Brief regering : Uitwerking vrijwillige voortzetting nabestaandenpensioen
36 067 Wijziging van de Pensioenwet, de Wet inkomstenbelasting 2001 en enige andere wetten in verband met herziening van het pensioenstelsel, standaardisering van het nabestaandenpensioen, aanpassing van de fiscale behandeling van pensioen en enige andere wijzigingen ten aanzien van pensioen (Wet toekomst pensioenen)
Nr. 201
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 juni 2026
Op 17 december 2025 is uw Kamer geïnformeerd over het vrijwillig voortzetten van het
nabestaandenpensioen.1 Om de groep onbedoeld onverzekerden voor het nabestaandenpensioen te verminderen,
zijn er destijds zes mogelijke maatregelen onderzocht. De onderzochte maatregelen
dragen bij om de groep onbedoeld onverzekerden te beperken, waarbij de groep onbewust
oververzekerden ook niet zal toenemen. In deze brief informeer ik uw Kamer over de
implementatie van de maatregelen.
In het eerste deel van deze Kamerbrief wordt een korte schets gegeven van het nabestaandenpensioen
vóór pensioendatum. In het tweede deel volgt een nadere uitwerking van de zes mogelijke
maatregelen.
1. Nabestaandenpensioen vóór pensioendatum
Het nabestaandenpensioen (partner- dan wel wezenpensioen) is een belangrijk onderdeel
van de pensioenregeling, welke bijdraagt aan de bestaanszekerheid van nabestaanden
na het overlijden van de (gewezen) deelnemer. Een overlijden van een naaste is een
persoonlijk verlies voor de nabestaanden. Voor nabestaanden is het juist van belang
dat er in moeilijke, persoonlijke omstandigheden financiële zekerheid is. Daarom is
het nabestaandenpensioen in de Wet toekomst pensioenen (Wtp) gewijzigd met als doel
om ervoor te zorgen dat het nabestaandenpensioen meer wordt gestandaardiseerd, adequater
en begrijpelijker wordt en dat de risico’s voor nabestaanden worden verkleind.2 Het nabestaandenpensioen in de Wtp is vormgegeven door uniformering van het partnerbegrip,
de verbetering van het wezenpensioen, het partnerpensioen bij overlijden op of na
pensioendatum op opbouwbasis en het partnerpensioen bij overlijden vóór pensioendatum
enkel nog op risicobasis toe te staan. Ook zijn het partnerpensioen vóór pensioendatum
en het wezenpensioen een percentage van het pensioengevend salaris3 en diensttijdonafhankelijk.
Bij het nabestaandenpensioen vóór pensioendatum geldt het volgende: op het moment
dat niet langer sprake is van deelnemerschap in de pensioenregeling vervalt de standaarddekking.
Om het risico te verkleinen dat iemand die tussen twee dienstverbanden in zit of iemand
die werkloos of zelfstandige wordt, tijdelijk geen of een lagere dekking voor partnerpensioen
heeft, is in het nieuwe pensioenstelsel een aantal waarborgen opgenomen. Zo is een
verplichte dekking van het nabestaandenpensioen na einde dienstverband geïntroduceerd4 en wordt na afloop daarvan de mogelijkheid van vrijwillige voortzetting van het partnerpensioen
aangeboden.5
2. Uitwerking verkenning van de maatregelen
De afgelopen periode heeft mijn ministerie de zes voorgestelde maatregelen uit de
Kamerbrief van 17 december 2025 verder uitgewerkt in samenspraak met uitvoeringspartijen.
Hieronder volgt de actuele stand van zaken van deze zes maatregelen.
2.1 Stop- en herhalingsbrieven
2.1.1 Stopbrief
Bij de beëindiging van de deelname aan een pensioenregeling ontvangt de deelnemer
van de pensioenuitvoerder informatie die voor de deelnemer specifiek in het kader
van de beëindiging relevant is.6 In de praktijk wordt dit vaak een stopbrief genoemd.7 De keuze voor vrijwillige voortzetting van het nabestaandenpensioen na einde deelname
is aan de orde na afloop van de verplichte voorzettingsperiode of na de voortzetting
van de risicodekking gedurende de Werkloosheidswet- of Ziektewetperiode.
De stop- en herhalingsbrieven zijn laagdrempelige manieren om de bewustwording van
(keuzes bij) het nabestaandenpensioen te verhogen. In de stopbrief kunnen pensioenuitvoerders
de keuze voor vrijwillige voortzetting van het partnerpensioen voorleggen aan de gewezen
deelnemer. Het doel van de stopbrief is onder andere dat de gewezen deelnemer op de
hoogte is van de keuzemogelijkheid om de dekking voor het nabestaandenpensioen vrijwillig
voor te zetten en zich bewust is van de risico’s na afloop van de verplichte voortzettingsperiode.
Deze maatregel is inmiddels opgepakt en bevindt zich momenteel in de fase van nadere
uitwerking in regelgeving.8 Het wordt wettelijk verplicht om de volgende informatie in de stopbrief op te nemen.
De stopbrief wordt uitgebreid met de relevante kwalitatieve informatie over het vrijwillig
voortzetten van het nabestaandenpensioen. Hierdoor kan de gewezen deelnemer een goede
afweging maken. Belangrijke aspecten daarbij zijn dat de gewezen deelnemer begrijpt
wanneer, binnen welke termijn en de wijze waarop hij/zij gebruik kan maken van de
keuze voor vrijwillige voortzetting van het nabestaandenpensioen.9
2.1.2 Herhalingsbrief
Pensioenuitvoerders hebben de mogelijkheid om naast de stopbrief ook een herhalingsbrief
te versturen om de gewezen deelnemer te attenderen op het keuzerecht voor vrijwillige
voortzetting van het nabestaandenpensioen. Door deze herhalingsbrief krijgt de gewezen
deelnemer belangrijke informatie opnieuw. Dit verhoogt de kans dat de gewezen deelnemer
actie onderneemt en/of tijdig reageert. Dit is tevens relevant voor gewezen deelnemers
die een uitkering ingevolgde de Werkloosheids- of Ziektewet ontvangen. Voor hen kan
de dekking namelijk doorlopen tot maximaal twee jaar per uitkering.
Pensioenuitvoerders hebben ook de mogelijkheid om bij de herhalingsbrief een responsformulier
toe te voegen, waarbij de gewezen deelnemer kan aangeven of hij het keuzerecht van
vrijwillige voortzetting wel of niet accepteert. Ook bij het gebruik van een responsformulier
is de keuzebegeleidingsnorm van toepassing.10 De pensioenuitvoerder moet de deelnemer in staat stellen een passende keuze te maken
door de deelnemer op een adequate wijze begeleiden bij het maken van deze keuze en
een keuzeomgeving in te richten. Daarbij moet de pensioenuitvoerder bevorderen dat
de informatie inzicht geeft in de gevolgen van de keuze op het pensioen.
De maatregel «herhalingsbrief» is inmiddels opgepakt en bevindt zich momenteel in
de fase van nadere uitwerking in regelgeving. In de toelichting van het Ontwerpbesluit
zal aandacht worden besteed aan de herhalingsbrief en een responsformulier (acceptatie/afwijzen
van vrijwillig voortzetten).
2.2 Startbrief (bijvoorbeeld Pensioen 1-2-3)
Bij de start van een nieuw dienstverband én deelname aan een pensioenregeling krijgt
de deelnemer een startbrief van de pensioenuitvoerder. In de startbrief ontvangt de
deelnemer informatie van de pensioenuitvoerder over de belangrijkste kenmerken van
de nieuwe pensioenregeling, de uitvoering van de pensioenregeling en over keuzemogelijkheden
waarvoor een actie van de (gewezen) werknemer wordt verwacht. In de huidige wet- en
regelgeving11 moet de uitvoerder bij de start van de deelname reeds informatie verstrekken over
de keuzemogelijkheden van de (gewezen) deelnemer waarin de pensioenregeling voorziet.
Hieronder valt informatie over vrijwillig voortzetting van het partnerpensioen.
In het Ontwerpbesluit wordt hieraan toegevoegd dat de pensioenuitvoerder informatie
verstrekt over een eventuele samenloop van het nabestaandenpensioen bij een vorige
pensioenuitvoerder. Daarbij wordt gewezen op de mogelijkheid om hierover informatie
op te vragen bij een voorgaande uitvoerder. De werknemer kan een voorgaande uitvoerder
in ieder geval vinden op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Door de toevoeging van een mogelijke samenloop van het nabestaandenpensioen wordt
de deelnemer ook via dit instrument geactiveerd om bij een voorgaande uitvoerder informatie
op te vragen. Op deze wijze kan een eventuele vrijwillige voortzetting van het nabestaandenpensioen
bij een voorgaande uitvoerder door de deelnemer worden stopgezet. De financiering
voor de vrijwillige voortzetting van het nabestaandenpensioen komt ten laste van het
pensioenvermogen van de gewezen deelnemer.
Deze maatregel is inmiddels opgepakt en bevindt zich momenteel in de fase van nadere
uitwerking in regelgeving. Het wordt wettelijk verplicht om deze informatie in de
startbrief op te nemen. Het vermelden van de keuzemogelijkheid van vrijwillige voortzetting
van het nabestaandenpensioen als ook de vermelding van een eventuele samenloop van
het nabestaandenpensioen dragen bij aan een laagdrempelige manier om de bewustwording
van (keuzes bij) het nabestaandenpensioen te verhogen.12
2.3 Informatie en melding op mijnpensioenoverzicht.nl
Naast het vergroten van de bewustwording over de keuze van vrijwillige voortzetting
via start-, stop- en herhalingsbrieven, kan er ook ingezet worden op andere kanalen.
Een van de mogelijkheden is een notificatie op mijnpensioenoverzicht.nl (MPO) in het
geval dat een persoon niet actief pensioen opbouwt. Hierin wordt de persoon erop gewezen
dat hij of zij mogelijk geen nabestaandenpensioen heeft en dat dit eventueel bij een
vorige pensioenuitvoerder voortgezet kan worden. Om de notificatie zo beknopt mogelijk
te houden, kan de persoon doorklikken om meer informatie te ontvangen.
Sinds eind maart 2026 verschijnt een dergelijke notificatie met aanvullende informatie
op MPO wanneer de persoon inlogt en dit voor hem of haar van toepassing is. Ik ben
Stichting Pensioenregister (SPR) zeer erkentelijk dat zij dit spoedig hebben weten
te realiseren. Dit draagt bij aan de bewustwording voor de groep onbewust on(der)verzekerden.
2.4 Gegevensuitwisseling via Stichting Pensioenregister (SPR)
Als vierde maatregel is geïnventariseerd of het mogelijk is om via een functionaliteit
van SPR de oude pensioenuitvoerder te kunnen notificeren wanneer de deelnemer bij
een andere pensioenuitvoerder actieve pensioenopbouw heeft. SPR heeft in de gesprekken
met het ministerie aangegeven dat dit technisch mogelijk is. Deze functionaliteit
dient ervoor te zorgen dat de oude pensioenuitvoerder sneller op de hoogte is van
opbouw in een nieuwe pensioenregeling. Op deze manier kan de oude pensioenuitvoerder
op een passend moment de gewezen deelnemer wijzen op de vrijwillige voortzetting van
het nabestaandenpensioen.
Om deze functionaliteit goed te laten werken, is het van belang dat pensioenuitvoerders
tijdig aan SPR doorgeven wanneer deelname aan een pensioenregeling aanvangt en wordt
beëindigd. De werkgever geeft deze informatie door aan de pensioenuitvoerder. Pensioenuitvoerders
dienen deze informatie binnen 4 maanden nadat deze is verwerkt in hun eigen administratie
door te geven aan SPR. Momenteel actualiseert 4 op de 10 pensioenuitvoerders binnen
1 maand de lijst met (gewezen) deelnemers via de Verwijsindex.13 De overige pensioenuitvoerders werken hun gegevens op kwartaalbasis bij. Dit leidt
ertoe dat momenteel binnen twee tot maximaal zes maanden na uitdiensttreding, de relevante
gegevens beschikbaar zijn in mijnpensioenoverzicht.nl voor de pensioenuitvoerder.
Als het dienstverband niet aansluitend is of de werkgever de pensioenuitvoerder later
informeert, dan kan deze termijn langer zijn. Dit hangt onder meer af van hoe snel
de oude en nieuwe werkgever de administratieve wijzigingen doorgeven aan de pensioenuitvoerder
en vervolgens de termijnen die pensioenuitvoerders hanteren voor de informatieaanlevering
aan MPO. De termijn van twee tot maximaal zes maanden waarbij de informatie beschikbaar
komt bij MPO is hiermee niet altijd passend om de gewezen deelnemer te informeren
over de keuze voor vrijwillige voortzetting van het partnerpensioen. De keuzetermijn
bij de oude uitvoerder zal dan al verstreken zijn.
Mijn ministerie blijft in gesprek met SPR en pensioenuitvoerders om te bevorderen
dat meer uitvoerders een snellere aanlevertermijn hanteren. Voor hen geldt dat het
aanpassen van de aanleverfrequentie van gegevens tijdens de transitie niet uitvoerbaar
is vanwege het beslag op de IT-capaciteit.
Verder wordt momenteel in kaart gebracht wat de meerwaarde is van een dergelijke functionaliteit
van SPR ten opzichte van de verbeterde gegevensuitwisseling tussen pensioenuitvoerders
en het UWV. Pensioenuitvoerders zijn volop bezig met de transitie en alle capaciteit
is daarop gericht. Mijn ministerie blijft in gesprek met Stichting Pensioenregister,
de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars om een dergelijke functionaliteit
in de toekomst mogelijk te maken.
2.5 Gegevensuitwisseling tussen pensioenuitvoerder en UWV
Als vijfde maatregel is gekeken naar de gegevensuitwisseling tussen pensioenuitvoerders
en het UWV. Pensioenuitvoerders kunnen gebruik maken van de gegevensuitwisseling tussen
hen en het UWV om het passende moment te bepalen waarop het aanbod van of de keuze
van vrijwillige voortzetting wordt voorgelegd. De gegevensuitwisseling is hiervoor
een goed instrument.
Sinds de Kamerbrief van 17 december 2025 heeft mijn ministerie vinger aan de pols
gehouden met betrekking tot de voortgang van de geautomatiseerde gegevensuitwisseling.
Het UWV heeft het proces voor gegevensuitwisseling vanuit de Loonaangifteketen succesvol
afgerond. De loonaangifteketen bevat onder meer gegevens over de datum van een aanvang
van een inkomstenopgave, een sectorindeling en het ontvangen van een uitkering. Deze
gegevens worden geautomatiseerd beschikbaar gesteld aan pensioenuitvoerders (afnemers)
die een gebruikersovereenkomst hebben afgesloten met het UWV.
Momenteel is het UWV bezig met een vervolgproduct (WTP-Product), waarbij ook gegevensuitwisseling
vanuit de eigen claimsystemen mogelijk wordt. Bij dit product wordt het ontvangen
van uitkering uitgebreid met informatie over de (maximale) duur van de Werkloosheids-
en Ziektewetuitkering, en informatie over gedeeltelijke werkhervatting. Naar verwachting
wordt dit vervolgproduct begin volgend jaar operationeel. In de tussentijd dienen
pensioenuitvoerders op een andere wijze te borgen dat deelnemers die dit betreft tijdig
de keuze voor vrijwillige voortzetting aangeboden krijgen, rekening houdend met een
keuzetermijn en het uitgangspunt dat deelnemers niet onbedoeld ongedekt zijn.
Pensioenuitvoerders hebben hiervoor reeds een passende werkwijze ontwikkeld.
Het is niet wettelijk voorgeschreven dat uitvoerders gebruikmaken van de gegevensuitwisseling
met het UWV. Pensioenuitvoerders dienen hiervoor zelf een gebruikersovereenkomst af
te sluiten met het UWV. Er zijn inmiddels vijftien pensioenuitvoerders die een gebruikersovereenkomst
hebben ondertekend of zeer binnenkort zullen ondertekenen en drie pensioenuitvoerders
waarvan één aanvraag in behandeling is.14 De pensioenuitvoeringsorganisaties gaven bij het UWV aan dat het ontwikkelde product
op basis van loonaangiftegegevens voldoet aan de verwachtingen. Ik ben blij dat dit
is gelukt en wil UWV bedanken voor de inzet die ze hebben getoond om dit mogelijk
te maken.
De informatie kan pensioenuitvoerders helpen om te bepalen wanneer ze het aanbod of
de keuze voor vrijwillige voortzetting aan de gewezen deelnemers moeten voorleggen.
Ik roep de overige pensioenuitvoerders op om ook gebruik te maken van de gegevensuitwisseling
met het UWV. In alle gevallen is het de verantwoordelijkheid van pensioenuitvoerders
om deze keuze tijdig aan deelnemers voor te leggen.
2.6 Dekking nabestaandenpensioen voor onbedoeld onverzekerden
Als laatste maatregel is een sectorbrede regeling onderzocht om de groep onbedoeld
onverzekerden zoveel mogelijk te beperken. Na overleg tussen mijn ministerie en de
Pensioenfederatie kan ik melden dat de Pensioenfederatie een algemene werkwijze voor
beperking van het aantal onbedoeld onverzekerden zal vastleggen en uitdragen aan haar
leden. De algemene werkwijze voorziet in een dekking bij overlijden van de gewezen
deelnemer die gedurende de keuzetermijn nog geen keuze heeft gemaakt of wanneer er
nog geen aanbod is gedaan. In die situatie zal het pensioenfonds (na onderzoek) overgaan
tot uitkering van het partnerpensioen alsof er wel een dekking zou zijn geweest. De
algemene werkwijze zal binnenkort worden gepubliceerd voor haar leden. Na de publicatie
zal de Pensioenfederatie dit sectorbreed onder de aandacht brengen via een nieuwsbrief
en een kennissessie. In overleg met de Pensioenfederatie wordt vinger aan de pols
gehouden met betrekking tot de implementatie van deze algemene werkwijze. Ook zal
via de Geschilleninstantie Pensioenfondsen (GIP) gemonitord worden of er klachten
zijn met betrekking tot onbedoeld onverzekerden. Op die manier kan bezien worden of
een aanvullende actie is vereist.
Het Verbond van Verzekeraars onderschrijft het belang van het beperken van onbedoelde
onverzekerdheid ook en zet zich in voor een effectieve aanpak. Het Verbond van Verzekeraars
beziet momenteel of en zo ja hoe een gezamenlijke invulling kan worden gegeven. De
Autoriteit Consument & Markt (ACM) is bereid om een eventuele self-assessment over
de mededingingsrechtelijke ruimte voor verzekeraars te toetsen.
De ACM geeft – hoewel zij hier geen onderzoek naar heeft gedaan – in algemene zin
aan dat bezwaren kunnen worden vermeden als de voordelen van de afspraken terecht
komen bij een kwetsbare groep, deze groep beperkt van omvang is, er daarnaast tussen
verzekeraars geen onderlinge concurrentie plaatsvindt over deze groep personen en
de hoogte van het nabestaandenpensioen door een gezamenlijke werkwijze niet wijzigt.
Via gesprekken op regelmatige basis met het Verbond van Verzekeraars wordt vinger
aan de pols gehouden met betrekking tot de voortgang en de eventuele te nemen vervolgstappen.
3. Tot slot
Het nabestaandenpensioen is een belangrijk onderdeel van de pensioenregeling, welke
bijdraagt aan de bestaanszekerheid van nabestaanden na het overlijden van de (gewezen)
deelnemer. De onderzochte en uitgewerkte maatregelen dragen bij om de groep onbedoeld
onverzekerden te beperken, terwijl de groep onbewust oververzekerden ook niet zal
toenemen.
De eerste twee maatregelen worden opgepakt via wetgeving. De derde maatregel is sinds
eind maart 2026 operationeel. Op het moment dat er ontwikkelingen zijn met betrekking
tot de overige maatregelen, zal ik uw Kamer informeren. Er is afgesproken om de vormgeving
van het nabestaandenpensioen in de Wtp zo snel mogelijk te evalueren en te monitoren.
De gevraagde evaluatie en monitoring gaan mee in de monitoring van de Wtp.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
Ondertekenaars
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid