Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden gesteld aan de regering, over het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Kamerstuk 36945-XV-2)
36 945 XV Jaarverslag en slotwet Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2025
Nr. 6
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 8 juni 2026
De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een aantal vragen voorgelegd
aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Werk en Participatie
over de brief van 20 mei 2026 over het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek
2025 bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Kamerstuk 36 945 XV, nr. 2).
De Ministers hebben deze vragen beantwoord bij brief van 8 juni 2026. Vragen en antwoorden
zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Van der Lee
Adjunct-griffier van de commissie, Morrin
Vraag 1
In het nawoord schrijft de Algemene Rekenkamer dat ten aanzien van de uitkeringen
in het kader van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) tempo gemaakt moet
worden met de vereenvoudiging van regelgeving, zonder dat het arbeidsongeschiktheidsstelsel
hoeft te worden herzien. Op welke termijn denkt u te kunnen komen met dergelijke concrete
vereenvoudigingsmaatregelen voor de WIA?
Antwoord 1
In het coalitieakkoord zijn maatregelen opgenomen om de uitvoerbaarheid van de WIA
te vergroten. Dit betreft de afschaffing van de IVA voor nieuwe gevallen, taakherschikking
en aanscherping van de voorwaarden voor herbeoordelingen. Afschaffing van de IVA voor
nieuwe gevallen is op zijn vroegst mogelijk per 1-1-2030 vanwege benodigde wetswijziging
en implementatie in de uitvoering. Voor taakherschikking en aanscherping van de voorwaarden
voor herbeoordelingen wordt momenteel onderzocht wat er op zo kort mogelijke termijn
mogelijk is binnen de huidige wetgeving. Tevens worden verdergaande voorstellen onderzocht
waarvoor wetgeving op termijn moet worden aangepast. Verder wil het kabinet graag
met sociale partners in gesprek over mogelijke maatregelen om de WIA te vereenvoudigen
en weer uitvoerbaar te maken.
Vraag 2
De Algemene Rekenkamer schrijft over structurele onvolkomenheden bij de unit Rijksdienst
Caribisch Nederland. Wanneer denkt u het financieel beheer door deze Rijksdienst op
orde te hebben?
Antwoord 2
De Auditdienst Rijk (ADR) en de Algemene Rekenkamer constateren dat circa 95% van
de omvang van de onrechtmatigheid wordt veroorzaakt doordat in 2010, bij het ontstaan
van de drie bijzondere gemeenten, gegevens verloren zijn gegaan. Deze onzekerheid
kan niet worden hersteld en zal de komende jaren geleidelijk afnemen als gevolg van
overlijden van de uitkeringsgerechtigden.
In 2025 is een goede basis gelegd voor het financieel beheer en de verantwoording.
In 2026 worden deze organisatorische maatregelen gecontinueerd. Streven daarbij is
om in 2026 de eerstelijnscontrole dusdanig verstevigd te hebben, dat het controlteam
van de RCN-unit SZW zich, op basis van het interne controleplan, kan richten op de
tweedelijnscontrole. Het controleplan wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van
de eigen bevindingen en die van de ADR.
Daarnaast gaat de RCN-unit SZW door met het ingezette verbeterplan. In 2026 wordt
de bouw van het applicatielandschap aanbesteed en in het najaar gestart. De voorlopige
planning is dat in 2028, de basisversie van het nieuwe applicatielandschap volledig
in gebruik is genomen en het financieel beheer via deze weg beter en toekomstbestendig
in control komt.
Vraag 3
Kunt u de Tweede Kamer informeren over de te nemen stappen (en voortgang) met betrekking
tot de verbetering van het financieel beheer bij deze Rijksdienst?
Antwoord 3
Het verbetertraject omvat maatregelen voor de korte termijn en de (middel)lange termijn.
Doel is de tijdige en rechtmatige verstrekking van de uitkeringen aan mensen op Caribisch
Nederland te borgen, waardoor een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan de sociale
zekerheid. In 2025 is een goede basis gelegd voor het financieel beheer en de verantwoording.
Streven is in 2026 de eerstelijnscontrole dusdanig verstevigd te hebben, dat het controlteam
van de RCN-unit SZW zich kan richten op de tweedelijnscontrole, op basis van het interne
controleplan. Dit controleplan wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de eigen
bevindingen en die van de ADR. Daarnaast wordt het verouderde ICT-applicatielandschap
vernieuwd. De voorlopige planning is dat in 2028, het nieuwe applicatielandschap volledig
in gebruik is genomen en het financieel beheer via deze weg beter en toekomstbestendig
in control komt.
Vraag 4
Kunt u aangeven waarom de Minister volgens de Algemene Rekenkamer «geen zekerheid»
heeft over de rechtmatigheid van de uitgaven aan de Wajong van € 4,4 miljard? Welke
concrete fouten of onzekerheden liggen hieraan ten grondslag? Welke acties lopen hier
nu op?
Antwoord 4
De Algemene Rekenkamer heeft geconstateerd dat het toezicht van de Minister van SZW
op UWV niet toereikend is en dat het huidige cijfer voor de financiële rechtmatigheid
geen goed beeld geeft van het totaal aan fouten in uitkeringen. Dit laatste hangt
samen met de wijze waarop financiële rechtmatigheid is gedefinieerd in de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (wet SUWI).
Daarnaast geven de actuele kwaliteitsonderzoeken onvoldoende zekerheid over de kwaliteit
van de uitvoering van de Wajong (Kamerstukken II 2024/25, 26 448, nr. 798 en Kamerstukken II 2024/25, 26 448, nr. 821). Het ontbreken van betrouwbare informatie, in combinatie met de constatering van
de Algemene Rekenkamer dat het toezicht van SZW op UWV niet toereikend is, heeft ertoe
geleid dat er volgens de Algemene Rekenkamer onvoldoende zekerheid is over de rechtmatigheid
van de uitgaven aan de Wajong. Dit betekent overigens niet dat de uitgaven onrechtmatig
(fout) zijn.
In de kabinetsreactie op het rapport van de Algemene Rekenkamer over de WIA (Kamerstukken
II 2025/26, 26 448, nr. 863) zijn diverse verbeteracties aangekondigd om het toezicht van SZW op UWV (en de SVB)
te verbeteren, en is aangegeven hoe UWV het kwaliteitsmanagement op orde brengt zodat
er in de toekomst voldoende zekerheid is over de rechtmatigheid van de uitgaven aan
de Wajong. Deze acties worden nu nauwgezet uitgevoerd. De Kamer wordt deze maand geïnformeerd
over de voortgang.
Vraag 5
De Algemene Rekenkamer stelt dat men weinig vooruitgang ziet bij de bestrijding van
arbeidsuitbuiting en dat de Minister niet goed weet of slachtoffers beter worden geholpen,
kunt u uitleggen waarom er sinds het Rekenkameronderzoek uit 2021 nog steeds zo weinig
vooruitgang is geboekt bij de aanpak van arbeidsuitbuiting, terwijl vooral arbeidsmigranten
hiervan slachtoffer worden?
Antwoord 5
Slachtoffers van arbeidsuitbuiting verdienen in de volle breedte ondersteuning. In
de bestuurlijke reactie op het verantwoordingsonderzoek wordt toegelicht welke stappen
het kabinet zet om slachtoffers te beschermen. Dit betreft onder andere de behandeling
van het wetsvoorstel modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel door
de Eerste Kamer, het integreren van de pilot noodbedden als onderdeel van de Categorale
Opvang Slachtoffers Mensenhandel (COSM), het inrichten van een centraal informatiepunt
mensenhandel en een verkenning naar het loskoppelen van het slachtofferschap van het
strafrechtelijk onderzoek. Dit zijn alle langlopende trajecten die de aankomende periode
tot resultaat gaan leiden.
Vraag 6
Herkent u de constatering van de Algemene Rekenkamer dat het aantal opgelegde bestuursrechtelijke
boetes en waarschuwingen weliswaar zijn gestegen, maar dat het effect van die acties
is op het terugdringen van arbeidsuitbuiting en ernstige benadeling onduidelijk is?
Zo nee, welke effecten ziet u als gevolg van de intensievere handhaving?
Antwoord 6
Een vast gegeven is dat arbeidsuitbuiting en ernstige benadeling bewust heimelijk
gebeurt. Daardoor is niet precies bekend hoe groot dit fenomeen is in Nederland. Uitbuitingssituaties
moeten worden herkend en ontdekt. Dit vormt een grote uitdaging binnen de strafrechtelijke
aanpak van mensenhandel in het algemeen. Meldingen en signalen zijn dus belangrijk
om arbeidsuitbuiting en ernstige benadeling op het spoor te komen. Hierop wordt ook
geïnvesteerd door de Arbeidsinspectie. Het effect hangt af van het instrumentarium.
Bestuursrechtelijk gaat het om boetes en preventieve stilleggingen bij recidive van
werkgevers. Strafrechtelijk juist om de aanpak van daders (via onder andere gevangenisstraf)
en dit leidt tot het stoppen van uitbuitingssituaties. Het effect is dat werkgevers
gestopt worden in hun handelwijze en de arbeidswetten worden nageleefd.
Vraag 7
Hoe verklaart u de sterke daling in het aantal meldingen van arbeidsuitbuiting en
ernstige benadeling door partijen waarmee de Arbeidsinspectie samenwerkt?
Antwoord 7
Voor het juiste beeld is de bredere context relevant. Het aantal gedane meldingen
over Eerlijk Werk is de afgelopen jaren toegenomen van 4.748 in 2022 tot 6.354 in
2025. Dat is dus een aanzienlijke stijging. Alle meldingen en signalen die bij de
Arbeidsinspectie binnenkomen, worden geregistreerd, beoordeeld en gewogen of deze
opvolgenswaardig zijn, maar deze hebben bij eerste beoordeling minder vaak het (interne)
label Arbeidsuitbuiting of Ernstige Benadeling gekregen. Het werkproces rondom de
meldingenstroom is namelijk in de loop van de tijd verbeterd, waardoor nu een betere
inschatting kan worden gemaakt van indicaties van Arbeidsuitbuiting en Ernstige Benadeling.
Overigens worden meldingen die niet deze indicatie krijgen ook gewoon opgevolgd.
Vraag 8
Hoe verklaart u de lagere benutting van de noodbeddenvoorziening? Zijn er plannen
om de toegankelijkheid en benutting van de noodbedden verder te verbeteren?
Antwoord 8
Het gebruik fluctueert, omdat het aantal en het moment van aantreffen van mensen in
arbeidsuitbuiting- en ernstige benadelingsituaties niet te plannen is. Het succes
van crisisbedden wordt niet bepaald door kwantitatieve cijfers over de bezettingsgraad.
Belangrijker is dat een aangetroffen slachtoffer geholpen kan worden met het aanbieden
van een crisisbed. Sommige slachtoffers accepteren bijvoorbeeld een bed niet, omdat
ze bang zijn om hun werk en daarmee hun inkomsten te verliezen. Bovendien kunnen zij
op eigen gelegenheid de faciliteit ook weer snel verlaten als zij dat willen. De noodbeddenvoorziening
bestaat sinds 2022 en was oorspronkelijk ingesteld als een pilot. We zien dat het
gebruik steeds meer toeneemt en de Nederlandse Arbeidsinspectie heeft daarom verzocht
om de noodvoorziening structureel te maken. De crisisbedden zijn daarom nu opgenomen
als onderdeel van de reguliere COSM-voorziening. Deze is nu voor een periode van 3
jaar aanbesteed, gestart sinds 1 januari 2026. Om de toegankelijkheid en het gebruik
te verhogen, wordt verder ingezet op een verkenning rondom het loskoppelen van slachtofferschap
en een strafzaak. Loskoppeling zorgt ervoor dat eerst voor een slachtoffer gezorgd
kan worden en dat zij na een periode van rust een bijdrage kan leveren aan een eventuele
strafrechtelijke procedure richting de dader. Deze verkenning, die voortkomt uit het
Actieplan Samen tegen Mensenhandel, loopt momenteel nog.
Vraag 9
Wat is de reden dat de in 2021 tussen FairWork en de Arbeidsinspectie gemaakte samenwerkingsafspraken
nog niet zijn uitgevoerd?
Antwoord 9
De samenwerking tussen de Arbeidsinspectie en FairWork verloopt goed. In de praktijk
is dat dus niet afhankelijk van het wel of niet bestaan van schriftelijke afspraken.
Zo benut de Arbeidsinspectie bij bepaalde inspectieprojecten informatie van FairWork
of worden arbeidsmigranten met FairWork in contact gebracht voor ondersteuning. Daarnaast
spreken de Arbeidsinspectie en FairWork elkaar circa drie keer per jaar over lopende
onderwerpen.
De bestaande afspraken zijn verouderd. Hierin stond onder andere dat FairWork verantwoordelijk
voor het onderhouden en doorontwikkelen van de website «Work in NL» zou zijn. Deze
taak is inmiddels teruggenomen door het Ministerie van SZW. Daarnaast was opgenomen
dat indien een cliënt van FairWork een melding wil doen van een ongewenste situatie,
dit wordt gedaan gelijktijdig met een warme overdracht tussen FairWork, de cliënt
en de Arbeidsinspectie (via een telefonisch 3-gesprek), zodat de Arbeidsinspectie
meer informatie uit de melding kan halen. In de praktijk is het niet gekomen tot deze
driegesprekken. In onderling overleg is besproken om alsnog te experimenteren met
driegesprekken en de afspraken te actualiseren vanuit de gedachte dat het voor beide
partijen uitvoerbaar moet zijn.
Vraag 10
Heeft het project Work in NL de positie van slachtoffers van ernstige benadeling verbeterd?
Zo ja, hoe?
Antwoord 10
Met Work in NL (WIN) organiseert de Rijksoverheid samen met gemeenten en andere partners
een netwerk van hulp en ondersteuning aan kwetsbare werknemers. Dit is een structurele
voorziening. Bij de WIN-punten en de samenwerkende partners kunnen mensen terecht
met alle hulpvragen, zo ook mogelijke vermoedens van ernstige benadeling en/of mensenhandel.
Medewerkers ontvangen training van stichting FairWork om signalen van mensenhandel
en ernstige benadeling te herkennen. Met de Nederlandse Arbeidsinspectie is afgesproken
dat medewerkers kunnen sparren of bepaalde situaties in aanmerking komen voor een
melding bij de Arbeidsinspectie. Op die wijze zorgen we voor kwalitatieve meldingen.
We zien dagelijks dat veel slachtoffers geholpen worden via het Work in NL netwerk,
en tegelijkertijd is het netwerk nog volop aan het groeien. Momenteel zijn in 17 van
de 35 regio’s WIN-punten actief en we verwachten dit jaar op 30 regio’s met WIN-punten
uit te komen. Wanneer de basis op orde is wordt de samenwerking met netwerkpartners
verder verdiept en de kwaliteit van de dienstverlening blijvend versterkt. Zo is recent
een nieuwe versie van de website www.workinnl.nl live gegaan, die ook ruimte biedt aan regionale informatie. Zo ontstaat ook digitaal
een plek voor onafhankelijke informatie over rechten en plichten. Het onderzoek van
de Algemene Rekenkamer heeft verder geleerd om beter de resultaten en successen van
het project te monitoren en ter beschikking te stellen. Deze monitoring was reeds
in ontwikkeling, maar met de suggesties van de Algemene Rekenkamer in de hand kan
deze verder versterkt worden.
Vraag 11
Kunt u aangeven in hoeverre de problemen bij sociaal-medische beoordelingen binnen
de WIA ook gevolgen hebben voor de uitvoering van de Wajong?
Antwoord 11
De sociaal-medische beoordelingen voor de WIA en Wajong zijn afzonderlijke processen.
Wel heeft de mismatchproblematiek invloed op de capaciteit van de Wajongbeoordeling,
waardoor er in 2025 achterstanden zijn ontstaan. Dit jaar hebben de Wajong en de WIA
de hoogste prioriteit en heeft UWV het doel de achterstanden van de Wajong volledig
in te lopen. In de eerste maanden van 2026 is het UWV gelukt de achterstanden in te
lopen.
Daarnaast besteedt UWV extra aandacht aan de kwaliteit van de uitvoering van beide
regelingen. Problemen bij de WIA hoeven niet direct tot problemen bij de Wajong te
leiden, maar waar relevant worden lessen en verbeterpunten uit de WIA meegenomen in
de uitvoering van de Wajong en vice versa.
Vraag 12
De Algemene Rekenkamer stelt dat dat 120.000 huishoudens geld uit het Tijdelijk Noodfonds
Energie kregen, maar dat onduidelijk blijft of juist de meest kwetsbare huishoudens
zijn geholpen, kunt u aangeven hoeveel van de meest kwetsbare huishoudens daadwerkelijk
zijn bereikt met het Tijdelijk Noodfonds Energie, en waarom u dit niet vooraf beter
in beeld had?
Antwoord 12
Het Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE) heeft zelf de parameters vastgesteld voor de
tegemoetkoming. Iedereen die een tegemoetkoming uit het TNE kreeg viel onder de doelgroep
energiearme huishoudens, doordat alleen huishoudens met een laag inkomen en een relatief
hoge energierekening in aanmerking kwamen. Beleidsmatig is het niet het doel geweest
om binnen de beoogde doelgroep van energiearme huishoudens specifiek te focussen op
de meest kwetsbaren. Daarom is niet in kaart gebracht of TNE de meest kwetsbare huishoudens
heeft bereikt. Omdat de ervaring leert dat de meest kwetsbaren vaak moeilijker bereikbaar
zijn en over lager doenvermogen beschikken, heeft SZW wel specifieke maatregelen getroffen
om hen goed te informeren.
Vraag 13
Ligt u op koers met het streven om in 2026 de eerstelijnscontrole van de RCN-unit
dusdanig verstevigd te hebben dat het controleteam van de unit zich kan richten op
de tweedelijnscontrole?
Antwoord 13
Ja, in 2026 is de eerstelijnscontrole dusdanig verstevigd, dat het controlteam van
de RCN-unit SZW zich kan richten op de tweedelijnscontrole. Dit zal gebeuren op basis
van het interne controleplan. Dit wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de eigen
bevindingen en die van de ADR.
Vraag 14
Wanneer wordt het parlement nader geïnformeerd over de voortgang van de verbeteringen
bij de RCN-unit?
Antwoord 14
Het parlement zal nader geïnformeerd worden over de voortgang van de verbeteringen
bij de RCN-unit SZW middels het jaarverslag SZW 2026.
Vraag 15
Welke acties lopen er nu op het financieel beheer uitkeringen Caribisch Nederland?
Wat voor tijdspad heeft u voor ogen? Wanneer informeert u de Kamer of de acties zijn
uitgevoerd? Kan u toezeggen dit te doen in het eerste kwartaal van 2027?
Antwoord 15
De taak die de RCN-unit SZW heeft, is complex en omvangrijk en anders dan de uitvoering
van de sociale zekerheid in Europees Nederland. De ADR en de Algemene Rekenkamer constateren
dat circa 95% van de omvang van de onrechtmatigheid wordt veroorzaakt doordat in 2010,
bij het ontstaan van de drie bijzondere gemeenten, gegevens verloren zijn gegaan.
Deze onzekerheid zal de komende jaren geleidelijk afnemen als gevolg van overlijden
van de uitkeringsgerechtigden.
Op basis van de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer zijn werkbare kaders voor
de bedrijfsvoering ingevoerd, die passend zijn bij de context van Caribisch Nederland.
In 2025 is een goede basis gelegd voor het financieel beheer en de verantwoording.
In 2026 worden deze organisatorische maatregelen gecontinueerd. Streven daarbij is
om in 2026 de eerstelijnscontrole dusdanig verstevigd te hebben, dat het controlteam
van de RCN-unit SZW zich, op basis van het interne controleplan, kan richten op de
tweedelijnscontrole. Het controleplan wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van
de eigen bevindingen en die van de ADR.
De RCN-unit SZW gaat door met het ingezette verbeterplan, zodat het huidige verouderde
ICT-landschap de komende jaren wordt vervangen en het financieel beheer via deze weg
beter in control komt. In 2025 is gestart met de voorbereiding voor de vervanging
van het huidige verouderde ICT-landschap. Hiervoor is in 2025 een programmaorganisatie
opgezet en is alle vereiste documentatie opgesteld. In 2026 wordt de bouw van het
applicatielandschap aanbesteed. De voorlopige planning is dat in 2028, de basisversie
van het nieuwe applicatielandschap volledig in gebruik is genomen, daarmee is de ICT
van de RCN-unit SZW toekomstbestendig en komt het financieel beheer beter in control.
Daarna kunnen de arbeidsintensieve organisatorische maatregelen afgebouwd worden.
Het parlement zal nader geïnformeerd worden over de voortgang van de verbeteringen
bij de RCN-unit SZW middels het jaarverslag SZW.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.M.T. van der Lee, voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Mede ondertekenaar
C.E. Morrin, adjunct-griffier