Brief regering : Reactie op verzoek commissie over het PTSS-protocol voor invaliditeitsbeoordeling
30 139 Veteranenzorg
Nr. 294
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 juni 2026
Met uw verzoek van 24 april 2026 (kenmerk: 2026Z08369/2026D20033) vraagt u mij om aandacht te geven aan de problemen rond het huidige PTSS-protocol
van Defensie voor invaliditeitsbeoordeling. Aanleiding voor uw verzoek is een klachtbrief
van een medewerker van Defensie.
De belangrijkste klacht is dat beoordelingen die worden uitgevoerd aan de hand van
het huidige PTSS-protocol een te laag invaliditeitspercentage zouden opleveren. Met
het huidige PTSS-protocol wordt bedoeld: het Protocol voor de beoordeling van arbeidsongeschiktheid, dienstverband en invaliditeit
bij militairen met een posttraumatische stress stoornis, dat is ingevoerd in 2008.
Volgens klager vallen de invaliditeitspercentages te laag uit, omdat ernstige dienstgerelateerde
psychische beperkingen bij de beoordeling buiten beeld blijven. De klager vraagt om
herziening en aanpassing van het huidige PTSS-protocol.
Hoewel de hoogste bestuursrechter heeft geoordeeld dat (de toepassing van) het PTSS-protocol
leidde tot rechtmatige besluiten, bleek uit verschillende evaluaties dat er behoefte
bestond aan aanpassing van het protocol en de daarin beschreven beoordelingssystematiek.
Defensie heeft de afgelopen jaren samen met de centrales van overheidspersoneel gewerkt
aan de herziening en aanpassing van het huidige PTSS-protocol. Deze herziening en
aanpassing betreft een actualisatie van het protocol op basis van de laatste stand
van zaken van de (medische) wetenschap en een aanpassing van de scoringsmethodiek.
Ik beoog hiermee dat de definitieve vaststelling van een Militair Invaliditeitspensioen
en daarmee de classificatie van de ernst van de klachten eenvoudiger en uitlegbaarder
wordt. De beoordelingssystematiek sluit met het herziene protocol beter aan bij de
beperkingen die voor kunnen komen bij psychische aandoeningen en daarnaast is de scoreschaal
evenwichtiger geworden. Doordat er bijvoorbeeld voor de waardering van de algemeen
dagelijkse en bijzondere dagelijkse levensverrichtingen met minder subrubrieken wordt
gewerkt, tellen die daarmee elk zwaarder mee in de totaal score. Met deze aanpassingen
wordt tegemoet gekomen aan de klacht van de medewerker van Defensie.
Het nieuwe protocol treedt naar verwachting in juli 2026 in werking. Vanaf de inwerkingtreding
zal Defensie de beoordelingen uitvoeren conform het herziene protocol.
Daarnaast werkt Defensie aan een herziening van het voorzieningen- en uitkeringsstelsel.
Met deze herziening beoogt Defensie de nadruk te verschuiven van (financiële) compensatie
van wat de (voormalig) militair niet meer kan ten gevolge van (in dit geval) PTSS
naar meer erkenning, waardering en ondersteuning. Ook dit onderwerp zal onderwerp
van overleg met de centrales van overheidspersoneel zijn.
Met de invoering van het herziene PTSS-protocol in combinatie met de geplande herziening
van het voorzieningen- en uitkeringsstelsel verwacht ik dat de klachten zoals die
bij de Vaste commissie voor Defensie zijn neergelegd, sterk zullen verminderen.
In beeld krijgen van later ontwikkelde PTSS
Graag ga ik in deze brief ook opnieuw1 kort in op een aantal ontwikkelingen die raken aan de motie van het lid Hammelburg
(D66) over het beter in beeld krijgen van veteranen die later PTSS ontwikkelen2. Zoals ook blijkt uit eerdere Veteranennota’s wordt er veel onderzoek uitgevoerd
gericht op het in kaart brengen van de gezondheid en het welzijn van veteranen. Dit
levert waardevolle inzichten op en leidt tot activiteiten op het gebied van erkenning,
waardering, zorg en ondersteuning. Mede naar aanleiding van de motie, is er meer geïnvesteerd
in de ondersteuning van veteranen, zodat zij – wanneer zij klachten kenbaar maken
– er niet alleen voor staan en de weg naar passende zorg weten te vinden. Doordat
Defensie reünies faciliteert, kunnen veteranen elkaar blijven zien en kunnen zij elkaar
waar nodig onderling ondersteunen en/of doorverwijzen naar het zorgloket voor veteranen.
Daarnaast zijn gemeenten en huisartsen met o.a. brochures geïnformeerd over de bijzondere
zorgplicht voor veteranen. Er wordt doorlopend gewerkt aan het vergroten van de bekendheid
van het Veteranenloket waardoor veteranen in staat worden gesteld om laagdrempelig
een hulpvraag te stellen. Ik ben blij met deze ontwikkelingen en beschouw hiermee
de motie als afgedaan.
Hoogachtend,
De Minister van Defensie, D. Yeşilgöz-Zegerius
De Staatssecretaris van Defensie, D.G. Boswijk
Indieners
-
Indiener
D. Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie -
Medeindiener
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie