Brief regering : Ecoregeling en gecombineerde opgave 2026
28 625 Herziening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
Nr. 384
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 juni 2026
Graag informeer ik uw Kamer over de laatste stand van zaken met betrekking tot de
Eco-regeling en de uitkomsten van de Gecombineerde opgave 2026.
Beschikkingen en betalingen 2025
Samen met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) werk ik hard aan een betrouwbare
en voorspelbare uitvoering van de Eco-regeling. Het is belangrijk dat boeren vertrouwen
houden in de Eco-regeling en met behulp van dat instrument stappen blijven zetten
in de verduurzaming van hun bedrijfsvoering. Tegelijk moeten de betalingen voldoen
aan de Europese eisen die op het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van toepassing
zijn en de daaruit voortvloeiende voorwaarden in de subsidieregeling.
Op 1 juni 2026 heeft RVO 98% van de aanvragen uit 2025 beschikt en in totaal voor
€ 160 miljoen aan subsidie uitgekeerd, op een budget dat oorspronkelijk was gepland
op € 152 miljoen. Daarmee is ook in 2025 een groot deel van de uitvoering succesvol
verlopen.
Om de afgesproken vergoedingen binnen de Eco-regeling volledig te kunnen uitbetalen,
is destijds ervoor gekozen om binnen het beschikbare GLB-budget middelen te verschuiven
van de basisinkomenssteun naar de Eco-regeling. Hierdoor kon € 160 miljoen aan Eco-premies
worden uitgekeerd. Deze verschuiving was mogelijk doordat de uitgaven aan de basispremie
lager uitvielen dan oorspronkelijk voorzien in het Nationaal Strategisch Plan. Uw
Kamer is hierover op 26 februari 2025 geïnformeerd (Kamerstuk 28 625–373).
Voor 2026 is in totaal is voor 195,3 miljoen euro subsidie aangevraagd, op een beschikbaar
budget van 197,3 miljoen euro. Het aangevraagde bedrag is nog altijd fors hoger dan
de 152 miljoen die oorspronkelijk voor de Eco-regeling was gepland. Dankzij de budgetverhoging
die vorig jaar is doorgevoerd, passen de aanvragen binnen het budget en zullen de
afgesproken tarieven in het NSP dit jaar uitbetaald kunnen worden. Dat betekent een
basispremie van 171 euro per hectare en in de Eco-regeling 60 euro per hectare voor
brons, 100 euro voor zilver en 200 euro voor goud.
Herbeoordelingen 2025
Tegelijkertijd heeft een deel van de aanvragers een lagere Eco-premie ontvangen dan
aangevraagd, of zelfs helemaal geen Eco-premie. In 1.345 gevallen was dit mede het
gevolg van het afkeuren van de Eco-activiteit Groenbedekking zonder voorafgaande menselijke
beoordeling, veelal omdat er niet kon worden vastgesteld dat gedurende de vereiste
periode werd voldaan aan de minimale bedekkingsgraad van 80%. Ik realiseer mij dat
een afwijzing of verlaging van de Eco-premie voor betrokken ondernemers een teleurstelling
en in voorkomende gevallen ook een financiële tegenvaller kan zijn. Binnen de regelgeving
is echter geen ruimte om een rechtmatige betaling te doen voor Eco-activiteiten die
niet aantoonbaar zijn.
Deze gevallen worden op dit moment opnieuw door RVO beoordeeld met menselijke beoordeling.
Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met situaties waarin sprake kan zijn
geweest van een doodgevroren gewas. Begin juni is van de totale groep van ca. 3.700
percelen, 60% van de herbeoordelingen afgerond. Nadat de inhoudelijke beoordeling
is afgerond, moeten de uitkomsten nog administratief worden verwerkt in het bredere
dossier van de aanvrager. Daardoor kan enige tijd zitten tussen het afronden van de
herbeoordeling en het verzenden van een eventuele herbeschikking aan de betreffende
ondernemer. De herbeoordeling van de percelen is dus nog niet afgerond, maar momenteel
is in ca. 2% van de gevallen de Eco-activiteit alsnog goedgekeurd op basis van de
aanvullende menselijke beoordeling. De overige beoordelingen blijven gelijk aan het
oorspronkelijke besluit.
De voorlopige conclusie is dat uit de herbeoordelingen geen aanwijzingen naar voren
komen voor structureel onjuiste beoordelingen door het Areaal Monitoring Systeem (AMS).
Wel blijkt dat menselijke beoordeling in specifieke situaties, zoals bij mogelijke
gewasschade door weersomstandigheden, van meerwaarde blijft.
Deelname Eco-regeling 2026 en communicatie
Tot en met 18 mei 2026 hadden boeren weer de mogelijkheid een aanvraag in te dienen
voor de rechtstreekse betalingen van het GLB 2026. In totaal hebben 43.276 boeren
dat gedaan. Dat is 1% minder dan in 2025. Dit past in een langjarige dalende trend
die verband houdt met de daling van het aantal landbouwbedrijven in Nederland.
Van de 43.276 GLB-deelnemers hebben 32.052 boeren gekozen voor deelname aan de Eco-regeling.
Dat is 6% minder dan vorig jaar. Die daling is significant en heeft mogelijk te maken
met het niet voldoen van aanvragers aan de subsidievoorwaarden in 2025.
Uit gesprekken met boeren, adviseurs en hun vertegenwoordigers komt naar voren dat
deze daling mede samenhangt met de wijze van uitvoering en handhaving van de regeling,
waaronder de inzet van satellietmonitoring en de beoordeling van resultaatverplichtingen.
Deelnemers geven aan dat het toekennen van subsidie op basis van behaalde resultaten,
en niet uitsluitend op basis van de geleverde inspanning, kan leiden tot onzekerheid
over de uiteindelijke subsidie. Dat geldt met name wanneer weersomstandigheden of
andere externe factoren van invloed zijn op het behalen van de vereiste resultaten.
Deze onzekerheid kan voor sommige aanvragers aanleiding zijn om deelname aan de regeling
opnieuw af te wegen.
Zoals ik eerder heb aangegeven, hecht ik aan de resultaten zoals die zijn afgesproken
in het Nationaal Strategisch Plan en die onderdeel vormen van de ambitie van de Eco-regeling.
Een resultaatsgerichte aanpak sluit aan bij de eisen die binnen het GLB worden gesteld
aan de besteding van Europese middelen en de verantwoording daarover. Dit is nodig
om te borgen dat de middelen daadwerkelijk bijdragen aan de afgesproken milieu en
klimaatdoelen binnen het GLB.
Tegelijkertijd zie ik dat de toepassing van deze systematiek in de praktijk bij sommige
deelnemers tot onzekerheid leidt. Daarom wordt er samen met RVO gewerkt aan uitbreiding
en verbetering van de communicatie over monitoring en subsidievoorwaarden binnen de
Eco-regeling. Uitgebreidere informatie is beschikbaar gemaakt op de webpagina’s van
RVO over controles met AMS, de resultaatverplichting binnen de Eco-regeling, de wijze
van beoordeling van Eco-activiteiten en het belang van het tijdig aanpassen of intrekken
van activiteiten wanneer niet aan de voorwaarden kan worden voldaan. Naast webpagina’s,
nieuwsbrieven en gerichte segmentmailingen, zet RVO ook in op video’s en infographics
om deelnemers beter te informeren over de werking van de regeling en de beoordelingssystematiek.
Hiermee wil ik boeren vooraf meer duidelijkheid geven over wat van hen wordt verwacht
en hoe beoordelingen tot stand komen.
Wijziging Eco-regeling 2027 en overleg met de sector
De daling van de deelname aan de Eco-regeling heeft ook te maken met de werking van
de Eco-regeling. Door de huidige punten-instapeis en medaillesystematiek kan afkeuring
van een enkele activiteit grote financiële consequenties hebben. Dat voelt voor veel
deelnemers als onrechtvaardig. Daarom werk ik op dit moment aan een aanpassing van
de regeling, zoals ik uw Kamer eerder heb geschreven (Kamerstuk 28 625–383). De noodzakelijke
wijziging van het Nationaal Strategisch Plan en van de Uitvoeringsregeling GLB worden
op dit moment voorbereid. Het streven is om deze zomer duidelijkheid te geven aan
boeren voor het volgende aanvraagjaar. Dit wordt in goed overleg met sectorpartijen
en uitvoerders RVO en NVWA vormgegeven.
Motie-Koorevaar c.s.
Met al deze inzet geef ik invulling aan de motie van het lid Koorevaar c.s. (Kamerstuk
21 501–32, nr. 1789) waarin de regering wordt verzocht te bezien in hoeverre beschikkingen die hebben
geleid tot substantiële verlagingen of afkeuringen binnen de Eco-regeling met prioriteit
opnieuw kunnen worden beoordeeld, waarbij menselijke beoordeling een zwaardere rol
krijgt, en om maatregelen in kaart te brengen om het vertrouwen in de uitvoering van
de Eco-regeling te herstellen en deelname in 2026 te bevorderen.
Ik beschouw de motie als afgedaan, maar blijf uiteraard in gesprek met de sector en
alle betrokken partijen om de situatie nauwgezet te volgen.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
Indieners
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur