Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden over het jaarverslag Ministerie van Defensie 2025 (Kamerstuk 36945-X-1)
36 945 X Jaarverslag en slotwet Ministerie van Defensie 2025
Nr. 5
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 9 juni 2026
De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister
en Staatssecretaris van Defensie over de brief van 20 mei 2026 inzake het jaarverslag
Ministerie van Defensie 2025 (Kamerstuk 36 945 X, nr. 1).
De Minister en Staatssecretaris hebben deze vragen beantwoord bij brief van 9 juni
2026. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Paternotte
Adjunct-griffier van de commissie, Manten
Vragen en antwoorden
1. Welke concrete voortgang is in 2025 geboekt ten aanzien van de NAVO-capaciteitsdoelstellingen?
In 2025 heeft Nederland de financiële verplichtingen ten opzichte van de NAVO, a 2%
van het BBP gehaald. Daarbij zijn nieuwe F35 gevechtsvliegtuigen aangeschaft, is voor
additionele marineschepen de verwerving in gang gezet, is voor de landmacht een derde
gevechtsbataljon opgericht en is de operationele gereedheid en cyber-weerbaarheid
verder uitgebouwd. Hierdoor zijn de Nederlandse bijdrage aan de collectieve NAVO-capaciteit
toegenomen.
U bent eerder geïnformeerd over de tweejaarlijkse NATO Defence Capability Review1. Hierin wordt de stand van de Nederlandse krijgsmacht getoetst aan de invulling van
de Capability Targets 2025. De uitkomst van deze review is in het bijzijn van de bondgenoten
met Nederland besproken. Na de bespreking volgt vanuit de internationale staf van
NAVO de definitieve versie van het (deels vertrouwelijke) rapport. Een samenvatting
van dit rapport wordt zoals gebruikelijk gedeeld met uw Kamer, deze wordt verwacht
na het zomerreces.
2. Welke operationele capaciteiten hebben de laagste gereedheid?
De gespecificeerde informatie aangaande de operationele gereedheid is toegelicht in
de vertrouwelijke bijlage van de «Stand van Defensie najaar 2025»2.
3. Hoeveel personeel was ultimo 2025 inzetgereed beschikbaar?
Ultimo 2025 beschikte Defensie over een personeelsbestand van circa 80.000 VTE’n,
verdeeld over circa 44.800 beroepsmilitairen, circa 9.300 reservisten en circa 25.800
burgermedewerkers. De kwalificatiegraad bedroeg circa 65%.
Operationele gereedheid en inzetgereedheid worden niet alleen bepaald door personele
gereedheid maar hangen tevens samen met materiële gereedheid en geoefendheid. Voor
inzetgereedheid komt hier ook nog de opleiding bij ter voorbereiding op een missie.
De genoemde aantallen geven daarom uitsluitend inzicht in de personele component van
de gereedheid. Personeel dat daadwerkelijk wordt ingezet, beschikt over de voor de
betreffende inzet vereiste missieopleiding.
4. Welke lessen uit de oorlog in Oekraïne zijn in 2025 verwerkt in doctrine, opleiding
en materieelverwerving?
Defensie volgt de ontwikkelingen rond de inzet van o.a. onbemenste systemen en de
wijze van command and control in Oekraïne nauwgezet en doet daar haar voordeel mee
bij de inrichting van de krijgsmacht en de wijze waarop de krijgsmacht optreedt. Zo
schaft Defensie bijvoorbeeld op grote schaal verschillende typen drones aan voor de
oprichting van specifieke drone-eenheden bij de Koninklijke Landmacht. Daarnaast zijn
observaties en lessen rondom deze ontwikkelingen belangrijke input bij het ontwikkelen
van concepten en het beschrijven van onze wijze van optreden in doctrines.
In 2025 zijn lessen uit de oorlog in Oekraïne verwerkt in de Nederlandse militaire
opleidingen en trainingsprogramma’s. Daarbij ligt de nadruk op realistisch opleiden
voor de uit te voeren taken, drone-oorlogsvoering, technologische en digitale vaardigheden
en commandovoering onder hoge dreiging. Defensie past opleidings- en trainingsconcepten
continu aan op basis van actuele ontwikkelingen. Daarnaast worden opleidingen waar
mogelijk modulair ingericht en meer taakgericht aangeboden, zodat personeel sneller
inzetbaar is voor de operationele taken die op dit moment worden gevraagd.
5. Welke concrete resultaten zijn zichtbaar op het gebied van Europese strategische
autonomie?
Nederland zet zich in Europa en de NAVO in voor een sterker Europa, dat meer verantwoordelijkheid
neemt voor de eigen veiligheid. Europa en de Verenigde Staten staan samen het sterkst.
Deze grote Europese verantwoordelijkheid is duidelijk zichtbaar in de sterk toenemende
Europese defensie-investeringen en in wetgeving zoals de Defence Readiness Omnibus.
Nationaal zet Nederland stappen met de Wet Financiële Defensieverplichtingen, de Wet
op de Defensiegereedheid en het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Europa heeft
ook negen gezamenlijke capability-prioriteiten (Priority Capability Areas of «PCA’s»)
geïdentificeerd om Europese samenwerking te intensiveren. Nederland coördineert –
samen met Letland, Kroatië, Spanje en Denemarken – de PCA drones en counter-drone
systemen, waarbij Europese landen werken aan gezamenlijke aanschaf en een Europees
netwerk van Drone Technology Hubs. Voor ontwikkelen van Europese Deep Precision Strike
capaciteiten hebben Europese landen het zogenaamde European Long Range Strike Approach
(ELSA) initiatief opgericht.
Oekraïne vecht voor onze vrijheid. De significante Europese en Nederlandse steun aan
Oekraïne draagt daarom ook bij aan onze vrijheid. Europa heeft deze steun sterk opgeschroefd,
recentelijk onder andere via de Ukraine Support Loan. Nederland trekt ook veel lessen
uit het conflict in Oekraïne, die direct bijdragen aan de versterking van de krijgsmacht
zoals bij het antwoord op vraag vier nader is toegelicht.
6. Welk percentage van het bruto binnenlands product verwacht het kabinet in de periode
2026–2030 jaarlijks aan Defensie te besteden?
Zoals ook reeds gemeld in de feitelijke vragen bij de Voorjaarsnota 2026, toont tabel
1 de NAVO-uitgaven op de Rijksbegroting voor de jaren 2026–2030 (stand Voorjaarsnota
2026) in miljarden euro en in percentage van het bbp op basis van het Centraal Economisch
Plan 2026. Het kabinet intensiveert structureel 19,3 mld. euro in de krijgsmacht.
Hiermee groeien de Nederlandse NAVO-uitgaven naar 2,8% van het bbp in 2030 en naar
3,5% van het bbp vanaf 2035.
Tabel 1: NAVO-uitgaven in miljarden euro en percentage van het bbp
2026
2027
2028
2029
2030
NAVO-toerekenbare uitgaven (miljarden euro)
27,9
30,3
35,8
39,0
40,6
NAVO-toerekenbare uitgaven (in % bbp)
2,3
2,4
2,7
2,8
2,8
7. Waar gingen de twee processen-verbaal over die door Team Milieuhandhaving in 2025
betreffende milieuwetgeving zijn opgemaakt, waarvan gesproken wordt in het Jaarverslag
2025 Korps Militaire Controleurs Gevaarlijke Stoffen? Kunt u een beschrijving geven
van het strafbare feit, de datum, de locatie, de persoonsgegevens en eventuele getuigenverklaringen?
Beide processen-verbaal zagen op het aantreffen van scherpe munitie tussen oefenmunitie.
De (informatie uit) deze processen-verbaal is niet openbaar, nu het verslagen betreft
die onderdeel zijn van een (straf)dossier.
8. Wanneer heeft het incident plaatsgevonden waarbij een defensievoertuig in brand
vloog door een defecte/beschadigde lithiumbatterij van een drone tijdens een drone-opleiding
in Marnewaard, waarvan gesproken wordt in het Jaarverslag 2025 Korps Militaire Controleurs
Gevaarlijke Stoffen? Is sindsdien besloten om geen gebruik te maken van lithiumbatterijen
bij oefeningen tijdens extreem droge periodes?
Dit incident heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2025. Na het incident zijn de brandweer
en de terreinopzichter onmiddellijk gealarmeerd. Hierbij is vermeld dat het om een
lithiumbrand ging. De brandweer was binnen 10 minuten ter plaatse en heeft de brand
geblust. Na afloop is het aanwezige personeel in het voertuig gecontroleerd op mogelijke
schadelijke rookinhalatie. Alle betrokkenen bleken in goede conditie te verkeren.
Het voertuig is, nadat de brandweer het had vrijgegeven, afgesleept naar de kazerne.
Dit ongeval heeft niet geleid tot een algemeen verbod op het gebruik van lithiumbatterijen
en/of drones tijdens oefeningen. Veiligheidsmaatregelen tijdens oefeningen worden
continu beoordeeld. Het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) heeft daarnaast een instructiekaart
uitgebracht waarbij wordt uitgelegd hoe men veilig met lithium batterijen kan werken.
Stoppen met het gebruik van lithium batterijen vanwege droogte is geen optie. Nagenoeg
alle elektronica dat niet in met stopcontact verbonden is bevat een lithium batterij
(neem b.v. de telefoon of computer). Zorgvuldig gebruik is onder de aandacht gebracht
en het rapport geeft aan dat adequaat is gereageerd, maar incidenten zoals deze zijn
niet te voorkomen.
9. Waarom is het stuk Toezicht Defensie 2025 in vogelvlucht (bijlage bij Kamerstuk 36 800-X, nr. 81) ingetrokken? Wilt u dit alsnog openbaren?
Het stuk is tegelijk met een jaarverslag van een toezichthouder dat een gerubriceerde
bijlage bevatte ingetrokken. Na de inhoud van het stuk te hebben beoordeeld op vertrouwelijkheid
van informatie, deel ik het bij deze opnieuw met uw Kamer. Het document treft u aan
als de bijlage bij de beantwoording van deze feitelijke vragen.
10. Hoe verwacht u concreet op korte termijn veranderingen door te voeren en veteranen
te helpen?
Er zijn al veranderingen doorgevoerd die de zorg en ondersteuning voor veteranen direct
verbeteren. Zo wordt de intake bij veteranen met een zorgvraag vaker gezamenlijk uitgevoerd
door de zorgcoördinator en de maatschappelijk werker. Hierdoor hoeft de veteraan maar
eenmaal zijn verhaal te vertellen en kunnen direct afspraken tussen zorgcoördinator,
maatschappelijk werker en de veteraan worden gemaakt. Daarnaast is de verwachting
dat voor de toekenning van militaire invaliditeitspensioenen en andere aanspraken,
binnenkort gewerkt kan gaan worden met een verbeterd PTSS-protocol.
Naar aanleiding van de onderzoeken van de Algemene Rekenkamer en de Veteranenombudsman
naar de uitvoering van de Regeling Volledige Schadevergoeding zijn er vorig jaar zes
verbetermaatregelen genomen. Een deel van die verbetermaatregelen zijn inmiddels doorgevoerd:
capaciteitsuitbreiding, het werken met een behandelplan en het toepassen van een interne
auditsystematiek. Aan de overige maatregelen wordt nog gewerkt, te weten de verbetering
van communicatiemiddelen, de standaardisering van schadeposten en de invoering van
een digitaal zaakvolgsysteem. Dit blijft een continu punt van aandacht; Defensie doet
wat nodig is om de zorg voor veteranen te blijven verbeteren.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier