Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg inzake Stand van zaken Villa ExpertCare (III) (Kamerstuk 24170-401)
2026D27319 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond bij enkele fracties
behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Langdurige
Zorg, Jeugd en Sport over de brief d.d. 20 mei 2026 inzake Stand van zaken Villa ExpertCare
(III) (Kamerstuk 24 170, nr. 401).
De voorzitter van de commissie,
Mohandis
Adjunct-griffier van de commissie,
Sjerp
Inhoudsopgave
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA, de ChristenUnie, de SGP
en de PvdD-fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
II. Reactie van de Minister
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de stand van zaken
Villa ExpertCare. Deze leden vinden het positief dat er voor 38 cliënten een passende
zorgplek is gevonden. Tegelijkertijd maken zij zich zorgen om de 19 cliënten waarvoor
de overdracht van zorg uiterlijk 1 september plaatsvindt. Voor deze kinderen gaat
het om zeer kwetsbare situaties, waarbij continuïteit, kwaliteit en passendheid van
zorg van essentieel belang zijn. Genoemde leden benadrukken dat het van groot belang
is dat voor alle cliënten tijdig een passende en duurzame zorgplek wordt gerealiseerd,
die aansluit bij hun complexe zorgbehoefte en waar de benodigde expertise beschikbaar
is.
De Minister erkent dat de personele situatie op meerdere locaties kwetsbaar is, en
dat de verhouding tussen personeel en cliënten verder verslechtert naarmate meer kinderen
uitstromen. Juist kinderen met een complexe ondersteuningsbehoeften blijven het langst,
terwijl het gespecialiseerd personeel vertrekt. Daarnaast geeft de Minister aan dat
er op enkele locaties al gebruik gemaakt wordt van tijdelijke inhuur om de continuïteit
van de zorg te waarborgen. Dit is heel begrijpelijk, maar ouders hebben al vele malen
aangegeven dat het van groot belang is dat het personeel bekend is en een vertrouwensband
heeft met deze kinderen. Daartoe vragen de leden van de D66-fractie welke concrete
garanties de Minister kan geven dat de kwaliteit en veiligheid van zorg voor de achterblijvende
kinderen gedurende deze periode op peil blijft. Ook vragen deze leden wat het moment
is waarop de Minister ingrijpt als blijkt dat een locatie niet meer verantwoord kan
functioneren.
De ouders en verzorgers van deze kinderen leven al maanden in grote onzekerheid. Heldere
communicatie is voor hen essentieel. Daartoe vragen de leden van de D66-fractie of
de Minister nader uiteen kan zetten op welke wijze de ouders proactief op de hoogte
worden gehouden van alle ontwikkelingen, en of het voor hen voldoende duidelijk is
waar zij terechtkunnen met vragen of zorgen. Daarnaast vragen deze leden of de plek
waar zij terechtkunnen met vragen of zorgen ook voorziet in snelle terugkoppeling
en reactie aan alle ouders.
Daarnaast laat de Minister weten dat de potentiële overname binnen twee weken, die
dus vandaag aflopen, beoordeeld wordt, om te kijken of een eventueel overnamevoorstel
haalbaar en toekomstbestendig is. Zijn de resultaten hiervan inmiddels bekend? Zijn
de ouders hier al over geïnformeerd, en op welke wijze? Op welke termijn en op welke
wijze wordt de Kamer geïnformeerd over het besluit?
Tot slot benadrukken de leden van de D66-fractie het belang van goede zorg voor deze
kinderen. Zij zijn afhankelijk van goede zorg, stabiliteit en vertrouwde gezichten.
Ouders moeten er te allen tijde op kunnen vertrouwen dat deze zorg goed geregeld is.
Daar blijven de leden van de D66-fractie zich hard voor maken.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief omtrent de stand van
zaken Villa ExpertCare. De leden merken op dat de Minister nadrukkelijk haar stelselverantwoordelijkheid
neemt. Genoemde leden hechten hier veel waarde aan omdat de gevolgen voor vele gezinnen
groot zijn als deze situatie niet goed wordt opgepakt. Deze leden willen de Minister
dan ook vragen hier mee door te gaan en de Kamer regelmatig te informeren over de
stand van zaken. Het is belangrijk dat we ervoor zorgen dat cliënten niet tussen wal
en schip vallen.
De leden van de VVD-fractie lezen dat voor ongeveer de helft van de cliënten inmiddels
een passende oplossing is gevonden. Kan de Minister aangeven voor hoeveel cliënten
er momenteel nog geen plek is? Verwacht de Minister dat dit wel gaat lukken voordat
de kwaliteit van zorg in het geding komt? Verwacht de Minister dat dit wel gaat lukken
voordat de zorg wordt afgeschaald? Kan de Minister het tijdspad schetsen wat zij voor
zich ziet?
Het is de leden van de VVD-fractie momenteel niet helder of er al zorg is afgeschaald
bij Villa ExpertCare, tegen de zin in van ouders en cliënten. Genoemde leden ontvangen
namelijk signalen dat dit het geval is. Kan de Minister hier duidelijkheid over geven?
Krijgen de cliënten nog hetzelfde aantal dagen zorg als voor het ontstaan van deze
situatie? Is er nog op net zo veel dagen zorg beschikbaar voor de cliënten en is de
kwaliteit nog van gelijk niveau?
Deelt de Minister de mening dat als een cliënt voorheen bijvoorbeeld vier dagen per
week zorg ontving, dat een alternatief voor één dag per week geen passende oplossing
is?
De leden van de VVD-fractie lezen dat op enkele locaties inmiddels al gebruik wordt
gemaakt van tijdelijke inhuur. Kan de Minister inzicht geven in wat de invloed daarvan
op de kwaliteit van zorg is?
De leden van de VVD-fractie merken op dat over een aantal weken de zomervakantie begint.
Dit is een periode waarin over het algemeen minder personeel beschikbaar is. Kan de
Minister inzicht geven in hoeverre de zorg bij Villa Expert Care ook tijdens deze
vakantieperiode voldoende geborgd is?
De leden lezen tot slot dat er scenario’s worden uitgewerkt die nadrukkelijk als laatste
terugvaloptie zijn bedoeld. Kan de Minister aangeven in hoeverre ouders en cliënten
worden meegenomen in deze scenario’s?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA, de ChristenUnie, de SGP
en de PvdD-fracties
De leden van de GroenLinks-PvdA, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties hebben
met veel belangstelling kennisgenomen van de brief van de Minister van Langdurige
Zorg, Jeugd en Sport, d.d. 20 mei 2026, over Villa ExpertCare (hierna: VEC). Zij hebben
hier nog enkele vragen en opmerkingen over.
De leden van de GroenLinks-PvdA, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezen
dat het Ministerie van VWS in het proces een faciliterende rol speelt en de voortgang
van de gemaakte afspraken bewaakt samen met partijen. Deze leden vragen de Minister
of zij nader kan toelichten hoe deze rol er concreet uitziet en welke werkzaamheden
daarbij horen. Welke rol heeft het Ministerie van VWS bijvoorbeeld bij een eventueel
overnameproces? Daarnaast lezen zij dat de Minister terecht stelt dat zorgverzekeraars
en zorgkantoren een wettelijke zorgplicht hebben. Welke concrete acties zijn van hen
gevraagd en op welke wijze wordt getoetst of zij deze zorgplicht daadwerkelijk nakomen?
Welke interventiemogelijkheden heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) indien blijkt
dat zorgverzekeraars en zorgkantoren er niet in slagen passende vervolgzorg te realiseren?
Is het Early Warning System toegepast in de casus van VEC? Welke lessen zijn getrokken
uit eerdere casussen waarbij zorg plotseling verdween, zoals bijvoorbeeld bij faillissementen
van ziekenhuizen in de regio, en op welke wijze zijn deze lessen toegepast bij de
casus van VEC? Kan de Minister tevens reflecteren op de bevindingen van de Inspectie
Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en in het bijzonder hun conclusie dat zij beperkt vertrouwen
hebben in de verbeterkracht van de organisatie en het urgentiebesef van de bestuurder?
De leden van de GroenLinks-PvdA, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties vragen
de Minister ook of zij het wenselijk vindt dat complexe, specialistische zorg dusdanig
afhankelijk is van één individuele, commerciële aanbieder? Zo nee, welke lessen trekt
zij uit deze casus? Kan de Minister reflecteren op de vraag of naar haar mening financiële
prikkels in de zorg een rol hebben gespeeld bij het ontstaan van de situatie omtrent
VEC? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke concrete lessen trekt zij hier uit?
De leden van de GroenLinks-PvdA, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezen
dat per 4 mei «Project Herberg» van start is gegaan. Zij lezen tevens dat uit informatie
van 11 mei 2026 blijkt dat 38 cliënten inmiddels een passende vervolgplek hebben gevonden
waarvoor ook de ouders/verzorgers akkoord hebben gegeven. Voor de 38 cliënten voor
wie een vervolgplek is gevonden, hebben de ouders naast het akkoord ook officieel
bevestigd dat het een passende plek is? Voor de overige 19 cliënten waarvoor reeds
een vervolgplek beschikbaar is, vindt de overdracht van zorg plaats tussen 15 mei
en 1 september. Voor hoeveel cliënten heeft deze overdracht inmiddels plaatsgevonden?
Welke concrete maatregelen worden genomen om te voorkomen dat cliënten tijdens de
overdrachtsperiode tussen wal en schip vallen, zonder passende zorg? Voor hoeveel
cliënten is er op moment van beantwoording van het schriftelijk overleg nog geen passende
vervolgplek gevonden, uitgesplitst per zorgzwaarte en regio? Per wanneer zou de Minister
uiterlijk voor elk van de cliënten een passende vervolgplek, met akkoord van de ouder(s)/verzorger(s),
willen hebben?
Aanvullend vragen de leden de leden van de GroenLinks-PvdA, de ChristenUnie, de SGP
en de PvdD-fracties hoe wordt geborgd dat ouders/verzorgers instemmings- en inspraakmogelijkheden
hebben bij het vinden van een vervolgplek. Hoe wordt bijvoorbeeld erop toegezien dat
ouders niet louter op basis van angst voor het wegvallen van zorg akkoord gaan met
een vervolgplek? En in hoeverre wordt de fysieke afstand tussen de woonplaats en vervolgplek
vergroot door de overgang van VEC naar een vervolgplek? Hoe wordt erop toegezien dat
de vervolgplek, na overdracht van de cliënt, voldoet aan de aanvankelijke verwachtingen
van de ouders? Welke mogelijkheden zijn er indien de vervolgplek toch niet passend
blijkt te zijn? Wie neemt uiteindelijk besluiten indien de meningen verschillen over
een passende vervolgplek? Is de Minister bereid de Kamer periodiek te informeren over
de voortgang van Project Herberg, inclusief aantallen cliënten, doorlooptijden en
knelpunten?
De leden van de GroenLinks-PvdA, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezen
dat naar aanleiding van een motie van het lid Westerveld, VEC de vaststellingsovereenkomsten
met medewerkers heeft verlengd. Zij lezen tevens dat 41 medewerkers (23 fte) hebben
aangegeven ervan gebruik te willen maken en tot en met 30 september dan wel 31 december
2026 in dienst te willen blijven. Kan een overzicht worden aangeleverd van de verdeling
per locatie, waarin tevens inzichtelijk wordt gemaakt hoeveel medewerkers in dienst
zijn tot en met 30 september en hoeveel medewerkers in dienst zijn tot en met 31 december?
Zou tevens een overzicht verstrekt kunnen worden, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt
hoe het huidige aantal fte verdeeld is over de diverse groepen medewerkers werkzaam
bij VEC?
De leden van de GroenLinks-PvdA, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezen
dat VEC heeft aangegeven dat op enkele locaties al gebruik wordt gemaakt van tijdelijke
inhuur om de continuïteit van zorg te waarborgen. Op welke locaties is dit het geval?
Hoe ziet de verdeling tussen tijdelijke inhuur en vaste krachten eruit per locatie?
De voorgenoemde leden onderschrijven het belang van de continuïteit van de zorg, maar
zouden ook graag de kwaliteit van zorg en veiligheid willen onderstrepen. Hoe wordt
enerzijds de kwaliteit van zorg en anderzijds de veiligheid geborgd, zeker gelet op
de verhoogde inzet van tijdelijke inhuur? Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen
dat de gespecialiseerde kennis en ervaring van de medewerkers niet verloren gaat?
En op welke wijze wordt geborgd dat de medewerkers behouden worden voor de sector
en het aanbod krijgen om in dienst te kunnen treden van een andere zorgaanbieder die
vergelijkbare zorg levert?
De leden van de GroenLinks-PvdA, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezen
dat VEC heeft aangegeven te onderzoeken of locaties anders georganiseerd of geclusterd
kunnen worden wanneer de personele bezetting en cliëntenaantallen daar aanleiding
toe geven. Zou nader geschetst kunnen worden hoe de situatie omtrent de personele
bezetting en cliëntenaantallen eruit zou moeten zien om aanleiding te geven tot het
anders organiseren of clusteren van locaties? Hoe wordt bijvoorbeeld de bereikbaarheid
van de locaties voor de kinderen en hun ouders meegewogen bij dit besluit? Zij lezen
tevens dat VEC heeft aangegeven een plan voor clustering van locaties formeel voor
te leggen aan de cliëntenraad en de raad van commissarissen. Is dit plan inmiddels
formeel voorgelegd? Zo ja, zou deze ook gedeeld kunnen worden met de Kamer? Zo nee,
wanneer wordt dit naar verwachting formeel voorgelegd aan de cliëntenraad en de raad
van commissarissen?
De leden van de GroenLinks-PvdA, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezen
dat de Minister, B. Braun en VEC nadrukkelijk zal blijven aanspreken op hun verantwoordelijkheid
voor een zorgvuldige overgang. Heeft er nog contact plaatsgevonden met B. Braun sinds
het contact op 23 april jl.? Zo ja, op welke momenten en wat is er voortgekomen uit
deze contacten?
De leden van de GroenLinks-PvdA, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezen
dat er binnen project Herberg en door zorgverzekeraars en zorgkantoren gewerkt wordt
aan scenario’s voor het geval de continuïteit van zorg onverwacht verder onder druk
komt te staan. Zijn deze scenario’s inmiddels nader uitgewerkt? Zo ja, kunnen deze
ook gedeeld worden met de Kamer en worden zij ook voorgelegd aan de cliëntenraad?
Zo nee, wanneer kunnen deze scenario’s verwacht worden?
De leden van de GroenLinks-PvdA, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezen
daarnaast dat op moment van het schrijven van de brief er met zorgverzekeraars en
zorgkantoren is afgesproken dat zij binnen nu en twee weken, gezamenlijk met VEC,
beoordelen of een eventueel overnamevoorstel haalbaar en toekomstbestendig is. Aan
de hand van welke criteria wordt bepaald of een voorstel haalbaar en toekomstbestendig
is? Gelet op de inmiddels verstreken tijd, is er al een besluit genomen?
De leden van de GroenLinks-PvdA, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties hebben
tevens signalen ontvangen dat de locaties in Waalre en Vleuten per 1 juli 2026 mogelijk
gaan sluiten. Klopt het dat deze locaties gaan sluiten? Zo ja, is er voor elk van
de cliënten bij deze locatie een passend alternatief, al dan niet bij een andere locatie
van VEC, dat ook goedgekeurd is door de ouders? Zo ja, sinds wanneer is de Minister
op de hoogte van deze voorgenomen sluiting en waarom heeft zij de Kamer hier niet
eerder over geïnformeerd?
De leden van de GroenLinks-PvdA, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties hebben
tevens signalen vernomen van problemen met specialistisch medisch zorgvervoer voor
kinderen met een zeer ernstige meervoudige beperking (ZEMVB). Eerder in mei heeft
bijvoorbeeld het Vervoer collectief aan de bel getrokken, omdat zij zich ernstige
zorgen maakt dat er een continuïteitsrisico ontstaat binnen dit essentiële onderdeel
van de zorgverlening aan kinderen met een ZEMVB. In hoeverre staat het specialistisch
medisch zorgvervoer voor cliënten bij VEC momenteel onder druk? Herkent de Minister
de signalen dat het specialistische zorgvervoer onder druk staat wegens de aanhoudende
stijging van kosten? Herkent de Minister tevens dat de bestaande contractstructuren
onder de Zvw en de Wlz onvoldoende ruimte bieden voor passende compensatie of werkbare
oplossingen voor acute kostenstijgingen? Zo ja, is de Minister bereid om in overleg
te treden met de uitvoerende partijen en te kijken hoe zij samen tot een oplossing
kunnen komen? Hoe reflecteert u op de hiermee ontstane continuïteitsrisico’s binnen
het specialistisch zorgvervoer en de daarop aansluitende zorgketen voor de integrale
kindzorg?
De leden van de GroenLinks-PvdA, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties zouden
graag de urgentie van dit dossier willen benadrukken en daarom ook verzoeken of de
beantwoording zo spoedig mogelijk plaats kan vinden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben met kennisgenomen van de brief van de Minister
over Villa ExpertCare. Zij hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen over.
Betrokkenen geven aan dat zicht op een net proces met heldere afspraken ontbreekt.
Herkent de Minister dit? Zij ervaren namelijk beperkte initiatieven van ExpertCare
in het bereiken van een goede oplossing.
In hoeveel gevallen wordt de zorg al afgebouwd terwijl er nog geen (volledige) oplossing
is?
Heeft de Minister zich op de hoogte laten stellen door ouders over ervaringen met
de ZZP’ers die worden ingezet? Zo ja, wat heeft zij opgehaald? Genoemde leden bereiken
namelijk signalen dat dit weinig perspectief biedt, te onregelmatig, met grote problemen
tot gevolg.
Hebben zich recent incidenten voorgedaan op locaties van ExpertCare waar niet de hulp
kon worden geboden die nodig was? Hoe wordt voorkomen dat er calamiteiten gebeuren
door alle ontwikkelingen? Kan de Minister garanderen dat er, in overleg met betrokkenen,
passende zorg wordt verleend tot aan de sluiting?
Wat als er geen passende zorg kan worden gevonden op het moment van sluiting?
In de brief schrijft de Minister dat VEC onderzoekt of locaties anders georganiseerd
of geclusterd kunnen worden. Wat dus zou kunnen betekenen dat kinderen naar locaties
veel verder van huis moeten worden gebracht. Vindt de Minister dit een acceptabele
oplossing? Worden de ouders hierbij betrokken?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief en hebben voor nu nog
een vraag. Deze leden vragen of de Minister nog eens kan toelichten waar ouders en
kinderen en/of personeel zich kunnen melden, op het moment dat zij vastlopen. Is er
een centrale plek of mogelijkheid waar mensen gehoord, geholpen of verder verwezen
kunnen worden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de brief over de
stand van zaken rondom Villa ExpertCare. Deze leden benadrukken dat juist voor gezinnen
met kinderen die zeer intensieve zorg nodig hebben, de huidige onzekerheid ontzettend
ingrijpend is. Voor deze leden moet absoluut vooropstaan dat kinderen en hun ouders/verzorgers
daadwerkelijk centraal blijven staan in alle keuzes en oplossingen die de komende
periode worden gemaakt. Daarbij waarderen deze leden ook de inzet van betrokken partijen
om oog te houden voor de belangen van het personeel, dat zich in deze moeilijke situatie
blijft inzetten voor deze kwetsbare groep kinderen.
Tevens spreken deze leden hun waardering uit voor alle betrokken partijen die zich
momenteel intensief inspannen om voor de getroffen kinderen en gezinnen zo snel mogelijk
duidelijkheid, passende zorg en rust te creëren.
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister of inmiddels duidelijk is of ouders/verzorgers
zich voldoende gehoord en geholpen voelen door de inzet van de verschillende betrokken
partijen, waaronder VWS, en hoe de Minister dit blijft waarborgen. Deze leden hebben
verder voorlopig geen vragen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief over de stand van zaken
bij Villa ExpertCare. Zij maken zich grote zorgen over de positie van de gezinnen
die door de dreigende sluiting worden getroffen en hebben dan ook nog een aantal vragen
en opmerkingen.
De leden van de SP-fractie hebben vernomen dat er nu plannen zijn om de locaties in
Waalre en Vleuten te sluiten vanaf 1 juli en de zorg voor de overgebleven kinderen
vanaf dat moment te concentreren in Rijswijk en Wezep. Hoe kijkt de Minister naar
dit plan van Villa ExpertCare? In hoeverre is dit een realistische optie voor de gezinnen
om wie het gaat? Wordt er dan verwacht dat zij dagelijks enorme afstanden afleggen
om hun kind daarnaartoe te brengen, aangezien taxivervoer niet voor ieder kind een
mogelijkheid is?
De leden van de SP-fractie constateren dat gezinnen nu in onzekerheid terecht komen
als het gaat om de zorg na 1 juli. Welke boodschap heeft de Minister nu voor deze
gezinnen? Welke garanties kan zij geven dat alle kinderen ook na 1 juli een passende
zorgplek hebben?
De leden van de SP-fractie hebben grote twijfels over in hoeverre het mogelijk is
om voor alle kinderen een passende zorgplek buiten Villa ExpertCare te vinden. Zij
benadrukken daarom het belang van een overname van de zorgvilla’s. In hoeverre wordt
momenteel al het mogelijke gedaan vanuit het ministerie, de zorgverzekeraars en de
NZa om overnamekandidaten een serieuze kans te geven?
De leden van de SP-fractie lezen dat «binnen nu en twee weken, gezamenlijk met VEC,
[wordt beoordeeld] of een eventueel overnamevoorstel haalbaar en toekomstbestendig
is». Op basis van welke criteria worden overnamevoorstellen beoordeeld? Op basis waarvan
is deze deadline vastgesteld? Wat gebeurt er als daarna blijkt dat er een serieuze
overname mogelijk is? Zal dan alsnog «volledig worden ingezet op zorgvuldige doorbemiddeling
van alle cliënten naar andere aanbieders»? Is er daarbij überhaupt wel de garantie
te geven dat er bij andere aanbieders voor alle gezinnen een volwaardig alternatief
en een passende optie is?
De leden van de SP-fractie vragen tot slot of de Minister al serieus heeft gekeken
naar de mogelijkheden die de Minister en de IGJ hebben om in te grijpen bij Villa
ExpertCare, op het moment dat er geen overnamekandidaat wordt gevonden, er ook geen
passende plekken elders zijn en de continuïteit van zorg in gevaar komt. Heeft zij
bijvoorbeeld gekeken naar de mogelijkheden om bestuursdwang op te leggen, de Wet beschikbaarheid
goederen in te zetten of op een andere manier in te grijpen om te voorkomen dat deze
zorgvilla’s sluiten? Herinnert de Minister zich haar toezegging om alle mogelijkheden
hiervoor te bekijken en hierover terug te koppelen aan de Kamer?
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
De leden van de Groep Markuszower hebben kennisgenomen van de stand van zaken Villa
ExpertCare en hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de Groep Markuszower maken zich zorgen over de toekomst van hooggespecialiseerde
verpleegkundige kindzorg in Nederland. De situatie rond Villa ExpertCare laat zien
hoe kwetsbaar deze vorm van zorg is wanneer een aanbieder besluit zijn activiteiten
te beëindigen. Voor een beperkte groep kinderen met een zeer complexe zorgvraag bestaan
immers slechts weinig alternatieven. Genoemde leden zijn van mening dat dergelijke
essentiële nichezorg een bijzondere verantwoordelijkheid van de overheid behoort te
zijn.
De leden van de Groep Markuszower vragen de Minister hoe zij voorkomt dat Nederland
in de toekomst opnieuw wordt geconfronteerd met een situatie waarin een hooggespecialiseerde
zorgvoorziening voor ernstig zieke kinderen wegvalt terwijl er onvoldoende alternatieve
capaciteit beschikbaar is. Is de Minister bereid te onderzoeken welke vormen van structurele
borging mogelijk zijn voor dergelijke unieke zorgvoorzieningen?
De leden van Groep Markuszower constateren dat de continuïteit van deze zorg momenteel
sterk afhankelijk blijkt van individuele zorgaanbieders en hun financiële positie.
Kan de Minister aangeven of zij van mening is dat het huidige stelsel voldoende waarborgen
biedt voor het voortbestaan van hooggespecialiseerde verpleegkundige kindzorg? Welke
lessen trekt zij uit de situatie rond Villa ExpertCare voor het landelijke beleid
ten aanzien van specialistische zorg voor kleine en kwetsbare patiëntengroepen?
De leden van Groep Markuszower lezen dat momenteel wordt gezocht naar overnamekandidaten
en dat tegelijkertijd cliënten worden bemiddeld naar andere aanbieders. Kan de Minister
uiteenzetten hoe zij op langere termijn wil waarborgen dat expertise, gespecialiseerde
verpleegkundige capaciteit en kennis die binnen Villa ExpertCare zijn opgebouwd behouden
blijven voor de Nederlandse gezondheidszorg? Is zij bereid een visie te ontwikkelen
op de toekomst van deze vorm van hoogcomplexe kindzorg en de Kamer hierover te informeren?
De leden van Groep Markuszower begrijpen dat voor een aanzienlijk deel van de cliënten
een vervolgplek wordt gezocht of reeds is gevonden. Kan de Minister inzicht geven
in de gevolgen die deze overplaatsingen hebben voor kinderen en hun ouders/verzorgers,
onder meer ten aanzien van reistijden, afstand tot de woonplaats, de mate van specialistische
expertise op de nieuwe locatie en de kwaliteit van de geboden zorg? Wordt bijgehouden
in hoeverre cliënten terechtkomen in een zorgsetting die qua zorgniveau en specialistische
kennis vergelijkbaar is met Villa ExpertCare? Zo ja, kan de Minister de Kamer hierover
informeren?
II. Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
E.M. Sjerp, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.