Brief regering : Ontwerpbesluit houdende wijziging van lijst I, behorende bij de Opiumwet, in verband met plaatsing van enkele stoffen op deze lijst
24 077 Drugbeleid
B/ Nr. 571
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op
5 juni 2026.
De wens dat het in het ontwerp van de maatregel geregelde onderwerp bij wet wordt
geregeld kan door of namens een van beide Kamers te kennen worden gegeven uiterlijk
op 3 juli 2026.
Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 juni 2026
Hierbij bied ik u aan het ontwerpbesluit, houdende wijziging van lijst I, behorende
bij de Opiumwet, in verband met plaatsing van enkele stoffen op deze lijst. Voor de
inhoud van het ontwerpbesluit verwijs ik u naar de ontwerp-nota van toelichting.
De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure
(artikel 3a, vierde lid, van de Opiumwet) en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit
te spreken over het ontwerpbesluit voordat het aan de Afdeling advisering van de Raad
van State zal worden voorgelegd en vervolgens zal worden vastgesteld.
Op grond van de aangehaalde bepaling geschiedt de voordracht aan de Koning ter verkrijging
van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over het ontwerpbesluit
niet eerder dan vier weken nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal
is overgelegd.
Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der
Staten-Generaal.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport