwachte afrondingsdatum van het in april
2025 gestarte onderzoek door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) naar de gegevensverwerkingen
voor Schengenvisa?
Antwoord
De Autoriteit Persoonsgegevens is momenteel nog bezig met het onderzoek. Het ministerie
heeft geen zicht op de verwachte afrondingsdatum.
57
Kunt u toelichten van welke aard de drie afzonderlijke gevallen van interne fraude
in 2025 (totaal € 1.550,00) waren en welke rechtspositionele of juridische maatregelen
naar aanleiding hiervan zijn getroffen?
Antwoord
In het jaarverslag worden drie fraudegevallen gemeld. Het gaat respectievelijk om
een geconstateerd kasverschil, ingediende declaraties die niet in lijn waren met geldende
regels, en van de werkplek verdwenen privégelden. In het eerste geval is onderzoek
ingesteld, maar kon geen oorzaak worden vastgesteld. Bij de twee andere gevallen was
onderzoek niet mogelijk en/of is gekozen voor een lichtere opvolging. De respectieve
leidinggevenden zijn geadviseerd over preventieve maatregelen. De betreffende declaraties
zijn afgewezen.
58
Met welk percentage is de CO2-uitstoot als gevolg van vliegreizen door medewerkers van het Ministerie van Buitenlandse
Zaken in 2025 gedaald ten opzichte van het voorgaande jaar en in hoeverre is dit voldoende
om de 40% reductiedoelstelling in 2030 te behalen?
Antwoord
In 2025 heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken een CO2-reductie van 5% op vliegreizen gerealiseerd ten opzichte van 2024.
In 2023 is het Ministerie van Buitenlandse Zaken gestart met het programma Travel Smart, dat gericht is op het vinden van een verantwoorde balans tussen de uitvoering van
de internationale taken van Buitenlandse Zaken, het welzijn van medewerkers, kostenbeheersing
en CO2-reductie. De reductie van 5% in 2025 is een stap in de goede richting; echter de
route naar 40% reductie in 2030 is ambitieus en vraagt om blijvende aandacht binnen
Buitenlandse Zaken om de doelstelling te behalen.
Deze keuzes worden gemaakt in een snel veranderende wereld, met een gespannen geopolitieke
context en zich opvolgende crises, waarin onvoorziene en soms last-minute reizen noodzakelijk
blijven. Dit zet duurzaam reizen onder druk, maar onderstreept tegelijkertijd het
belang van het Travel Smart-programma: niet door minder diplomatie te bedrijven, maar
door reizen slimmer te plannen, bewuster te kiezen en gerichter te sturen op CO2-reductie.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
A.W. Westerhoff, griffier